#78: Karel Baert (transcriptie)

Transcriptie: Karel Baert

Onze gast van deze aflevering is CEO bij de Belgische federatie van financiële instellingen. Hij was 20 jaar op zoek naar executives voor allerlei bedrijven en instellingen. “Het is een zeer harde sector in die zin, die wereld van opdrachtgevers is zeer klein. Je bent eigenlijk maar zo goed als je laatste opdracht.” Hij heeft naast België ook een band met Duitsland, waar hij jarenlang werkte. Je bent er welkom als buitenlander, zegt hij. “Ik moet zeggen, in Duitsland heb ik enorm genoten van het feit dat je als niet-Duitser volledig dezelfde kansen kreeg als een Duitser.” Eén van de waardevolste dingen die je kunt krijgen van een collega, zegt hij, dat is de eerlijke waarheid. Feedback stelt onze gast enorm op prijs. “Dat is een very precious gift, dat iemand eerlijke feedback geeft.” We maken ons klaar voor een eerlijk gesprek met onze gast van deze aflevering, Karel Baert. Je gastheer is Jeroen Broekema

Karel Baert, CEO van Febelfin in gesprek met Jeroen Broekema van de Leaders in Finance podcast

Jeroen: Welkom bij een nieuwe aflevering van Leaders in Finance. Deze week gaan wij in gesprek met Karel Baert, de CEO van Febelfin, de Belgische vertegenwoordiging van de financiële sector. Welkom, Karel! 

Karel: Dankjewel! Jeroen: Ik mag ‘je’ en ‘jij’ zeggen, hebben wij afgesproken. 

Karel: Heel graag! 

Jeroen: Dat is heel fijn, dank daarvoor! Een korte introductie van jou en van Febelfin, allereerst vertegenwoordigt Febelfin meer dan 250 financiële instellingen. Karel studeerde rechten aan de Universiteit van Leuven en behaalde later ook nog een master in Financial Management. Hij startte zijn carrière bij een advocatenkantoor maar stapte al snel over naar het bankwezen en werkte een kleine 10 jaar voor Deutsche Bank. Daarna volgden leadership posities bij B-post Bank. In 2000 ging het roer om en ging hij werken bij Egon Zehnder, de mondiale speler op het gebied van executive search. Hij werd er in 2006 Global Partner en werkte er 20 jaar. In 2020 werd hij CEO bij Febelfin. Karel is 61 jaar, getrouwd, heeft drie kinderen en woont in Wijgmaal, in de buurt van Leuven. Heel leuk om hier samen in Brussel te zijn. Ik ben ook blij, dit is de tweede keer dat ik buiten de landsgrenzen ben met Leaders in Finance. Dat vind ik erg leuk en ook wel spannend. Dus leuk om hier samen te zijn. 

Karel: Welkom in onze nieuwe kantoren hier! 

Jeroen: Ja, het is brand-new, leuk! Omdat we nog steeds met name Nederlandse luisteraars hebben ben ik er wel heel erg nieuwsgierig naar om Febelfin neer te zetten als organisatie, zou jij daar een aftrap op willen doen? 

Karel: Ja, graag! Febelfin vertegenwoordigt – zoals je daarnet zei – de belangen van de Belgische financiële sector met uitzondering van de verzekeringsmaatschappijen. Dat wil zeggen dat Febelfin zowel banken als asset managers als beursgenootschappen en leasing maatschappijen vertegenwoordigt. In tegenstelling tot Nederland hebben wij geen apart betaalverkeer in Nederland; dat is ook binnen de organisatie Febelfin. 

Jeroen: Dat is dus heel breed. Is het lastig om al die verschillende partijen op één lijn te krijgen? 

Karel: Dat is een goede vraag. Het is enerzijds niet altijd even makkelijk, anderzijds is het toch wel een groot voordeel als je kan praten in de naam van de hele financiële sector. Dan kan je ook meer gewicht in de schaal leggen naar andere stakeholders. Maar tot nu toe, tijdens de voorbije 15 maanden die ik hier ben is het eerder een voordeel dan een nadeel gebleken. 

Jeroen: Hoe gaat het met de Belgische financiële sector in zijn algemeenheid? Dat is een hele algemene vraag. 

Karel: De banksector heeft zich inderdaad goed gewapend en is klaar om schokken op te vangen op verschillende niveaus, zowel op het gebied van de soliditeit maar vooral ook op het zich voorbereiden op toekomstige en huidige evoluties in de maatschappij. Huidige evoluties zijn zeker de digitalisering maar ook bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, daar kunnen we misschien straks nog verder op ingaan. Maar daar zijn we ons ook uitvoerig op aan het voorbereiden om daar die regelgeving niet alleen reactief te beantwoorden maar ook proactief te zien wat we daar kunnen betekenen. 

Jeroen: Iets waar ik ook heel benieuwd naar ben, je zit hier in Brussel, is dat niet heel prettig? Want veel van de financiële wetgeving en directives komt toch uiteindelijk uit Brussel, uit Europa. Is dat een voordeel? 

Karel: Ja, dat is zeker een voordeel. Brussel heeft misschien bepaalde nadelen. We hebben het daarnet over het verkeer gehad, toen je naar hier kwam. Maar inderdaad, Brussel is toch een smeltkroes van nationaliteiten, het is na Washington qua lobbyisten de grootste lobbyplek waar lobbyisten samen komen. Maar vooral de politieke beslissingen die hier genomen worden zijn wel belangrijk. Het is bijvoorbeeld ook fijn om dicht bij de European Banking Federation te zitten bij Wim Mijs, ook een Nederlander, die deze organisatie leidt. 

Jeroen: Maar hoe werkt dat dan praktisch? Is het prettig omdat je makkelijker even met elkaar kan afspreken in persoon? Is dat het voordeel of zit het ook in andere dingen? 

Karel: Uiteraard is dat het voordeel in normale omstandigheden. In voorbije maanden was het natuurlijk iets moeilijker om elkaar eens rechtstreeks en fysisch te zien. Maar ik denk dat dat wel heel belangrijk is; de fysische nabijheid is uiteindelijk toch een groot voordeel. 

Jeroen: Ik kan het dan met name vanuit de Nederlandse kant zien, wat de grootste uitdagingen zijn voor de financiële sector, voor de banken specifiek maar jij vertegenwoordigt meer de banken. Heb je een paar dingen die je kan noemen waarvan je zegt “Dat zijn echt grote uitdagingen voor ons”? 

Karel: Ja, op de eerste plaats is er de digitalisering en op zich moeten we natuurlijk duidelijk zeggen dat het niet alleen een uitdaging is. Digitalisering is ook een zegen, zeker ook nu in de corona-tijd hebben we allemaal vastgesteld wat we aan de digitalisering hebben en hoe positief dit is. Natuurlijk moeten we zien dat wij als sector enorm inzetten op digitalisering en dat is zeer belangrijk. Het gaat verder in die richting maar we moeten wel oppassen dat we iedereen op die digitale trein krijgen. Dus het thema van de digitale inclusie is iets waar wij als sector en als sectororganisatie veel belang aan hechten. 

Jeroen: Dat is helder, dat kan ik me voorstellen. Voor jou zelf, hoe was het afgelopen jaar? Want je bent nu een tijdje betrokken maar ook nog geen jaren of langer. Hoe was het om op deze manier te starten in een groot deel corona-perikelen? 

Karel: Ik heb juist in het begin van de crisis getekend, dus ik wist al een beetje wat op mij af zou komen. Dus in die zin was het geen totale verrassing maar ik moet toch eerlijk zeggen dat ik nooit gedacht had dat die crisis zo lang zou duren. We dachten toen – die gesprekken waren in februari vorig jaar – “Er komt wel iets op ons af maar dat zal wel na een paar maanden wegebben.” Maar we hebben allemaal vastgesteld dat het veel langer duurde dan gepland. Dat was natuurlijk ook, en ook voor onze organisatie, een belangrijk feit waarmee we rekening hebben moeten houden. 

Jeroen: Was het ook zwaar voor jezelf? Want alle medewerkers digitaal leren kennen, normaal zou je gewoon iedereen kunnen toespreken. Was dat zwaar? 

Karel: Dat was toch wel even wennen in het begin. Ik heb mij beholpen met alle digitale middelen die er zijn. Gelukkig zijn die in overvloeden aanwezig maar wat je toch mist is het informele aspect. Dus dat je tussen twee vergaderingen door even met iemand kan afstemmen en zo verder, dat was er helemaal niet. Dus ik heb ook wel heel sterk ingezet in het begin om uitvoerig met alle medewerkers te praten en ook breder; niet alleen over professionele topics maar ook op persoonlijk vlak heb ik geprobeerd hen wat beter te leren kennen. 

Jeroen: Ik kan me voorstellen dat dat belangrijk is. Want hoeveel mensen werken er bij Febelfin? 

Karel: Wij zijn met in totaal een 65-tal waarvan 45 bij Febelfin as such en een 20-tal bij Febelfin Academy, dat is ons opleidingsinstituut. 

Jeroen: Dat vond ik interessant, dus jullie hebben jullie eigen opleidingsinstituut en maken daar alle organisaties gebruik van? Hoe werkt dat? 

Karel: Ja, inderdaad. Qua entiteit staan die los van ons, die hebben een onafhankelijke positie. Ik zit daar in de board. Dus alle banken zijn ook vertegenwoordigt in die board. Dat is inderdaad een service verlenen aan alle financiële instellingen. 

Jeroen: Helder, dat is wel een interessant model. We gaan straks nog veel verder terug naar wie jij bent en hoe je uiteindelijk op deze positie terecht bent gekomen. Maar wat ik heel interessant vond, ik noemde het in de inleiding al even, je hebt ook een lange staat van dienst in de executive search. Ik weet niet of dat de term is die je zelf daarvoor gebruikt? 

Karel: Ja. 

Jeroen: Nu ben je toch weer waar je ook begonnen bent, namelijk in die financiële sector, in die bankenwereld. Vanwaar die overstap? 

Karel: Ik heb wel uiteraard een warm hart voor de sector op zich en omdat ik daar eigenlijk heel mijn carrière gewerkt heb vanuit verschillende perspectieven. Zoals je zei, eerst als advocaat, dan als bankier, tien jaar Deutsche Bank, dan ook nog bij B-post Bank en ook bij B-post, waar ik het netwerk geleid heb. Dan uiteindelijk, zoals je zei, bij Egon Zehnder, waar ik ook altijd in de financiële sector gewerkt heb maar dan vanuit het perspectief van het talent management in brede zin, waar je toch een uniek perspectief krijgt op de samenleving en met name op de financiële sector. Dat zowel vanuit bankenkant maar ook vanuit het standpunt van de toezichthouder, bijvoorbeeld, waar ik de gelegenheid heb gehad om ook bijvoorbeeld voor ECB en zo verder te mogen werken. Dat helpt mij vandaag ook, al die contacten die ik toen opgebouwd heb, dat helpt mij zeker. Maar contacten, het gaat werkelijk over echt goede relaties die je opgebouwd hebt met mensen en ook, althans zo zie ik het, vertrouwensvolle relaties. En dat is belangrijk, denk ik, als basis om die job ook verder goed te doen. 

Jeroen: Ja, dat kan ik me voorstellen. Want alleen iemand kennen is wat anders dan iemand ook vertrouwen en ook echt iets gunnen en doen. Maar toch nog even – want ik ben heel nieuwsgierig – hoe gaat zo’n overstap? Je bent global partner bij Egon Zehnder, je had daar een lange staat van dienst, hoe word je dan CEO van Febelfin? Hoe gaat zoiets en waarom wilde je het? 

Karel: Waarom ik het wilde, laten we daarmee beginnen. Ik had dus, zoals je zei, een lange staat van dienst bij Egon Zehnder, ik vind het nog altijd een fantastische organisatie, het is een private partnership. Ik heb er heel veel geleerd, ik heb daar heel fijne mensen leren kennen. Mijn hart ligt voor een stuk zeker ook nog daar maar ik wou toch nog eens iets anders doen. Ik vind het fantastisch, de job die ik nu heb, de financiële sector as such kan je natuurlijk ondersteunen, je kan daar hun belangen verdedigen enerzijds maar je kan ook de bredere maatschappelijke belangen dienen. Die combinatie vind ik fantastisch. De generatie waar ik ben, bijvoorbeeld als we het over duurzaamheid hebben, ik denk dat onze generatie waarschijnlijk qua duurzaamheid wel hier en daar steken heeft laten vallen. Als je dan in die functie vanuit Febelfin daar nog iets aan kunt doen – ik blijf heel bescheiden want wat wij doen is natuurlijk altijd beperkt – maar daar wil ik echt mijn schouders onder zetten, om daar ook die sector te ondersteunen in de doelstellingen die ze daar stellen. 

Jeroen: Het is nu twee keer teruggekomen, we moeten misschien toch heel even alvast op sustainable finance ingaan. Wat kunnen jullie daarin precies betekenen? Het komt vaak terug in deze serie, ik ben ook benieuwd wat er concreet kan gedaan worden vanuit de sector. 

Karel: Belangrijk is dat er enerzijds natuurlijk de overheid is die duidelijk – dat zie je komen – de financiële sector gaat inschakelen als instrument om hun ESG-doelstellingen te realiseren. Dat is natuurlijk een heel belangrijke rol die wij als banken krijgen maar wij moeten erop toezien dat we daar onze eigen accenten leggen als bankensector en dat we zoiets ook uit overtuiging doen en dat we daar zien “Waar kunnen we aanknopingspunten vinden om onze leden in die richting te motiveren?”, maar ook vanuit de eigen belangen van de sector. Anders zal het niet werken. Als het iets is dat enkel opgelegd is van boven werkt het niet. Maar we moeten zien “Wat zijn de punten die banken zelf willen? Wat drijft hen, wat zijn hun motivaties en hoe kunnen we daar een koppeling maken?”

Jeroen: In welke hoeken denk je dat specifiek de grootste bijdrage kan liggen, de echte grote quick wins? Is dat dan – zoals ik zou denken – financieren, van “Waar financieren we in?”, of gaat het meer aan de asset management kant, van “Waar beleggen we in?” Waar zou jij het vooral in zoeken? 

Karel: Wij hebben – en dat is toch iets waar we best fier op zijn – een initiatief genomen, dat is nog mijn voorganger die dat geïnitieerd heeft, dat is een towards sustainability label dat we opgezet hebben en dat is een label dat dus financiële producten een duurzaamheidserkenning wil geven. Dat is een initiatief van Febelfin geweest en dat is zo succesvol – dat is twee jaar geleden opgericht – dat het vandaag het meest succesvolle label in Europa is op dat vlak. 

Jeroen: Wat doet het precies? 

Karel: Het label geeft dus aan financiële producten een label van duurzaamheid. Men vraagt het label aan bij het CLA. Dat is een aparte organisatie die we in het leven geroepen hebben die het organiseert en daaruit worden dan die financiële producten geselecteerd die deze toekenning kunnen krijgen. Dat is zeer succesvol gebleken. Natuurlijk is het een grote uitdaging want die regelgeving verandert vanuit Europa, dus we hebben nu een paar weken geleden een herziening van de criteria gedaan met deze organisatie. Dat is een complex proces geweest want je hebt daar met verschillende stakeholders te maken. Ik geloof dat we op dit ogenblik iets van een 350 miljard euro aan producten hebben die dat label gekregen hebben. Dat is iets waar we zeker verder willen op inzetten. Dat is één voorbeeld waar de financiële sector een rol kan in spelen. 

Jeroen: Dat is mooi, dat vind ik heel interessant. Dat label is echt voor consumenten of is het ook voor producten die jullie aan bedrijven verkopen? 

Karel: Het is een label dat gegeven wordt aan producten, het is dus niet aan organisaties. Maar elke organisatie kan dat label aanvragen en dat wordt dan volgens de criteria die er zijn toegekend. 

Jeroen: Mooi, interessant! We hadden het er al even over – even weer terug naar jou – van de executive search nu weer terug naar de financiële kant. In die executive search tijd, wat heb je allemaal geleerd over mensen? Want je hebt onvoorstelbaar veel mensen voorbij moeten zien komen, bijna allemaal op het hoogste niveau, hiërarchisch gezien, binnen die bedrijven en organisaties waar je voor werkte. Komt er bij je boven wat nou de meest leerzame dingen zijn geweest? Want er zijn weinig mensen die zoveel mensen op dat niveau hebben mogen spreken als jij, waarschijnlijk. 

Karel: Dat is juist en ik voel mij daar ook bevoorrecht in en dat is een grote rijkdom. Wat ik geleerd heb, uiteindelijk is iedereen anders en als je werkt in executive search mag je nooit in de val trappen van “Ik ken het lesje hier nu wel en ik weet hoe het werkt.” Je moet altijd nog een zekere nieuwsgierigheid opbrengen en verwondering over de mensen. Als je dat niet meer hebt stop je er beter mee. Dus dat er een zeker cynisme zou ontstaan en zo verder van “I’ve seen it all, I’ve done it all“, ik denk dat dat heel belangrijk is. Ik denk dat je ook goed moet kunnen luisteren, dus dat je je inderdaad openstelt naar het verhaal van zowel natuurlijk je cliënten op de eerste plaats maar dat je ook naar je kandidaten kan luisteren. Als je die twee op een bepaalde manier of op een bepaald moment kan matchen is het het meest fantastische beroep dat er bestaat, natuurlijk. 

Jeroen: Waarom was je er zo goed in? 

Karel: Dat ik er zo goed in was… 

Jeroen: Anders was je niet jarenlang global partner. 

Karel: Waarschijnlijk is die luisterbereidheid en luistercapaciteit wel belangrijk geweest, ook op een bepaald moment toch een zekere raad die je geeft of toch inderdaad aanbevelingen en niet alleen over een bepaalde opdracht of een specifiek iets, maar algemene raadgevingen die je ook zou geven aan je zoon of aan een vriend of wat dan ook. Ik denk dat dat de mensen enorm waarderen. 

Jeroen: Heb je het publiek, de mensen die jij plaatste, zien veranderen? Het soort of de achtergronden? Is er veel veranderd in die 20 jaar dat jij daarmee bezig was? 

Karel: Ik denk dat de verwachtingen van klanten wel veranderd zijn. Men is veeleisender geworden. Ik denk dat ook de sector misschien iets moet oppassen, en nu spreek ik niet over Egon Zehnder in het algemeen, dat de mensen niet te veel in vakjes gezet worden van scoring van bepaalde competenties. Dat is uiteraard belangrijk en je moet kwalitatief een zekere vergelijkbaarheid moeten kunnen opzetten. Benchmarking moet je zeker doen, maar je mag daar niet te ver in gaan. Ik denk dat je altijd de kandidaat in zijn geheel moet blijven beschouwen. 

Jeroen: En de opdrachtgevers in de financiële sector, zijn die ook hele andere dingen gaan vragen van jou als degene die met goede kandidaten moet komen in de loop der tijd?

Karel: Inderdaad, bijvoorbeeld de functies zijn natuurlijk ook gewijzigd. De laatste jaren zie je een enorme nadruk op ook alles wat compliance betreft en dat soort zaken. Maar nu ook meer en meer de duurzaamheid die erbij komt, meer digitale profielen. Dus daar is er enorm veel veranderd, wat dat betreft. Maar uiteindelijk, het evolueren van de competenties as such is relatief weinig veranderd, vind ik persoonlijk. 

Jeroen: Waar ik ook nieuwsgierig naar ben, in al die enorme hoeveelheid gesprekken – ik zit er steeds mee in mijn hoofd – je hebt zoveel van die top van de financiële sector voorbij zien komen, de drijfveren van deze mensen, waarschijnlijk zeg je “Dat is ook heel divers”, maar zijn er een paar rode draden uit te halen waarvan je zegt “Dat komt wel vaak terug”, waardoor ze gedreven worden om echt in die top van de financiële sector te willen opereren? 

Karel: Je kan daar moeilijk een algemene lijn in trekken; je hebt verschillende soorten van motivatie. Je hebt mensen die gemotiveerd zijn door prestaties, het bereiken van doelstellingen, anderen zijn meer gedreven door macht, dus dat ze invloed kunnen uitoefenen. Macht is misschien niet het mooiste woord maar het gaat over invloed uitoefenen op anderen en anderen zijn gedreven door meer harmonie van erbij te behoren. Dus dat is heel verschillend. 

Jeroen: Heb je weleens mensen geplaatst waarvan je achteraf dacht “Dat is toch geen goede zet geweest”? 

Karel: Ik ben ervan overtuigd. Er zijn een aantal honderden geweest, je hebt altijd wel dat je achteraf zegt “Dat was misschien niet een ideale plaatsing”, dat is zeker. Maar daar leer je ook uit. Het is een zeer harde sector in die zin dat als je dat te veel overkomt je gewoon out bent. Want je bent eigenlijk maar zo goed als je laatste opdracht omdat die wereld van opdrachtgevers zeer klein is en als je daar een grote fout maakt is dat heel snel geweten. 

Jeroen: Helder, ik kan het me helemaal voorstellen. Kom je nu nog veel mensen tegen, CEO’s die je geplaatst hebt of Raad van Bestuursleden die nu bij jou klant zijn? 

Karel: Dat is heel prettig. Ja, toch wel. Dat is heel leuk. Uiteraard zijn er Chinese walls, dus hetgeen wat ik toen kende qua bedrijfsinformatie, dat ga ik uiteraard niet hier gebruiken maar voor mijn eigen vorming is dat zeer belangrijk geweest. 

Jeroen: Als we dan wat verder teruggaan, je bent destijds gestart in de advocatuur en toen ben je de financiële sector ingegaan. Kan je mij meenemen hoe dat kwam? 

Karel: Dat is een goede vraag. Als ik nog studeerde had ik nooit gedacht om ooit in de financiële sector te werken. Het leek mij zeer saai, zoals ook verzekeringen, ik dacht “Dat is iets wat ik niet wil doen.” Maar toen ik advocaat was kreeg ik een advertentie te zien van Deutsche Bank hier in Brussel, ze zochten een account manager en gezien ik na mijn studies nog een jaar in Duitsland gespecialiseerd had vond ik dat toch wel interessant omdat dat een mooie match was; ik kon die ervaring uit Duitsland inzetten. Ik heb toen gewoon een briefje gestuurd om te zeggen “Ik ben wel geïnteresseerd” en ik ben dan uit die selectie gekozen en dat is voor mij een enorme motivator geweest om dan nog verder te zien hoe ik die weg kon bewandelen. Ik heb me dan ten volle daarin gesmeten, zoals men hier in België zegt. Ik dacht “Een paar jaar financiële ervaring kan zeker geen kwaad.” Dat heeft mij zo gegrepen dat ik toch bijna tien jaar bij Deutsche Bank gebleven ben. 

Jeroen: Wat was het dan specifiek wat je aantrok? 

Karel: Bij Deutsche Bank was het zo, dat was toen natuurlijk nog een andere organisatie dan wat het vandaag is, dat waren nog andere tijden. Ondertussen, zoals je weet, heeft de bank al heel wat meegemaakt. Maar wat mij toen enorm interesseerde was het feit van een grote internationale instelling waar je als jonge medewerker zeker in zo’n buitenlands filiaal onmiddellijk naar grote bedrijven mocht gaan en daar je ding doen en dan financiële producten verkopen zonder dat daar op lokaal vlak een grote hiërarchie was. Dus daar heb ik eigenlijk vleugels gekregen en op een bepaald moment kreeg ik de gelegenheid om naar Duitsland te gaan. Ik vond het wel belangrijk om naar het moederland te gaan, bij wijze van spreken, omdat je anders altijd een buitenstaander blijft. Dus daarom vond ik het wel belangrijk om in Duitsland zelf ook te kunnen werken. Daar kreeg ik de gelegenheid om een regio te leiden. Ik was natuurlijk de enige niet-Duitser die toen een regio leidde. Maar daar heb ik heel veel geleerd. Mijn vrouw is huisarts en die is dan ook mee verhuisd naar Duitsland. Ze heeft daar ook een praktijk gestart. We hebben daar echt wortels geschoten, bij wijze van spreken. Dat is een fantastische tijd geweest, de kinderen zijn daar naar school geweest en die spreken nog van deze periode, dus dat was heel leuk. 

Jeroen: Die spreken ook allemaal Duits nu? 

Karel: Inderdaad, de oudste spreekt perfect Duits, de jongeren waren toen nog iets kleiner, die hebben nog wel een paar resten maar niet meer zo veel. 

Jeroen: Wat grappig. Want je had ook al in Duitsland gestudeerd, dus jijzelf had al een bepaalde band met Duitsland. 

Karel: Ja, inderdaad. Dus door het feit dat ik daar gestudeerd had was de taal mij ook niet vreemd en ik kon mij daar snel integreren. 

Jeroen: Het is een heel gevaarlijk onderwerp, maar ik vind het toch leuk om het met een voormalig executive search man te hebben over cultuurverschillen. Duitsland, België en Nederland, hoe kijk jij naar die drie landen? Zijn er inderdaad hele grote cultuurverschillen? Je hebt heel internationaal gewerkt, zie je toch ook heel veel overlap? 

Karel: Ik zie verschillen maar ook veel gelijkenissen. De manier waarop bijvoorbeeld het bancaire beroep uitgeoefend wordt, daarin hebben Nederland en Duitsland heel wat gemeen. In Duitsland heb ik enorm genoten van het feit dat je als niet-Duitser volledig dezelfde kansen kreeg als een Duitser binnen een zo grote organisatie. Ik heb nooit het gevoel gehad “Hier ben je maar het vijfde wiel aan de wagen.” Dat was een enorm motiverende factor en ik denk dat zoiets ook in Nederland het geval zou zijn. Nederland staat ook heel open voor andere nationaliteiten, er zijn ook verschillende voorbeelden van Belgen in Nederland. Dat vond ik fantastisch. Ik denk eerlijk gezegd dat in België op dat vlak een inhaalbeweging plaatsgevonden heeft in de voorbije jaren, maar in die tijd was dat nog iets minder. 

Jeroen: Helder, dat is interessant. Heb je bepaalde mensen, en je hoeft ze niet bij naam te noemen maar dat mag wel, die heel veel invloed hebben gehad op jouw loopbaan tot nu toe? 

Karel: Mijn ouders, mijn broer, mijn familie, die hebben mij zeker gevormd in grote mate. Ik heb niet echt daarna een mentor gehad maar ik heb werkelijk een aaneenrijging van verschillende vrienden, collega’s, you name it gehad die mij echt gevormd hebben tot wat ik vandaag ben. Daarvan ben ik zeker overtuigd. 

Jeroen: We gaan straks nog even terug naar het begin van jouw leven maar kan je voorbeelden geven van wat die mensen jou hebben gebracht of hele cruciale momenten? Wat voor impact hebben ze op jou gehad? 

Karel: Een persoon, als ik er nu wat dieper over nadenk, die wel een grote impact op mij heeft is natuurlijk mijn echtgenote. Omdat zij mij nu ook al 35 jaar goed kent en ook wel eerlijke feedback geeft. Dat is natuurlijk iets, dat is een very precious gift dat iemand eerlijke feedback geeft. Dat is natuurlijk ook een belangrijk aspect, om te antwoorden op je vraag. 

Jeroen: Absoluut! Heb je daar nog een voorbeeld van, van haar of van anderen, waarvan je zegt “Dat was feedback waar ik echt zoveel aan heb gehad in mijn loopbaan”? 

Karel: Als je in België student bent ga je op kot. Dan ga je op kamers, meestal is dat een huis waar iedereen samenwoont, een beetje zoals een commune. Dat was een hele leuke tijd en we hebben daar fantastische jaren beleefd. Maar daar heb ik ook voor het eerst echt soms harde feedback gekregen van vrienden die het goed met mij meenden en zeiden “Karel, dat had je niet mogen doen of niet mogen zeggen.” Dat is iets wat op die leeftijd een enorme impact heeft en waar ik nog altijd dankbaar voor ben. 

Jeroen: Leuk! Je wordt er wel nieuwsgierig van. Als we helemaal teruggaan naar jouw jeugd, wil je er iets over delen hoe je bent opgegroeid? 

Karel: Ja, graag! Dus ik ben opgegroeid in West-Vlaanderen, in Brugge. Voor jullie in Nederland, West-Vlaanderen is in België bekend – en natuurlijk schematiseer ik een beetje – als harde werkers maar met een gezonde boerenmentaliteit. Dat zijn de West-Vlamingen. Ik ben opgegroeid in Brugge in een literaire familie. Mijn vader was boekhandelaar en mijn moeder was de dochter van een bekende schrijver hier in België, Stijn Streuvels. Ik weet niet of de naam jou bekend is maar waarschijnlijk zal er bij enkele Nederlanders een belletje rinkelen. Dat was de omgeving waarin ik opgegroeid ben. Het was een heel warm gezin dat mij alle kansen gegeven heeft en waar ik op een bepaald moment toch een andere richting opgegaan ben, niet de literaire richting. Ik heb een broer die wel Germaanse filologie gestudeerd en gedoctoreerd heeft, dat heb ik niet gedaan. Ik was meer een buitenbeentje en ben rechten gaan studeren. 

Jeroen: Boekhandelaar betekent dus eigenlijk ondernemer en je moeder was eigenlijk ook ondernemer als schrijver of zelfstandige. Wat betekent dat voor het gezin, hoe ging dat? 

Karel: Inderdaad, mijn vader als boekhandelaar was iemand die nog van het vroegere type van boekhandelaars was, die kende nog zijn boeken. Dus hij had veel van de boeken niet allemaal gelezen, natuurlijk, maar hij kon wel over elk boek iets zeggen. Ik denk niet dat er nog veel boekhandelaars zijn die dat doen. Wat ik mij zeer goed van hem herinner is dat het ook een zeer sterke clients first mentality was. Dus bij ons thuis, als er een klant belde of wat dan ook, alles moest wijken daarvoor. Dus dat is zeker iets dat ik geleerd en meegedragen heb van hem. 

Jeroen: Mooi! Zijn er bepaalde normen en waarden die je hebt meegekregen uit je jeugd die je altijd hebt meegenomen? 

Karel: Ja, en die normen en waarden zijn waarschijnlijk niet typisch aan mijn eigen familie geweest, ik denk dat heel wat Vlamingen of Belgen hetzelfde zouden zeggen, maar het is op de eerste plaats kwaliteit-georiënteerd maar het blijft bescheiden. Dus bescheidenheid is ook wel altijd belangrijk geweest; kom niet te hoog boven het maaiveld uit. Of als je dat doet moet het in kwaliteit zijn. Dus dat is wel iets wat belangrijk is. Maar ook de solidariteit is iets wat sterk heeft meegespeeld. Ik bedoel daarmee solidariteit naar de hele samenleving, dus het engagement is zeker iets wat ik meegekregen heb. Ik ben ook een paar keer jaarverantwoordelijke geweest op school en dat soort zaken waar je je dan inzet voor de gemeenschap. Ik denk dat dat iets is wat ik toch met de paplepel meegekregen heb. 

Jeroen: Waar kwam dan bijvoorbeeld uiteindelijk die motivatie voor master in financial management die je hebt gedaan vandaan? Bedacht je dat zelf of had je mensen om je heen? Hoe ging dat? 

Karel: Dat was heel simpel, ik had dus rechten gedaan en ik werkte toen bij Deutsche Bank en ik vond dat mijn kennis van de financiële wereld onvoldoende was en dat heb ik er dan in avondschool gewoon erbij gedaan. Dat was de motivatie. 

Jeroen: Ja, oké. Dat had ik eigenlijk anders moeten stellen. Ik had moeten vragen “Waarom ben je rechten gaan studeren?”, dat was natuurlijk de eerste studie. Hoe kwam je daarbij? 

Karel: Ik heb daar lang over nagedacht in het laatste jaar. Bij ons heet het laatste jaar van de middelbare school retorica. Ik vond dat een hele belangrijke keuze. Degene die mij daar uiteindelijk het meest in geholpen heeft om deze keuze te maken is mijn broer geweest, die vijf jaar ouder is dan ik. Hij zei “Als je een keuze maakt, probeer daar ook een soort maatschappelijke dimensie aan te geven. Wat vind jij belangrijk in het leven dat de samenleving zou verrijken of veranderen?” Ik had toen – en trouwens nog altijd – een sterk rechtvaardigheidsgevoel en ik had toen de illusie, maar uiteindelijk is het niet alleen een illusie gebleken, dat als ik rechten studeerde kon bijdragen tot een rechtvaardigere samenleving. Dat is dus mijn uiteindelijke motivatie geweest. 

Jeroen: Dat is wel interessant, je zei “Uiteindelijk is het geen illusie gebleken”, wat bedoel je daarmee? 

Karel: Omdat ik inderdaad vaststel dat de studie van rechten je een zeer goed denkkader geeft om bepaalde problemen op te lossen en bepaalde vraagstellingen. Dat juridisch perspectief helpt je wel om tot een – vind ik persoonlijk – rechtvaardiger oordeel te komen. 

Jeroen: Mooi verwoord! Wat motiveert Karel uiteindelijk in alle dingen die je doet? Wat is je drijfveer? 

Karel: Dat is een hele goede vraag. Ik heb het vaak moeten doen voor andere mensen; die vraag heb ik vaak zelf gesteld. Dus als je ze dan zelf moet beantwoorden is dat nog een ander paar mouwen, stel ik vast. Maar ik denk dat het bij mij een combinatie is van enerzijds het bereiken van bepaalde objectieven. I want to leave behind a legacy, dus dat je zegt “Dat zijn zaken waarvoor ik wil vechten en objectieven die ik wil bereiken.” Aan de andere kant is er ook wel een zeker harmoniebewustzijn bij. I want to belong to a group and I want to be a part of that to contribute, dat is zeker ook een belangrijke motivatie in mijn geval. 

Jeroen: Dus het team is heel belangrijk, als ik het even in mijn woorden mag zeggen. 

Karel: Ja. 

Jeroen: Je zegt “Dat zijn dingen waarvoor ik wil vechten”, wat voor soort onderwerpen zijn dat waarvan je zegt “Daar zit ik echt met meer passie dan in zijn algemeenheid in”? 

Karel: Waar ik echt voor wil vechten, dan komen we natuurlijk op het thema duurzaamheid, maar ik wil ook vechten op het ondersteunen dat we doen, dat is nu vertaald naar mijn huidige functie, het ondersteunen van de economie. Ik denk dat het een enorme belangrijke taak is in de huidige tijden dat we het geheel van mechanismen die de economie doen draaien dat we dat behouden en verderzetten. In sommige gevallen merk ik dat bepaalde stakeholders daarvan verschillende elementen in vraag stellen, maar ik denk dat juist een bloeiende economie een voorwaarde is om welvaart te creëren en ook om sociaal goed werk te kunnen doen ten dienste van de maatschappij moet je uiteindelijk een goed draaiende machine hebben die dat kan financieren. Als je dat niet hebt, dan gaat heel de machinerie stokken en daar wil ik mij ook voor inzetten. 

Jeroen: Dat is mooi. Dus eigenlijk zou je kunnen zeggen de bijna publieke rol van de banken, de rol die ze spelen als smeerolie van de economie. 

Karel: Ja, inderdaad. Ik persoonlijk vind dat daar in heel Europa, en zeker ook in België, banken vaak in een hoekje geplaatst worden van kritiek. Ten dele zal die kritiek een 10-12-tal jaar geleden zeker correct geweest zijn maar ik denk dat veel van die kritiek vandaag ten onrechte is. Zoals ik daarnet zei, omdat de banken een belangrijke transformatie meegemaakt hebben heb je ook een ander management vandaag dat veel meer dan vroeger rekening houdt met die maatschappelijke dimensie. 

Jeroen: Mooi. Als je kijkt naar trots en je kijkt van advocaat naar de bankenwereld, naar de executive search en nu naar de belangenvertegenwoordiging, kan je één of twee dingen noemen waar je zelf heel erg trots op bent? 

Karel: Dat is ook een goede vraag. Ik heb moeite om er daar één of twee uit te pikken. Waar ik wel trots op ben, ik denk dat ik in momenten van crisis en in moeilijke momenten wel ervaren heb dat – dat is althans de feedback die ik gekregen heb – om een grote meerwaarde te hebben. Of een meerwaarde, laten we het ‘grote’ aan anderen overlaten om dat te zeggen. Maar juist dan vind ik de adrenaline om op het gaspedaal te duwen en te kijken hoe we uit die moeilijke momenten komen. Dat is iets waarvan ik denk dat je vraag het meest beantwoordt. 

Jeroen: Dat is interessant, hoe komt het dat je dan juist nog sterker naar boven komt? 

Karel: Omdat ik dan juist de uitdaging groter vind. If the going gets tough, then you should be there. Dan heb je echt de uitdaging van “We moeten zien dat we het schip redden.” Dan vind ik het ook ‘leuk’, dat is misschien een verkeerd woord maar ik vind het goed en misschien wel voor een stuk ook leuk om dan je meerwaarde te tonen. 

Jeroen: Hoe doe je dat praktisch? Ben jij iemand die heel rustig blijft of juist heel hard gaat werken? Ik geef maar een paar suggesties, maar hoe pak je het aan als je in zo’n crisis terechtkomt? 

Karel: Ik denk wel dat ik uiterlijk wat rust kan brengen, dus dat ik die rust wel wat uitstraal. Of het innerlijk ook zo is, dat is een andere vraag. Ik denk het niet. Maar ik ben ervan overtuigd – en dat is misschien dan weer het West-Vlaamse dat naar boven komt – ik had een Duitse collega die mij eens gezegd heeft “Das Glück ist mit dem Tüchtigen.” Wat hij daarmee wou zeggen is dat je eigenlijk het geluk een handje kunt helpen door keihard te werken; dat je probeert verschillende opties te bekijken en inderdaad geen te grote risico’s neemt en dat je alles goed voorbereidt, dan kun je misschien inderdaad wel het geluk een handje helpen dan alles te veel aan het toeval over te laten. 

Jeroen: Dat is interessant. We hebben bij Leaders in Finance ook altijd een teaser en een pleaser. De pleasende kant komt wel goed met je literaire achtergrond, dat gaat namelijk altijd over boeken. Aan de teasende kant heb ik opgeschreven, en ik heb het nu even over België maar het had net zo goed Nederland kunnen zijn; het zijn allebei relatief kleine landen: België en Nederland zullen nooit zo voorop kunnen lopen als financiële centra zoals bijvoorbeeld Londen omdat ze onder andere kleinere landen zijn, omdat er bijvoorbeeld nog minder echt venture capital is of minder geld wordt ingestoken of minder risicobereidheid en welke andere reden je nog meer kan bedenken. Of zeg jij “Nee, ook landen zoals België kunnen wel degelijk helemaal vooroplopen in de financiële sector”? 

Karel: Ik denk dat we inderdaad een keuze moeten maken en dat we wel degelijk een voorloper kunnen zijn maar ik denk dat we dan heel goed moeten focussen op welk vlak we dat willen zijn. Je kan natuurlijk niet concurreren met een financieel centrum zoals Londen of New York of Singapore. Dat is uitgesloten. Maar ik denk wel dat daar nog potentieel is om je te positioneren op een bepaald vlak. Dus dat kan op ESG zijn; duurzaamheid, maar ook op innovatie. Dus inderdaad bijvoorbeeld een goede thuishaven voor fintechs te zijn en fintechs te ontwikkelen, waarom niet? Dat zijn bepaalde keuzes die je moet maken als sector. Natuurlijk ook vaak in overleg met de overheid, waar de overheid ook een zeker draagvlak moet helpen creëren. 

Jeroen: Hoe innovatief is de Belgische financiële sector als je dat een beetje vergelijkt met bijvoorbeeld Europa, heb je daar een beeld bij? 

Karel: Wij hebben daar inderdaad nog niet zo lang geleden een oefening op gedaan, om eens te kijken waar België zich daar verhoudt. Een belangrijke indicator daarbij is de interbancaire samenwerking, dus waar je als banken samen nadenkt over “Wat kunnen we als oplossingen bieden die uiteindelijk de consument ten goede komen?” Daar hebben we toch wel een mooie geschiedenis in België opgebouwd. Je hebt niet alleen organisaties zoals Euroclear of SWIFT die zich in België bevinden, maar je hebt ook het hele Bancontact-verhaal in het verleden en zo verder. Dus echt innovatieve zaken die binnen de Belgische sector tot stand gebracht werden. We hebben vandaag bijvoorbeeld ook It’s Me, ik weet niet of je daarvan gehoord hebt. Dat is een gemeenschappelijk project tussen banken en de telecomsector waar je een identificatie van klanten vergemakkelijkt en automatiseert. Dat zijn projecten die in België ontwikkeld zijn en inderdaad als samenwerking tussen verschillende banken. Dus daar geloof ik sterk in, dat dat zich nog verder kan ontwikkelen. 

Jeroen: Dat voorbeeld zal je wel aanspreken met je B-post verleden, of niet? 

Karel: Ja. 

Jeroen: Dat kan ik me zo voorstellen. 

Karel: Ja, zeker! 

Jeroen: Aan de pleasende kant, heb je een bepaald boek of bepaalde boeken die je erg aanspreken? Lees je graag? Zijn er bepaalde boeken die je graag cadeau geeft of anderszins? 

Karel: Tot mijn grote frustratie op dit moment koop ik op dit ogenblik meer boeken dan dat ik er lees. Ik heb ook graag een boek om het te bewaren voor later omdat ik dan altijd zeg “Ik zal later wel tijd hebben om het te lezen.” Dus ik moet eerlijk zeggen dat dat op dit ogenblik tekort komt. Ik probeer wel in de vakanties eens een boek te lezen maar dan zoek ik meestal niet de zwaarste literatuur maar dan ga ik vaak naar iets aangenamer of goede literatuur die niet te zwaar is. 

Jeroen: Heb je een bepaald boek waarvan je zegt “Dat wil ik hier wel delen”, dat je gelezen hebt en mooi vond? Iets dat je weleens aan iemand geeft? 

Karel: Bijvoorbeeld van Hugo Claus, Het verdriet van België is een boek dat ik met veel plezier gelezen heb. Maar zo zijn er nog heel veel die liggen te wachten. Als we elkaar eens binnen vijf jaar spreken hoop ik een paar meer gelezen te hebben. 

Jeroen: Mooi! Als het over boeken gaat is het misschien ook nog aardig om het even te hebben over je grootvader, je noemde het eerder, hij is een bekend schrijver. Heb je daar alles van gelezen of is er een specifiek boek van hem waarvan je zegt “Dat vond ik echt extra bijzonder”? 

Karel: Ik denk niet dat ik al alles gelezen heb, maar ik heb er wel een paar gelezen die ik bijzonder interessant vond of die mij toch geboeid hebben. Eén specifiek boek is het boek De Vlaschaard. Dat gaat over een boerenfamilie hier in Vlaanderen en het boek gaat eigenlijk meer specifiek over een generatieconflict tussen vader en zoon. De zoon heeft een boerenopleiding gekregen en komt terug met nieuwe technieken hoe het land bebouwd moet worden en zo verder. Dat conflict met zijn vader loopt uiteindelijk niet zo goed af en dat is toch een boek dat mij enorm gegrepen heeft. 

Jeroen: Mooi, leuk om te horen! Lijkt me bijzonder om een bekend schrijver in de familie te hebben. 

Karel: Ik heb daar zelf geen verdiensten aan maar ik vind het wel leuk. 

Jeroen: Dat kan ik me voorstellen! Elke gast bij Leaders in Finance stel ik ook dezelfde vraag, ik verzamel ze: Heb je tips voor mensen die nu beginnen in de financiële sector, of het nou bij een bank is of bij een fintech maar wel in de financiële sector, heb je dingen die je ze zou willen meegeven? 

Karel: Specifiek voor de financiële sector? 

Jeroen: Het mag ook breder maar wel voor starters. 

Karel: Wat ik als algemene tip op de eerste plaats zou geven is: Zorg ervoor dat je in je carrière ook voortdurend aandacht besteedt aan het thuisfront, dat je altijd een zeker evenwicht behoudt en je daar ook een evenwicht vindt voor jezelf. Het thuisfront kan natuurlijk familie zijn maar ook vrienden, dus dat je de band met die mensen niet opgeeft. Dat is een basiselement. Wat betreft de financiële sector zou ik zeggen – en daar hebben we al de gelegenheid gehad om met verschillende jonge mensen te praten via onderwijsinstellingen en zo verder – als je wil werken voor een sector waar enorm veel verandert en waar je eigenlijk toch ook voor de maatschappij iets kan betekenen, dan is de financiële sector daar uitstekend voor geëigend. Ik merk ook bij jonge mensen dat ze openstaan om inderdaad een beroep te kiezen maar ze willen ook een bijdrage leveren aan de samenleving en op dit ogenblik bied je de financiële sector daar inderdaad enorm veel kansen toe, omdat wij op zoek zijn naar mensen die juist ook die bijkomende dimensie ook vertegenwoordigen. 

Jeroen: Dat vind ik wel interessant, denk je dat dat genoeg bekend is bij mensen die nu gaan starten, die nu uit de collegebanken komen van de universiteiten als je iets wil bijdragen aan de samenleving? Waarschijnlijk denken niet veel mensen aan banken. Of wel? 

Karel: Nee, inderdaad. Dus daar is er nog heel wat werk te verrichten. Vorig jaar hebben we bijvoorbeeld events georganiseerd, ook een wedstrijd tussen hoge scholen en zo verder, waar we ons als sector gepositioneerd hebben. Ik denk dat we daar zeker en vast het stof er wat verder van af moeten nemen. Dat is toch vaak de perceptie die leeft, nog altijd een beetje gevolgd van die financiële crisis. Maar daar kunnen we een nieuwe generatie van jongeren aanspreken die daar echt hun ding willen doen en hun idealen ook realiseren. 

Jeroen: Mooi, interessant. Eén ding waar ik nog even op wilde doorvragen is, je zei “Vergeet je thuisfront niet.” Zeg jij daarmee eigenlijk ook – heel suggestief – je hebt heel veel mensen in de financiële sector gesproken, dat ze dat vaak wel deden, dat ze het vergaten? 

Karel: Ja. Dus dat is iets wat ik heel vaak meegemaakt heb. Vaak merk je ook dat die situaties thuis en die moeilijke situaties die er ongetwijfeld zijn ook wel een invloed hebben op je prestaties op professioneel gebied. Ik heb heel duidelijk gemerkt dat daar een belangrijke link is. Je kan die twee niet scheiden van elkaar. Je blijft uiteindelijk één persoon en het geluk in het leven is heel belangrijk en je straalt dat ook uit. Als je dat niet kent ben ik ervan overtuigd dat je ook minder goed je werk zal doen. 

Jeroen: Denk je dat die top, die leaders in finance, daar mee moeite mee hebben dan gemiddeld, of hetzelfde? 

Karel: Nee, ik denk niet dat die sector daar anders in elkaar zit dan andere sectoren. Natuurlijk zijn er jaren geweest dat de druk daar wel groter geweest is. Maar ik denk at the end of the day dat de financiële sector daar niet slechter in zit. In tegendeel, ik denk dat daar nu ook een bewustzijn is. Ik spreek nu over België, maar uit de gesprekken die ik met Eelco in Nederland heb vermoed ik dat er ook heel wat ingezet wordt op de waarden van inclusiviteit, diversiteit. Dus er wordt ook heel wat aandacht besteed op het welzijn van de medewerkers, de financiële sector speelt daar zelfs ook een vooraanstaande rol in om een voorloper te zijn. 

Jeroen: Dat is een mooi bruggetje naar de laatste paar vragen van het gesprek. Die gaan altijd over hoe je werk en privé managet en hoe je fit blijft, zowel fysiek als mentaal. Dat eerste heb je al gezegd, je vindt het heel belangrijk. Maar heb je het ook altijd zelf in de praktijk kunnen brengen in jouw carrière? 

Karel: Goede vraag. Inderdaad, ik moet zeggen dat ik daar niet altijd in geslaagd ben. Ik heb vaak vele uren gewerkt. Ik heb één groot geluk, nu zijn de kinderen al uit het huis, we zitten nu in de situatie dat mijn echtgenote ook zeer hard werkt. Dus in die zin kunnen we elkaar niets verwijten. Als we beide gelukkig zijn in het werk en elkaar daar ook in steunen is er geen echt vuiltje aan de lucht. Dus ik denk dat het anders geweest zou zijn indien je bijvoorbeeld een partner hebt die ‘s avonds al vanaf 18:00 zit te wachten tot je thuis komt. Dan is dat iets anders. Dus ik prijs mij gelukkig op dit moment dat dat niet het geval is. 

Jeroen: Maar hoe manageten jullie dat dan samen toen de kinderen klein waren? 

Karel: Daar is ons principe altijd geweest, mijn vrouw heeft het geluk gehad om altijd thuis te kunnen werken. Zij was huisarts en zij had haar praktijk thuis, maar wij hebben altijd ervoor gezorgd dat we ook voldoende ondersteuning hadden in het huisgezin. Dus de taken die we konden delegeren hebben we ook gedelegeerd. Uiteraard de belangrijke taken zoals er zijn voor de kinderen wanneer ze je nodig hebben, dat hebben we niet gedelegeerd, of toch in zo min mogelijke mate. Alhoewel we daar misschien ook weleens een steek hebben laten vallen. Maar dat is heel belangrijk, als je beide werkt moet je zien dat je het goed organiseert en dat je ook de nodige ondersteuning krijgt, anders hou je het niet vol. 

Jeroen: Deze lijn kan ik zelf ook helemaal volgen! Hoe blijf je fit, want je hebt een drukke baan en nu ook weer een drukke baan met veel uitdagingen. Hoe blijf je mentaal en fysiek fit? 

Karel: Tijdens het weekend ga ik graag golfen. Ik ben geen heel sterke golfspeler, dus vraag me niet naar de handicap. Maar ik doe het wel zeer graag omdat ik dan in de natuur ben samen met mijn echtgenote of met vrienden. Dus daar kan ik ook echt wel een evenwicht in vinden en dan heb ik ook de gelegenheid om mij te concentreren op het spel zodanig dat je dan ook alles even vergeet. 

Jeroen: Leuk! Ik ben toch benieuwd naar die handicap, maar dat ga ik maar niet vragen. Helemaal op het einde ben ik toch nog even nieuwsgierig, is er nog iets wat jij wil delen waarvan je zegt “Dat is iets wat mensen eigenlijk niet weten van mij, dat heb ik eigenlijk nooit verteld maar het is wel aardig om dat over mij te weten”? Ik heb al heel veel mogen vragen, maar is er nog iets waarvan je zegt “Dat is iets wat mensen niet weten maar het is wel boeiend”? 

Karel: Boeiend is het misschien niet maar het is een weetje. Om de vier jaar verjaar ik, dus dat is toch wel uitzonderlijk. Dat wil zeggen dat ik op 29 februari geboren ben. Het is een geintje, maar dat wil dus zeggen dat ik eigenlijk vandaag nog relatief jong ben. Ik kom nu stilaan in de puberteit. 

Jeroen: Dat is wel geestig! Mooi! Tot slot: Is er nog iets waarvan je zegt “Jeroen, dat had ik graag willen vertellen” of “Jammer dat je dat niet gevraagd hebt”? 

Karel: Nee, ik vind dat je heel breed gegaan bent en ik dank je voor het aangename gesprek. Ik vind het heel fijn om met jou daarover te praten. Je geeft de mensen echt de gelegenheid om zichzelf te zijn. Dus bedankt daarvoor! 

Jeroen: Alle dank gaat uiteraard naar jou. Bocca Coffee, dat ligt hier naast me, dat kunnen luisteraars niet zien maar jij ziet het wel. Dat is een bedrijf, een zogenaamd B-corps, een benefit corporation gecertificeerd bedrijf. Zij verzorgen het bedankje voor de tijd die jij en andere gasten erin steken. Heel erg bedankt daarvoor, heel leuk om hier in Brussel te zijn bij Febelfin. Ik ga jou en de organisatie volgen. Ik hoop vaker in België mensen te spreken maar voor nu, Karel, heel hartelijk dank voor je tijd! 

Karel: Dankjewel, altijd hartelijk welkom! 

Dit was Leaders in Finance, we hopen dat je deze aflevering met veel plezier hebt beluisterd. We stellen je feedback erg op prijs. Wat houdt je bezig en over wie wil je meer horen? Laat het weten via een Apple of Google review. Dat kan ook via de social media kanalen of direct via een email. We kunnen het enorm waarderen als je dat doet. Tot slot danken we onze partners voor hun steun, dat zijn Kayak, EY, Odgers Berndtson executive search en Roland Berger. Bedankt voor het luisteren!

Door deze site te gebruiken ga je akkoord met het plaatsen van cookies. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten