#32: Leonie Schreve

Dit is Leaders in Finance: een podcast waarin ik op zoek ga naar de mens achter het succes. Ik praat met leiders van nu en later over hun drijfveren, carrière en privéleven. Waarom? Omdat er meer gesproken moet worden in de financiële sector. Leaders in Finance wordt mede mogelijk gemaakt door Interim Valley, FG Lawyers en Bizcuit.

Welkom bij een nieuwe aflevering van Leaders in Finance. Voordat ik mijn gast van vandaag welkom heet en introduceer wil ik nog graag benoemen dat als u of jij, de luisteraar, deze podcast leuk vindt, ik het enorm zou kunnen waarderen als je een review zou willen schrijven bij Apple Podcasts of via Google. Voor Apple kan je dit het beste in de Apple Podcast App doen, bij Google kan je dat het beste doen door ‘Leaders in Finance’ in te typen in Google en dan op ‘schrijf een review’ of op de sterren te klikken. De reden waarom ik dit vraag is omdat sommige mensen alleen gaan luisteren als ze een paar reviews hebben gelezen. Veel dank! 

Jeroen: Dan nu de gast van vandaag. Ik zit hier bij Vondel CS, het Media Cultuurlab van de AVROTROS samen met Leonie Schreve, de Global Head Sustainable Finance van ING. Welkom, Leonie, bij Leaders in Finance! 

Leonie Schreve is de Global Head Sustainable Finance van ING. Voorheen was ze actief in de top van de paardensport. In gesprek met Jeroen Broekema van Leaders in Finance.

Leonie: Dankjewel!

Jeroen: Leuk dat je er bent! Ik zal je eerst even introduceren, zodat mensen weten wie je bent. Leonie groeide op in Twente en deed de middelbare school in Almelo en Hengelo. Ze voltooide zowel een Master in Filosofie met specialisatie in Bedrijfsethiek, Master in Milieuwetenschappen en een Master International Sport Management, deze studies onder andere aan de Universiteit van Amsterdam en het Cruyff Instituut. Daarvoor was haar leven nagenoeg volledig gericht op eventing, ook wel military genoemd, waarbij de combinatie van snelheid, beheersing en behendigheid van paard en ruiter de grote uitdagingen vormen. Ze had veel succes, in 1992 werd ze zelfs Europees kampioen bij de jeugd en werd opgenomen in de Nederlandse ploeg bij de senioren en leek op weg naar deelname aan de Spelen van Atlanta in 1996. Twee jaar voor dat olympische toernooi kreeg Leonie op 17-jarige leeftijd een verkeersongeluk waardoor haar Olympische ambities geen doorgang meer zouden kunnen vinden en ze moest haar leven omgooien. De twee rode draden werden milieu en haar liefde voor de topsport. Ze werkte voor Oneworld, als consultant voor Royal Haskoning DHV op het gebied van Corporate Social Responsibility en de laatste 17 jaar voor ING, waaronder in het Corporate Environmental and Social Risk Management Department en de afgelopen 7 jaar, zoals gezegd, als Global Head Sustainable Finance. Naast haar fulltimebanen werkte Leonie onder andere als zelfstandig consultant, als Vice President voor een organisatie die ‘Sport and Sustainability International’ heet, met haar zetel in Genève, was ze bestuurder van de Atletiekunie en was ze tussen 2015 en 2018 bestuurder bij de United Nations Environment Program Finance Initiative, afgekort als UNEP FI. UNEP FI is een samenwerkingsverband tussen het United Nations Environment Program en de mondiale financiële sector, gericht op het mobiliseren van finance in de private sector ten behoeve van duurzame ontwikkeling. Ook leuk om te vermelden is dat Leonie in 2007 winnaar was van de Financial Times Chairman’s award for Leadership in Sustainable Project Finance. Tot slot: Leonie is 42 jaar en woont met haar man in Loenen. Dat is een hele mondvol! Maar ik denk wel dat het een goede basis geeft voor dit gesprek. Ik ben straks heel erg benieuwd om met jou te praten over het paardrijden-deel van jouw loopbaan en al je andere nevenactiviteiten, maar ik wil toch eerst starten bij je huidige functie. Kan je iets zeggen over wat jouw club precies binnen ING doet?

Leonie: Jazeker! Eigenlijk waren wij één van de pioniers als het gaat om duurzaamheid, met name het integreren in de commercie van de bank. In 2012 had ik ook allerlei gesprekken met het hoofd van de Wholesale bank op dat moment. Die zei op een gegeven moment tegen mij “Volgens mij kunnen we veel meer dan alleen maar onze corporate responsibility en zeggen wat we allemaal niet doen zoals wapens en zoals kolen, maar we kunnen ook juist onze expertise inzetten om die verandering in gang te brengen die we nodig hebben om naar een nieuwe economie te gaan. Als je daar ideeën over hebt, prima. Schrijf een plan, ga aan de gang en zet het maar op”. Dus ik ben toen in mijn eentje met een trainee begonnen en om in eerste instantie ook te kijken naar “Wat zijn überhaupt al de activiteiten die we in de bank hebben die je als duurzaam zou kwalificeren?” Ik heb toen ook een heel netwerk opgezet, omdat ik natuurlijk alleen was met een trainee om ervoor te zorgen dat overal in de organisatie onze voelsprieten versterkt werden door middel van een groot netwerk van economische champions in de sectoren, in de landen, in de verschillende producten. Met name ook mensen die echt al heel erg enthousiast waren. Want zeker op dat moment en zeker als enige bank nog in dit speelveld – althans internationale bank, je hebt natuurlijk ook de partijen zoals Triodos en dergelijke waarbij het hun volledige businessmodel is – was het belangrijk om juist ook iedereen mee te krijgen. Een deel van de mensen krijg je mee omdat ze gewoon intrinsiek gemotiveerd zijn en een deel van de mensen moest ik ook echt meekrijgen door juist hele grote deals te doen. Je hebt altijd verschillende drijfveren om mensen aan boord te krijgen. Ik heb dus op verschillende paarden gewet – en dan heb je de paarden alweer – om er in ieder geval voor te zorgen dat het onderwerp veel breder gedragen zou worden. Inmiddels, als ik terugdenk over die tijd, ik kan me het opzetten bijna niet meer herinneren als je kijkt naar het hele speelveld; alle banken zijn inmiddels volledig opgelijnd, ze hebben teams opgezet. Mijn eigen team bestaat uit verschillende teams: aan de ene kant grote leningen voor corporates en aan de andere kant ook de groene obligaties en ook een stukje equity en een stukje pioniersleningen. Waarbij ik het juist belangrijk vind dat er langs de ene kant grote partijen helpen en dat is ook hoe onze business werkt, dat we ook op die manier voldoende omzet maken en voldoende verdienen. Maar aan de andere kant moeten we ook kijken naar morgen: Hoe kunnen we juist voorsorteren met nieuwe technologieën, nieuwe businessmodellen? Vandaar dat ik ook twee pioniersteams heb om ervoor te zorgen: Hoe kunnen we juist die moeilijke markt ontginnen om ook uiteindelijk onze klanten van morgen alvast daarin op te lijnen? Het team bestaat uit 37 mensen op dit moment in Singapore, in New York, in Londen, in Brussel en in Amsterdam. Vergeleken met de beginjaren is het een gigantische omschakeling geweest. Maar je ziet ook gewoon dat de hele markt wereldwijd dit onderwerp heel hoog op de agenda gezet heeft.

Jeroen: Toen je destijds dit idee bij je manager bracht, had je ooit gedacht dat het zo groot zou worden?

Leonie: Ik dacht in eerste instantie dat het moeilijk zou worden, met name ook omdat er al meerdere mensen in de organisatie geweest zijn die ook geprobeerd hebben om duurzame teams op te zetten. Ze waren vaak heel erg gericht op in de diepte te pionieren, soms met hele lange looptijden van transacties waardoor je het resultaat niet heel goed ziet. Dus ik denk dat het één van de goede zetten geweest is om dat netwerk te mobiliseren, maar ook in te zetten op meteen goed geld te verdienen met grote transacties en daarnaast inderdaad daarmee ruimte te creëren om ook een stukje te pionieren. Ik had wel een visie en ergens een stip op de horizon, maar dat het inderdaad deze kant zou opgaan en ook met name dat de markt deze kant zo hard op zou bewegen, dat is wel iets waar ik heel blij mee ben.

Jeroen: Knap! Het klinkt alsof je eigenlijk een beetje ondernemer geweest bent, en misschien nog steeds, binnen die grote organisatie?

Leonie: Ja, en ik denk dat dat ook het leuke is van de ING. Toen ik begon bij ING had ik nog een opdracht bij DHV toentertijd, toen alleen DHV. Dat was voor ING om ervoor te zorgen dat we hun begeleidden bij de rapportage over duurzaamheid. Toen moest er een Environmental Social Risk team opgezet worden waarvoor ze iemand zochten. Op dat moment dacht ik “Hey, dat is leuk! Ik wil juist ook iets meer met mijn voeten in de modder; ik wil niet als consultant projecten begeleiden, maar daarna niet meer verantwoordelijk zijn voor de fouten die mogelijkerwijze ook gemaakt worden of dingen die ik verkeerd ingeschat zou hebben. Ik wil dus juist met mijn voeten in de modder en ervoor zorgen dat ik iets zou kunnen gaan bouwen”. Dat heb ik eigenlijk in de hele periode binnen ING gedaan, ook binnen Environmental Social Risk Management heb ik weer diverse stappen ingebouwd, elke keer weer iets gepionierd en ondernemend geweest. Binnen sustainable finance, zoals het begon – dus heel klein – tot en met alle diverse teams die er nu zijn met de focus op producten, dat is inderdaad heel erg ondernemend geweest. Ik zie mezelf ook als ondernemer binnen een onderneming. Het leuke aan ING is ook dat je echt die kans krijgt om dat te doen. De cultuur is dat je het wel allemaal zelf moet doen, maar als je een idee hebt zeggen mensen “Ga maar aan de gang en we zien wel!” Dan moet je er dus voor zorgen dat het succesvol wordt.

Jeroen: Ik kwam in de voorbereiding de volgende quote tegen: It requires an internal shift of thinking. Is die shift in denken afgerond binnen ING of is dat nog een lopend iets?

Leonie: Ik denk dat die grotendeels afgerond is. Uiteraard zijn er altijd mensen die misschien niet helemaal meegaan en ongetwijfeld mensen die niet zo bevlogen zijn over het onderwerp als ik ben. Want ik zie het echt als de toekomst en ik zie echt dat duurzame business gewoon de betere business is en dat dat de enige manier is om naar een gezonde economie te gaan. Zeker ook nu als je kijkt naar de hele Covid-situatie, juist hierin leren we ook dat we veel beter onszelf moeten organiseren, niet alleen op digitaal gebied, maar ook: Wat zijn de bedrijven waarin je investeert? Wat zijn de bedrijven die in de toekomst ook levensvatbaar zijn? Niet alleen vanuit een economisch perspectief, maar ook vanuit een duurzaamheidsperspectief. Ik denk dat dit een mooie situatie is om dit te versnellen, ik heb me ook hard gemaakt om juist statements op te zetten als ‘Building back better’. Het klinkt misschien heel erg als een mooie slogan, maar ik denk echt dat dit ook geholpen heeft voor verdere integratie in de volledige besluitvorming van ING: Waar helpen we onze klanten en hoe doen we dat? Kunnen we ook een stukje versnellen als het gaat om duurzaamheid? Een aantal jaar geleden was het nog zo dat als ik met een CFO of met een treasurer praatte, dat die dan zei “Oh, duurzaamheid? Volgens mij hebben we een duurzaamheidsteam. Ga daar maar eens mee praten”. En nu zie je dat het zelfs ook voor de hele finance functie interessant is, omdat ze op een bredere manier geld kunnen aantrekken, je ziet dat investeerders hun mandaten allemaal vergroenen. Dus om toegang te hebben tot kapitaal moet je inzetten op duurzaamheid. Ook als je kijkt naar alle regelgeving die in de maak is, de Europese Unie zet zich daar heel hard voor in. Dat betekent gewoon dat bedrijven moeten gaan rapporteren: Welk deel van mijn activiteiten is duurzaam? Daarmee kan je geld aantrekken.

Jeroen: Waar ik nieuwsgierig naar ben, ik kan me voorstellen binnen zo’n grote organisatie dat er in de sustainability hoek – omdat het zo ontzettend leeft in de samenleving en steeds belangrijker wordt voor iedereen – altijd meer te doen is. Ik noem maar wat: De Raad van Bestuur wil een rapport hebben, een andere afdeling wil een nieuwe lending facility opzetten, die wil jullie hulp met een trainee-programma misschien om hen erin mee te nemen. Hoe meet jij jouw succes?

Leonie: Dat is soms inderdaad lastig. Sommige dingen ontstaan zelfs ook gewoon spontaan in de organisatie waar ik niet eens van weet. Aan de ene kant is dat leuk, maar aan de andere kant moeten we er wel voor zorgen dat het juist ook in de lijnen en strategie is die we uitgezet hebben op het gebied van duurzaamheid. Er is natuurlijk een algemene duurzaamheidsafdeling, dat is een groep department waarbij de algemene strategie bepaald wordt, rapportages gedaan worden, dus er zijn ook heel veel activiteiten waar ik mij gelukkig niet op hoef te richten. De focus die ik aanbreng is puur de commerciële, maar dat betekent ook wel dat we bijvoorbeeld inderdaad trainees moeten enthousiasmeren. Bijna alle jonge mensen die bij het bedrijf komen willen graag iets doen met duurzaamheid en ze vinden dat ook een soort van vanzelfsprekendheid. Dus langs de ene kant is het lastig, maar het maakt het werk ook divers, omdat we veel oppakken. Ik spreek ook veel op conferenties, dat is misschien ook bij andere activiteiten binnen de bank veel minder het geval. Dus we zijn niet een 100% transactiegericht team, maar dat is wel waar we op afgerekend worden.

Jeroen: Even heel praktisch: Aan wat voor soort afdeling leg jij verantwoording af, hiërarchisch gezien?

Leonie: Dat is aan het wholesale banking managementteam en dan heb ik teams zitten binnen verschillende business lines, binnen de Wholesale bank.

Jeroen: Helder. Je geeft natuurlijk een miljardenconcern en mondiaal concern. Jij hebt ook op andere plekken gezegd “Ik wil me vooral richten op de positieve kanten van duurzaamheid”. In hoeverre bemoei je je ook met de deals die vanuit duurzaamheidsperspectief misschien niet zo geweldig zijn? Je noemde eerder Triodos al. Je kan echt bepaalde sectoren uitsluiten. Je kan ook zeggen “Ik ga vooral focussen op die positieve kant van die deals”. Of bemoei jij je ook met die deals waarvan je denkt “Dat wat mijn bank hier doet vind ik niet geweldig”?

Leonie: Bemoeien is überhaupt iets wat altijd wel interessant kan zijn en dat is ook iets vanuit je verantwoordelijkheid, dat je soms ook over je eigen verantwoordelijkheid doorheen stapt. Aan de andere kant, binnen mijn verantwoordelijkheid voor Environmental Social Risk Management indertijd, dat was met name gericht op “Wat doen we niet?” Dus we sluiten wapenbedrijven uit, we sluiten kolenbedrijven uit. We hebben heel veel strakke beleidsdocumenten waarbij we zeggen “Waar moet het aan voldoen? Wat voor mensenrechten standaarden hanteren we? Wat voor sectoren zijn gevoelig en waar moeten ze dan aan voldoen?” Deels ook in samenspraak met bijvoorbeeld partijen zoals de Wereldbank en ook het Equator Principles Initiative, wat je volgens mij ook in de introductie noemde, in ieder geval ook vanuit die UNEP FI waarbij we juist met andere partijen er ook voor zorgen dat we daar gezamenlijke standaarden hebben. Omdat je meestal ook in de financieringen met meerdere banken zit, dat je dus ook gezamenlijk de lat hoog kan leggen. Vanuit dat Environmental Social Risk Management kon ik ‘nee’ zeggen en kon ik adviseren naar de Raad van Bestuur “Dit is een transactie die we niet moeten doen”. Alleen de Raad van Bestuur kon die ook overrulen.

Jeroen: Nog één ding vanuit loopbaanperspectief: Je gaf al even aan dat de jongere generatie hier al geïnteresseerd in is, of in ieder geval de meeste, is het zo dat als jij een nieuwe vacature hebt – je hebt nu wereldwijd 37 mensen – dat er meteen enorm veel mensen op solliciteren? Is er enorme concurrentie?

Leonie: Er is inderdaad heel veel interesse. Soms zet ik vacatures zelfs niet extern, omdat ik het ook juist goed vind dat er intern carrièremogelijkheden aanwezig zijn, ook op dit gebied. Als we hem extern zetten, dan zijn er echt honderden mensen die reageren. Vaak ook wel mensen die weten dat er een functie internet uitgezet wordt en dan allerlei teamgenoten via LinkedIn benaderen om hiervoor in aanmerking te komen.

Jeroen: Ooit was jij hele andere dingen van plan dan waar je nu zit. Kan je schetsen hoe je überhaupt met paarden in aanraking gekomen bent?

Leonie: Ik ben opgegroeid in Twente. Daar werd veel paardgereden en één van onze buren was een vrouw die military reed en ze heeft ook professioneel military gereden. Zij heeft op een gegeven moment de club waarbij ik reed aangeboden om ook lessen te geven op dit gebied. Toen werd er een eigen wedstrijd georganiseerd, er werd echt op hoog niveau gepresteerd en je kon ook met elkaar de lat hoger leggen. Soms ook juist de enge zaken die met military gepaard gaan – waterbakken…

Jeroen: Even heel kort voor de luisteraars die het niet weten, mijn vrouw heeft haar hele leven paardgereden. Ik kan me er iets bij voorstellen, maar kan je heel kort uitleggen wat het precies is, voor de mensen die het niet helemaal kennen?

Leonie: Ja, ik beschrijf het meestal als een soort triatlon voor de paardensport. Het bevat meerdere disciplines; de eerste dag heb je dressuur, de tweede dag heb je een uithoudingsvermogensproef en crosscountry. En crosscountry is wat bekend staat om de waterbakken, de vaste hindernissen, boomstammen, waar onder andere military Boekelo het bekendste en eigenlijk de enige officiële in Nederland voor senioren. De laatste dag springen we over de balkjes die eraf kunnen vallen.

Jeroen: Hoe oud was je toen je voor het eerst hiermee in aanmerking kwam?

Leonie: Officieel mocht ik meedoen met wedstrijden toen ik acht was, maar military ben ik pas later gaan doen. Military ben ik vanaf mijn tiende of mijn elfde gaan doen, denk ik. Als je op die leeftijd bent is het heel speels en is het helemaal niet eng, wat dat betreft. Uiteraard worden allerlei veiligheidsmaatregelen getroffen, dus je traint nooit zonder body protector, je hebt ook een aparte helm voor de crosscountry omdat al die hindernissen vastzitten. Menige val heb ik meegemaakt!

Jeroen: Hoe vonden je ouders het dat je dit ging doen?

Leonie: Dat vonden ze leuk en ze hebben natuurlijk ook aangemoedigd dat ik überhaupt ging deelnemen aan de paardensport. We woonden buiten, dus wat dat betreft was het ook een hele goede mogelijkheid. Ze zijn altijd heel stimulerend geweest, zeker ook als het gaat om prestaties. Ze zagen ook bij mij dat ik hierin talent had en dat ik ook een wil had om inderdaad naar het hoogste te gaan. Dus dat hebben ze heel erg gestimuleerd en zeker natuurlijk met wedstrijden ook in het buitenland, als minderjarige kan je niet zelf een trailer besturen dus was het mijn lieve moeder die me overal naartoe gebracht heeft.

Jeroen: Is het niet ook een hele dure hobby? Het was niet meer een hobby voor jou, maar een hele dure sport?

Leonie: Het is een dure sport, maar zo zijn er andere sporten die ook duur zijn. Het leuke in Twente was wel – zoals in alle provincies waar veel paardensport beoefend wordt – is dat je ook altijd prijzengeld wint. Ik verdiende eigenlijk meer tijdens mijn paardentijd dan dat ik daarna in de afwas verdiende!

Jeroen: Ik dacht dat je ING ging zeggen. Afwas, oké. Beter dan de ING! Kan je verder nog iets vertellen over hoe je opgegroeid bent? Het paardrijden was een heel belangrijk onderdeel, maar kan je schetsen hoe het verder was?

Leonie: Voor mij was het echt wel heel serieus. Zeker al snel begon de hele paardenactiviteit heel serieus te worden, waarbij ik om zes uur opstond om anderhalf uur te trainen, dan ging ik naar school en daarna ging ik weer trainen. Soms – en dat heb ik ook indertijd met het hoofd van de school afgesproken – mocht ik ook lessen missen voor mijn trainingen die ik in Ermelo had op het paardensportcentrum voor het nationale team, mits ik maar wel voldoendes haalde. Gelukkig gebeurde dat ook. Ik denk dat het voor mijn omgeving ook niet heel vreemd was dat ik juist die hele prestatiegerichtheid had. Als ik kijk naar mijn ouders, mijn moeder is gepromoveerd in wis- en natuurkunde. Ze heeft desniettemin toen ze kinderen kreeg besloten om haar werk aan de kant te zetten. Mijn vader heeft diverse bestuurdersfuncties en CEO-functies bekleed, dus ik denk dat de prestatiedrang er in ieder geval goed ingehamerd is. Dat was ook wel één van de dingen die ik het moeilijkste vond nadat ik het roer moest omgooien en iets anders moest gaan doen: Ik moest me in één keer openstellen voor “Ik kan niet meer nummer één worden”, en dat heb ik wel heel erg lastig gevonden.

Jeroen: Je zou kunnen denken, met zulke succesvolle ouders, dat je je er helemaal had tegen afgezet. Maar in tegendeel, jij ging net zo competitief verder.

Leonie: Ja, competitiviteit zit zeker in mij en nog steeds. Zodra het woord ‘wedstrijd’ valt, dan is het bij mij ‘Ah, ik moet winnen!” Dus dat zit er zeker in. Er zijn zeker andere dingen geweest waar ik me wel tegen afgezet heb. Onder andere dat ik de enige was die met een ontzettend Twents accent praatte, ik heb diverse oorbellen en dergelijke gehad. Dus op die manier heb ik me voldoende kunnen afzetten. Maar dat prestatiegerichte, dat is ook wel iets wat ik zelf gewoon leuk vind. Aan de andere kant is het ook – zoals ik daarnet zei – iets waarmee ik het moeilijk gehad heb. Juist het verruilen van mijn topsportomgeving naar een hele andere omgeving was voor mij ook heel erg lerend om met mensen om te gaan die minder prestatiegericht zijn. Dat zie ik ook nu in mijn werk, het is juist heel erg leuk – en ik vind het ook ontzettend leuk – dat allerlei mensen dingen op verschillende manieren aanpakken. Waarbij er voor mij vroeger maar één weg naar Rome was, dat was ‘winnen, winnen, winnen’ en heel veel discipline, vind ik het juist leuk om te zien hoe mensen er toch komen maar op hele verschillende manieren en misschien veel minder prestatiegericht zijn.

Jeroen: Want je kon door dat verkeersongeluk niet meer verder daarmee, los van het feit dat het waarschijnlijk heel pijnlijk en dergelijke geweest is, hoe lang heb je erover gedaan voordat je er een soort van overheen gekomen bent? Misschien ben je er wel nooit overheen gekomen, dat weet ik niet. Maar wanneer had je een beetje het gevoel van “Ik kan weer verder met iets anders”?

Leonie: Ik denk dat het uiteindelijk veel langer geduurd heeft dan dat ik dacht. Ik heb diverse knieoperaties gehad, ze hebben ook indertijd tegen mij gezegd dat als ik mijn knie te veel zou bewegen ik voor mijn twintigste in een rolstoel zou zitten. Maar dat is nooit gebeurd. Inmiddels ben ik ook weer fanatiek aan het bootcampen, ondanks dat die knie heel veel pijn doet. Maar het wordt niet erger. Dus zolang ik ervoor zorg dat ik heel getraind ben kan ik inmiddels ook weer behoorlijk veel sporten aan. Dus daar ben ik ontzettend blij om. Ik werd in één keer van de hoogste podiumplaats uit die hele sportomgeving gehaald en ik was ook niet meer interessant voor mensen, je verliest allemaal vrienden die je denkt daar te hebben, dat was heel moeilijk voor mij. Toen heb ik ook gezegd “Ik ga mijn VWO halen”, want ik was HAVO gaan doen omdat ik dan ook meer tijd had voor het trainen en het was makkelijker om gewoon veel op school te missen. Toen ben ik in één jaar VWO gaan doen en dacht “Als ik mijn lichaam niet kan uitputten, dan moet ik mijn geest maar gaan uitputten”. Ik ben filosofie gaan studeren en ook thuis werd er gereageerd “Jij filosofie studeren? Je hebt nog nooit een boek gelezen”. Ik vond het een geweldige studie en ik heb daar inderdaad veel boeken gelezen. Ik lees inmiddels nog steeds. Ik denk dat ik er vroeger ook gewoon te weinig tijd voor had of minder prioriteiten voor had. Maar ik denk dat ik pas echt over deze hele situatie heb kunnen praten vlak voordat ik de opleiding aan het Cruyff Instituut ben gaan doen, dat was pas in 2011.

Jeroen: Hoeveel jaar na het ongeluk is dat?

Leonie: Van 1995 tot 2011. Dat is dus een behoorlijke tijd.

Jeroen: Het heeft een gigantische impact gehad op alle mogelijke manieren.

Leonie: Ja. En die opleiding was ik ook weer gaan doen, want op een gegeven moment kwam het toch terug bij mij van “Ik heb zo’n passie voor sport, dus daar wil ik weer iets mee”. Toen zei mijn man op een gegeven moment tegen mij “Waarom ga je niet gewoon een opleiding doen zodat je ook weer in dat netwerk komt?” Dat heb ik gedaan en het leuke was dat ik daar weer voor het eerst in aanraking kwam met topsporters. Ik heb ook in de klas gezeten met Ernesto Hoost, met Van der Sar; een tal van topsporters. Maar je hoeft niet met elkaar te praten, je voelt in één keer de verbondenheid van “Hey, zo zit jij ook in elkaar”. Dat is iets heel grappig, ik kan het heel moeilijk beschrijven, maar dat heb ik daar echt gehad. Sindsdien ben ik ook veel actiever geworden in het sporten. Dus inderdaad met besturen en dergelijke. Ik denk dat ik me de hele tijd daarvoor begraven heb.

Jeroen: Dan heb je de paardensport, dan heb je filosofie en waar komt die gedachtevorming rondom duurzaamheid, milieu en dat soort dingen vandaan?

Leonie: Voor een deel misschien ook wel vanuit mijn opvoeding. We hadden altijd een grote moestuin en vooral mijn moeder was altijd begaan met onbespoten spullen en het oogsten uit de tuin. Ik denk ook vanuit het filosofie-element, ik heb een hele holistische kijk op de wereld en heb ook daarin best wel een systeemdenken dat verschillende dingen met elkaar verbonden zijn. Op een gegeven moment heb ik een vak vanuit ethiek gevolgd wat over duurzaamheidsethiek ging. Je had één professor uit Amsterdam, die helaas inmiddels overleden is, die milieufilosofie gaf. Daar was ik heel erg door geïnspireerd: Hoe ga je met de aarde om? Hoe neem je dan ook beslissingen? Hoe stel je je op als mens? Ben je meer dominant of ben je onderdeel van het hele ecosysteem? Hoe ga je dat dan organiseren? Aan de ene kant vond ik filosofie een ontzettend leuke studie, maar ook wel behoorlijk theoretisch en ik ben best wel een praktijkgericht persoon. Dus toen ben ik ook de praktijk gaan opzoeken via scheikunde om milieuwetenschappen te volgen. Die studie bestond nog niet in die tijd, dus heb ik voor een deel scheikundevakken gevolgd in Amsterdam maar ook in Utrecht, in Wageningen, in Twente, in Leiden en heb op die manier een beetje de hele studie bij elkaar gesprokkeld via de verschillende universiteiten. Maar het maakt het heel praktisch. En juist de combinatie van filosofie – welke keuzes maak je, hoe kijk je überhaupt naar de wereld, wat voor impact hebben bepaalde besluiten – op milieugebied, dat vond ik ontzettend interessant.

Jeroen: Toen heb je dus besloten “Ik ga in de financiële wereld werken”. Voelde je je daarin dan direct thuis?

Leonie: Ik denk het wel, ja. Niet zozeer dat het per se de financiële wereld was, maar bij de cultuur van de ING voelde ik me zeker thuis. Ik zal nooit de traditionele bankier worden, maar het grappige is ook dat als je om je heen kijkt wie er allemaal binnen de bank werkt, je een enorme diversiteit ziet van ingenieurs tot en met mensen die geschiedenis gestudeerd hebben tot de echte econometristen en mensen die economie gestudeerd hebben. Het is dus een hele mix. Voor mij was niet de financiële sector leidend, maar wat ik wel meteen heel erg leuk vond, los van het feit dat ik van die consultancy weg wilde omdat ik veel meer geconfronteerd wilde worden met wat het betekent als je een verandering doorvoert en het oplossen als je tegen obstakels aanloopt, is dat je echt je verantwoordelijkheid neemt. Wat ik ook heel mooi vond is dat je eigenlijk binnen alle sectoren ziet dat je impact kan hebben. Je leest in de krant over bepaalde transacties of bedrijven waarmee je net gesproken hebt en iets voor gefinancierd hebt. Het is dus wat dat betreft iets dat je heel duidelijk terugziet in de wereld om je heen, wat voor een rol je hebt als financiële instelling.

Jeroen: Als je nu naar de financiële sector in zijn algemeenheid kijkt, hoe vind je dat die ervoor staat als het gaat om duurzaamheidsbeleid en afwegingen die gemaakt worden?

Leonie: Wereldwijd is misschien een beter perspectief, ook vanuit de ING omdat dat gewoon een grote speler is en eigenlijk een beetje te vergelijken is met andere financiële instellingen in het buitenland dan met partijen die er in Nederland zijn. Duurzaamheid staat inmiddels bij bijna alle financiële instellingen heel hoog op de agenda. Is het niet vanuit de regelgeving die eraan komt, dan is het wel vanuit hetzelfde als ING; het geloof van duurzame business is betere business. Dus wat dat betreft denk ik dat duurzaamheid er goed voorstaat. Zijn we er? Zeker niet. Duurzaamheid kan nog veel meer geïntegreerd worden in de besluitvorming, we kunnen nog veel ambitieuzer zijn als het gaat om het helpen van bedrijven in die hele transitie en daarbij moet je soms ook keuzes maken. Dat zijn dingen die nu door de regelgeving ook voor een deel gevraagd worden. Bijvoorbeeld: Heb je klimaatrisico’s volledig meegenomen in je besluitvorming? Kan je nog wel tegen elke sector hetzelfde aankijken als dat je vroeger deed als je klimaatrisico’s meeneemt? Wat dat betreft is duurzaamheid ook een financiële overweging geworden in de besluitvorming van de financiële sector. Maar dat is nog niet overal voldoende ingenet.

Jeroen: Als je naar je eigen leven kijkt versus wat je probeert te bereiken binnen de bank, in hoeverre heb je zelf ook een duurzaam leven? In hoeverre ben je cognitief dissonant of niet met wat je preacht? Kan je daar iets over zeggen?

Leonie: Jazeker! Ik denk niet dat ik 100% zou scoren als het gaat om duurzaamheid in mijn privéleven. Maar uiteraard het scheiden van het afval, we hebben zonnepanelen, we hebben nu ook net weer tien zonnepanelen erbij besteld. Ik rij als sinds het kon in de leasevloot elektrisch. Dus ik heb diverse elektrische auto’s gehad en de eerste zelfs waarbij ik eigenlijk maar 90 km range had en dan moest ik naar de atletiekunie toe in Papendal of voor vergaderingen ‘s avonds, dus ik ken alle snellaadstations in Nederland ongeveer uit mijn hoofd omdat ik daar altijd stilstond met bijna op nul te staan. Inmiddels ben ik met mijn auto naar Italië gereden, deze zomer. Dus inmiddels heeft daar ook een heel stuk innovatie plaatsgevonden, zodat de range een stuk beter is. Dus wat dat betreft, bij auto’s zeker en ik geniet ervan om in de tuin te werken. We hebben heel veel bomen, bloemen, juist ook vlinderbloemen en insectenbloemen.

Jeroen: Kan je het vliegen ook vermijden? Nu wel natuurlijk met Corona.

Leonie: Voor Corona vloog ik wel één keer per week ongeveer. Ik hoop heel erg dat Corona er ook voor gezorgd heeft dat we nu wat bewuster kunnen omgaan met waar je allemaal naartoe moet. Als het in de markt standaard is dat je bij een klantbezoek langskomt en andere partijen doen dat ook, dan prijs je jezelf soms uit de markt als je zegt “Ik ben er per video bij”. Ik heb het wel al een paar keer tegen mensen in het team gezegd “Voor deze meeting vind ik het niet echt nodig om te gaan. Kan je niet inbellen als je lokaal mensen aan tafel hebt zitten?” Je merkte gewoon dat het effect niet voldoende was. Ik hoop dat iedereen nu gedwongen geweest is om digitale communicatie te hebben, zodat we nu ook beseffen “Misschien moet ik alleen voor hele moeilijke meetings of een kennismakingsmeeting ergens naartoe. Maar als het gewoon gaat om een paar documenten door te spreken, misschien is het dan niet nodig en kan ik dat gewoon per video doen”.

Jeroen: Dan heb ik een ongelofelijke ingewikkelde vraag: Als je kijkt naar de klimaatverandering, denk je dat wij ook een echte klimaatcrisis in de rijke landen van de wereld nodig hebben om echt iets te veranderen? Of zeg jij “Nee, we gaan het wel voor zijn. We zullen de echte crisis wel voor zijn”. Dus met andere woorden, als je de vergelijking met Corona trekt, zeg je “Nu vliegen we echt minder, want de crisis heeft dat veroorzaakt”, is dat aan de klimaatkant – wat natuurlijk potentieel vele malen groter is – ook nodig voordat er echt iets gebeurt?

Leonie: Over het algemeen ben ik een opportunist en heel erg positief. Maar op deze vraag vrees ik toch dat ik je inderdaad daarin moet steunen dat we meer nodig hebben dan puur nu onze intrinsieke motivatie om er iets aan te doen. Er moeten gewoon harde keuzes gemaakt worden. En we hebben nu inderdaad met Corona gezien dat de luchten in één keer blauw waren, dat mensen niet meer reden en wat voor effect dat had. En je ziet nu eigenlijk al dat mensen dat ook alweer snel vergeten, dat zodra dingen opengaan, dat mensen er toch naartoe gaan en ze denken niet heel erg na over “Wil ik dat wel? Wat betekent het als ik dat doe?” Aan de ene kant is het een samenspel van goede regelgeving met mensen die zich daar heel hard voor inzetten om actieve verandering in het denken te bewerkstelligen en aan de andere kant het ook heel tastbaar maken. Want dat is altijd het probleem geweest met klimaat, denk ik, dat het gewoon niet tastbaar is voor mensen. Mensen denken “Nou, dat is prima als het hier twee graden warmer gaat worden”. Maar dat is helemaal niet het geval. Het zal veel extremer worden. En ja, in de zomer zal het misschien veel warmer worden, maar de stormen, de gigantische neerslag die we zullen krijgen zal ook enorm zijn.

Jeroen: We hebben bij Leaders in Finance ook altijd een luisteraarsvraag. Deze is van iemand die het anoniem ingestuurd heeft en ik ben er uiteindelijk mee akkoord gegaan. De luisteraarsvraag is als volgt: In hoeverre heeft jouw gevoel en je intuïtie meegespeeld bij jouw keuzes in je loopbaan? In hoeverre is dat bepalend geweest voor je succes? Het meest interessant vindt deze luisteraar of je daar een voorbeeld van hebt?

Leonie: Oei, dat is een hele moeilijke vraag. Ik ben een vrij rationeel persoon. Dus wat dat betreft word ik niet altijd geleid door mijn gevoel, maar ik denk dat mijn gevoel toch meer een rol speelt dan dat ik soms denk. Ik heb er wel heel sterk een gevoel bij of iets goed is of niet. Ik zou moeten nadenken over een specifiek voorbeeld.

Jeroen: Ben je op basis van je gevoel filosofie gaan doen?

Leonie: Nee, ik ben op basis van mijn ratio filosofie gaan studeren. Aan de ene kant om dus mijn hersenen verder uit te dagen in plaats van mijn lichaam na alle sportactiviteiten. Maar langs de andere kant ook omdat ik niet een keuze wilde maken van “Ik wil een econoom worden, ik wil dokter worden (daar had ik ook niet eens het juiste pakket voor op school)”, maar een heel breed allesomvattend verhaal over wetenschap. In de keuzes die ik maak kies ik wel vaak voor een route die misschien niet de meest makkelijke is. Ook in ING, toen ik dat Environmental Social Risk ben gaan opzetten; je wordt er niet het populairste mee als je sommige deals moet afkeuren. Dus in die zin zijn mijn keuzes niet per se rationeel om het makkelijke te doen, vaak juist het moeilijke of het ongedane pad, dat trekt mij aan.

Jeroen: Heb je het gevoel dat je soms dingen op intuïtie doet?

Leonie: Jazeker. Ook bijvoorbeeld sustainable finance opzetten. Ik had gewoon een gevoel en een – het is niet echt een visioen – heel sterk gevoel dat dit een grote markt zou worden en heel belangrijk zou worden. Dus in die zin luister ik wel heel sterk naar het beeld dat ik binnen heb en hoe ik dat kan verwezenlijken.

Jeroen: Daarnaast hebben we een teaser en een pleaser bij Leaders in Finance. De teaser is heel kort en ze is ook bedoeld om te teasen: Je had meer kunnen bereiken buiten een grote corporate voor een duurzame wereld dan binnen een grote corporate met jouw drive en energie.

Leonie: Zeker! Maar ik ben lang nog niet klaar met mijn carrière, dus ik kan ook nog alle kanten op. Maar ik denk juist als financiële instelling waarbij je toch echt aan het fundament van – ook onze klanten – het verschaffen van kapitaal zit, dat je keuzes kan maken om ambitieuzer te zijn dan de markt en daarbij ook de hele markt in beweging te zetten. Ik zal nooit beweren dat wij achter het stuur zitten bij onze klanten, maar we kunnen hen uitdagen om juist andere besluiten te nemen en om bepaalde transitietrajecten in te zetten. Dus ik denk dat we juist heel veel invloed kunnen hebben op de economie en daar een hele belangrijke speler in zijn. Uiteindelijk zijn we toch de motorolie van de economie.

Jeroen: Aan de pleasende kant vragen we altijd of je een bepaald boek of bepaalde boeken hebt die je graag leest of die je graag aan mensen als cadeau geeft, die jou geïnspireerd hebben?

Leonie: Onlangs heb ik het boek van Phil Knight gelezen.

Jeroen: Shoe dog?

Leonie: Ja, Shoe dog. Dat vond ik een ongelofelijk inspirerend verhaal. Het verbindt natuurlijk ook weer het ondernemerschap en sport. Dus dat is misschien wel één van de haakjes die bij mij heel goed aanslaan. Maar het was heel mooi om te zien hoe een bedrijf wat we nu kennen als zo groot, wat voor stappen die in het begin gemaakt hebben en hebben moeten vechten om te overleven; wat voor een strategie, maar met name ook voor een visie en doorzettingsvermogen daarachter zat.

Jeroen: Je bent altijd heel druk met je werk bezig, dat lijkt me wel redelijk evident op basis van wat we nu gehoord hebben. Hoe combineer je dat met je privé? Hoe zorg je ervoor dat die twee in balans blijven?

Leonie: Ik kan redelijk goed – en dat is misschien de discipline van vroeger – die grens aanbrengen. Dus nu ook bijvoorbeeld in de Corona-tijd waar heel veel mensen worstelen met het scheiden van thuis en werk – omdat het alle twee thuis is – heb ik voor mezelf nu ook een nieuw regime ingesteld. Zodra ik opsta ga ik minimaal een halfuur sporten, dan ga ik achter mijn computer zitten. Ik wil niet opstaan en dan vervolgens achter mijn computer zitten. Eigenlijk probeer om zes uur gewoon de deur van mijn kantoortje weer dicht te trekken en dan doe ik nog best wel wat mailtjes, dat doe ik dan beneden op mijn iPad. Daarvoor deed ik dat ook wel als ik thuiskwam, dat ik dan toch wel weer mails aan het beantwoorden ben. Maar het geeft mij in ieder geval het gevoel dat ik een moment afsluit. Dus ik heb echt mijn werkmoment en ik heb mijn privémoment. De laatste week van mijn vakantie ben ik thuis geweest, we wonen in een hele waterrijke omgeving. De andere week heb ik nog wel wat dingen voor mijn werk moeten doen, maar die week eigenlijk niet. Ik heb heerlijk gezwommen in de Vecht, gesurft, met bootjes gevaren, terwijl dat ook thuis was en thuis is nu ook het kantoor. Maar ik ben ook niet in die kamer geweest waar mijn kantoor is.

Jeroen: Kan je nog paardrijden?

Leonie: Nee. Mijn knie is nog steeds kapot, dus ik kan geen enkele aanraking hebben op mijn knie.

Jeroen: Dus je hebt het echt niet meer gedaan na die tijd?

Leonie: Nee. En aan de andere kant denk ik ook, mensen vragen weleens “Je kan toch gewoon op een paard zitten?” Ja, en misschien als ik een grote beschermer op mijn knie doe dat het zou kunnen. Maar dan kan ik niet wat ik kon. Daar komt dan ook mijn prestatiedrift weer naar boven; als ik niet kan wat ik kon vind ik het ook niet interessant.

Jeroen: Bij de teaser daarstraks liet je heel erg vallen van “Dan misschien ooit nog weleens buiten die corporate”. Hoe zie je jezelf op langere termijn? Waar zie je jezelf in je looptijd naartoe bewegen?

Leonie: Ondernemerschap, innovatie en duurzaamheid zijn elementen die ik heel graag wil hebben in mijn werk. Zodra dat binnen de ING bijvoorbeeld niet mogelijk is, dan zal ik zeker ook andere richtingen gaan onderzoeken. Op dit moment liggen er ook nog heel veel uitdagingen binnen ING om juist nieuwe zaken te ontwikkelen. Bijvoorbeeld: Hoe zorgen we ervoor dat we relevant blijven voor klanten in een wereld die heel erg aan het commoditizen is? Ik weet niet hoe je dat in het Nederlands zegt. Er liggen dus voldoende uitdagingen, maar ik moet die uitdaging altijd hebben om ook weer aan nieuwe dingen te bouwen. Mogelijkerwijze zou dat ook buiten ING kunnen zijn, bijvoorbeeld een scaleup naar een hoger plan brengen of voor mezelf beginnen op een gegeven moment. Dus er zijn allerlei richtingen die ik zeker voor mogelijk hou.

Jeroen: Zou je wel altijd dat duurzaamheidscomponent daarin hebben, of moet dat niet per se?

Leonie: Het hoeft niet per se gericht te zijn op duurzaamheid. Duurzaamheid hoeft niet de hoofdmode te zijn, maar ik zal het nooit meer verliezen. Dat merk je eigenlijk ook bij iedereen die in de duurzaamheid gewerkt heeft; het blijft iets dat je mee gaat nemen. Dat is ook waarom ik het uiteindelijk als mainstream zou zien, omdat je wil dat mensen het gewoon als een stukje vanzelfsprekendheid gaan meenemen.

Jeroen: Heb jij voor mensen die nu aan een carrière beginnen of net een paar jaar bezig zijn bepaalde tips?

Leonie: Verwacht niet dat je eerste baan de perfecte baan zal zijn. Ik merk bij heel veel mensen die echt op zoek zijn naar banen waarvan ze denken “Hier kan ik precies een bepaalde carrière doorlopen” dat het er anders uitziet. Je zal altijd op een gegeven moment toch bepaalde keuzes maken die weer een andere uitdaging zijn. Dus pin je niet vast op “Dit is de loopbaan die ik wil hebben”.

Jeroen: Nog andere dingen?

Leonie: Geniet ook van je werk. Werken moet leuk zijn.

Jeroen: Volgens mij is dat het voor jou.

Leonie: Zeker! Ik zou geen werk kunnen doen waar ik geen energie van krijg.

Jeroen: Voordat ik jou ga bedanken voor dit leuke gesprek stel ik altijd dezelfde vraag: Is er iets waarvan jij zegt “Jeroen, ik vind het zo jammer dat je dat niet gevraagd hebt”, of iets dat je zelf nog wil delen?

Leonie: Nee, volgens mij hebben we heel veel besproken. Dankjewel, ik vond het een leuk gesprek!

Jeroen: Graag gedaan en jij heel erg bedankt voor al je tijd en je openheid. Dankzij Bloomon krijg je nog een leuk cadeautje voor al de tijd die je voor Leaders in Finance genomen hebt. Bedankt daarvoor!

Leonie: Graag gedaan!

Dit was Leaders in Finance. Elke week weer een nieuwe aflevering, elke week weer een mens achter het succes. Ik vind het belangrijk om te zeggen, deze podcast zou er niet zijn zonder onze partners: Interim Valley, FG Lawyers en Bizcuit.

Door deze site te gebruiken ga je akkoord met het plaatsen van cookies. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten