#79: Chantal Vergouw (transcriptie)

Transcriptie: Chantal Vergouw

Dit is Leaders in Finance: een podcast waarin we op zoek ga naar de mens achter het succes. We praten met leiders van nu en later over hun drijfveren, carrière en privéleven. Waarom? Omdat er meer gesproken moet worden in de financiële sector.

We willen de partners van deze podcast hartelijk bedanken voor hun steun, dat zijn Interim Valley, FG Lawyers, Odgers Berndtson executive search en Roland Berger.

Te gast in deze aflevering is de directievoorzitter van Interpolis, maar ze heeft ook tal van andere functies. If you want to get things done, ask busy people, zegt ze dan ook. Ze maakt onder meer graag tijd voor taken die met solidariteit te maken hebben. “Het noodlot is niet kieskeurig en geluk eigenlijk ook niet. Dus heel veel mensen hebben geluk en als je geluk hebt en je bent bijvoorbeeld succesvol, dan ben je heel erg genegen om dat toe te rekenen aan jezelf.” En dat is volgens onze gast niet altijd terecht. Ze groeide op tussen ondernemers. Toen ze voor het eerst een arbeidscontract kreeg was dat zelfs even wennen, zegt ze. “Dat je dus gewoon kunt pinnen terwijl je geen arbeid hebt verricht. Dat was in het hotel natuurlijk heel ongebruikelijk; je had alleen geld als je daadwerkelijk een kamer had verhuurd en wat had schoongemaakt.” Haar baan als directievoorzitter van Interpolis is mooi, maar soms ook zwaar, zegt ze. Niet elke keuze is even leuk. “Omdat je op een plek zit waarbij je dilemma’s krijgt voorgelegd of keuzes moet maken die niet makkelijk zijn, anders waren ze al gemaakt.” Haar tips aan beginners is: Gewoon knoerthard werken, en dat doet ze zelf ook. Onze gast in deze aflevering is Chantal Vergouw, je gastheer is Jeroen Broekema.

Jeroen: Welkom bij een nieuwe aflevering van Leaders in Finance. Deze week spreken wij met Chantal Vergouw, de directievoorzitter van Interpolis. Welkom, Chantal!

Chantal: Dankjewel!

Jeroen: Leuk dat je de tijd neemt om met ons in gesprek te gaan. Ter introductie het volgende over jou: Chantal is directievoorzitter van Interpolis, studeerde Rechten aan de Universiteit van Amsterdam en startte haar loopbaan als Management Trainee Banking bij de ING. Ze werkte vervolgens 15 jaar voor ING in een veelheid aan functies om vervolgens naar Interpolis over te stappen. In 2009 werd ze winnaar van de landelijke titel ‘Manager of the Year’. Nu is ze naast haar directievoorzitterschap ook commissaris bij Eureko Sigorta, een Turkse verzekeraar met een leidende positie in de bancaire distributie in Turkije. Buiten het professionele leven om is ze betrokken bij verschillende maatschappelijke non-profit organisaties. Bijvoorbeeld, om de met uitsterven bedreigde katachtige diersoorten op de kaart te zetten, is ze elf jaar als bestuurder en medeoprichter betrokken geweest bij Stichting Spots. Sinds 2021 is ze voorzitter van de Raad van Toezicht bij de Dierenbescherming. Daarnaast draagt ze de culturele sector een warm hart toe en is ze bestuurder bij Stichting Kunst en Onderneming Brabant (KoBra). Tot slot: Chantal is 44 en woont met haar partner en twee zoontjes in Utrecht. Ik dacht dat het misschien aardig zou zijn om te starten met Interpolis even neer te zetten. Bijna iedereen kent volgens mij de naam Interpolis, zeker onder deze luisteraarsgroep, maar kan je nog wat meer vertellen? Misschien kan je ook wat cijfers eraan koppelen?

Chantal: Ja, Interpolis is hopelijk inderdaad zeer bekend, het is een verzekeraar die zich vooral begeeft op de particuliere markt en de zakelijke markt en dan vooral ook de MKB-markt. We hebben ongeveer 200.000 zakelijke klanten en ongeveer 1,8 miljoen particuliere klanten, voortkomend uit de agrarische sector. Het is echt een fusiebedrijf. We hebben vanaf 1990 tot bijna 2005 altijd onder de vlag van Rabobank gewerkt en waren er ook onderdeel van. Rabobank heeft Interpolis verkocht aan Achmea, een grote verzekeraar, maar heeft daarin wel afgesproken om exclusief met haar te blijven samenwerken omdat we zo verklonken zijn met elkaar. We zijn eigenlijk één van de grootste bank-verzekeraars in Europa en zijn dat al sinds lange tijd. We zijn natuurlijk befaamd en bekend bij velen vanuit Glashelder. In de jaren 2000 is dat in alle hersenscellen bij iedereen zo geland en dat gaat er ook niet meer uit. Gelukkig maar.

Jeroen: Dat moet briljant bedacht zijn, als je aan die naam denkt. Volgens mij bij een heel groot percentage mensen komt die term meteen op. Of niet?

Chantal: Ja. Dat is iets wat ik altijd hoor. Wij hebben daar ook onderzoek naar gedaan want toen ik vijf jaar geleden startte was één van de eerste dingen die ik zei “Glashelder, hoe sterk ik dat nu eigenlijk? Moeten we daar niet een ander slogan van gaan maken?” Toen kwam eigenlijk al heel snel naar voren dat Glashelder eigenlijk verworden is tot merk. Dus op dit moment laten wij ook altijd ‘Interpolis glashelder’ als één woord zien en ook eigenlijk als één woord merk bijna. Ik kan helaas niet claimen dat ik de bedenker ervan ben.

Jeroen: Dat is wel een gouden vondst geweest. Het was waarschijnlijk toen nog niet meteen duidelijk dat het zo goed zou zijn. Als ik uiteindelijk zakelijke of particuliere klant – je noemde net enorme aantallen die klant bij jullie zijn – zou willen worden, dan ga ik wel via de Rabobank, geloof ik? Of kan ik ook helemaal onafhankelijk bij jullie terechtkomen?

Chantal: Nee, het is inderdaad altijd in combinatie met de Rabobank. Dus het kan wel zo zijn dat je via ons binnenkomt als nieuwe relatie. Maar het is ook de bedoeling dat je een relatie met de Rabobank start die eigenlijk het intermediair is, die daardoor ook een heel groot deel van de dienstverlening invult voor Interpolis klanten. Wat we natuurlijk het liefst zien is dat wij, omdat we zo verklonken zijn in hoe wij zakendoen en ook hoe we met klanten omgaan, dat het ook fijn is als er vanuit Rabobank een totale overview is over mensen hun financiële situatie en positie. Daar hebben verzekeringen natuurlijk ook een hele logische plek in.

Jeroen: Helder. In mijn voorbereiding, waarbij ik zowel naar jou geluisterd heb op een aantal plekken als ook dingen gelezen heb op de website, viel mij op dat jullie het heel vaak over vertrouwen en verantwoordelijkheid hebben. Ik las ook dat jullie verantwoordelijk gedrag stimuleren. Wat bedoel je daar precies mee?

Chantal: Dat we ten eerste heel erg geloven in eigen verantwoordelijkheid en niet in betutteling. We geloven echt dat je een mens een hengel moet geven in plaats van vis moet voeren. Dat betekent ook dat we er eigenlijk alles aan doen om te voorkomen dat die verzekering zo ruim mogelijk is. Dus we geven eerst altijd inzicht in “Wat voor risico’s loop je eigenlijk?” Vervolgens kijken we “Wat kun je zelf dragen?” Er zijn ook gewoon risico’s en dat zijn eigenlijk geen risico’s voor sommige mensen. En “Welke preventiemaatregelen kun je met elkaar nemen?” Dan is het sluitstuk verzekeren en dat komt eigenlijk echt voort uit de DNA. Dus dat zit in het hart van de corporatie, maar zeker ook in het hart van Interpolis, het is opgericht door boeren. Die liepen risico’s op brand waarbij ze dachten “Dat kan ik niet zelf dragen, dus dat gaan we dan samen doen.” Maar samen dingen doen was niet alleen maar vanuit gezelligheid, misschien was het ook gezellig, maar het was vooral bedoeld vanuit welbegrepen eigenbelang. Dat welbegrepen eigenbelang is dat je een premie ook laag kunt houden met elkaar als je allemaal wel bijvoorbeeld compartimenteert in je stal of als je een elektrokeuring doet, waardoor je met elkaar een lagere premie draagt. Dus preventie zit in het hart van iedereen die bij Interpolis werkt en wij proberen dat ook echt besmettelijk op een prettige manier te laten overkomen bij onze klanten omdat wij uiteindelijk streven naar nooit schade hebben. We hebben ook afgesproken met iedere klant dat als je wel schade hebt, dan gaan we het fantastisch oplossen. Dan krijg je de rode loper. Maar we weten ook dat bijvoorbeeld een inbraak diepe sporen achterlaat. Dat is niet alleen maar een gestolen laptop; het is het onveilig voelen in je woning. Dat zie je natuurlijk ook met brand, maar zeker ook bijvoorbeeld met letsel. We kunnen er misschien straks bij stilstaan hoe wij dus ook proberen op allerlei mogelijke manieren hele grote schades die diepe sporen in mensen hun hart en hoofd en leven achterlaten om die dus echt te voorkomen.

Jeroen: Daar kunnen we nu even op ingaan, dat vind ik wel interessant. Kan je voorbeelden geven hoe dat werkt?

Chantal: Dan moet ik eigenlijk even terug in de tijd. We hebben op een gegeven moment gezien dat het aantal schades – autoschades, verkeersschades, verkeersslachtoffers – voor een heel groot deel voortkomen uit afleiding in het verkeer. Binnen die categorie afleiding is eigenlijk bijna altijd de smartphone betrokken. Dat leidt gewoon tot hele grote schades. Materiële schade is dan nog overkoombaar, maar ook het aantal verkeersslachtoffers en gewonden, er zijn ongeveer 58 gewonden per dag in het verkeer en twee doden per dag, als je dan zoveel kennis draagt als wij, dan moet je wat doen. Dat past ook bij onze roots, dus we hebben gezegd “We gaan Nederland proberen aware te maken”, door onderzoek te doen en getallen te delen. Maar dat is niet genoeg. Dus dat leidt tot “Oh, ja, interessant. Leuk.” Maar we hebben ook een gedragsdeskundige aangenomen die ons helpt met “Hoe kunnen wij nou Nederland vertellen dat je er echt mee moet stoppen?” We hebben een aantal dingen voor jongeren gedaan, dat heet PhoNo. Dus ze downloaden de app en dan is het ook belangrijk om hem te gebruiken, hoe zorg je daar nou voor? Ook weer door punten te sparen als je niet op je telefoon zit en dus daadwerkelijk hen ook een eigen keuze te laten maken waaraan ze dat willen besteden. Afgelopen jaar is dat naar de plastic soep in de Noordzee gegaan, om dat eruit te vissen. Daar zie je dus een enorme betrokkenheid want deze jongeren hebben dus echt het gevoel dat ze het goede doen, voor de samenleving en voor zichzelf en daarmee ook nog eens keer een doel wat hen aan het hart gaat financieel te kunnen steunen. Dan is de cirkel gewoon rond.

Jeroen: Dat is wel mooi, als het uiteindelijk ook leidt tot minder ongelukken, dan heb je het echt heel goed gedaan. Ik vind het ook wel mooi dat er uiteindelijk – alhoewel het niet jullie eerste drijfveer is – minder geclaimd wordt bij jullie.

Chantal: Ja, zeker.

Jeroen: Dat is waarschijnlijk niet primair waarom je het doet, maar secundair is het natuurlijk wel mooi dat dat ook gaat helpen op termijn, hoop je?

Chantal: Alles wat wij doen gaat eigenlijk altijd langs drie dingen. Er is eigenlijk een hele heldere meetlat binnen Interpolis: het moet goed zijn voor klanten, het moet goed zijn voor de samenleving en het moet ook goed zijn voor Interpolis. Dus dat is eigenlijk weer dat welbegrepen eigenbelang. We zijn geen stichting, we zijn geen filantropische instelling, maar we zijn wel een bedrijf dat het heel graag goed wil doen. We willen het goed doen voor iedereen in die driehoek, en dat is ook onze toetssteen. Dus elk initiatief gaat altijd langs die drie assen.

Jeroen: Ik kan me voorstellen dat de coöperatieve gedachte daar goed bij past. Volgens mij ben je daar ook heel enthousiast over.

Chantal: Ja, zeker.

Jeroen: Terwijl je natuurlijk ook in je vorige werk niet in een coöperatie werkte, ik vond het wel interessant om te vragen naar die coöperatieve gedachte. Iedereen die daarin werkt is er eigenlijk wel altijd enthousiast over. Maar toch is deze manier van werken niet heel groot in Nederland, bijvoorbeeld, of in de wereld. Heb jij enig idee hoe dat komt?

Chantal: Ik denk dat er een paar redenen zijn. Er zijn inderdaad verschillen, tegelijkertijd heb ik ook wel ontdekt dat mensen die het juiste willen doen overal rondlopen. Ook bij beursgenoteerde bedrijven en ook in coöperaties. Coöperaties zijn echt van oudsher. Wat je wel ziet is dat vaak de besluitvorming wat langzamer gaat. Dus het is vaak een wat meer bottom-up gedreven organisatiestructuur waarbij klanten – of een ledenraad of een ledenvereniging – eigenlijk de aandeelhouders zijn. Dat betekent dat dat grote stakeholders zijn die vaak een veelheid aan achtergronden hebben. Vroeger waren dat misschien alleen akkerbouwers of glassteenbouwers. Die hadden nog dezelfde levensomgeving en dezelfde bubbel. Maar als je zoals Achmea meer dan tien miljoen klanten hebt of zoals Interpolis ook, meer dan twee miljoen klanten, dan kun je eigenlijk niet meer spreken van één gedeeld belang. Om alles dan op koers te krijgen en ook gedragen te krijgen, dat heeft gewoon tijd nodig. Je ziet ook dat coöperaties altijd met multiple stakeholders werken, dus vanuit klanten, vanuit de samenleving, vanuit een financieel perspectief, vanuit medewerkers. Om dat allemaal op de pagina van consensus te krijgen, dat is best hard werken. Dat zie je ook wel vaak als factor, dat transitie en transformatie wat langer op zich laten wachten. Dat is een reden waarom niet altijd voor coöperaties wordt gekozen, maar ik zie nu juist weer een enorme opkomst van coöperaties. Soms in de vorm van bijvoorbeeld broodfondsen, waar vanuit samenhorigheid wordt gezegd, “Wij kennen elkaar, we hebben een gedeeld belang. Zullen wij samen geld in een mandje doen om een bepaald risico met elkaar te dragen?” Dat vind ik daar heel mooi aan. Het gaat heel erg over solidariteit. Solidariteit is iets in de samenleving wat we, zeker ook mede ingegeven door de afgelopen jaren, ook enorm voelen als iets waar we behoefte met elkaar aan hebben. Die verbondenheid, samen schouder aan schouder maatschappelijke fricties oppakken, oplossen, maar ook als er gewoon grote tegenslag is. Ik denk dat we allemaal herkennen hoe belangrijk dat is. Dat vertegenwoordigt de corporatie pur sang, denk ik. Maar nogmaals, ik heb ook bij vele bedrijven mogen binnenkijken in mijn loopbaan, omdat ik bij ING ook aan de financieringskant zat. Op zoveel plekken werken mensen die heel graag het juiste willen doen. Sterker nog: er zijn maar heel weinig mensen die ‘s ochtends opstaan en denken, “Ik ga er eens even een potje van maken.”

Jeroen: Het meest genoemde boek van deze podcast is ook De meeste mensen deugen, van Rutger Bregman. Dat is wel grappig. Maar daar komen we straks nog op. Waar ik benieuwd naar ben is: Hoe ben jij zelf bij Interpolis terechtgekomen?

Chantal: Ik werd benaderd door een headhunter, ik was er niet zelf opgekomen. En eigenlijk pas in de achteruitkijkspiegel dacht ik, “Het past me gewoon als een jas.” Dat komt door dat sterke DNA, dat zit echt in de spouwmuren. Dat is echt een diepe cultuur, die gum je ook niet zomaar even uit. Dat staat los van de leider, dat is echt een diepgeworteld iets. Dan kom ik weer even terug op ‘glashelder’, dat staat heel erg op mensen die vrij recht voor de raap zijn, dus gewoon zeggen waar het op staat. Het vertegenwoordigt ook heel veel kleurrijke mensen die durven tegen de stroom in te gaan en ook wel een beetje buiten de lijntjes te kleuren. Dat was in 2000, in de tijd dat al die verzekeraars natuurlijk nog potdicht zaten, grote gebouwen, dichte gordijnen. Als je een polis afsloot kreeg je een pakket thuis op de deurmat. Interpolis deed het anders; die vroeg niet twintig bonnetjes en verdacht je bijna van fraude als je een claim indiende, maar zei “Binnen 24 uur staat het op je rekening. We vertrouwen je.” We doen een keer een steekproef, dat klopt. Dus bewaar vooral alles wat je hebt. Maar ook alles op één pagina. De alles-in-één polis, maar ook op één pagina. Dat past mij heel erg.

Jeroen: Die headhunter benaderde jou, betekent dat dat je op zoek was? Of was je helemaal niet op zoek en dacht je, “Ik kan misschien nog wel 10-15 jaar bij ING werken?”

Chantal: Ja, zeker. Ik was echt met volle overtuiging een oranje leeuwin. Ik had ook net een baby’tje gekregen, dus ik zeg weleens gekscherend “Toen ik het selectieproces in ging was ik lichtelijk labiel want ik gaf nog borstvoeding en het kolfapparaat stond nog niet op Marktplaats”, dus ik was echt serieus helemaal niet op zoek. Sterker nog: ik stond voorgesorteerd voor een aantal opties binnen ING. Ik heb daar ook altijd met ongelooflijk veel plezier gewerkt en ik kijk daar ook nog met heel veel trots en waardering op terug, hoe dat bedrijf zich heeft vernieuwd en wat voor partij dat is waar ook ongelooflijk veel professionals werken. Ik heb er eigenlijk heel veel kansen gekregen.

Jeroen: Dat is wel grappig, als die headhunter dus niet was gekomen was je misschien nog één, twee of drie stappen verder in de hiërarchie van de ING. Dus hoe kunnen dingen lopen in het leven, hé?

Chantal: Je hoort weleens mensen die eigenlijk doen alsof alles een soort van recept heeft gehad, of een soort van predestinatie. Ik geloof daar zelf niet zo heel erg in. Dingen komen op je pad en dan kun je die kansen grijpen of niet. Het is ook goed om ze te onderzoeken. Maar ik had het zelf niet kunnen verzinnen, eerlijk gezegd. Maar ik snap het wel.

Jeroen: Ja, precies. Zoals Steve Jobs zegt, “The dots connect.” Als we helemaal teruggaan, was je wel van plan om in de bankenwereld te gaan werken op een zeker moment, al in je studietijd? Want toen ben je bij ING begonnen, in een traineeship.

Chantal: Nee, totaal niet. Ik zal je eerlijk zeggen, ik ben ooit aan rechten begonnen en niet van “Ik weet niks anders, dus laat ik dan maar rechten doen.” Echt met de volle overtuiging om ook in de juristerij mijn plek te gaan vinden. Mijn ultieme droom was verantwoordelijk worden voor het Pieter Baan Centrum of de vrouwengevangenis in Nieuwersluis, dat was eigenlijk mijn ultieme doel. Ik heb forensische psychiatrie gedaan en criminologie politierecht, dus eigenlijk een specialisatie strafrecht en daarna nog intellectuele eigendom. Ik heb ook in verband daarmee bij een advocatenkantoor lang als paralegal gewerkt. Ik heb bij de rechtencommissaris op de Haarlemse rechtbank gewerkt, ik zag mezelf eigenlijk als opperbevelhebber van de mobiele eenheid of zo’n soort rol bewegen en dan met als ultieme doel wat ik net zei. Maar doordat een vriendin van mij – hoe verzin je het – in de zomervakantie toen ik mijn scriptie aan het schrijven was naar een open dag van de ING wilde voor zo’n traineeship en zei, “Wil je met me mee? Anders moet ik alleen en dat vind ik leuk”, dacht ik, “Wat moet ik nou bij zo’n bank?” Maar goed, ik ging mee. Het waren namelijk gratis lekkere happen en je kon ook wat testjes doen, van die IQ-testjes, die dan wat inzicht gaven in wie je bent en wat je kon. Dus ik dacht, “Dat is altijd mooi meegenomen.” En zo geschiede. Zij vond het eigenlijk niet helemaal haar ding na het einde van die dag en ik dacht, “Nou, best wel heel erg interessant!” Ik wist niet wat er allemaal achter schuilging. Toen dacht ik, “Ik doe gewoon mee aan het selectietraject. Er bestaat dat een grote kans dat ik daar toch niet in terecht kom.” Toen bleek ik ineens heel goed te kunnen rekenen, dus was voor mijzelf ook verrassing.

Jeroen: Wat maakte uiteindelijk die hele interesse in het strafrecht, in de politie, het gevangeniswezen en al die dingen, dat je toch zei, “Dan zet ik dat overboord en ik ga dat traineeship doen”? Wat triggerde je?

Chantal: Dat had ook nog wel een andere oorzaak. Ik zag wel dat je in de advocatuur een loopbaan kon hebben, maar die loopbaan was wel vrij lineair en gespecialiseerd. Dus je bent dan bij wijze van spreken veertig jaar de btw-specialist op een bepaald onderwerp of je bent heel goed in het strafrecht en dan de sociale advocatuur, bijvoorbeeld, of arbeidsrecht. Dat vond ik wel wat eenzijdig. Ik vond ook wel dat de aandacht voor gedrag en coaching van mensen en leiderschap een andere plek had dan wat dat bijvoorbeeld bij een bedrijf als ING heeft. Waar je dus veel meer uiteenlopende rollen kunt vervullen waar je dus ook veel meer je eigen karakter en ontwikkeling verkent en ontwikkelt. Dus dat sprak me daar heel erg in aan.

Jeroen: Dus had je eigenlijk al bedacht – rationeel of gevoelsmatig – “Ik ga toch niet die kant op” en toen kwam dit? Of was het echt van, “Ik ga wel die kant op” en toen kwam dit en je dacht, “Dit is fantastisch; ik wil dit doen”?

Chantal: Nee, dat eerste. Dus er was al wel iets wat in mij zei, “Misschien moet ik het bedrijfsleven in, maar wat dan?” Dat vond ik dan ook wel weer heel erg lastig en daar ben ik dan eigenlijk per ongeluk zo ingerold en dat is heel goed bevallen. Maar inderdaad, de advocatuur en het specialisme was wel iets wat een beetje aan het broeden was, “Is dat het nou?”

Jeroen: Waar kwam de interesse voor die andere kant vandaan, het politie- en gevangeniswezen en die dingen? Wat was daar de aanleiding van? Weet je dat?

Chantal: Gewoon de inhoud van de vakken die ik deed, maar het zat ook wel heel erg in – en dat heeft later ook weer geleid tot werk wat ik als vrijwilliger bijvoorbeeld heb gedaan bij De Tussenvoorziening – dat je soms ziet dat mensen een verkeerde afslag in hun leven nemen of dat mensen onder minder gelukkige sterren zijn geboren en niet hebben geleerd wat het juiste is en daarmee eigenlijk de rest van hun leven daarom moeten bloeden. Dat vind ik onterecht; ik vind dat iedereen verdient om een nieuwe kans te krijgen in de samenleving. Ik ben blij dat er mensen zijn die opstaan voor mensen die net even dat zetje nodig hebben. Dan kom je een beetje op een dieper thema, ik zeg altijd, “Het noodlot is niet kieskeurig en geluk ook niet.” Dus heel veel mensen hebben geluk en als je geluk hebt en je bent bijvoorbeeld succesvol, dan ben je heel erg genegen om dat toe te rekenen aan jezelf. En te zeggen, “Ik was er ook bij en ik heb daar ook leiding aan gegeven en richting aan gegeven en ik heb afgezien, dus heb ik het eigenlijk verdiend dat het nu zo is gegaan”, alsof je daarmee ook zegt dat als dat niet is gebeurd in je leven, alsof dat ook een gebrek aan inzet of volhardendheid is geweest. Mijn overtuiging ten diepste is dat geluk en ongeluk niet zo heel ver van elkaar afliggen en dat het dus de plicht is van degene die geluk heeft om degene die wat minder gelukkig is of misschien niet altijd de hersenen heeft meegekregen of kansen heeft gekregen of dingen heeft kunnen leren, een zetje de goede richting op te geven. Dus daar heeft het allemaal wel een verband mee.

Jeroen: Ik heb al wel wat gelezen hoe jij bent opgegroeid, ik vond dat wel een indrukwekkend verhaal. Ik besefte ook zelf weer, voor de zoveelste keer, hoe beschermd ik ben opgevoed. Misschien zie jij dat zelf ook wel, dat je beschermd bent opgevoed, dat weet ik niet. Kan je er iets meer over vertellen, hoe je jeugd was?

Chantal: Ik ben opgegroeid bij mijn grootvader en zijn tweede vrouw in een familiehotel. Dat is voor mij eigenlijk niet zo bijzonder, want als kind is de wereld gewoon zoals die is. Pas later, als je erop terug reflecteert, dan zeggen mensen, “Jeetje, ben je opgegroeid bij je grootvader?” Dat had natuurlijk wel een oorzaak. Mijn moeder was al heel jong ziek en kon niet voor mij zorgen en is later ook gestorven. Mijn vader kon die zorgen ook niet op zich nemen. Dus zo belandde ik vanaf een jaar of 8-9 eerst bij mijn grootvader, daar ben ik opgegroeid. Alleen, rond mijn dertiende werd hij ziek en overleed hij ook. Dus dat was ontzettend verdrietig omdat hij natuurlijk ook die vaderrol vervulde. Maar in de achteruitkijkspiegel heb ik ook ongelooflijk veel van de omstandigheden geleerd, namelijk een familiehotel. Daar is wel een heel groot deel van wie ik ben en hoe ik nu naar de wereld kijk geboren. Dat was een hotel, maar ik zeg er altijd meteen bij dat het Hotel Jansen was en geen Marriott hotel met 200 kamers. We hadden elf kamers en eigenlijk was het gewoon zeven dagen in de week werken. Ik weet nog toen ik ooit bij ING startte, dat hele concept van weekend vond ik heel gek. Ik dacht, “Weekend? Oké, bijzonder.” Maar ook vakantie, dat je dus drie weken op vakantie gaat en dat je salaris is overgemaakt en dat je dus gewoon kunt pinnen terwijl je geen arbeid hebt verricht. Dat was in het hotel natuurlijk heel ongebruikelijk; je had alleen geld als je daadwerkelijk een kamer had verhuurd en ook wat had schoongemaakt. Maar ook hele basale dingen, we praten nu over agile werken en trial and error en abc-testing om te kijken wat werkt en wat niet bij klanten. Dat deden wij ook. Wij wilden een ster erbij, we hadden twee sterren en we wilden naar drie sterren. Dan moest er in elke kamer een radio en een televisie. We waren aan het uitproberen of een dekbed meer tevreden klanten opleverden dan lakens en dekens. Maar we probeerden ook altijd onze gasten naar ons restaurantje, eigenlijk onze eetzaal, te lokken om vervolgens te verleiden om naar de bar te gaan. Want daar zat natuurlijk ook meer marge op: Nog een drankje en nog een paar borrelnoten. Dus wat wij nu ‘share of wallet vergroten’ noemen, dat was daar ook gewoon aan de orde van de dag.

Jeroen: Mooi!

Chantal: Nu moet je werken aan je loyaliteit en aan lock-in, wij deden niets anders om te zorgen dat die gast zo’n goede tijd heeft, dat hij de volgende keer als hij in de stad is ook weer bij je terugkomt. Mijn opa zond mij dan uit in de zomervakantie, dan moest ik bedden schoonmaken en badkamers schoonmaken bij het collega hotel, letterlijk honderd meter verder, hotel The Corner, om toch eens even een oogje in het zeil te houden wat daar allemaal aan vernieuwingen plaatsvonden. Zo ging het gewoon.

Jeroen: Een soort spion was je.

Chantal: Ja. En nu huur je een heel duur consultancybureau in om jou een rapport te verschaffen over wat er in de markt gebeurt. Maar eigenlijk was het allemaal niet zo heel veel anders in essentie. Het heeft me veel geleerd over gastvrijheid, over klanten. Klanten willen misschien producten, maar ze willen vooral aandacht, betrokkenheid. Loyaliteit is wederzijds; dat is nooit een eenrichtingsverkeer.

Jeroen: Was je enig kind?

Chantal: Ja.

Jeroen: Op een bepaald moment bleef je dan bij je oma, de vrouw van je opa.

Chantal: Ja, ik heb daarna nog een klein uitstapje naar mijn vader gemaakt, maar ik was al redelijk vroeg zelfstandig op eigen benen. Vanaf mijn zeventiende ben ik al op mezelf in Amsterdam gaan wonen.

Jeroen: Je was al heel jong heel erg op jezelf aangewezen.

Chantal: Ja.

Jeroen: Je vertelde zo mooi dat er bij ING opeens vakantiegeld was en dat je het concept weekend niet kende. Betekende ook dat jij, vergeleken met je peers in dat klasje, steeds het gevoel had van, “Jeetje wat een verwende mensen allemaal”? Jij werkte makkelijk 40-50 uur en je dacht, “Dat is helemaal niet veel.” Of werkt het niet zo?

Chantal: Ik weet niet eens of ik zoveel naar anderen keek, maar ik ontdekte wel dat ik zelf bereid was om ver te gaan. Mijn eerste job als financieel adviseur, na het eerste traineejaar – dat is het eerste opleidingsjaar – startte ik op het mooiste kantoor van ING. Dat was kantoor Herengracht, nu nog steeds een kantoor waar volgens mij private banking en wealth management klanten worden bediend. Dat was destijds natuurlijk ook een heel bijzonder werkgebied. Ik kreeg een hele mooie portefeuille, maar één van de leukste dingen was dat ik Damrak, waar nu heel veel ondernemers zitten, ook als home ground kreeg om dan te gaan grasduinen en nieuwe klanten te veroveren. Eén van mijn eerste klanten was Won Yip, een hele bekende en grote ondernemer in Amsterdam. ‘Horecatycoon’ noemen ze hem, geloof ik nu. Ik was zo gewend om zaken te doen met mensen uit de horeca, de horeca was gewoon mijn domein. Wat ik vooral merkte is dat ik misschien wel fearless was om gewoon al mijn klanten te bellen. Ik had een portefeuille van iets van een 300-400 klanten. Waar anderen best wel terughoudend waren om klanten te bellen en hun relaties te bellen, ik belde iedere dag tien of twintig klanten. Dan vroeg ik hoe het met hen was, of er nog dingen speelden, of ik nog iets voor hen kon betekenen. Maar ook als ik een mooi aanbod had of een mooie actie. Dus binnen no time ging mijn portefeuille heel hard groeien, omdat ik gewoon de hele dag de boer opging. Ik zat ‘s avonds ook nog vaak wat uurtjes te werken. Ik kwam er snel achter dat ik wel die stap extra zette. Mijn partner had destijds ook een eigen bedrijf, dat mag nu allemaal niet meer, maar dat noemden ze dan ‘koud bellen’. Dan bel je mensen die geen klant van je zijn en je probeert hen te verleiden tot een afspraak. Dat deed ik ook nog in mijn vrije tijd erbij. De gemiddelde score is dan tien keer bellen, één keer iemand die een afspraak wil. Dus negen van de tien keer hangen ze gewoon op of ze hangen op met vriendelijkheid. Dus een ‘nee’ krijgen, een afwijzing, dat was voor mij zo gewoon.

Jeroen: Terwijl iemand anders daar doodsbang voor was, dacht jij “Weer een afwijzing, dat is een goed teken want langzamerhand komt er een ja”?

Chantal: Ja. Ik wist zeker dat er weer iemand ‘ja’ ging zeggen. Als ik er acht had gehad wist ik gewoon, “Dat betekent dat de ‘ja’ dichterbij is.” Dat klinkt misschien raar, maar dat heeft mij in die eerste baan – het niet bang zijn voor de ‘nee’, gewoon op gasten of klanten afstappen en toch misschien ook wel de brutaliteit – geholpen om een deal te vragen. Dat durfde ik wel. Ik was gewend door de bar om te zeggen “Zal ik nog een grap vertellen? Maar dan moet jij nog een bak borrelnoten bestellen”, zo werkt het gewoon.

Jeroen: In alles wat ik lees ben je nu heel open en je durft je heel kwetsbaar op te stellen over waar je vandaan komt en hoe je bent opgegroeid. Was je dat in het begin ook, toen je begon bij ING? Vertelde je ook iedereen “Ik ben bij mijn opa opgegroeid” en dit en dat? Was je er altijd zo open over?

Chantal: Ik ben in ieder geval niet schaamtevol, ik ben niet per se open. Als iemand het vraagt beantwoord ik een vraag. Ik zal er niet zelf over beginnen. Maar ik heb ook niet het gevoel dat het iets is waar er iets mee is. Voor mij – en dat vraag ik weleens aan vriendinnen van mij die ik al jaren heb, ook vanaf de lagere school – kinderen nemen gewoon de wereld zoals die is. Dus als je bij je grootvader woont, dan is dat wat het is. Daar was eigenlijk helemaal niks bijzonders aan. Dus misschien is dat het ook wel, het was gewoon.

Jeroen: Ja, het was normaal. Wat ik ook interessant vond is, dat hoorden we eigenlijk al een beetje, ik schreef de quote op: “Ik heb geleerd om langdurig af te zien.” Je kan blijkbaar gewoon ook lang werken. Deze quote komt je niet bekend voor, of wel?

Chantal: Ja, zeker.

Jeroen: Ik weet niet meer waar die vandaan komt, maar is dat iets wat je altijd bent blijven doen? Dat je ook echt keihard werkt en veel uren maakt om ook het verschil te maken?

Chantal: Ja, ik ben ook wel een beetje opgevoed met – om nog maar een quote erin te gooien – “Topsporter word je niet tussen 9:00 en 17:00.” Dat heb ik wel meegekregen vanuit huis. Als je ambitieus bent en je wil impact maken, dan vraagt dat soms ook een bepaalde effort en ook een positie en het vergaren van die positie gebeurt niet in jaar één en ook niet in jaar tien. Ik ben nu twintig jaar bezig, maar heb er wel veertig jaar op zitten als je kijkt naar de tijd die ik eraan heb besteed. Ik hoor natuurlijk ook weleens mensen zeggen “Het kost allemaal geen moeite.” Heel veel dingen kosten ook geen moeite, maar er zit wel heel veel tijd in en dedication en aandacht voor mensen, aandacht voor processen, om echt de inhoud goed te kennen van waar je mee bezig bent. Dat vraagt gewoon uithoudingsvermogen. Dus die uren heb ik wel gemaakt.

Jeroen: Zie je het soms ook als afzien?

Chantal: Afzien is misschien een groot woord, maar voor degenen die denken dat dit soort banen, maar ook banen die ik in het verleden heb gehad, dan zie je weleens dat mensen die net beginnen daar enorm tegenop kijken. Vaak vooral tegen de franjes die erbij horen. Dan zeg ik altijd gekscherend “Het is ook afzien.” Er zit gewoon een stuk in wat niet per se leuk is. Als mensen mij vragen “Heb je een leuke baan?”, dan zeg ik “Op sommige momenten is die heel leuk, maar ook heel vaak niet.” Je zit op een plek waarbij je dilemma’s krijgt voorgelegd of keuzes moet maken die niet makkelijk zijn want anders waren ze al gemaakt. Of die geen goede uitkomst kennen, die altijd ergens gaan pijn doen. Dus daar beleef ik geen plezier aan, maar ik voel me wel verantwoordelijk om ze te nemen en ik kan ze ook nemen.

Jeroen: Wanneer had je dat moment in je loopbaan toen je dacht “Het gaat wel goed, ik kan hier nog een stap maken. Ik kan daarvoor verantwoordelijk worden over zoveel kantoren. Misschien word ik misschien wel ergens een keer CEO.” Wanneer kwam dat punt, toen je dacht “Dat gaat gewoon gebeuren”?

Chantal: Ik zal je zeggen dat ik dat nog nooit heb bereikt, volgens mij. Het is meer dat andere en dat is een beetje wat ik vaak heb met mensen met wie ik werk, dat ik dan dingen in mensen zie die zij zelf nog niet zien. Dat is misschien ook wel het mooiste wat er kan gebeuren, dat mensen meer in je zien dan wat je wist dat er te zien was. Ik heb dus het grote geluk gehad dat ik in mijn loopbaan mensen ben tegengekomen die dingen in mij zagen of dachten dat ik dingen kon waarvan ik zelf niet had bedacht dat ik ze kon.

Jeroen: Wat voor soort mensen waren dat?

Chantal: Dat waren toch uiteindelijk mensen met wie ik wel echt heb gewerkt. Dus toch leidinggevenden, bazen of hoe je ze wil noemen, of mijn direct leidinggevende die ik in het veld tegenkwam, die me benaderden voor een job, maar ook wel gewoon door te bevestigen “Wat heb je dat goed gedaan” of “Wat een huzarenstukje.”

Jeroen: Heb je ook een concreet voorbeeld van iets wat ze in je zagen waarvan je dacht “Dat wist ik eigenlijk zelf niet dat ik daar zo goed in was” of waar je misschien wel het verschil maakte ten opzichte van anderen?

Chantal: Als je de vraag zo stelt durf ik te zeggen dat ik misschien dan wel toch het meeste heb teruggekregen, ook van mensen aan wie ik leiding heb gegeven, dat wie ik ben – en dat is ook wat ik graag wil zijn – open, transparant, de lat heel erg hoog leggen. Ik ben ook veeleisend, maar tegelijkertijd geef ik ook veel. Dat daar zo een enorme energie van uitgaat in positieve zin, dat mensen daar weer van aangaan. Mensen die dachten “Ik sudder hier rustig door” even weer helemaal ge-energized en super gefocust op hun doel afgingen en verder konden komen dan ze dachten, wat tot een enorme vreugde leidt. Dat ik dat kennelijk veroorzaak door gewoon met hen te werken, door te reflecteren, door op mijzelf te reflecteren. Door samen een wedstrijd te spelen en hoe leuk het is als je dan doelpunten maakt en dat je dan onderdeel bent van een team wat zich echt verbonden voelt, schouder aan schouder. Dat is wel iets wat kennelijk vaker gebeurt in mijn omgeving en wat ik ook wel heb teruggekregen.

Jeroen: Mooi verwoord! Die eindpositie als CEO, er is altijd wel iemand die ook…

Chantal: Iedereen heeft bazen, hoor!

Jeroen: In ieder geval de meeste mensen binnen jouw organisatie willen je zien als de ‘eindbaas’ of CEO van de organisatie. Hoe bevalt dat? Voorheen was je wel manager, je had natuurlijk veel mensen die je aanstuurde, maar dit is natuurlijk nog even iets anders, om echt de eindregie in handen te hebben.

Chantal: Je hebt nooit de eindregie, daar ben ik wel achter. Raden van Bestuur of Raden van Commissarissen, uiteindelijk zou je bijna kunnen zeggen, de enige die echt je baas is en je kan ontslaan is de klant door namelijk niets meer bij je te kopen. Dat is toch uiteindelijk wat het is. Misschien is dat wel het grootste inzicht. Vroeger, toen ik nog financieel adviseur was op de Herengracht, dacht ik “Als je toch verantwoordelijk bent voor zo’n kantoor, dat is dan toch echt het ultieme?” Ik geloof dat ik het zes jaar later werd op de Maliebaan in Utrecht en toen dacht ik “Maar zo’n regio dan…” Door heel veel geluk werd ik uiteindelijk heel kort daarop benaderd om dat te gaan doen. Er opent zich dus steeds een andere wereld en iedereen betaalt daar een prijs voor. Ikzelf, maar ook mijn gezin. Je kunt namelijk niet op twee plekken tegelijk zijn; je kunt niet 60-70 uur full dedication geven voor je bedrijf en voor de mensen die er werken en je nog druk maken over de kunst- en cultuursector en de dierenbescherming en cheeta’s en ook tegelijkertijd elke middag op het schoolplein staan. Dat zijn niet twee dingen die altijd samengaan.

Jeroen: We komen op het einde nog even terug op de werk/privébalans. Je hebt alvast de basis daarvoor gelegd, dat is heel erg mooi! Uiteindelijk ben ik nog nieuwsgierig, je hebt de werkkant, de loopbaankant en daarnaast doe je dus al die dingen waar je er net al een aantal van noemde. Dus de dierenkant, waar komt die drive vandaan?

Chantal: Ik heb er bijna geen verklaring voor. Al heel vroeg in mijn jeugd voelde ik me aangetrokken tot dieren. Dan hebben we het gewoon over de huis- en keukendieren. Dus een hond of een poes, maar niks bijzonders. Ik ben ook wel met dierenliefde opgegroeid, maar niet met excessieve dierenliefde of iets dergelijks. Ik weet wel dat ik het op een gegeven moment leuk vond om de collecten te doen voor de dierenbescherming. Dat is al heel veel jaren geleden, in mijn studententijd. Toen had ik een keer de hoogste opbrengst en daar begon het eigenlijk een klein beetje want dat jaar ging de opbrengst naar stichting BOS, dat is Balikpapan Orangutan Survival Foundation, die orang-oetangs beschermt op Borneo. De stichtingsdirecteur die dat bedrag in ontvangst nam zei tegen mij “Zou je het niet leuk vinden om voor ons werk te doen?” Ik zei “Wat is dat dan?” Dan moest ik op de Apenheul gaan staan bij het orang-oetang verblijf en daar moest ik dan kleine van kweekhout gemaakte slingeraapjes verkopen aan mensen in ruil voor geld. Met dat geld kochten we dan regenwoud waar orang-oetangs vaak uit de bomen worden geschoten voor hun baby’s – de baby’s gaan dan als huisdier naar rijke mensen in het Midden-Oosten of in Azië – die daar dus weer terug gezet konden worden en in vrijheid konden leven. Dat ben ik toen gaan doen, dat heb ik een aantal jaar gedaan. Daar ontmoette ik Simone Eckhardt, tot op de dag van vandaag de bestuurder van stichting SPOTS. Zij was reisleidster geweest in Namibië en zei “De katachtigen zijn heel erg bedreigd en de cheeta’s.” Het snelste landdier, zo prachtig. Er zijn er nog maar een paar en ook de leeuwen zijn heel schaars, dat weten een heleboel mensen niet. Er stond vandaag nog een heel groot artikel in de krant over de katachtigen en tijgers. Hun botten worden vaak voor medicinale doeleinden gebruikt, maar ze gaan ook vaak dood door canned hunting. Veel toeristen gaan naar knuffelfarms om met hen te lopen of de fles te geven en daarmee zijn ze eigenlijk vanaf dat moment ten dode opgeschreven want ze worden tam en worden dan vaak door rijke jagers in afgesloten gebieden alsnog afgeschoten. Dus toen ik die verhalen hoorde dacht ik maar één ding: “Ik wist het niet, maar daar moeten we natuurlijk wat aan doen.” Dus toen heeft zij het initiatief genomen om een stichting op te richten, stichting SPOTS (save and protect our treasures) met nog een andere vriendin. Met drie dames zijn we gewoon begonnen, er staat tot op de dag van vandaag een prachtige hele stoere stichting die echt zijn nek uitsteekt. Ik ben daar nog heel erg trots op, het maakt echt een verschil, ook in de lobby en in de politiek want daar kun je het meeste impact maken, naast een aantal hele grote projecten die we runden. Dus dat heb ik vele jaren met veel plezier gedaan, maar daar heeft zich natuurlijk wel die dierenwereld voor mij geopenbaard en wat er allemaal aan leed is en wat je allemaal kunt doen. Dus dat heeft ook gemaakt dat ik op een gegeven moment voor mezelf bewust heb gezegd “Ik heb werk waar ik geld mee verdien en ik vind het mijn plicht als je gewoon kennis, kunde en twee handen hebt en een werkend hoofd om ook onder het mom “Je leeft niet alleen maar voor jezelf om wat te doen voor de wereld buiten mijn gezinnetje en mijn eigen bubbel.” Ik wilde dat doen voor twee dingen, voor kwetsbare mensen, dus ik ben toen begonnen in Utrecht. De afgelopen acht jaar heb ik ook gewerkt bij De Tussenvoorziening. Ik heb een aantal jaar een prostituee begeleid die uit de prostitutie wilde stappen en ik heb de laatste jaren vooral mensen met een lastige financiële achtergrond en in de schuldsanering terechtgekomen zijn of onder bewind moesten komen geholpen met het huisraadboekje. En ik heb gekozen om altijd iets te willen blijven doen voor dieren. Dat heeft zich altijd in SPOTS vertaald en recent met ongelooflijk veel trots voorzitter van de Raad van Toezicht van Dierenbescherming Nederland.

Jeroen: Daar was ik nieuwsgierig naar, heb je je zelf gemeld of hebben ze je gevonden?

Chantal: Ik zal je zeggen hoe het is gelopen, ik had het er vanochtend nog over. Er stond een advertentie van een headhunter in het NRC en ik zat op een gemiddelde zondagmiddag te werken boven en mijn partner maakte er een foto van en appte die naar boven. Hij zei “Je hebt er geen tijd voor, maar ik moet het je volgens mij toch even zeggen.”

Jeroen: Met die opmerking ook, “Je hebt er geen tijd voor”, oftewel “Je mag het niet van mij”?

Chantal: Zeker wel, want hij is eigenlijk mijn grootste sponsor op dit punt. Dit kan alleen maar als je gezin je daar ook toe in staat stelt. Voor hen heb ik misschien wel de allergrootste waardering en ze zijn me het allerliefste, maar ook degenen die mij in staat stellen om dit te kunnen en mogen doen. Maar wat wel grappig was, want je moest dan een brief gaan schrijven, maar ik dacht “Dat ga ik niet doen.” Dus ik heb gewoon die headhunter die ik al kende een appje gestuurd en gezegd “Ik heb geen tijd, maar mocht je niemand kunnen vinden hoor ik het wel.” Toen kwam ik in gesprek en toen was de eerste vraag “U heeft best een druk bestaan als we het zo kunnen lezen. Heeft u daar eigenlijk wel tijd voor?” Toen zei ik “Nee.” En toen kwam ik met een uitspraak die heel erg bij mij past: If you want to get things done, ask busy people.” Dan maak je tijd; alles wat je belangrijk vindt in het leven, daar maak je tijd voor en dat doe ik dus ook voor de dierenbescherming.

Jeroen: Dat is wel een briljante manier om hard to get te zijn voor een functie: “Als je echt niemand kan vinden, dan hoor ik het wel!”

Chantal: Ja, want eigenlijk had ik er geen tijd voor.

Jeroen: Dat vind ik briljant, dat ga ik ook eens ergens proberen om te kijken of het werkt! Maar leuk dat je dat bent gaan doen. De rode draad vind ik wel interessant, je werkende leven en alle dingen die je daarnaast doet, het begeleiden van die prostituee of met de dierenbescherming of de stichting die je hebt opgezet. Is het niet eigenlijk toch meer dat het solidariteit is – dat woord gebruikte je eerder – of opkomen voor groepen die het wat minder hebben of het samen doen/er zijn voor andere mensen? Is dat niet bij beide zo of zoek ik nu iets wat er niet is?

Chantal: Nee, ik denk dat dat een waar woord is waarbij ik dat zelf niet zo had bedacht, maar als jij het zo zegt denk ik, “Ja, ik denk dat daar wel een grote overeenkomst zit.” Dus kwetsbaren, kwetsbare dieren, kwetsbare mensen die niet altijd voor zichzelf kunnen opkomen of die net even die hand kunnen gebruiken en die handreiking kunnen gebruiken, daar voel ik me wel tot aangetrokken om dat dan ook te doen.

Jeroen: Interessant! Ik vraag elke gast altijd een paar dingen die altijd terugkomen. Eén ervan is tips voor starters en het liefst in de financiële sector, maar het mag ook breder zijn. Wat zou je hen meegeven?

Chantal: Dat is een interessante vraag. Wat ik hen zou willen meegeven is eigenlijk wat ik net probeerde te zeggen. Dit is wat ik zelf ook heb geprobeerd: Als je jezelf goed kent, als je weet wat er in je hart en ook in je hoofd leeft, dat dat dan ook uit je handen komt. Dus dat je heel congruent bent in wie je bent en wat je doet. Dan kost het namelijk niet veel moeite en je kunt heel veel energie ontwikkelen. Als je veel energie ontwikkelt, en dus ook passie, zie je dat het besmettelijk is. Dat heb ik echt ervaren. Dus dat raad ik iedereen aan.

Jeroen: Mag ik daar even op ingaan?

Chantal: Ja, zeker!

Jeroen: Ik wil niet door je heen praten, maar hoe doe je dat? Het komt bij mij heel goed over, congruent zijn in wat je voelt en uiteindelijk ook daarin handelen. Dat levert energie op en dat is aanstekelijk en mensen gaan met je mee. Ik kan die hele lijn heel goed volgen. Maar hoe doe je dat praktisch? Als ik nu aan het begin van mijn carrière sta, hoe ik dat handen en voeten geven?

Chantal: Dat is lastig, dus daar kun je ook een beetje hulp bij vragen. Je hoeft het niet alleen te doen, je kunt ook een partner, een vriend, een broer, een zus, een vader en een moeder uitnodigen. Die kennen je namelijk supergoed. Ik zeg weleens gekscherend “Als ik op een gegeven moment heel raar begin te doen”, dat zeg ik weleens tegen vrienden, of als je echt denkt “Chantal, waar ben je gebleven?”, zeg het tegen me. Hou me met mijn pootjes op de grond. Waar ik altijd in geloofde, al heel vroeg, de strijd die ik soms lever voor die kwetsbare mensen of dieren, dat wil ik niet kwijtraken. Dus als ik daarin versleten raak, bijvoorbeeld, dat ik me niet meer druk maak over onrecht, spreek me aan want dat is het vuur wat in mij brandt. Dan is er iets gebeurd, dan is er kennelijk een blusapparaat langs geweest of een doek over mij gegooid, maar dan moeten we die er snel afhalen. Je kunt je erop focussen en je kunt andere mensen uitnodigen om je erbij te helpen. Dat is eigenlijk één. Mijn tweede tip is misschien een wat onpopulaire tip, maar je moet gewoon knoerthard werken. Ik zei het net, topsporter wordt je niet tussen 9:00 en 17:00; you need to walk the extra mile. Als het echt je ambitie is om een bedrijf te gaan aansturen, daar zit gewoon tijd en energie in en die betaalt zich ook uit. Als je tijd stopt in de mensen om je heen, in je collega’s en je bent er niet alleen maar om instructies uit te delen, maar ook om te luisteren naar het verhaal over iemands leven of over wat iemand op dat moment beroert, dan krijg je dat terug. Dat krijg je nooit meteen terug, dat is niet een direct communicerend vat, maar ergens vertaalt zich dat in loyaliteit en dat mensen bereid zijn om met jou knoerthard te werken aan dat doel wat jij misschien wel voor ogen had. Dus het is eigenlijk gewoon een supergoede investering die je kunt. En zorg dat je een vak verstaat, zorg dat je ergens van bent. Dus grote stappen, snel thuis, dat kan je misschien een keer naar de volgende plek brengen. Maar ik geloof erin: Weet gewoon waar je het over hebt. Dat is echt de enige manier om uiteindelijk verder te komen. Want anders wordt je steeds onzekerder, dat hoor je ook vaker, dat je wordt ontmaskerd. Dus dat is misschien het lekkere gevoel dat je de volgende stap hebt gemaakt, maar als je eigenlijk niet weet waar het over gaat wordt het een heel spannende reis en dat is helemaal niet fijn. Dus dat zou ik iedereen willen aanraden.

Jeroen: Wat een mooie opsomming. Als ik het heel blunt samenvat is het ten eerste feedback vragen, vooral van de mensen die je goed kennen. Ten tweede: je moet er veel tijd in stoppen. Ik noem maar even de 10.000-uren-regel. En ten derde: versta een vak, wees ergens van zodat je ook echt een basis legt en dat mensen je zo zien. Mooi! We hebben ook altijd op 80-90% een teaser en een pleaser. De pleaser gaat altijd over boeken en de teasende kant gaat meestal meer over wat je nu doet. Ik had opgeschreven als stelling: Interpolis hoeft niet echt te concurreren op de wijze waarop de andere verzekeraars dat moeten omdat ze één van de grootste banken als distributiekanaal hebben. Ben je het daarmee eens of oneens?

Chantal: Nee, ik heb het gevoel dat wij heel hard moeten concurreren, maar we doen dat inderdaad wel schouder aan schouder met Rabobank en dat is natuurlijk heel fijn. Er zijn meerdere grote banken in Nederland en daar zijn ook andere verzekeraars aan verbonden. Dus in het bankverzekeringslandschap concurreer ik me helemaal suf met anderen. ING werkt met Nationale Nederlanden, ABN AMRO verzekering natuurlijk, het oude Delta Lloyd waaraan ze zijn verbonden, maar nu Nationale Nederlanden. Dus we hebben wel degelijk heel veel competitie en we hebben natuurlijk ook competitie van andere partijen, van vergelijkers, van direct writers, dus de klant is volledig vogelvrij om te kiezen wat hij wil, ook bij de Rabobank. Je bent niet verplicht om bij Interpolis te komen. Dus alle verleidingstechnieken uit de kast in termen van topproducten, goede prijzen, maar ook goede preventietips, relevante content, mooie merken waar je je thuis bij voelt en trots op kunt zijn. Dus ik zou willen dat ik geen concurrentie had, zo voelt het zeker niet.

Jeroen: Concurrentie heb je zeker, maar het punt van de teaser – ik zal hem nog iets uitbreiden – is natuurlijk met name als je het vergelijkt met andere verzekeraars die een bank als distributiekanaal hebben versus partijen die dat niet hebben. Dan heb je toch wel een enorme voorsprong, of niet? Als je zo’n mega distributiekanaal hebt?

Chantal: Ja, en tegelijkertijd heeft het ook weer beperkingen want niet iedereen is Raboklant en dat betekent eigenlijk dat het jachtterrein een stuk kleiner is dan Nederland.

Jeroen: Eens. Ik hoor het al, de teaser gaat geen teaser worden! Ik kom er niet mee weg. Aan de pleasende kant vraag ik ook altijd hetzelfde, namelijk: Heb je een boek dat je erg geïnspireerd heeft of wat je graag aan iemand geeft of anderszins?

Chantal: Ik heb eigenlijk een schrijver, hij weet het niet, maar ik durf te zeggen dat ik zijn grootste fan ben. Dat is Arthur Japin. Ik heb al zijn boeken. Ik kan eerlijk toegeven dat ik de afgelopen jaren, sinds ik twee kleine jongetjes heb, eigenlijk niet meer zoveel boeken lees. Ik lees wel veel rapporten en soundbytes en knipselkranten. Maar boeken lezen is eigenlijk heel schaars. Helaas ook; ik hoop dat die tijd ooit weerkomt. Maar er is één schrijver van wie ik alle boeken heb gelezen, en zodra er een nieuw boek uit is ren ik direct naar de winkel, dat is Arthur Japin. Dat komt omdat hij bijna altijd romans schrijft die een historische context kennen, wat ik heel leuk vind omdat het mij echt in een andere tijd brengt. Maar er zitten zoveel levenslessen in. Hij is een woordkunstenaar, hij geeft woorden aan emoties waarvan ik denk “Zo is het!” Alleen, ik kan zelf niet op die woorden komen, maar hij heeft dat tot in perfectie verheven, wat mij betreft. Hij woont ook in Utrecht, ik zie hem weleens op de fiets en hij weet dus niet dat ik– Ik denk dus echt dat ik zijn grootste fan ben. Ik refereer er ook vaker aan en ik vind ook vreugde en steun in zijn woorden.

Jeroen: Mooi! Ik heb een aantal boeken van hem gelezen en ik weet trouwens nooit of Japin op zijn Frans wordt uitgesproken. Het wordt telkens anders uitgesproken, maar ik vond zelf tot nu toe De zwarte met het witte hart het mooiste boek. Ik heb het ook weleens aan mensen gegeven in het buitenland, omdat het vertaald is. Niet alles is in het Engels vertaald, geloof ik, maar dat weet ik niet zeker. Is dat ook jouw favoriete boek of heb je een heel ander boek van hem dat jij zou aanraden?

Chantal: De zwarte met het witte hart is een prachtig boek en vooral om één uitspraak, ik weet niet of je hem nog herinnert: “Kleur heb je niet; kleur krijg je door anderen”, op pagina 1, over het veld van kerststerren. Prachtig. Dan ben ik weer meteen helemaal verkocht, op pagina 1 was het alweer gebeurd. Dus zeker een heel bijzonder boek. Ik kan niet kiezen, maar ik vind Een schitterend gebrek mooi omdat dat het eerste was dat ik las. Dat heeft me echt geroerd. Maar als ik dan even van het gebaande pad af zou gaan van Japin, dan kom ik op De overgave. Dat vond ik een heel inspirerend boek omdat dat gaat over – en dat heeft dan misschien weer een verband met alles – vergeving en dat je dat niet doet voor anderen maar voor jezelf en dat je daarmee je omgeving wel een plezier doet, overigens. Dat gaat over weer doorgaan naar tegenslag, het gaat over zelfredzaamheid. Dat zijn echt wel heel veel rode draden die voor mij dan bij elkaar komen. Ik vond het ook een heel heftig boek, maar prachtig beschreven.

Jeroen: Mooi! Richting het einde, we hebben het er al heel kort over gehad en ik zei dat we erop terugkomen, dus dat doen we ook. Werk en privé, want je doet heel veel dingen en je hebt altijd veel dingen gedaan. Je zei “De basis is mijn man, mijn partner.” Kan je er wat meer over vertellen? Hoe manage je het?

Chantal: Ik manage hem niet! Ik ben al 27 jaar met Robin, we kennen elkaar heel goed, al van jongs af aan. We zijn met elkaar opgegroeid. Hij is mijn grote liefde die eigenlijk met heel veel… Hij is ook mijn grootste fan, eigenlijk. Dus hij is dan ook degene die naar boven appt en zegt “Je hebt eigenlijk geen tijd, maar…” Hij had ook snel de pagina kunnen omslaan en snel in de kattenbak met die krant en we hebben het er nooit meer over. Dat is verre van hoe wij met elkaar omgaan vanuit totale gelijkwaardigheid en ik kan ook alleen maar deze jobs of deze dingen doen omdat hij natuurlijk heel veel opvangt. We hebben ook nog twee hele lieve fijne en lieve zonen van zes en acht waar hij ook ontzettend veel mee onderneemt. Dat is hartstikke mooi. Ik ben er ook wel, maar wel in afwisseling. We staan niet overal met z’n tweeën aan de zijlijn. Dus daar heb je ook echt die ander voor nodig. Ik ben vaak avonden weg, ik ben ook in Istanboel, op zaterdag zit ik een ledenraad van de dierenbescherming voor te zitten. Op zondag lees ik de stukken voor de vergadering van maandag. Ik ben er niet overal bij.

Jeroen: Hoe zorg je dat je fysiek en mentaal fit blijft om zowel in privé als zakelijk goed te functioneren?

Chantal: Het is eigenlijk heel simpel, ik heb het nog niet verteld, ik ben ook heel trots betrokken bij NL2025. Dat is een beweging op persoonlijke titel waarbij mensen proberen op een aantal grote thema’s in de samenleving een versnelling te maken. Een hele bijzondere groep mensen en ook heel erg inspirerend. Ik ben onder andere ook betrokken bij NLVitaal. Dat is eigenlijk een onderdeel daarvan. Daar zitten drie hele simpele ingrediënten in en die zijn wat mij betreft de voedingsbodem voor het leven zoals ik dat leid. Dat is slapen, je moet goed en kwalitatief slapen. Dus niet per se lang slapen maar wel proberen kwalitatief te slapen. Dan zul je zeggen “Daar ga je niet over”, daar ga je wel over. Ik drink geen alcohol, dat helpt. Voldoende bewegen, dus sport, zorgen dat je fit bent. En goede brandstoffen erin stoppen. Dus gezond eten als het even kan. Ik laat me ook weleens verleiden tot ongezond eten, voordat ik zo meteen met een Mars word gesnapt of met een KitKat in mijn mond. Ook ik laat me weleens verleiden, maar in de basis probeer ik er gezond te eten in te stoppen. Dus gezonde brandstof, goed bewegen en kwalitatief slapen.

Jeroen: Mooi! Dat zijn drie hele duidelijke tips voor iedereen, waar ik overigens ook helemaal in geloof. De één na laatste vraag, dan ga ik afronden. Is er iets waarvan je zegt “Dat weten mensen niet van mij en ik zou het toch leuk vinden om te delen”? Je hebt sowieso al wat genoemd.

Chantal: Er zijn natuurlijk heel veel dingen die mensen niet van me weten, maar ook niet hoeven of willen weten. Ze hoeven het zeker niet te weten, maar ik denk ineens “Wat vind ik nou heel leuk om te doen?” Wat ik eigenlijk ook al heel lang niet doe, ik kan best goed tekenen. Ik heb ook een tijdje in mijn studententijd centjes verdiend met portrettekeningen maken van anderen. Ik zal niet zeggen dat ik veelgevraagd was, maar ik heb echt wel een tijdje in opdracht van anderen portrettekeningen gemaakt, van mensen hun kinderen, hun hond en foto’s van henzelf die ze graag uitgetekend wilden hebben. Dat is eigenlijk wel iets waarvan ik altijd denk “Als ik straks minder ga werken”, ik heb geen idee wanneer dat is, “Dan zou ik dat wel weer eens willen oppakken.” Het is rustgevend en heel leuk om te doen. En ik hou echt van legpuzzels maken van 5000 stukjes. Dat is wel sneu, ik heb al vijf jaar in mijn kamer zo’n enorme grote mat liggen en ik heb allemaal puzzels aangeschaft, als ik een coole puzzel zie koop ik die, als ik daar dan zo meteen tijd voor heb. Maar goed, ik heb er nog geen één gelegd. Maar ik heb het in mijn jeugd heel veel gedaan en ik vind het heerlijk om te doen.

Jeroen: Mooi! Mijn laatste vraag, ik sprak recent voor deze podcast Marcel Zuidam, de CEO van NN Bank. Dus niet aan de verzekeringskant, maar aan de bankkant. Hij komt ook helemaal uit een horeca-achtergrond. Ik vroeg hem ook, “Ga je dan op lange termijn nog een keer bijvoorbeeld een bed & breakfast beginnen?” Jij hebt ooit gezegd “Ik wil baas van Marriott worden”, maar ga je ooit nog een keer iets doen met die hotel- horecakant?

Chantal: Ik denk eerder er lekker in verblijven, maar ik zal je eerlijk zeggen – en dat heeft misschien alweer een verband met het feit dat ik soms moedig durf te zijn – ik denk dat ik in de afgelopen twintig jaar best wel de rug recht heb gehouden op momenten dat je ook zou kunnen denken “Ik buig even als Barbapapa mee.” Dat heb ik niet gedaan omdat ik altijd denk “Als ze het allemaal niks meer vinden met me, dan ga ik gewoon wat anders doen.” Ik weet één ding: als ik gezond van lijf en leden ben en ik mankeer niks aan mijn handjes, dan ga ik gewoon een heel mooi restaurant beginnen. Dus dat gevoel, en gezondheid is natuurlijk wel cruciaal, ik heb altijd een alternatief. Ik kan gewoon mensen een goede avond geven, daar durf ik op te vertrouwen.

Jeroen: Heel mooi, een schitterend einde! Voordat ik je ga bedanken, is er nog iets waarvan je zegt “Jeroen, dat had je echt moeten vragen”, ik heb heel veel mogen vragen, veel tijd gekregen. Maar is er nog iets waarvan je zegt “Dat had je moeten vragen”, of “Dat wil ik nog graag delen”?

Chantal: Nee, ik vind dat je hele mooie vragen hebt bedacht en gesteld. Als ik jouw reflectie hoor op mijn loopbaan of leven, dan staan er eigenlijk best wel wat cirkels en heldere draden. Dat je dat zo hebt kunnen uitvragen is vooral een compliment aan jou.

Jeroen: Dankjewel! Heel erg bedankt voor al je tijd en alle vragen die ik mocht stellen, zoals ik al zei. Bocca Coffee is een B-Corps gecertificeerd bedrijf, dat verzorgt het bedankje voor onze gasten. Heel erg veel dank!

Chantal: Super bedankt!

Dit was Leaders in Finance, we hopen dat je deze aflevering met veel plezier hebt beluisterd. We stellen je feedback erg op prijs, wat houd je bezig en over wie wil je meer horen? Laat het weten via een Apple of Google review. Dat kan ook via de social media kanalen of direct via een email. We kunnen het enorm waarderen als je dat doet. Tot slot danken we onze partners voor hun steun, dat zijn Interim Valley, FG Lawyers, Odgers Berndtson executive search en Roland Berger.

Door deze site te gebruiken ga je akkoord met het plaatsen van cookies. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten