#50: Tom Loonen

Dit is Leaders in Finance: een podcast waarin we op zoek ga naar de mens achter het succes. We praten met leiders van nu en later over hun drijfveren, carrière en privéleven. Waarom? Omdat er meer gesproken moet worden in de financiële sector.

We willen de partners van deze podcast hartelijk bedanken voor hun steun, dat zijn Interim Valley, FG Lawyers, Odgers Berndtson executive search en Roland Berger.

Jeroen: Welkom bij een nieuwe aflevering van Leaders in Finance. Vandaag is te gast Tom Loonen. Hij is directeur Private Banking bij InsingerGilissen en hoogleraar Effectiviteit van regelgeving bij beleggingsondernemingen aan de Vrije Universiteit en visiting professor aan de UvA op het gebied van corporate governance. We

lkom, Tom! 

Tom: Dankjewel! 

Jeroen: Leuk dat je de tijd hebt genomen. Tom heeft een lange lijst aan wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan en vervult een grote hoeveelheid nevenfuncties. Ik noem er een paar: hij is Raad aan de Ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam, lid van de Tuchtcommissie Banken, hij is gerechtelijk deskundige voor rechtbanken en hij was lange tijd lid van de Tucht- en Geschillencommissie van het DSI. Hij werkte aan het begin van zijn carrière voor Fortis. Daarvoor studeerde Tom Bedrijfskunde aan de Universiteit van Lincolnshire en behaalde een MBA aan de Universiteit van Sunderland. Tevens is hij gecertificeerd financieel planner, deed hij een postdoctorale opleiding Gerechtelijk Deskundige aan de Universiteit van Leiden en promoveerde aan de UvA op het effect van de zorgplicht op de beleggingsdienstverlening. Een paar getallen over InsingerGilissen o.b.v. de jaarcijfers 2019: er wordt circa 24 miljard aan vermogen beheerd, er werken iets meer dan 300 mensen en de omzet bedroeg 90 miljoen euro. Tot slot over Tom persoonlijk, hij is 50 jaar oud. Hij woont met zijn vrouw en drie kinderen in Heemstede. Ik denk dat we zo een mooi eerste beeld hebben van jou. Waarmee ik wilde starten, als we kijken naar die drie belangrijke delen van jouw werk en je leven zien we in de eerste plaats de bank. Misschien kan je iets meer vertellen over bijvoorbeeld de klantengroepen van InsingerGilissen, wat moet ik me daarbij voorstellen? Wie bankiert daar – uiteraard zonder namen te noemen – kan je daar een beeld van schetsen? 

Tom: Wie typisch onze klanten zijn: dat is oud geld, families die al decennia bij ons bankieren of onze rechtsvoorgangers. Stichtingen en verenigingen, dat is een belangrijke doelgroep voor ons. Wat zeker niet uit te vlakken is zijn de ondernemers. Ondernemers die soms heel jong al vermogen maken, hun passie is ondernemen en niet het beheren van het vermogen, dat laten ze dan graag aan ons over. Dus dat zijn wel drie belangrijke groepen voor ons. 

Jeroen: Zijn dat met name mensen die ook gevestigd zijn in Nederland of in de hele wereld? Hoe moet ik dat zien? 

Tom: De hele wereld, dat klinkt wel heel erg mondiaal. Het merendeel van onze klanten zit uiteraard in Nederland maar we hebben zeker een grote groep met internationale klanten.

Jeroen: Is er een bepaald minimumvermogen dat jullie stellen zodat het voor een klant interessant is om bij jullie te bankieren? 

Tom: Ofschoon we soms het imago hebben dat we de bank zijn voor ‘the happy few’ vinden wij het ontzettend belangrijk dat cliënten van allerlei pluimage – daarmee bedoel ik belegd vermogen of financiële vraagstukken – zich bij ons thuis voelen. Dus klanten met enkele tonnen, wat overigens nog steeds een boel geld is, tot aan vele miljoenen en alles wat daartussen zit zijn onze cliënten. We hebben voor al die type cliënten een op maat gesneden dienstverlening. Dus eigenlijk is iedereen welkom bij ons. 

Jeroen: Jullie werken met circa 300 mensen en daarnaast zitten jullie in een netwerk van private banks in Europa. Is dat netwerk belangrijk voor jullie of is het toch vooral jullie eigen onderneming die jullie daarin runnen? 

Tom: Sinds 15 december zijn we zelfs een Europese bank en gaat InsingerGilisen werken vanuit een Luxemburgse bankvergunning. Dus we zijn echt één groep; de Quintet Private Bank groep. Wij bedrijven dus private banking vanuit Nederland als een Nederlandse affiliate met een eigen directie. Je merkt in de praktijk nu al – en dat vind ik overigens ook erg positief aan deze ontwikkeling binnen Quintet – dat we ongelofelijk veel profijt hebben van dat Europese netwerk dat we hebben. We hebben een Luxemburgse bank, we hebben een Zwitserse, een Engelse en een Duitse bank maar ook een groot filiaal in Denemarken bijvoorbeeld, om de Scandinavische markt te bestieren. Dus je merkt dat het een groep is met heel veel aspiraties, met een groot internationaal netwerk dat veel mensen aangetrokken heeft met een goed netwerk en daar profiteren niet alleen wij maar ook onze klanten van. 

Jeroen: Als je een hele grote private bank bent is die merknaam universeel bekend in een land zoals Nederland. Als je één van de grootbanken bent en je hebt een private bank kent iedereen die bij voorbaat. Is het voor jullie moeilijk om wel als een bekende naam maar niet zo’n grote naam als een grootbank om jezelf naar buiten toe te brengen als keuze van een private bank voor een klant? 

Tom: Ik denk dat hier bescheidenheid past. Quintet Private Bank is gewoon nog geen bekende naam. Ik denk dat InsingerGilisen in de Nederlandse markt de vele malen bekendere naam is. Het is ook heel bewust dat men ervoor heeft gekozen om die lokale namen zoals een Merck Finck in Duitsland of een Brown Shipley in Engeland en dus InsingerGilisen in Nederland om die te handhaven. Of we uiteindelijk de aspiratie hebben dat er één naam gaat komen, ik weet dat gewoon simpelweg niet. Maar alle indicaties die ik op dit moment heb is dat men zich realiseert dat die naam (InsingerGillissen) een belangrijk asset is die we hebben en dat we die niet zomaar gaan verkwanselen. Onze klanten vinden dat trouwens ook erg belangrijk. We spraken van één grote Europese naam, ik zie dat voorlopig nog niet gebeuren. 

Jeroen: Eén van de redenen waarom we je ook gevraagd hebben voor dit interview is jouw hoogleraarschap. Kan je daarover iets meer vertellen: hoeveel je daarmee bezig bent in je totale hoeveelheid werkzaamheden en welk deel is onderzoek en welk deel is juist het onderwijs?

Tom: Ik ben nu een kleine 15 jaar verbonden aan de VU. Zoals je ook al aangaf ben ik aan de UvA gepromoveerd maar ik kreeg vrij snel een aanstelling aan de VU bij de sectie Investment Management. Ik zit heel duidelijk op de scheidslijn recht en economie en finance. Hoeveel tijd ben ik daarmee kwijt? Ik denk dat dat onderaan de streep nog best veel tijd is want ik hou ontzettend van schrijven, dus boeken schrijven. Ik hou ontzettend van onderzoek doen, vooral empirisch onderzoek; hoe werkt het echt in de praktijk? Dus als je me gaat vragen langs een meetlat van het aantal uren, dan zeg ik dat ik daarmee formeel anderhalve of maximaal twee dagen per week bezig ben. Dan pakken we de weekenden daarin mee. Maar ik denk dat het stiekem meer is. Dat komt omdat er gewoon een hele grote passie in zit. Ik denk dat het ongeveer 50/50 onderwijs en onderzoek is. Waarbij ik onderwijs zeker zo mooi vind als onderzoek doen en waarbij ik bijvoorbeeld ook door heel veel andere banken gevraagd word om hun bankers op te leiden. Wat is er dan mooier dan dat je eigen Raad van Bestuur binnen InsingerGilisen dat goedkeurt, dat eigenlijk altijd goed gevonden heeft en dat zorgt er ook voor dat ik met beroepsgenoten kan interacteren en zeggen “Jongens, waar zitten nou de problemen?” Dat is ongelofelijk boeiend. 

Jeroen: Je bent gepromoveerd op de effectiviteit van zorgplicht. Hoe meet je nou die effectiviteit? Je zegt dat je empirisch onderzoek doet, heb je dat op die manier aangepakt? Hoe meet je die effectiviteit? 

Tom: Een combinatie van deskresearch, ik heb toen heel veel uitspraken van de klachtencommissie DSI geanalyseerd: 1354. Ik weet het aantal nog precies. Die heb ik allemaal gelezen, allemaal gecategoriseerd. Ik heb zowel cliënten, dus particuliere beleggers, directieleden van banken als ook beleggingsadviseurs geïnterviewd en zo heb ik een heel palet gemaakt van “Waar bevindt zich op dit moment die wet- en regelgeving zich? In welke fase begeven we ons? Wat gebeurt er als het gaat om wet- en regelgeving en beleggingsdienstverlening?” Daar heb ik toen behoorlijk straffe conclusies uitgetrokken. Ik was – en ben dat nog steeds, tot op zekere hoogte – vooral erg kritisch op de toegevoegde waarde van de beleggingsadviseur. Het was toen nog steeds erg sales-gedreven in die tijd, vond ik. Daar ben ik zeer kritisch op geweest. Eén van mijn uitspraken bij mijn promotie was “De enige manier om echt te verdienen aan beleggingsadvies is door het te geven”. Dus dat is een behoorlijk prikkelende uitspraak. Ik heb daar toen ook met bijvoorbeeld Theodor Kockelkoren, de toenmalige topman van de AFM, uitvoerig over gesproken. Ik voelde dat ook echt zo. Ik vond ook echt dat het klantbelang beter moest. Ook wij als bank mochten daar overigens best in verbeteren. Daar loop ik niet van weg. Dat is in de loop der jaren gebeurd, denk ik. Het klantbelang is centraler komen te staan, maar wel tegen wil en dank. Want de hoeveelheid wet- en regelgeving is zo beklemmend geworden voor zowel de particuliere belegger als ook de professional dat ik me afvraag of hier nog steeds het klantbelang echt gediend wordt. Dat is waar ik erg kritisch op ben, op die toegevoegde waarde van wet- en regelgeving. Ik heb recent een paper geplaatst in een journal waarbij ik een grote hoeveelheid Nederlandse beleggingsadviseurs heb ondervraagd naar de effectiviteit van de beleggingsrichtlijn Mifid-2. Daar zijn behoorlijk kritische noten gevallen waarbij ook beleggingsadviseurs zeggen “Ik vraag me af of dit echt toegevoegde waarde heeft in die dienstverlening”. Hoe vrij is het dan als je de particuliere belegger op dit onderwerp ook kunt gaan ondervragen? Dat is natuurlijk nog een diepe wens van mij. 

Jeroen: Het is precies één van de dingen waar ik het met jou over wilde hebben want hoe komt dat nou, wat je net beschrijft?

Tom: Het heeft te maken met angst en het heeft te maken met wantrouwen. Na de kredietcrisis is er een politieke wind gaan waaien van wantrouwen naar de financiële sector om deels begrijpelijke en deels wat minder begrijpelijke redenen waarbij politici die de teugels strak wilden aantrekken heel vrij spel hebben gekregen. Waarbij we echt denken dat de maakbaarheid van de financiële dienstverlening bestaat uit de mate van regeldichtheid: “Als we alles maar dicht regelen komt het wel goed met die beleggingsdienstverlening”. Terwijl zoiets als vertrouwen daar een steeds minder grote rol in speelt en ik denk dat dat ten onrechte is. Ik denk niet dat dat de kwaliteit van de dienstverlening ten goede komt. 

Jeroen: Betekent dat dat je het eigenlijk toch weer meer bij de banken of beleggingsondernemingen zelf moet neerleggen om dat te doen? Of gaat het meer om een regelgevend kader en daar dan een heel strak toezicht op houden? Is dit te gedetailleerd, is dat het probleem? 

Tom: Dit is een duivels dilemma. Waarom is het een duivels dilemma? Omdat de banken zelf, als het gaat om zelfregulering, toch wel een aantal behoorlijk scheve schaatsen hebben gereden. Zolang banken niet bereid zijn om zelf de teugels te pakken en die tuchtiging van de markt naar zich toe te halen zul je zien dat toezichthouders heel begrijpelijk vrij spel hebben. Dat is het dilemma; het is een spanningsveld waar de financiële sector haar rol in moet gaan vinden en dus ook de verantwoordelijkheid zal moeten gaan nemen. Dat is bijvoorbeeld ook de reden dat zo’n Tuchtrecht Banken in het leven is geroepen. Willen we echt stappen maken in vertrouwen waarbij de consument onderaan de streep echt vertrouwen heeft in die bankier zal de sector zelf die tuchtiging moeten aanpakken. Daar is wet- en regelgeving te langzaam voor, daarmee bedoel ik te langzaam geïmplementeerd. Altijd rent het achter de feiten aan en je zult zien dat onderaan de streep de klant daar niet beter van zal gaan worden. Meer informatie en meer waarschuwingen naar de consument zullen uiteindelijk leiden tot een passieve reactie van de consument. Die zal dat allemaal wel geloven. De bank heeft dit juridisch dichtgemetseld en de consument heeft het nakijken. Ik denk niet dat dat in het belang is van alle stakeholders. 

Jeroen: Als je naar de praktijk kijkt, ik denk dat er ook heel veel – je moet me maar tegenspreken als ik het verkeerd heb – klanten zijn die zeggen “Ik wil niet al deze formulieren moeten invullen”. 

Tom: En “Ik wil niet al de informatie geven”. 

Jeroen: Ook dat. Daar moeten jullie ook veel mee te maken hebben. Ook in de praktijk. 

Tom: Enorm. Eén van de teams die aan mij rapporteert is het zogenaamde kwaliteitsteam. Dat wil zeggen het team dat verantwoordelijk is voor het accepteren van klanten. Dan hebben we het overigens niet per se meer over Mifid-2, maar over de WwFT. “Waar komt het geld vandaan van een klant? Is dat netjes verdiend?”, enzovoort. Dat zijn halve wetenschappelijke benaderingen die je tegenwoordig daarbij nodig hebt. Dat zijn specialisten die dat team bestieren, die ervoor zorgen dat die bankers hun werk goed doen, dat ze de juiste documenten vragen. Je slaat de spijker op z’n kop, Jeroen; er zijn natuurlijk klanten – om heel begrijpelijke redenen – die zeggen “Maar luister eens, beste bankier, ik wil best mijn bedrag X bij jou komen bankieren maar de openheid van zaken geef ik maar tot een zekere

hoogte omdat mijn privacy gewoon daarbij in het gedrang komt”. Dan zie je dat ook daar een gespannen situatie ontstaat. Wij willen graag die cliënt accepteren, de klant wil maar tot op zekere hoogte informatie geven en de toezichthouder dwingt ons om heel diepgaand onderzoek te gaan doen. Je ziet in best veel gevallen dat ik dan ook persoonlijk contact ga opnemen met die cliënt of potentiële cliënt om toelichting te geven. Mensen zijn best begripvol en in een enkel geval kan dat ertoe leiden dat we toch geen zaken gaan doen met elkaar. Dus ja, klanten realiseren zich dat het spel anders gespeeld wordt, steeds meer informatie op tafel moet komen en dat heeft ook weer te maken met wantrouwen. Tot op zekere hoogte heeft de sector dat ook wel aan zichzelf te danken, hoor. 

Jeroen: Dat is natuurlijk een beetje het lastige: als het vertrouwen altijd heel hoog was en het was nooit geschaad was het natuurlijk makkelijker geweest. Dat kan ik me voorstellen. Ter voorbereiding heb ik opgeschreven dat jij gezegd hebt dat de financiële sector beter en meer transparantie/openheid moet hebben en meer in het handelen van de klant moet denken. Wat mij opviel was dat je dit soort uitspraken doet, tegelijkertijd bij InsingerGilissen zie ik ook op de website heel veel openheid van zaken, van beloningsbeleid tot de structuur; alles staat er in één keer op. Is dat iets dat makkelijker is om als relatief kleine organisatie te doen dan als een grote? Of is dat gewoon iets wat iedereen zou moeten doen? 

Tom: Dat vind ik lastig om te beantwoorden. Ik vind niet dat ik op de stoel zit om namens andere grootbanken te spreken. Wat ik wel kan zeggen is, doordat ik in de directie zit bij de bank heb ik daar ook wel – ik overzie dat niet alleen, ik doe dat met vele andere collega’s – een zekere zeggenschap in. Op sommige punten krijg je je zin en op andere punten niet. Zo gaat dat dan in het leven. Maar als het grosso modo maar op een niveau is waarvan je zelf zegt “Ik kijk mezelf in de spiegel aan en ik kan mezelf ook in de spiegel aankijken”. Dat is in de kleine 20 jaar dat ik nu bij InsingerGilissen en de rechtsvoorgangers werk altijd het geval geweest. 

Jeroen: We waren eigenlijk aan de wetenschappelijke kant bezig. Wat is iets wat jij echt nog heel graag verder zou willen onderzoeken? Waar ben je nu mee bezig of waarvan zeg je “Dat wil ik op een later tijdstip nog eens in de financiële sector doen”. Je zei met name empirisch; je doet graag empirisch onderzoek. Wat zou je graag empirisch willen onderzoeken? 

Tom: Ik ben nu bezig samen met Ortec Finance om een pan-Europees onderzoek uit te rollen. Dat staat echt al in de steigers. Waarbij we in dit geval 25 Europese banken gaan ondervragen “Hoe ga je nou om met het ‘ken uw cliënt’-beginsel?” Wij hebben hele duidelijke signalen binnen de EU – ofschoon we daar toch met één Europese richtlijn werken – dat er op verschillende manieren met die richtlijn wordt omgegaan. Ik vind het ongelofelijk spannend om te zien “Waar zitten dan die verschillen? Hoe gaat Italië daarmee om en hoe gaat Duitsland daarmee om? Hoe verhoudt zich dat tot de Nederlandse aanpak met allerlei additionele leidraden waarmee wij in Nederland en Engeland werken?” Dus dat is iets wat ik heel graag onderzoek. In 2021 zal ik de eerste stappen gaan zetten om mijn leerstoel te gaan veranderen naar financiële integriteit waarbij ik dus wat meer naar die CDD anti-money laundering kant mijn onderzoek zal gaan verleggen. Ik ben een beetje klaar met de WFT en Mifid-2 na dat pan-Europese onderzoek en ik zal mijn pijlen iets meer gaan richten op die WwFT, de wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering.

Jeroen: Dat is ondertussen een hele grote sector geworden met meer dan 8.000 man bij de grootbanken. De derde pijler: naast de bank en de wetenschap ben je ook actief bij de ondernemingskamer. Kan je er iets meer over zeggen wat jouw rol daar is? 

Tom: Daar ben ik raad of raadplaatsvormer zoals dat dan formeel heet. Dat ben ik sinds een jaar. In het begin word je daar benoemd voor vijf jaar. Wat ik doe is samen met de raadsheren zaken beoordelen zowel op papier als ter zitting. Dus je hebt volledige bevoegdheid, net als de raadsheer. Je doet dat met twee raden en met drie raadsheren. Geschillen tussen ondernemingen of tussen ondernemingsraden en ondernemingen beslechten wij, daar oordelen wij over. Dat is een ongelooflijk interessant werk. Interessant, zeer intensief en in alle eerlijkheid ben ik ook al wel een beetje verrast na dit jaar. Ik heb al veel zaken mogen doen en je ziet toch elke keer weer dat C-woord terugkomen: communicatie. Hoe slecht of hoe beperkt mensen soms met elkaar communiceren, hoe hardvochtig mensen soms in standpunten kunnen blijven hangen en weigeren daar afstand van te nemen terwijl je eigenlijk toch als buitenstaander ziet “Als we allemaal een klein stapje naar links of naar rechts doen ontstaat daar een nieuwe ruimte”. Fascinerend, zeer interessant, ook technisch boeiend en uitdagend. Dit is wel echt iets dat bij mij past, denk ik. 

Jeroen: Een vraag die ik wilde stellen die misschien raar overkomt bij jou, je zei ook “Ik ben een beetje op het raakvlak economie – en ik voeg er dan zelf finance aan toe – en rechten”, ben je nu ook jurist? 

Tom: Nee. 

Jeroen: Want je doet allerlei zeer juridische dingen. Ik zat in de voorbereiding te kijken maar ik kwam het niet tegen. Maar je bent het eigenlijk wel in alles wat je doet, je kan dit niet doen zonder een enorme hoeveelheid juridische kennis, toch? 

Tom: Ik heb het geluk gehad dat ik ben gepromoveerd onder onder andere Edgar du Perron, toch wel een prioriteit op civiel recht. Dus ik moest heel snel mijn juridisch pootje bijtrekken. Ik heb dat ook gedaan, later ook de opleiding gevolgd als gerechtelijk deskundige in Leiden. Dus ik ben formeel geen jurist, ik ben wel op een juridisch proefschrift gepromoveerd, dat kan ook. Zo is het gegaan. Dus enerzijds economie en anderzijds recht, dat zijn de twee liefdes op zakelijk gebied. 

Jeroen: Als je nu nog een studie rechten zou doen zou het ontzettend simpel voor je zijn. Heb je ooit weleens gedacht “Ik doe het gewoon even”? 

Tom: Ik heb net een blok ondernemingsrecht gedaan, dat is ongeveer een half jaar geweest aan de VU. Ja, dat is dan goed te doen, ook vanwege mijn werk bij de Ondernemingskamer wilde ik dat heel graag doen. Ik deed dat samen met een collega raad van de Ondernemingskamer. Dan is dat goed te doen, Jeroen, maar het moet allemaal wel tussendoor en bovenop. Met drie kinderen en een vrouw en nog andere hobby’s is dat best pittig, als ik eerlijk ben. 

Jeroen: Dat is een mooi bruggetje, we vragen ook altijd aan alle gasten: Wil je iets delen of vertellen over hoe je bent opgegroeid?

Tom: Ja, hoor. Ik ben de zoon van een slager, ik kom uit Brabant zoals je aan mijn zachte ‘G’ hoort. Ik kom uit een klein dorp, Dongen, vlakbij Oosterhout en Breda. Mijn vader en moeder waren hardwerkende ondernemers, ik ben daar ook in opgegroeid. Ik kom ook echt uit een ondernemersfamilie. Studeren was helemaal niet gebruikelijk, maar ik had vrij jong al door dat ik of bankier wilde worden of rechter. Dat is echt zo, mijn moeder heeft weleens gezegd dat ik 12 of 13 was toen ik daar al mee bezig was. Uiteindelijk ben ik die kant ook opgegaan. Ik ben op mijn 19de naar het westen van het land, naar Amsterdam getogen. Ik ben uiteindelijk vrij vroeg gaan werken en ‘s avonds gaan studeren. Ik kreeg bij Fortis de mogelijkheid om in Engeland mijn doctoraal te gaan halen, mijn MBA. Ik heb ongelofelijk veel geluk gehad. Dus uit zo’n gezin kom ik. Aanpakken, zeker geen intellectuele hoogdraverij. Heel concreet. Niet omdat ik dat per se wilde, maar ik heb mij daar wel aan ontworsteld in die zin dat ik wetenschap toch op een gegeven moment als ongelooflijk interessant begon te vinden maar wel altijd met die praktische brug. Die heb ik altijd gehouden. 

Jeroen: Dat is wel interessant, want er is zelden iemand bij deze podcast die zegt “Eigenlijk wist ik al best wel jong welke kant ik op wilde, bankier of rechter”. Of wist je het eigenlijk nog niet maar had je een bepaald rolmodel, zag je een rechter of een bankier? Hoe kwam je daarbij? 

Tom: Nu moet ik echt een aanslag doen op mijn geheugen. Ik weet het eigenlijk niet meer. Ik vond beleggen vroeger ongelooflijk interessant. Ik vond geld – en niet zozeer om geld te hebben – als rekeneenheid heel erg boeiend. Ik vond ook rechtvaardigheid erg belangrijk. Dan kan je zeggen “Hoe kan een econoom dat nu combineren met rechtvaardigheid?” Dit is toch uiteindelijk zo gekomen, ik kan me niet herinneren dat er een rolmodel was. Dat is niet helemaal waar, het zou mooi zijn als hij dit zou horen, Jan Heeremans werkte destijds bij de Effectenbank Stroeve. Hij was specialist in converteerbare obligaties en ik vond dat ongelooflijk interessant. Ik ben toen als jongen van 15 met de trein naar Amsterdam gereden want hij gaf een lezing daarover. Ik denk niet dat ik het echt kon volgen als ik heel eerlijk ben, maar ik ging er wel naartoe omdat ik dat ongelooflijk interessant vond. Ik heb nog jaren later Jan Heeremans vaak gesproken, ook bij DSI, bijvoorbeeld. Als je vraagt “Was er iemand die jou een zeker gevoel gaf bij die sector?”, dan was dat Jan Heeremans. Later in mijn carrière is het wel goed om te zeggen dat ik diverse mensen – een stuk of 4-5 – in mijn carrière heb ontmoet die toch een soort kruiwagen-functie hebben gehad en dat bedoel ik in de positieve zin van het woord. Mensen die het in mij zagen zitten en mij ook wel geholpen hebben. Die zijn er absoluut geweest. Ik denk dat iedereen die nodig heeft en die heb ik ook gehad. 

Jeroen: Waarom het Verenigd Koninkrijk voor studies? 

Tom: Ik kreeg die kans en ik vond en vind studeren in het buitenland erg interessant. Ik heb het geluk gehad dat ik ook een paar opleidingen daarna heb mogen volgen. Ik vind Nederland soms iets te beperkt qua gezichtsveld. Ik kreeg de mogelijkheid om dat in Engeland te gaan doen. Eentje in midden Engeland en eentje wat meer in het noorden. Ik heb die met beide handen aangegrepen. Het zijn volwaardige doctoraalstudies, dat vond ik wel belangrijk om later te kunnen promoveren als ik dat wilde. Ik had dat wel een beetje in mijn hoofd. Maar ik vind het ongelooflijk spannend en ik hoop ook dat mijn kinderen dat gaan doen, iets meer de vleugels uitspreiden.

Jeroen: Je bent dus ook jaren weggeweest? 

Tom: Ja, ik heb dat ook wel op afstand gedaan en heen en weer vliegen en dat soort dingen. Het was eigenlijk allemaal prima te doen, te handelen. Ik moet je ook eerlijk bekennen dat mijn vrouw me daar ook ontzettend in gestimuleerd heeft. We hadden toen ook nog geen kinderen, dus dat scheelt natuurlijk ook heel erg veel. Dus dat waren wel intensieve tijden, mijn vrouw studeerde toen ook nog. Maar samen kun je die uitdagingen wel aan. 

Jeroen: Je stuurt nu al lange tijd mensen aan in teams. Je geeft ook les op de universiteit. Hoe motiveer jij mensen, of het nu je studenten of je medewerkers zijn? 

Tom: Ik probeer – of het me lukt is aan de anderen – me op te stellen als mens dus niet als een alwetende manager. Ik probeer mensen ook mee te geven dat ik soms dingen ook eenvoudigweg niet weet en dat we er samen achter moeten komen. Ik ben wel iemand waarbij het glas heel vaak halfvol is. Dus ik ben geen pessimist, van huis uit niet. Misschien zelfs een opportunist. Ik zie ook wel kansen en ik heb van nature een behoorlijke neiging om te controleren. Dat is geen positieve kant van mij. Maar daar staat tegenover dat als je eenmaal mijn vertrouwen gewonnen hebt heel ver bij mij kunt gaan. Dus ik geef uiteindelijk vertrouwen, veel vertrouwen, denk ik. Dat is misschien het allerbelangrijkste, ik ben iemand die niet mijn mensen in de wind zal duwen. Dus ik zal vrij snel voor mijn mensen gaan staan en ook verantwoordelijkheid nemen. Daar loop ik niet voor weg. 

Jeroen: Is dit iets wat je altijd gehad hebt? Of heb je dat ontwikkeld in de loop der tijd? 

Tom: Nee, ik denk dat ik dit altijd al gehad heb. Om te beginnen heb ik eigenlijk liever niet te maken met mensen waar het altijd goed mee gaat. Dat geloof ik namelijk niet. Durf je daar ook kwetsbaar in op te stellen. Mensen die altijd politiek handig op het juiste moment wegspringen, daar heb ik ook niet zo heel veel mee. Als je een verantwoordelijkheid hebt en je wordt daarvoor betaald moet je hem ook nemen. Zelfs in het geval dat dat ultieme consequenties zal hebben. Dat maakt mij dus ook niet zo heel erg geschikt voor de politiek, denk ik. 

Jeroen: We gaan Tom Loonen niet in de Tweede Kamer zien, denk ik? Tom: Niet zomaar, nee. 

Jeroen: Wat is de belangrijkste toegevoegde waarde die je wil hebben in de samenleving? Je bent ontzettend breed georiënteerd en er zijn maar weinig mensen die aan de rechterlijke kant en in de wetenschap en in het bedrijfsleven of in de financiële wereld werken. Wat is de rode draad in je toegevoegde waarde als je over al die dingen heen kijkt? 

Tom: Mijn toegevoegde waarde is een reële kijk op dingen, hoop ik. Weten hoe het ook op de werkvloer gebeurt, dus niet alleen een zolderkamer-wetenschapper maar ook heel duidelijk die brugfunctie tussen theorie en praktijk. Ik denk dat dat de belangrijkste toegevoegde waarde is, althans ik hoop dat anderen dat over mij zouden zeggen. 

Jeroen: Hoe kijk jij naar de financiële wereld als geheel? Het is aan de ene kant natuurlijk ontzettend belangrijk voor het laten draaien van de hele samenleving zou je bijna kunnen

zeggen, in ieder geval voor de economie. Aan de andere kant is het een sector die zo gigantisch groot is, zo vele malen groter dan de reële economie, hoe kijk je daar zelf naar of zijn dat bijna filosofische vragen waar je je meestal niet mee bezighoudt want je zit eerder aan de empirische kant? 

Tom: Ik realiseer me wel dat we in een maatschappelijk belangrijke sector werken want je zal nu maar een betaalrekening ontzegd worden omdat je vermeend Amerikaans bent. Dat is nu de laatste tijd ook in een aantal rechtszaken een hot topic. Dan zie je dat je eigenlijk onthand bent in deze maatschappij. Dat toont dus weer aan hoe ongelooflijk belangrijk die financiële 

sector is. Wat ik ook zie is dat Fintech, zeker voor corona, ontzettend belangrijk is. Tegelijkertijd zie je in deze tijd – daarmee bedoel ik de huidige coronacrisis – dat die zogenaamde oude economie toch weer heel snel naar boven komt drijven en als een kurk lijkt te opereren. Ik denk wel dat de financiële sector zich ook na Covid toch weer opnieuw zal moeten uitvinden. Je voelt aan alle kanten aan dat het model dat we nu hanteren, wat heel erg sterk gedreven was op rentemarges en provisies, de vraag is of dat op de lange termijn houdbaar is. Hij staat overigens op gespannen voet met die poortwachtersfunctie die we hebben. De toezichthouders eisen dat daarin veel tijd en geld geïnvesteerd wordt. Dat belemmert natuurlijk wel Fintechs om daar echt in te stappen. Dat zal heel spannend worden, denk ik, de komende jaren. Hoe gaan die krachten zich uiteindelijk uitwerken? Welke rol speelt daar de conventionele huidige financiële sector in? En hoe gaan Fintechs daarop kunnen anticiperen? Want als je kijkt hoeveel kapitaal er nodig is om aan die poortwachtersfunctie te blijven voldoen zie ik het voor een aantal Fintechs weinig rooskleurig in en zullen ze zich vrij snel moeten aansluiten bij conventionele partijen, wat op zichzelf helemaal niet zo heel erg hoeft te zijn. Maar die toegevoegde waarde: iets waar ik ook als bankier ongelooflijk mee bezig ben, wat lever ik nu echt voor mijn commissie, voor mijn beheer-fee of welke kostenstructuur je ook hebt. Wat lever ik nu echt en is dat duurzaam? Is dat houdbaar op termijn? Dat zal één van de grotere vragen worden in de komende jaren: Wat lever je tegen welke prijs en is het echt toegevoegde waarde? 

Jeroen: Zou je zelfs kunnen stellen dat door de mate van toezicht of naar aanleiding van het begin van ons gesprek het gebrek aan vertrouwen waardoor je onder andere heel veel extra toezichteisen krijgt – maar ook om andere redenen – dat zelfs leidt tot een soort van convergerende werking naar minder diversiteit in dat systeem? 

Tom: Zeker. Je gaat ook naar standaardisatie. Je zult nog maar een beperkt aantal keuzes gaan krijgen. Nudging speelt daar een belangrijke rol in, denk ik. Het verder informeren en opleiden van consumenten is helaas wetenschappelijk bewezen parels voor de zwijnen; de 

consument adopteert het gewoon niet. Wij als financieel deskundigen denken altijd dat de hele wereld ontzettend daarin geïnteresseerd is en we overschatten dat, denk ik. Ik denk dat dat niet het geval is. Ik ben niet de enige, maar er zijn diverse belangrijke papers daarover die zeggen “Financiële educatie werkt voor een beperkt aantal mensen maar voor de grote groep heeft het geen zin”. Dus dan is nudging heel erg zinvol. Beperkte mogelijkheden qua keuze, simplificatie en dat betekent dus dat er inderdaad een convergentie zal gaan plaatsvinden binnen de financiële sector en dat zie je al. Dat zie je bij de algemene banken maar dat zie je ook bij de private banks waar ik voor werk. 

Jeroen: Dat is een briljante brug, we hebben altijd een teaser en een pleaser. De teaser gaat als volgt: De rol van de private bank voor de vermogende particulier zal altijd belangrijk

blijven, zeker als het gaat om persoonlijke aandacht daarin. Maar zowel het verdienmodel als onder druk van technologische ontwikkelingen zal eraan bijdragen dat de private bank zoals we hem nu kennen – private banking in zijn algemeenheid en niet specifiek die van jou – dat die er over 10-15 jaar totaal anders uitziet dan vandaag. Wat vind je daarvan? 

Tom: Dat denk ik ook. Natuurlijk opperen private banks dat ze echt persoonlijke aandacht kunnen geven aan cliënten. Dat is allemaal waar. Ik kan nu alleen praten over InsingerGilisen, dat is zo. Maar de vraag is: tegen welke prijs en wil de consument dat uiteindelijk nog en wil de consument ook uiteindelijk die prijs betalen? Daar ben ik behoorlijk kritisch op, als ik eerlijk ben. Ik denk dat als je als private bank niet meegaat in die technologie waarbij ook een gedeelte van het werk – en dan heb ik het bijvoorbeeld vooral over de administratieve last – door de consument kan worden gedaan met een portal, met scanners enzovoort, dan is die dienstverlening straks onbetaalbaar. Dan is het antwoord makkelijk; als het onbetaalbaar is wil niemand het betalen dus dan bestaat het niet meer. Dus enerzijds zul je de consument moeten mobiliseren om mee te werken aan die poortwachtersfunctie, bijvoorbeeld. Anderzijds zul je met je producten en je diensten echt moeten onderscheiden. Dat kan op diverse terreinen zijn, daar zijn wij ook echt mee bezig, met die innovatie. Zoals dat bij banken gaat, gaat dat vaak langzaam. Dat is geen diskwalificatie want je ziet ook dat die rust, die bescheidenheid (die er best mag zijn, wat mij betreft), die stabiliteit wordt uiteindelijk ook op de lange termijn gewaardeerd door cliënten. Dus dat betekent: inzetten van de consumenten waar het kan, zelfredzaamheid en zelfwerkzaamheid en anderzijds echt zorgen voor die toegevoegde waarde en dat onderscheid. Dat zal ervoor zorgen dat die private bank zoals jij hem beschrijft zal blijven bestaan en die zal zeker op belangrijke terreinen afwijken van het huidige model. 

Jeroen: Om hem toch een beetje teasend te maken: als ik had gezegd “De private bank bestaat over 15 jaar niet meer”, dan had jij gezegd “Hij bestaat wel”? 

Tom: Ik denk dat hij zeker bestaat. Ik werk nu 30 jaar in deze sector en ik heb me natuurlijk regelmatig afgevraagd “Hoe lang bestaat de private bank nog?” Iedere keer opnieuw blijkt die toegevoegde waarde toch dusdanig te zijn dat de consument bereid is om daarvoor te betalen. Die bestaat uit aandacht, soms ook uit het gebrek aan aandacht bij andere, dus dan wordt het een relatief spel. Overigens geloof ik dat je dat ook maar beperkt volhoudt. Maar iedere keer opnieuw merk je dat al 20-30-40 jaar contact met de familie er echt voor zorgt dat er een binding is met die cliënt en die is zo ongelooflijk sterk dat ik denk dat dat wel één van de pilaren zal zijn en blijven van de private bank. 

Jeroen: Ik haalde al even het verdienmodel aan. Je zou ook kunnen zeggen dat je veel meer gaat betalen voor de diensten die geleverd worden in plaats van een percentage over het beheerd vermogen of dat soort verdienmodellen. Zou het ook veel meer die kant opgaan, dat het echt een dienstverlening is, een service? 

Tom: Je bent er niet over begonnen tijdens de introductie, maar ik ben twee jaar weggeweest bij Insinger de Beaufort destijds, nu InsingerGilisen. Met een groep mannen ben ik een nieuw bedrijf begonnen, My Private CFO. Ik heb samen met NIBC, de bank in Den Haag, echt als ondernemer een model gemaakt, een soort Family Office concept avant la lettre in die zin dat we met een grote portal werkten waar welgestelden op konden inloggen en hun totale bezitting en schulden zagen. Een prachtig model. Dat deden wij tegen een vaste fee

per maand. Ik sta er nog steeds achter, dat was inclusief beleggingen en advisering enzovoort. Maar het was ongekend lastig om leefbaar te maken en te houden. Dat kan aan ons gelegen hebben, ook daar wil ik voorzichtig in zijn. Ik zie wat meer initiatieven, dat blijkt toch heel erg moeilijk te zijn. Daarmee zeg ik niet dat het onmogelijk is maar timing – ofschoon ik niet geloof in timing qua beleggen – is hierbij wel ongelooflijk belangrijk. Vergis je niet, diverse onderzoeken laten ook zien hoe honkvast de consument is als het gaat om zijn bank. Dat heeft mij trouwens ook verrast en dat moest ik toen ook met lede ogen aanzien. Maar het starten van een nieuwe financiële dienstverlener met een ander verdienmodel bleek toen uitermate lastig. Ook nu nog, denk ik. 

Jeroen: Ik denk dat het ook wel zal uitmaken dat als één van de allergrootste namen in de wereld dit lanceert het misschien ook alweer anders is. Of het gaat nog wel komen maar zoals jij zegt misschien niet nu, misschien ligt de timing later. Maar ik kan me best voorstellen, dat is mijn persoonlijke mening, dat er een punt komt dat mensen toch zoiets hebben van “Ik koop gewoon mijn services in, ook al is dat een hele langdurige relatie maar ik blijf bij diezelfde inkopen meer dan dat ik wil betalen voor hoeveel ik heb”. 

Tom: Ja, dat zou heel goed kunnen. Ik denk dat je uiteindelijk de grote niet-financiële partijen – natuurlijk hebben we het al lang over de Google’s, Amazon’s en Ikea’s van deze wereld – uiteindelijk zullen ook deze partijen zich in de financiële sector gaan mengen al is het alleen al omdat ze die big data gewoon ongelooflijk aantrekkelijk vinden. Dus iets wat we ons wellicht nu nog niet kunnen voorstellen zou er zomaar over vijf jaar kunnen zijn. 

Jeroen: Aan de pleasende kant vragen we altijd hetzelfde: is er een bepaald boek dat heel veel invloed op jou heeft gehad of is er een bepaald boek dat je graag aan mensen cadeau geeft? Of een bepaald soort boeken die je het liefst leest? 

Tom Loonen van InsingerGilisen net na het gesprek met Jeroen Broekema van Leaders in Finance.

Tom: Ja, ik lees heel graag geschiedenis. Er gaan diverse boeken door mijn hoofd maar een boek dat ik ongelooflijk interessant vond was het boek HhhH. Dat gaat over Heinrich Himmler, de topman van de Gestapo destijds. Die is uiteindelijk vermoord vanuit zijn auto. Dat hele boek wordt beschreven vanuit zijn ogen. Ik vind dat ongelooflijk interessant; tijdens mijn colleges aan de UvA gebruik ik ook zeer veel anekdotes uit de Tweede Wereldoorlog. Moreel heroïsme. Het is heel makkelijk om vanuit de huidige vrije positie te oordelen en te veroordelen over het verleden. Mensen die in het kamp hebben gezeten, mee hebben gewerkt met de Duitsers om te overleven; het is heel makkelijk om die mensen nu aan te vallen. Dat soort vraagstukken zijn morele vraagstukken, wat mij betreft. Ik vind het ongelooflijk spannend om dat te gebruiken in mijn college. Hier vlakbij, in Heemstede, heb je een landgoed waarbij de familie Goodman woonde, de grondleggers van de Dresdner Bank. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog hebben ze al hun kunst moeten afstaan aan de Duitsers en zijn zelf omgebracht in één van de kampen. Dat soort boeken, hoe tragisch en ellendig ook, vind ik vanuit een historisch perspectief om van te leren voor de dag van morgen. Erg interessant. Eén van mijn beste vrienden is vele malen belezener dan ik en weet er ook heel veel van en daar praten we ook avonden over. 

Jeroen: Iets wat ik heel interessant vind is dat er veel doorvraag-mogelijkheden zijn in wat je zegt maar laat ik er één uitpikken. Je zegt “Ook om ervan te leren voor de toekomst”. Wat voor soort dingen haal je eruit voor de toekomst?

Tom: Ik heb me een heel klein beetje verdiept in de rol van de Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog en hun positie ten opzichte van de joden. Achteraf, na de Tweede Wereldoorlog, waren er ook opeens heel veel verzetsstrijders. Hoewel het aantal tijdens de Tweede Wereldoorlog toch veel kleiner was. Ik ging met één van mijn jongens naar het verzetsmuseum in Amsterdam, tegenover Artis. Ik hou erg van musea. Daarin werd een morele vraag, een dilemma neergelegd: je zit thuis en opeens wordt er aan de deur geklopt en je buurjongetje dat joods is wil bij jou schuilen want zijn ouders zijn opgepakt en ze komen binnenkort terug. Wat doe je? Ik had het er met mijn middelste zoon over en toen vroeg hij aan mij “Pa, wat zou jij hebben gedaan in de Tweede Wereldoorlog?” Ik vind dat daar zeer bescheiden op moeten worden geantwoord. Ik vraag mij af of ik een verzetsheld zou zijn geweest. Ik denk trouwens dat het antwoord ‘nee’ is. Ik probeer voor mezelf te begrijpen hoe dat werkte in die tijd en hoe ik dat nu zou doen. Ik kijk ook naar de huidige Covid-crisis, hoe mensen ageren tegen regels maar hoe sommige mensen ook helemaal doorslaan in die regels en dat minutieus volgen. Dat zie je in de financiële sector ook; het accepteren van klanten kun je heel minutieus gaan uitwerken en uiteindelijk geen enkele klant meer accepteren want die klanten denken allemaal “Wat is dit voor een onderneming?” Continu moet je afwegingen maken en daar beslissingen in nemen. Ik probeer dat te doen, ook met een zeker historisch besef. Als Raad probeer ik dat te doen, als wetenschapper, als bankier en uiteindelijk ook als vader. Ik gooi het meer in mijn rugzak van kennis die ik probeer te projecteren op het heden en de dag van morgen. 

Jeroen: Prachtig verwoord! Nog even terug naar de boeken, op een heel ander gebied. Lees je ook bepaalde dingen puur ter ontspanning of is dit ter lering maar ook ter ontspanning? 

Tom: Ja, dit is ook wel ter ontspanning. Voor mijn werk moet ik al zo verschrikkelijk veel lezen, de tijd dat ik boeken kan lezen ter ontspanning is echt tijdens de vakantie. Door de week en in het weekend is het onmogelijk bij mij. Dat is jammer, maar het is wat het is. 

Jeroen: Je hebt zoveel interesses, je zou waarschijnlijk vijf keer de hoeveelheid tijd kunnen gebruiken in de week om alles te bevredigen. Nog een aantal andere vragen. Je komt op mij heel bescheiden over in de korte tijd dat we elkaar hebben leren kennen maar als je naar je hele loopbaan kijkt, wat zijn een paar van de dingen waar je heel trots op bent? 

Tom: Zakelijk gezien? 

Jeroen: Privé mag ook. Dat is waarschijnlijk makkelijker om te zeggen. 

Tom: Ja, drie gezonde kinderen proberen groot te brengen met je vrouw is iets waar ik wel trots op ben. Het resultaat moet nog blijken en mogen ook anderen beoordelen maar zoals ze nu in het leven staan ben ik wel trots op mijn kinderen en op mijn vrouw. Zakelijk, ik ben 

een zeer gedisciplineerd mens, wat natuurlijk positieve en minder positieve kanten heeft. Want dat eis ik dan soms ook van mijn mensen. Dat maakt je niet altijd een makkelijk en misschien ook niet altijd een plezierig mens. Maar ik ben zeer veeleisend. Dat betekent ook wel dat ik bepaalde dingen voor elkaar krijg. In hindsight moet ik wel eerlijk zeggen dat het soms ook wel met een breekijzer gedaan is. Voor de rest probeer ik voor mezelf te realiseren dat ik mijn best doe, mijn beste beentje voorzet, ik fouten maak en ik accepteer het wel en ik denk dat ik bereid ben om het toe te geven als ik fouten maak. Daar ben ik best trots op want dat is wel iets dat je moet doen vanuit een kracht. Zeker niet op mijn 25ste was dat het geval,

dus daar is wel tijd overheen gegaan. Daar ben ik in die zin wel trots op, dat denk ik wel. Ik ben niet zo heel erg gevoelig of mijn ouders per se trots op mij zijn, bijvoorbeeld. Ik denk overigens dat ze dat best zijn maar ik had natuurlijk net zo goed slager kunnen worden en dat hadden ze misschien nog wel mooier gevonden. Dus ik heb het wel autonoom moeten doen en dat is gelukt, deels vanwege mijn eigen inzet en deels vanwege mijn vrouw ter ondersteuning. Maar ook die mensen die ik net beschreef, die 5-6 mensen die toch als steunpilaar hebben gewerkt, dat je die hebt mogen ontmoeten en dat die hun vertrouwen hebben uitgesproken. Dat is geen verdienste, maar het is wel prachtig als je dat kunt zeggen, kijkend over je schouder. 

Jeroen: Mooi. Een vraag die we iedereen tot nu toe gesteld hebben is: Heb je bepaalde tips voor mensen die enigszins in jouw veld of in de financiële dienstverlening of aanpalend nu starten op de arbeidsmarkt? Heb je bepaalde tips voor hen waaraan zij zouden moeten denken? 

Tom: Ik vind dat je dapper moet zijn. Ik merk als tuchtrechter bij de tuchtrechtbanken dat er toch nog wel eens mensen zijn die zeggen “Ik moest dat van mijn baas” of “De procedure schreef dat voor. Ik voelde wel dat het niet helemaal deugde maar toch…”. Dat is makkelijk, soms te makkelijk. Terecht vind ik dan ook dat zo’n tuchtcommissie wijst op je eigen verantwoordelijkheid en ik realiseer me dat dat ook een spanningsveld oplevert. Je hebt al die stakeholders, je hebt je partner thuis en je kinderen en je baas; ik begrijp dat allemaal. Maar ‘nee’ zeggen “Nee, tenzij…” of “Nee, mits” mag je best gebruiken. Je mag best ageren op een gepaste manier en ook jij hebt je steentje bij te dragen aan een betere financiële sector. Dat zou mijn tip zijn en dat had ik misschien ook als ik naar mezelf kijk, dan had ik dat best eerder mogen inzetten. Ik denk dat ik dat de laatste 15 jaar doe maar dat had best wat eerder gemogen. 

Jeroen: Als ik dit nu hoor en ik sta aan het begin van mijn loopbaan, hoe doe ik dat dan? 

Tom: Ervoor zorgen dat je een goede mentor of coach hebt met wie je dit soort dilemma’s ook kunt bespreken. Zorg ervoor dat je open bent, ook over je kritiek. Deel het ook met anderen. Ik denk dat dat een hele goede is. Ik heb niet zoveel coaches gehad in mijn leven, zeker niet in het begin. Die had ik misschien best mogen hebben. Die kunnen je helpen, die kunnen je aan de hand nemen, die kunnen je een spiegel voorhouden en misschien heb ik dat gemist. 

Jeroen: Doe je het nu zelf? Ben je coach van mensen of hou je mensen een bepaalde spiegel voor? 

Tom: Ja, ik probeer wel mensen een goede raad te geven als ze erom vragen. Soms doe ik het ook ongevraagd. Ik geloof niet dat ik echt mezelf als coach zou willen betitelen. Maar ik geef mensen wel raad, zeker. 

Jeroen: Nagenoeg richting afronden werkende, je doet ongelooflijk veel dingen; je hebt je gezin, je hebt alle dingen die we genoemd hebben die je doet. Hoe combineer je dat allemaal?

Tom: Ik denk dat passie heel erg belangrijk is. Soms een beetje een bord voor je hoofd hebben helpt ook. Dat je echt ergens helemaal voor gaat en dat je dan een beetje de zaak eromheen negeert. Ik denk dat mijn vrouw dat ook zou zeggen, dat ik zeer gepassioneerd ben maar soms ook wel verkeerde keuzes maak daarin. Ik kan me wel verliezen in passie. Dus dat is wel een beetje een valkuil bij mij. Ik zeg goed ‘nee’. Ik kan echt op dingen ‘nee’ zeggen waar ik echt geen zin in heb. Maar het is bijna altijd “Nee, mits…”. Dat is wel erg belangrijk bij mij. Dus hoe combineer ik het? Goed kijken naar het aantal uren dat je beschikbaar hebt, die effectief inzetten en ik maak daar ook nog heel regelmatig fouten in dat ik denk “Dat had ik toch anders moeten aanvliegen”. Ik realiseer me naarmate ik ouder word dat tijd natuurlijk het meest kostbare goed is dat je hebt en daar ben ik misschien niet altijd goed mee omgegaan. Maar het is nog niet te laat als je 50 bent, hoop ik. 

Jeroen: Je bent bijzonder kritisch op jezelf daarin. Ik denk dat als je andere mensen deze vraag zou stellen dat ze een stuk minder kritisch verhaal over je zouden hebben. Als je zo’n druk bestaan leidt – het kan niet anders dan dat het in jouw geval zo is met alles dat je doet – heb je nog bepaalde concrete tips voor mensen hoe je dat managet? Nee zeggen is er duidelijk eentje die terugkomt. Zijn er nog andere dingen waarvan je zegt “Daar kunnen mensen wat aan hebben”? 

Tom: Sporten. Echt heel belangrijk. Want je verliest jezelf zo ontzettend snel in je hoofd, ik heb dat in ieder geval heel erg. Ik ben echt een denker. Maar de rest van het lijf wil ook aandacht en dat geef ik ook heel bewust. Dat doe ik trouwens ook graag. Voor de rest kom ik toch een beetje op de standaard gemeenplaatsen, daar moet ik je niet te lang mee lastig vallen maar echt kiezen wat belangrijk is voor je, dat is toch wel heel belangrijk. Kinderen, vrouw, een beperkte maar hechte vriendenclub. Dat zijn voor mij hele belangrijke dingen waar ik me echt graag op focus. Want ik zie onderaan de streep toch heel vaak dat als je jezelf te veel personifieert met je zakelijke kant en er gebeurt iets met de muziek, de muziek stopt, dan is toch die privékant heel erg belangrijk. 

Jeroen: Mooi! Als één na laatste vraag had ik staan: Hoe zorg je ervoor dat je mentaal en fysiek fit blijft? Fysiek, sporten dus. Wat is dat sporten bij jou? 

Tom: Hardlopen. Ik ben een zeer fanatiek mountainbiker in de duinen hier. Skiën, daar ben ik echt gek op. Tennissen. Dus er zijn wel een paar dingen die ik hier in de omgeving kan doen, gelukkig. Behalve skiën dan misschien. Dus dat is wat ik doe. 

Jeroen: Dat doe je om fysiek fit te blijven. En mentaal, om jezelf scherp te houden, wat doe je daarvoor? 

Tom: Daar doe ik eigenlijk niet heel veel voor. Ik heb het gevoel dat ik al zoveel moet doen om scherp te blijven. Ik toets wel regelmatig bij mensen die op hele specifieke onderdelen vele malen scherper zijn dan ik. Dan vind ik het heel prettig om daar mijn mening bij neer te leggen. Zakelijk heb ik gelukkig heel veel mensen die op hele specifieke onderdelen heel ver zijn in hun denken en in hun redeneren. Ik heb het geluk dat ik daar mijn oor te luisteren mag leggen.

Jeroen: Er waren natuurlijk nog heel veel andere dingen die ik had kunnen vragen, maar zijn er nog dingen waarvan je zegt “Ik vind het toch jammer dat je dat niet hebt gevraagd”? Of iets waarvan je zegt “Dat zou ik graag nog willen delen”, of een paar dingen? 

Tom: Het enige dat ik wil zeggen is dat ik misschien wat erg kritisch ben overgekomen op de financiële sector, waar ik overigens nog steeds achter sta. Maar waarbij ik ook zie dat er heel veel mensen in die financiële sector echt aantoonbaar bezig zijn om de zaak te verbeteren. En dat heeft tijd nodig. Misschien hebben we die tijd niet altijd of gunnen we onszelf die tijd niet, maar ik zie daar echt verbeteringen in. Veel mensen die dat met hart en ziel doen, dag in dag uit. Ik denk dat die ook weleens – en dat doe ik bij deze – ook een compliment verdienen. Want het is niet heel erg bon ton om dat te doen vanuit de gemeenschap, het zijn toch bankiers, enzovoort. Maar ik merk dat die mensen er echt wel onder lijden dat dat imago bedroevend is, nog steeds. Maar de intenties bij die mensen zijn echt heel erg goed. Dat wou ik toch nog even zeggen. 

Jeroen: Mooi einde voor Leaders in Finance! Veel dank voor je tijd, met dank aan het online bloemenbedrijf Bloomon krijg je nog zo meteen na afloop van dit gesprek een klein cadeautje. Voor nu nogmaals heel veel dank voor je deelname! 

Tom: Graag gedaan! Het was ontzettend leuk om te doen. 

Dit was Leaders in Finance, we hopen dat je deze aflevering met veel plezier hebt beluisterd. We stellen je feedback erg op prijs, wat houd je bezig en over wie wil je meer horen? Laat het weten via een Apple of Google review. Dat kan ook via de social media kanalen of direct via een email. We kunnen het enorm waarderen als je dat doet. Tot slot danken we onze partners voor hun steun, dat zijn Interim Valley, FG Lawyers, Odgers Berndtson executive search en Roland Berger.

Door deze site te gebruiken ga je akkoord met het plaatsen van cookies. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten