
Voice-over: Dit is Leaders in Finance, een podcast waarin we op zoek gaan naar de mens achter het succes. We praten met leiders van nu en later over hun drijfveren, carrière en privéleven. Waarom? Omdat er meer gesproken moet worden in de financiële sector. Onze gast deze aflevering bouwde het Nederlandse kantoor op van een van de meest toonaangevende financiële instellingen ter wereld. Van 0 tot meer dan 600 mensen.
Hans: Nederland is een hele grote, vooruitstrevende economie. Punching above its weight is eigenlijk veel groter qua economie dan het aantal mensen dat hier woont.
Voice-over: Na 30 jaar in investment banking weet hij als geen ander wat werken op het hoogste niveau vraagt en wat het je kost.
Hans: Als je gewend bent om van ochtends tot ’s avonds laat te werken of de hele tijd met je werk bezig te zijn, dan moet je bewuste keuzes maken om present te zijn in de tijd die je met anderen doorbrengt. Met je vrouw, met je kinderen, met je familie en met je vrienden. Ik heb wel geleerd om daar steeds beter in te worden.
Voice-over: Maar zijn beste tip voor starters heeft niets te maken met dealflow of hiërarchie.
Hans: Dat er altijd meer te leren is door zoveel mogelijk mensen aan te spreken, te vragen en te betrekken in je leven dan je denkt.
Voice-over: Onze gast deze aflevering is Hans den Hoedt, Head of Investment Banking and Country Head Nederland bij Goldman Sachs. Je host is Jeroen Broekema.
Jeroen: Welkom luisteraars bij een nieuwe aflevering van Leaders in Finance. Leuk dat je luistert. Deze week hebben we te gast Hans den Hoedt, Head of Investment Banking in Nederland en Country Head Nederland bij Goldman Sachs.
Van harte welkom Hans. Dank je wel voor de uitnodiging, heel fijn om hier te zijn.
Ik vind het heel leuk dat je er bent en bijzonder om met jou in gesprek te gaan. Voordat we beginnen en voordat ik je nader introduceer, wil ik graag de partners van de Leaders in Finance podcast bedanken voor hun steun. Dat zijn EY, Mogelijk Vastgoedfinanciering en Lepaya.
Ik ben mijn partners zeer dankbaar, want zonder hen zou deze podcast moeilijk tot stand komen. Zoals altijd begin ik traditiegetrouw met het spellen van de naam van de gast: Hans, H-A-N-S, den, D-E-N en Hoedt, H-O-E-D-T.
Zoals ik zei, ik zou je introduceren. Hans den Hoedt werkt al zo’n 30 jaar in investment banking. Hij studeerde Business Economics and Finance aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en begon in 1995 bij ABN AMRO, waar hij doorgroeide tot Managing Director.
Na een periode als Managing Director bij de Royal Bank of Scotland stapte hij in 2010 over naar Goldman Sachs. Vanuit Londen leidde hij daar jarenlang capital markets voor West-Europa.
In 2020 heeft hij het kantoor van Goldman Sachs in Amsterdam geopend. Tot slot: Hans is 57 jaar en woont in Londen en Amsterdam, een beetje ertussenin, daar gaan we het straks ongetwijfeld over hebben. Hij is getrouwd en jullie hebben samen drie kinderen.
Dat ter introductie. Ik vind het leuk om te starten met het neerzetten van Goldman Sachs. We kunnen dat op allerlei niveaus doen: global, Europees of Nederlands. Maar ik zou het fijn vinden om het te structureren aan de hand van verschillende stakeholders.
Waar zou je willen starten? Bij de collega’s waarmee je werkt of bij de klanten?
Hans: Laat ik de volgorde nemen zoals jij die aangeeft, Jeroen, en beginnen bij de collega’s. Dat schetst misschien meteen iets van de cultuur van de bank.
Als ik er één ding uit zou mogen halen, dan is het dat ik de mogelijkheid heb om iedere dag te werken met hele inspirerende mensen. Mensen die buitengewoon goed opgeleid zijn en uit heel veel verschillende culturen, samenlevingen, landen en talen komen.
Het mooie daarvan is dat je met een groep mensen werkt die iedere dag andere inzichten kunnen geven en mij helpen om de klanten in Nederland beter te bedienen. Dat is heel interessant en energiegevend. Dat is een van de belangrijkste punten van de cultuur van Goldman.
Jeroen: Als je naar die collega’s kijkt, hoeveel mensen hebben jullie wereldwijd, in Europa en in Nederland?
Hans: Wereldwijd werken er bij Goldman ongeveer 48.000 mensen. In Europa, ik weet het niet exact, maar ik denk rond de 9.000. En in Nederland werken er rond de 650 mensen.
Jeroen: Als je kijkt naar jouw 650 mensen hier in Nederland, wat voor soort rollen hebben zij?
Hans: Dat kan ik het beste beantwoorden door iets van de historie te schetsen. Tot en met 2020 hadden wij eigenlijk geen mensen in Nederland on the ground.
Sinds de start van David Solomon als CEO in 2018 hebben wij besloten om op veel plaatsen in de wereld meer lokaal aanwezig te zijn voor verschillende klantgroepen. In Amerika groeiden we bijvoorbeeld kantoren buiten New York, zoals Dallas en Californië.
In Europa speelde ook de brexit een rol, na de stemming in 2016. We hebben besloten om bestaande kantoren te vergroten in plaats van alles te centraliseren. Het hoofdkantoor voor continentaal Europa zit formeel in Frankfurt, maar we hebben ervoor gekozen om mensen lokaal te positioneren: Italiaanse bankiers in Milaan, Spaanse in Madrid, enzovoort.
Daarnaast hebben we nieuwe locaties gekozen, waaronder Amsterdam. Toen ik deze rol kreeg, hebben we bekeken of we ook in Nederland actief moesten worden. Dat antwoord was snel duidelijk: ja.
Nederland is een grote, vooruitstrevende economie, punching above its weight, met veel interessante bedrijven. Dus hebben we besloten hier een kantoor te openen.
In eerste instantie zaten we op twee locaties in Amsterdam, mede door COVID. Tegelijkertijd hebben we ingezet op samenvoeging. We hebben verschillende divisies – asset management, private wealth management, investment banking en transaction banking – naar Amsterdam gebracht.
Daarnaast hebben we in 2021 een groot onderdeel van NN Investment Partners overgenomen van Nationale Nederlanden. Die transactie sloot in april 2022. Daarmee hebben we een groot team in Den Haag opgebouwd, dat een belangrijk platform vormt voor onze asset management activiteiten in Europa.
Samengevat: een kantoor in Amsterdam met ongeveer 35 mensen en een kantoor in Den Haag met ongeveer 600 mensen.
Jeroen: Dus het grootste deel zit in asset management, het voormalige NNIP?
Hans: Ja, dat klopt grotendeels. Maar een deel van de asset management-collega’s zit ook in Amsterdam. Daarnaast is ongeveer een derde actief in private wealth management – het beheren van vermogen voor zeer vermogende Nederlanders en family offices – en de rest zit in investment banking.
Jeroen: Hoe werken die drie activiteiten – asset management, private wealth management en investment banking – samen?
Hans: Zoals jij het schetst, raak je precies de kern. Daarom werkt het zo goed en is het belangrijk om mensen bij elkaar te hebben. De commerciële connectiviteit en de mogelijkheid om samen te werken nemen daardoor sterk toe.
Uiteraard zijn er vanuit compliance verschillende afdelingen en zogeheten Chinese walls. We kunnen niet alles delen, bijvoorbeeld bij een IPO of grote M&A-transactie.
Maar zodra informatie publiek is, ontstaat er samenwerking. Bijvoorbeeld wanneer een ondernemer na een transactie een groot vermogen heeft opgebouwd, kan dat relevant zijn voor private wealth management.
Die driehoek tussen private wealth, asset management en investment banking is dus heel belangrijk.
Jeroen: Waar zit de grootste groeimarkt?
Hans: Dat is lastig te zeggen. Alle drie groeien sterk. Dat komt door onze lokale aanwezigheid, betere samenwerking en de groei van de Nederlandse economie.
Jeroen: Als buitenstaander zou ik zeggen: private wealth vanwege de vermogensoverdracht, asset management door bijvoorbeeld de pensioentransitie, en investment banking door verschuivingen in de markt.
Hans: Dat klopt. Alle drie zijn zeer interessant en daarom investeren we er ook serieus en lokaal in.
Jeroen: Als je wereldwijd kijkt naar die 48.000 mensen waar je het over had, waar zitten die geografisch het meest? In Amerika? Is mijn aanname correct?
Hans: Dat weet ik niet precies. Ik denk wel zo’n beetje de helft, en dat reflecteert ook redelijk waar we ons geld verdienen. Misschien iets meer dan de helft, rond de 55%. Europa is ook belangrijk, en een groot deel zit in India. We hebben daar twee grote kantoren met samen zo’n 9.500 mensen, dus dat is een heel belangrijk onderdeel van de bank. Verder hebben we grote kantoren in Hongkong, Singapore, Tokio en Beijing, en uiteraard in New York, wat misschien nog steeds ons grootste kantoor is. Maar Dallas is bijvoorbeeld ook heel groot geworden en Londen is sterk vertegenwoordigd. Dus het is relatief goed verspreid, maar New York, Londen en India zijn misschien wel de grootste.
Jeroen: Veel mensen zeggen dat de financiële sector steeds meer techgedreven is, net zoals de hele samenleving. Geldt dat ook voor jullie? Zien jullie jezelf naast een financiële organisatie ook als een techorganisatie?
Hans: Technologie is extreem belangrijk voor ons, op alle onderdelen van de bank. Of dat nou op een equity trading desk is, waar technologie al heel lang een grote rol speelt, of in hoe we samenwerken, klanten benaderen of een IPO-prospectus opstellen. Ik kan tientallen voorbeelden noemen. We zijn geen technologiebedrijf als zodanig, maar we gebruiken technologie als geen ander.
Jeroen: Hebben jullie veel tech in-house?
Hans: Ja, dat doen we voornamelijk zelf. Een aanzienlijk deel van die 48.000 mensen werkt in technology jobs. Ik weet het exacte aantal niet, maar het kan richting een derde gaan.
Jeroen: Ik had het idee dat mensen best lang bij Goldman Sachs werken. Klopt dat?
Hans: Dat klopt. Mensen voelen zich kennelijk prettig bij de cultuur en de manier van werken.
Jeroen: Hoe zou je die cultuur omschrijven?
Hans: Een deel daarvan heb ik al beschreven: het internationale karakter en de diversiteit. Wat voor mij altijd belangrijk is geweest, al vanaf jonge leeftijd, is werken in een omgeving met verschillende culturen en denkwijzen. Die diversiteit helpt om vanuit meerdere invalshoeken tot oplossingen te komen.
Daarnaast is snelheid en samenwerking cruciaal. Als een klant belt, kan ik snel mensen uit verschillende landen en disciplines bij elkaar brengen om te brainstormen. Die aanpak is vrij uniek.
En teamwork is essentieel. We kijken altijd waar we elkaar kunnen helpen, voorbij onze eigen rol of klant. Dat leidt ook tot weinig silo-denken. We opereren niet in strikte hokjes of rapportagelijnen, maar juist over grenzen heen.
Jeroen: Dus samengevat: internationaal, slimme mensen en teamwork?
Hans: Ja, dat zijn belangrijke elementen.
Jeroen: Hoe zorg je dan dat je altijd de beste mensen houdt, als mensen ook lang blijven?
Hans: Mensen blijven omdat ze het prettig vinden en iets bijdragen. Het is een wederkerige relatie. En dat gaat verder dan alleen financiële beloning.
Afscheid nemen gebeurt ook, maar vaak wederzijds. Soms vraagt de organisatie iemand te vertrekken, soms kiest iemand zelf voor iets anders. Dat is redelijk in balans.
Jeroen: Dan ga ik naar de volgende stakeholder: klanten. Kun je de belangrijkste klantengroepen schetsen?
Hans: Binnen investment banking zijn dat vooral bedrijven en financiële instellingen, en soms overheden. In asset management zijn het institutionele beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeraars. En in private wealth management zijn het vermogende particulieren en family offices.
Jeroen: Wat bedienen jullie niet? Bijvoorbeeld retail of kleine ondernemers?
Hans: Retail doen we niet. Binnen investment banking bedienen we wel bedrijven die kleiner zijn dan beursgenoteerde ondernemingen, inclusief familiebedrijven met groeipotentieel.
Jeroen: Dus je kunt als particulier geen rekening openen bij Goldman Sachs in Nederland?
Hans: Nee.
Jeroen: Hoe zit het met regulering in Nederland?
Hans: Ons Nederlandse kantoor valt onder Goldman Sachs Bank Europe, met hoofdkantoor in Duitsland. We worden gereguleerd door de ECB en in Nederland door De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten.
Voice-over:
Dit is Leaders in Finance met Jeroen Broekema.
Jeroen: Dan de stakeholder concurrentie. Veel van jullie concurrenten zijn ook partners of zelfs klanten, toch?
Hans: Ik zie Nederlandse banken zoals ABN AMRO, Rabobank en ING vooral als partners. We werken samen op transacties zoals M&A en IPO’s. Ze hebben hun eigen strategie en zijn daar succesvol in.
Jeroen: Wie zie je dan wel als concurrenten?
Hans: Er zijn veel partijen actief in Nederland. Wij zijn zeker niet de enigen die de kansen in deze markt zien.
Jeroen: Dan aandeelhouders. Hoe is dat bij jullie georganiseerd?
Hans: We zijn beursgenoteerd in New York sinds 1999. Vanaf een bepaald niveau krijgen medewerkers aandelen als onderdeel van hun bonus. Dus veel senior mensen zijn ook aandeelhouder.
Jeroen: Voelt dat ondernemender?
Hans: Ja, maar belangrijker is de partnershipcultuur. Die bestaat al meer dan 150 jaar en is ook na de beursgang behouden gebleven. We voelen ons verantwoordelijk voor het geheel en werken als ‘stewards’ van de organisatie.
Jeroen: Ben je meer ondernemer van Nederland of onderdeel van het geheel?
Hans: Beide. We zijn trots op wat we lokaal doen, maar succes is alleen mogelijk dankzij samenwerking wereldwijd.
Jeroen: Word je afgerekend op de Nederlandse P&L of wereldwijd?
Hans: De prestaties van de bank als geheel zijn het belangrijkst. Lokale prestaties spelen mee, maar zijn secundair.
Jeroen: Dus er is een sterke incentive om collega’s wereldwijd te helpen?
Hans: Absoluut.
Jeroen: Kun je het moment herinneren dat je overstapte naar Goldman Sachs?
Hans: Ja. Ik werkte met veel plezier bij ABN AMRO en later bij Royal Bank of Scotland. Ik ben loyaal en had geen plannen om te vertrekken.
Maar toen benaderde Goldman mij. Ik heb uiteindelijk 23 gesprekken gevoerd voordat ik de stap maakte.
Jeroen: Echt 23?
Hans: Ja, letterlijk. Ik wilde veel mensen spreken om te zien of het bij me paste.
Jeroen: Waarom twijfelde je?
Hans: Omdat ik uit Europese banken kwam met ook retail en commercial banking. Goldman was meer investment banking en trading. Dat is een andere cultuur.
Maar de gesprekken waren zo inspirerend dat ik dacht: hier hoor ik thuis.
Jeroen: En toen?
Hans: Ik ben in 2010 overgestapt. En ik heb nooit teruggekeken.
Jeroen: Was dat spannend?
Hans: Natuurlijk is het spannend, want je carrière en de baan die je doet, zijn een belangrijk onderdeel van je leven.
Jeroen: Wat vond je het spannendste?
Hans: Om te kijken of dit het was. Of ik hier dezelfde mate van succes zou kunnen hebben. Zoals ik net al beschreef: je bouwt een bepaalde aandeelhouderswaarde op als persoon binnen een organisatie. Als je ergens lang blijft, als mensen met je kunnen lezen en schrijven, als ze weten wat ze aan je hebben, als ze weten dat je dingen succesvol kunt maken en verschillende functies succesvol kunt uitoefenen, dan voelt dat prettig. Beide kanten op.
De vraag is dan: kan ik dat hier ook zo succesvol doen? Dat is een belangrijk onderdeel van de afweging of je van baan zou moeten veranderen. Of je dezelfde mate van cultuur tegenkomt. Of je op dezelfde manier succesvol kunt zijn als je tot dat moment gewend was. Dat weet je pas als je het echt ervaart.
Zoals gezegd: ik heb niet voor niets 23 gesprekken gehad om goed uit te vinden of ik de juiste mensen zou tegenkomen. Dat was het geval, dus ik heb die wisseling met veel vertrouwen gemaakt. Maar desalniettemin moet het wel goed uitpakken. Dat is ook zo geweest. Nogmaals: ik heb geen dag teruggekeken.
Jeroen: Woonde je op dat moment al in Londen?
Hans: Ik ben in 2000 voor ABN AMRO naar Londen gegaan.
Jeroen: Dus je woont er al heel lang. En nu woon je nog steeds half-half?
Hans: Formeel gezien woon ik er nog steeds. Ik spendeer natuurlijk heel veel van mijn tijd in Amsterdam. Ik vlieg vrijwel ieder weekend op zondagavond van Londen naar Amsterdam en op vrijdagavond weer terug.
Jeroen: Hoe is het om in Londen te wonen? Voel je je al half Brits?
Hans: Nee, is het antwoord op je tweede vraag. Hoe het is om daar te wonen? Uitstekend. Het is een buitengewoon plezierige stad. Het lijkt eigenlijk heel erg op Amsterdam, alleen veel groter. Het is natuurlijk een wereldstad die heel veel te bieden heeft.
Wij wonen in Wimbledon. Dat is formeel nog Londen, SW19, dus het heeft een Londense postcode. Maar zoals veel onderdelen van Londen zijn dat eigenlijk vroeger verschillende dorpen geweest, met hun eigen kern, natuur en park, die zijn samengegroeid tot één grote stad. Wimbledon is daarmee ook nog steeds echt een dorp. Een heel plezierig dorp. Er is een bos ongeveer voor mijn deur waar ik kan wandelen met mijn vrouw als ik wil, of sporten of iets anders kan doen.
Onze kinderen zijn daar min of meer geboren en opgegroeid. We hebben daar met heel veel plezier gewoond. En we gaan waarschijnlijk straks weer met veel plezier in Amsterdam wonen.
Jeroen: Je gaat uiteindelijk toch terug?
Hans: Ik denk dat dat moment wel komt.
Jeroen: Ik kan het beamen. Ik heb vier jaar lang om de week naar Londen gereisd en ging er altijd heel vroeg op uit om te rennen naar een ander park of deel van Londen. Ik ben ook weleens naar Wimbledon gerend, wat overigens heel ver is vanuit de City. Ik was helemaal kapot toen ik terugkwam. Wat mij verbaasde, was dat je daar inderdaad echt in het bos zit. Ik kwam een ree en een vos tegen. Dat verwacht je niet als je Wimbledon zegt in Londen. Mensen kennen het natuurlijk vooral van tennis. Ben je ook weleens naar het tennis geweest?
Hans: Ja, ik probeer daar ieder jaar naartoe te gaan als ik kan. Soms met klanten, soms zelf. Als je daar lokaal woont, is er een mogelijkheid om tickets te kopen op de commerciële markt, zoals iedereen dat kan doen. Maar je kunt ook meedoen aan de jaarlijkse ballot. Daar mag overigens iedereen aan meedoen, daar hoef je niet Brits voor te zijn. Je kunt je vanuit de hele wereld inschrijven en dan maak je kans op kaartjes.
Als je lokaal woont, is er nog een aparte ballot. Dat doet het toernooi omdat er natuurlijk ook een bepaalde vorm van overlast is gedurende die twee weken. Trouwens, ik ervaar dat helemaal niet zo. Het is juist een feest om daar te wonen in die twee weken. Het is heel gezellig. Tennisspelers lopen gewoon op straat, wonen in de huizen naast je. Wij hebben ons huis ook weleens verhuurd aan een tennisser.
Jeroen: Wat gaaf.
Hans: Ze eten in de lokale restaurants. Het is een heel leuke atmosfeer. Op de een of andere manier is er eigenlijk altijd wel een manier om naar Wimbledon te gaan. Bovendien kun je op de eerste twee dagen, maandag en dinsdag, vrij makkelijk in de queue gaan staan. Vroeger duurde dat heel lang en moest je de nacht ervoor kamperen, maar dat hoeft tegenwoordig niet meer. Er zijn zoveel tickets beschikbaar dat je binnen een paar uur het stadion in kunt.
Ik heb dat ook vaak met mijn kinderen gedaan. Dan ging ik iets eerder weg van kantoor en nam ik een van mijn kinderen, of allemaal, mee. Dan gingen we queueën en konden we op een mooie zomeravond nog een paar uur tennis zien.
Jeroen: Tennissen jullie alle vijf?
Hans: We hebben eigenlijk allemaal wel getennist, op de een of andere manier.
Jeroen: Je kinderen zijn dus opgegroeid in Londen?
Hans: Ja, alle drie zijn naar Engelse scholen geweest. Twee studeren in Londen. De derde, mijn oudste, studeert in Delft.
Jeroen: Dan is er toch iemand alweer terug. Voor hen is het denk ik een iets andere keuze of ze wel of niet teruggaan naar Nederland. Het is voor hen niet letterlijk teruggaan. Ze hebben natuurlijk wel veel familie hier.
Hans: Dat is een heel goede vraag en een goed punt. Toen ik deze baan aannam in 2020, heb ik voorgesteld aan mijn gezin, mijn vrouw en mijn kinderen, om in Nederland te gaan wonen. Ik zei tegen mijn vrouw: we wonen hier nu twintig jaar, dat is een mooie tijd. Misschien is het ook wel weer aardig om naar Nederland te gaan. Het komt goed uit met mijn baan, dan kan ik daar lokaal zijn.
Zij zei: ja, waarom niet. Mijn zoon was op dat moment al naar Delft gegaan, dus die was eigenlijk niet belangrijk voor die beslissing. Maar mijn twee dochters zeiden: jullie kunnen het wel teruggaan noemen, maar dat geldt voor ons helemaal niet. Voor ons is het verhuizen naar een nieuw land. Ook al zijn jullie natuurlijk Nederlands en zijn we deels Nederlands opgegroeid, en hebben we daar familie.
Jeroen: Want je vrouw is Nederlands?
Hans: Ja, mijn vrouw is Nederlands. Mijn dochters wilden heel graag in ieder geval hun middelbare school afmaken en daar gaan studeren. Dus toen hebben we gezegd: oké, daar luisteren we naar. Dan ga ik commuten. Ik ga vijf dagen per week in Amsterdam werken en in het weekend terug naar Londen.
Inmiddels is onze jongste dochter, die net 19 is geworden, in september begonnen aan haar universitaire studie in Bath. Mijn middelste kind, mijn oudste dochter, doet een master in finance aan de LSE.
Jeroen: Kijk, ook wel mijn favoriete school. Ik heb er zelf gestudeerd. Een heel goede universiteit trouwens. Bath ongetwijfeld ook. Maar wordt het lastig in de toekomst? Denken jullie daar weleens over na? Straks hebben jullie misschien een deel van het gezin in Engeland en een deel hier.
Hans: Lastig zeker niet, maar je moet je natuurlijk wel realiseren: als je 26 jaar in Engeland woont, daar drie kinderen hebt die daar geboren zijn en die je daar groot hebt zien worden, dan houd je bepaalde banden met dat land. We hebben daar een fantastische tijd gehad. Dat is nog steeds zo.
We zullen waarschijnlijk in een situatie komen waarin we twee dochters hebben die daar misschien wel de rest van hun leven gaan wonen, misschien trouwen met een Engelse partner. Ik heb geen idee. We gaan het allemaal zien.
Jeroen: Wat is dan de hoofdreden dat jullie teruggaan?
Hans: Eigenlijk niet heel sterk één reden. Ik vind het werk leuk en ik wil het graag nog een paar jaar doen, op zijn minst. We vinden Amsterdam ook heel leuk. Nu de kinderen alle drie uit huis zijn, is het misschien een mooi moment om weer eens naar Nederland te gaan. Ik vind Nederland ook een heel mooi en fijn land. Amsterdam is een prachtige stad. Dat maakt het misschien nog net wat makkelijker. De afgelopen vijf jaar heb ik mijn vrouw natuurlijk maar twee van de zeven nachten gezien.
Jeroen: Is het reizen niet heel zwaar voor jou?
Hans: Absoluut niet. Ik heb eigenlijk altijd banen gehad waarbij ik veel meer moest reizen. Nu hoef ik eigenlijk alleen maar die veertig minuten op vrijdag en zondag te vliegen. Daarvoor zijn er jaren geweest dat ik misschien wel vier of vijf dagen per week in een vliegtuig zat.
Jeroen: Alles is relatief. Ik denk dat veel mensen het wel zwaar zouden vinden om steeds op vrijdag en zondag te commuten.
Hans: Misschien wel. Maar je maakt een keuze. Wij hebben de keuze gemaakt dat onze dochters thuis konden blijven, hun school in alle rust konden afmaken, op een plek die ze goed kenden en waar ze zich fijn voelden, met mijn vrouw in de buurt. En dat ik die reis zou maken en dus vijf nachten per week ergens anders zou zijn.
Daar moet je goed over nadenken. Dat heeft consequenties voor hoe je met elkaar omgaat. Maar dat is allemaal goed gegaan en gaat nog steeds goed. Iedereen is gelukkig. Ik ben tevreden met deze keuze en blij dat we het zo hebben gedaan, in plaats van dat we onze dochters daadwerkelijk naar Nederlandse of internationale scholen in Nederland hadden gestuurd.
Jeroen: Kom je geregeld mensen tegen die steeds dezelfde vluchten nemen?
Hans: Tot op zekere hoogte wel. Maar het aantal Nederlanders dat deze kant op heen en weer vliegt, is misschien wat kleiner. Het merendeel vliegt de andere kant op.
Voice-over:
Je luistert naar Leaders in Finance met Jeroen Broekema.
Jeroen: Als we in goed Nederlands een hard turn maken naar het begin van je leven: wil je iets delen over hoe je bent opgegroeid?
Hans: Jazeker. Ik ben geboren in Suriname. Mijn ouders hebben daar vijf jaar gewoond, tussen 1965 en 1970. Mijn vader was directeur van Bruynzeel, waar destijds een belangrijke fabriek stond voor het hardhout dat daar vandaan kwam, voor keukens en potloden. De precieze reden weet ik niet. In ieder geval was dat daar een groot bedrijf.
Ik ben daar de eerste twee jaar van mijn leven opgegroeid, tussen 1968 en 1970. Toen zijn mijn ouders teruggekomen naar Nederland.
Jeroen: Toen was Suriname dus nog niet onafhankelijk.
Hans: Nee, dat kwam in 1975. Dat weet ik nog wel, niet van die tijd zelf, maar ik heb het later opgezocht. Er was een ingewikkelde stemming in het lokale parlement. Uiteindelijk is met één stem voor besloten dat dat zou gebeuren.
In 1970 zijn mijn ouders teruggekomen naar Nederland. Ik was toen twee jaar. We zijn gaan wonen in de buurt van Eindhoven. Mijn vader ging voor Philips werken en heeft dat de rest van zijn leven gedaan, totdat hij met pensioen ging.
Jeroen: Dus daar ben je opgegroeid, tot je ging studeren?
Hans: Ja, in Son en Breugel. Daar kijk ik met veel plezier op terug. Mijn ouders komen oorspronkelijk uit Rotterdam. Mijn vader heeft economie gestudeerd aan de Erasmus Universiteit en mijn opa ook.
Jeroen: Een familie-universiteit bijna.
Hans: Ja, bijna wel. Helaas heb ik geen kind zover kunnen krijgen om daar naartoe te gaan. Ik had het graag gezien.
Jeroen: Misschien nog een master.
Hans: Dat zou zeker kunnen. Op mijn achttiende ben ik naar Rotterdam gegaan. Daar heb ik twaalf of elf jaar gewoond, en daarna ben ik naar Amsterdam gegaan.
Jeroen: Hoe was het om op te groeien in Son en Breugel?
Hans: Als je een leuke, fijne jeugd hebt, kun je eigenlijk altijd wel plezier maken.
Jeroen: Wat was de cultuur daar?
Hans: Het is natuurlijk een andere cultuur dan in andere delen van het land.
Jeroen: Ik bedoel eigenlijk in je gezin.
Hans: Mijn vader leeft niet meer. Mijn moeder nog wel, zij is bijna 94. Mijn ouders zijn geboren in 1927 en 1932 en zijn echt producten van die tijd. Bovendien kwamen ze allebei uit Rotterdam. Dat heeft misschien ook culturele invloed gehad.
De oorlogswinter en onderduiken waren belangrijke factoren in mijn opvoeding. Dat heb ik sterk meegekregen. Ik had ook altijd al grote interesse in die geschiedenis van Nederland. Dat heeft denk ik geleid tot een bepaald Atlantisch gedachtegoed dat ik heb meegekregen.
Mijn ouders waren hardwerkende, no-nonsense mensen. Een cultuur van loyaliteit, doen wat je gezegd wordt en de mouwen opstropen. Sober ook. We gingen natuurlijk op vakantie en er waren voldoende middelen, maar mijn ouders vonden het niet nodig om heel veel dingen te doen. Dat hebben ze ons ook meegegeven.
Die opvoeding speelt nog steeds een rol in hoe ik mijn leven indeel, hoe ik het zie en hoe ik mijn kinderen opvoed.
Jeroen: Hard werken dus?
Hans: Absoluut. Iedere dag opnieuw.
Jeroen: Religie en sport?
Hans: Sport heel erg. Mijn ouders zeiden altijd: je moet alles proberen en alles doen, zolang je het maar enige tijd volhoudt. Je kunt niet van de ene op de andere dag iets anders kiezen. Een bepaalde commitment en discipline zijn belangrijk.
Sport vonden zij heel belangrijk. Ik heb leren skiën, zeilen, surfen, tennissen en voetballen. Sport is voor mij nog steeds een essentieel onderdeel van mijn leven. Niet alleen vanwege de prestatie, maar ook omdat het een goede manier is om gezond en energiek te blijven, ook om dit werk te kunnen doen.
Jeroen: Op hoog niveau opereren is natuurlijk ook topsport. Is het soms lastig, als je bent opgevoed met discipline, hard werken en afspraken nakomen, om ook helemaal los te komen van je werk?
Hans: Als je bedoelt of ik altijd aansta en soms tijd nodig heb om uit te staan, dan is het antwoord ja. Als je gewend bent om van ochtend tot avond te werken of met je werk bezig te zijn, dan moet je bewuste keuzes maken om present te zijn in de tijd die je met anderen doorbrengt.
Met je vrouw, kinderen, gezin, familie en vrienden. Daar moet je heel bewust mee omgaan. Anders ben je misschien de hele dag bezig met je gedachten. Ik heb de afgelopen 10 à 15 jaar geleerd om daar steeds beter in te worden. Ik vind dat essentieel. Dat is ook een verrijking van ouder en wijzer worden.
Jeroen: Ook als reactie op de eerste 10 à 15 jaar van je carrière?
Hans: Eerder moeten doen weet ik niet. Als je 30 of 35 bent en een jong gezin hebt, is werk een belangrijk onderdeel van je leven. Hoe eerder je leert daarmee om te gaan, hoe beter.
De dingen zijn gegaan zoals ze zijn gegaan en ik ben daar niet minder gelukkig door geworden. Maar als je kinderen krijgt, word je er misschien wel toe gedwongen. Je kunt eigenlijk altijd weg zijn en je werk mee naar huis nemen, of je kunt, zodra je de deur binnenstapt, vader zijn.
Jeroen: Mooi verwoord. Heb je een periode gehad waarin je je afzette tegen dat gedisciplineerde, sobere leven? Bijvoorbeeld als student?
Hans: Anders dan de normale dingen niet. Ik heb er altijd veel baat bij gehad. Naarmate je ouder wordt, leer je nuanceren waar je vandaan komt en welk product je bent geworden van je opvoeding en omgeving. Maar die fundamentele waarden en normen die mijn ouders mij hebben meegegeven, heb ik nog steeds. Daar heb ik me nooit tegen afgezet.
Je vroeg ook naar religie. Dat speelde een rol in mijn leven. Mijn ouders waren lid van de protestants-hervormde kerk in Son en Breugel. Dat vonden zij belangrijk. Ze waren daar allebei actief en zijn allebei voorzitter geweest van de kerkenraad. Ze deden vrijwilligerswerk, schonken een deel van hun vermogen en waren actief in de gemeenschap. Mijn moeder was ook actief in de lokale politiek.
Religie speelde dus een belangrijk onderdeel in hun leven, misschien niet zozeer vanuit de religie zelf, maar meer vanuit de gemeenschap waarin ze zich prettig voelden. Veel van de waarden en normen die daaruit voortkwamen, heb ik meegekregen en daar leef ik ook naar. Ook al ga ik zelf niet naar de kerk en heb ik mijn kinderen niet laten dopen. In actieve zin heb ik dat niet meegenomen, maar in onderliggende normen en waarden zeker wel.
Jeroen: Dank je dat je dit toevoegt. Nog even naar je studententijd: wat voor student was je? Had je bijbanen? Woonde je op jezelf?
Hans: Hoe eerder ik op mezelf kon wonen, hoe beter. Dus dat heb ik gedaan. Ik heb een andere schoolloopbaan gehad dan de meeste anderen. Voor mijn economiestudie in Rotterdam heb ik heao gedaan, ook in Rotterdam. Daarvoor ben ik het huis uit gegaan. Ik heb dus allebei ervaren en langer gestudeerd dan de meeste mensen: twee keer vier jaar. Tegenwoordig kun je met één jaar hbo door naar de universiteit, maar dat bestond toen niet.
Ik heb altijd bijbaantjes gehad. Van jongs af aan ben ik gaan werken om geld te verdienen. Ik denk dat ik tien of elf was toen ik aardbeien ging plukken bij boeren in de omgeving. Ik heb eikels gezocht voor varkensvoer, in fabrieken gewerkt, op bloemenveilingen en in restaurants, kroegen en hotels.
Jeroen: Als je er één mag kiezen: wat was het meest leerzaam?
Hans: Eén specifieke weet ik niet meteen. Maar je leerde van jongs af aan dat je hard moest werken om geld te verdienen. Dat het niet vanzelf kwam. Natuurlijk kreeg je zakgeld, maar ik wilde graag zelf mijn geld verdienen en mijn eigen keuzes maken.
Ik weet nog goed dat ik aardbeien had geplukt en met kistjes terugkwam bij de boer. We kregen twee gulden vijftig per kistje. Daar was je best even mee bezig. Je begon om vijf uur ’s ochtends en moest om vier uur opstaan om ernaartoe te fietsen.
Soms dacht ik dat het kistje vol zat, maar vond hij van niet. Dan haalde hij er een deel af en moest je weer aan de slag om alsnog die twee gulden vijftig te verdienen. Sommige ochtenden was je een paar uur bezig voor vijf gulden. Dat weet ik nog goed.
Jeroen: Vertel je dit aan je kinderen om duidelijk te maken dat geld niet zomaar naar hen toe komt?
Hans: Ja, absoluut. Daar was ik wel bang voor. Je probeert, ondanks de omgeving waarin ze opgroeien en de scholen waar ze naartoe gaan, toch bepaalde dingen mee te geven.
Jeroen: Ze zijn waarschijnlijk minder sober opgegroeid dan jij.
Hans: Ja, dat kun je wel zeggen. Dat is ook de tijd. Maar je probeert ze toch mee te geven dat het niet gratis is en dat ze ervoor zullen moeten werken.
Voice-over:
Leaders in Finance met Jeroen Broekema.
Jeroen: We hebben bij Leaders in Finance altijd een rubriekje: de vijf ongewone vragen. Dat zijn de enige vragen die ik van tevoren deel met mijn gasten. Heb jij een enigszins ongewone hobby of iets bijzonders dat je in je vrije tijd doet?
Hans: Ik vind het leuk om wat meer endurance-achtige activiteiten te ondernemen. Ik heb mijn hele leven behoorlijk veel gesport, maar ook lange fietstochten gemaakt en een lange langlauftocht gedaan: cross-country skiing. Ik heb zo’n race gedaan in Zweden, de Vasaloppet. Dat is 90 kilometer, van het ene dorp naar het andere dorp. Een klassieke race die al heel lang plaatsvindt. Daar doen zo’n 20.000 mensen aan mee. Het kostte mij iets minder dan tien uur om die te voltooien, in de kou en de sneeuw.
In die zin is het misschien ongewoon. Ik heb ook een tijdje aan bergbeklimmen gedaan. Dat doe ik nu wat minder, maar ik wil dat later wel weer oppakken.
Jeroen: Heb je ook bekende bergen beklommen?
Hans: Ja, de Mont Blanc heb ik gedaan. De hoogste berg hier en de hoogste berg daar. Voornamelijk in Europa.
Jeroen: Zou je de Everest nog een keer op willen? Of is de file tegenwoordig te groot?
Hans: Die droom is er natuurlijk altijd wel geweest. Al heel lang. Of dat nu nog zo verstandig is, weet ik niet. Als je de beelden ziet van de file, dan voelt dat wat minder. Er is een wereldberoemde foto van zo’n file, en dat was het jaar waarin een goede vriend van mij dat toevallig ook deed. Of dat nu helemaal juist is om op die manier te doen, weet ik niet. Misschien is het dan eerder een andere berg die wat minder bekend is, waar minder file is en waar je wat vrijer kunt zijn.
Jeroen: Is er een bekend persoon die je bewondert of als inspiratie ziet?
Hans: Ik ben altijd enorm geïnteresseerd geweest in politiek en in de verkiezingen van presidenten en wereldleiders. Een van de mensen naar wie ik altijd met veel plezier heb geluisterd en gekeken, althans in boeken en films, is Winston Churchill.
Jeroen: Ik dacht al dat je Churchill zou zeggen.
Hans: Dat is misschien omdat ik voor een deel ben opgegroeid in Engeland. Hij heeft veel keuzes gemaakt waarmee hij niet heel populair is geworden. Maar de tijd dat hij premier was in Engeland tijdens de Tweede Wereldoorlog is denk ik toch een van de hoogtepunten van hoe een politiek leider invloed kan uitoefenen. Het leiderschap dat hij op dat moment heeft getoond, is van de buitencategorie.
Jeroen: Wat is het engste moment in je leven geweest?
Hans: Het voorbeeld dat me te binnen schiet, is toen ik aan het bergbeklimmen was in Italië, op de Gran Paradiso. Dat is de hoogste berg van Italië. Je loopt via een prachtig park naar zo’n berghut, waar je slaapt met allerlei andere mensen.
’s Ochtends vroeg, of eigenlijk midden in de nacht, vertrek je dan. Helemaal aangekleed, in de gure wind en kou. Op een gegeven moment trek je je crampons onder je schoenen en ga je verder over de gletsjer, aangelijnd aan elkaar en aan je gids.
We waren met een vriend van mij en onze gids net wat eerder vertrokken dan de meeste andere mensen en waren als eersten boven. Dan kom je op een pad naar de absolute top. Daar kan maar één groepje omhoog en één groepje naar beneden. Omdat wij als eersten waren, was dat makkelijk.
Helemaal op het laatst moet je een soort sprong maken om op een plateau te komen. Daar staat een Madonna-beeldje, en je hebt de berg eigenlijk niet beklommen als je dat beeldje niet aanraakt.
Onze gids had ons die ochtend gevraagd of een van ons last had van hoogtevrees, want dan zou hij ons anders indelen. Hij ging altijd eerst, maar degene met hoogtevrees zou dan als laatste gaan. Wij zeiden allebei dat we geen hoogtevrees hadden. Ik was als tweede ingedeeld: eerst de gids, toen ik en daarna mijn vriend.
Je moet dus die sprong maken terwijl je aangelijnd bent en volledig gezekerd. Er kan eigenlijk niets gebeuren. Zelfs als je die sprong mist en valt, bungel je aan een touw en ben je nog steeds veilig. Maar het was vroeg in de ochtend, de zon was net op, en ik stond daar. De gids had de sprong gemaakt en zei: oké, nu jij.
Het was best anderhalve meter, en je ziet aan alle kanten de afgrond. Je kunt ongeveer vijftienhonderd meter naar beneden kijken. Als je daar zou vallen, ben je natuurlijk dood. Ondanks alle lijnen moest ik daar toch even over nadenken.
De gids wees eerst naar zijn horloge, alsof hij wilde zeggen: er staan nog vijftig mensen te wachten die dit ook willen doen, dus schiet op. Toen ik nog wat langer nadacht, zei hij in duidelijke termen dat ik het nu echt moest doen. Uiteindelijk heb ik het gedaan en was alles prima. Maar dat was wel een moment waarop ik dacht: misschien heb ik toch meer last van hoogtevrees dan ik dacht.
Jeroen: Doodeng lijkt me. Blij dat het goed is afgelopen. Maar ook een mooie ervaring en een mooi verhaal. Sommige dingen moet je ook doen voor het verhaal, als het maar niet te gevaarlijk is. Stel, je krijgt nu 200 miljoen euro op je privérekening gestort en je moet het binnen een week of twee weken uitgeven. Waar gaat het naartoe?
Hans: 200 miljoen is wel heel veel geld, dus laten we even abstraheren van de grootte van dat bedrag. Ik ben 57 en heb 30 jaar carrière mogen meemaken. Ik kijk daarop terug met ontzettend veel plezier, maar realiseer me ook dat ik veel geluk heb gehad. Ik was vaak op de juiste plaats op het juiste moment, waardoor ik carrièregroei heb meegemaakt en heel mooie dingen heb mogen doen. Ik ben dus ook privileged, zoals de Engelsen zeggen, en ik ben me daar zeer bewust van.
Ik heb eigenlijk alles wat ik wil hebben. Als je wat ouder wordt, ga je kijken: wat kan ik terugdoen? Wat kan ik teruggeven aan andere mensen? Het meerdere dat ik nu heb, wat ik niet nodig heb en anders op een bankrekening zou zetten, kan ik ook teruggeven aan andere mensen. Dan denk je al snel aan goede doelen.
Jeroen: Kun je dat concreter maken? Zit dat in natuur, mensen, Nederland, Engeland, de wereld?
Hans: Onderwijs is extreem belangrijk. Iets rond dat thema, waarbij jonge mensen kunnen leren en de mogelijkheid krijgen om naar school of universiteit te gaan als ze dat anders niet zouden kunnen betalen. Dat is iets wat ik ook daadwerkelijk doe.
Bij Goldman is het heel gebruikelijk dat je meedoet aan Community TeamWorks. We geven als organisatie terug en besteden allemaal één tot meerdere dagen per jaar aan goede doelen waarbij je ook actief bent. Ik heb vaak op scholen in achterstandswijken in Londen geholpen met jongeren van zestien die keuzes moesten maken over hun A-levels, carrière, solliciteren of cv’s.
Soms kreeg ik de vraag: dit is een heel bijzondere jongen uit een gezin waar geen geld is, zou je willen helpen om hem verder te brengen en deels te sponsoren, zodat hij naar school of universiteit kan? Dan zeg ik daar ja op.
Een ander voorbeeld uit Engeland is dat kinderen, vooral op privéscholen, kunnen meedoen aan bepaalde programma’s voor brons, zilver en goud. Ze doen werk voor een charity, maar gaan ook samen op reis, bijvoorbeeld naar Wales of Devon om vijf dagen te kamperen. Dat is een belangrijk onderdeel van de Engelse cultuur en van wat je naast school doet. Het is een bijzondere manier voor kinderen om ervaringen op te doen en avontuur mee te maken. In Nederland bestaat dat nauwelijks. Als er iets is wat ik na 26 jaar Engeland zou willen meenemen, dan is het dat.
Tot slot speelt de rol van het leger in Engeland een veel grotere rol dan hier. Mensen komen soms gewond of op een andere manier beschadigd terug en hebben hulp nodig. Er zijn charities zoals Help for Heroes. Ook dat zou iets zijn waar een deel van dat eventuele geld naartoe zou kunnen gaan.
Jeroen: Deze vraag is natuurlijk ook bedoeld om gevoel te krijgen bij wat jij belangrijk vindt. Dit is een prachtig antwoord. Is er een boek dat jou heeft geïnspireerd? Ik voel een biografie van Churchill aankomen.
Hans: Die heb ik al genoemd. Ik lees veel boeken, tegenwoordig vaak door te luisteren. Omdat ik vaak onderweg ben, gebruik ik die tijd om via apps naar boeken te luisteren. Daardoor ben ik veel meer boeken tot me gaan nemen dan daarvoor, hoewel ik als kind ook al veel las.
Een boek dat veel indruk op mij heeft gemaakt is The Choice van Edith Eger. Zij heeft Auschwitz overleefd en is na de Tweede Wereldoorlog in Amerika terechtgekomen, waar ze psychotherapeut is geworden. In dat boek komt steeds terug dat alles, maar dan ook echt alles, van haar is afgenomen. Haar ouders werden bij aankomst in het kamp vermoord.
Zij realiseerde zich, misschien toen of misschien later, dat ze altijd de keuze had hoe ze op situaties reageerde. Ze stond dagelijks onder druk, had geen eten en maakte afschuwelijke dingen mee. Als jong meisje was ze door haar moeder gestimuleerd om danseres te worden, en in Auschwitz moest ze dansen voor Josef Mengele.
Ondanks alle dood en verschrikkingen dacht ze bij zichzelf dat ze de keuze had om daarop op een bepaalde manier te reageren. Dat die situatie haar niet zodanig hoefde te beïnvloeden dat ze van ellende zou sterven. Die keuze, dat boek en haar ervaringen hebben veel indruk op mij gemaakt.
Jeroen: Ik ken het niet, maar zoals jij het beschrijft maakt het al veel indruk. Het doet me denken aan Man’s Search for Meaning van Viktor Frankl. We vragen ook altijd naar tips voor starters op de arbeidsmarkt. Heb je een of meerdere tips?
Hans: Ja, zeker. Daar besteed ik ook veel tijd aan. Mijn deur staat binnen Goldman altijd open voor jonge mensen. Ik stimuleer ze ook om binnen te komen en te praten over carrièrekeuzes, waarom je dingen wel of niet doet en wat je nog meer zou willen. Zeker rond momenten waarop er een promotie aankomt: hoe kan ik helpen om daarmee om te gaan, zodat het een succes wordt?
Ik heb ook studenten aan de Erasmus Universiteit toegesproken over dit onderwerp. Het is een belangrijk thema voor mij: hoe kun je jonge mensen helpen om op die carrièreladder te komen? Het maakt niet uit of dat binnen Goldman is, daarbuiten, als ondernemer of iets heel anders.
Voor mij speelt nieuwsgierig blijven een centrale rol. Dat klinkt clichématig, maar je bent nooit te oud om te leren. Er is altijd meer te leren door zoveel mogelijk mensen aan te spreken, vragen te stellen en mensen in je leven te betrekken.
Als je je openstelt voor je omgeving en voor andere mensen, maakt het niet uit wie het is. Onbekenden in de trein, in een hotel, of de persoon die bij ons kantoor in Londen voor de veiligheid buiten staat. Als je een paar woorden wisselt en aandacht besteedt aan iemand, zijn er altijd dingen die je kunt leren. Dat is voor mij een rode draad in het leven.
Jeroen: In die nieuwsgierigheid zitten ook andere elementen: jezelf niet boven andere mensen plaatsen, respect, en praktisch gezien: praat met veel mensen.
Hans: Absoluut. Ga op zoek naar andere mensen die andere inzichten kunnen geven. Dat betekent ook dat ik, ook al ben ik 57 en daarmee binnen Goldman een van de ouderen, dagelijks werk met veel mensen van 23, 25 of 27. Meer dan de helft van de mensen bij Goldman is geboren na 1990. Ik benader ze allemaal op dezelfde manier, of ze nu junior of senior zijn.
Jeroen: Het helpt misschien ook dat je kinderen van rond die leeftijd hebt. Laatste twee vragen. Waar zie je jezelf naartoe bewegen? Je zei eerder dat je nog een aantal jaar wil blijven werken.
Hans: Ik heb een fantastische baan en geniet enorm van mijn werk. Ik werk samen met leuke mensen en mijn klanten zijn heel interessant. Ik kan de telefoon oppakken en met CEO’s in Nederland praten, leren wat zij doen, hoe ze daar gekomen zijn en wat hen drijft. Dat vind ik vaak nog interessanter dan het pitchen van de volgende transactie, hoewel het uiteindelijk natuurlijk ook om de deals gaat.
Die relaties opbouwen rond wat mensen drijft, maakt mijn werk zo leuk. Daarom heb ik geen enkele interesse om hier heel snel mee te stoppen. Ik kijk ook niet ver vooruit naar een volgende stap. Dat heb ik nooit gedaan.
Jeroen: Kun je bij Goldman gewoon tot je tachtigste door?
Hans: Er zijn mensen die bijna in het harnas sterven en doorgaan tot ze 75 zijn. Of dat voor mij geldt, weet ik niet. Ik heb mijn carrière nooit heel erg gepland en dat ga ik nu ook niet doen. Maar er komt vast een moment waarop ik denk: dit deel van mijn carrière is klaar. Werken zal ik wel blijven doen, op de een of andere manier. Ik denk niet dat ik zeven dagen per week op de golfbaan ga staan of op mijn racefiets zit, hoewel ik dat ook leuk vind.
Jeroen: Heb je nog iets waarvan je zegt: dat hadden we echt moeten bespreken?
Hans: Ik geloof dat we het merendeel van mijn jeugd, mijn carrière en mijn toekomst wel besproken hebben. In alle eerlijkheid: ik vond het een heel mooi gesprek.
Jeroen: Heel veel dank. Ik vond het ontzettend leuk. Hans den Hoedt, die Goldman Sachs leidt in Nederland, ik wil je heel hartelijk bedanken. Ik heb een klein cadeautje voor je meegebracht. Bij het gesprek zit ook Noa Asselberg. Veel dank voor jouw begeleiding en voorbereiding van het gesprek. Ook voor jou een klein cadeautje. Nogmaals heel veel dank. Ik vond het ontzettend leuk.
Hans: Graag gedaan. Ik heb het met veel plezier gedaan. Dank je wel.
Voice-over:
Dit was Leaders in Finance. We hopen dat je deze aflevering met veel plezier hebt beluisterd. We stellen je feedback erg op prijs. Wat houdt je bezig? En over wie wil je meer horen? Laat het ons weten met een mail of direct via e-mail.
Tot slot danken we onze partners voor hun steun. Dat zijn EY, Mogelijk Vastgoedfinanciering en Lepaya. Benieuwd wat we nog meer doen? Volg ons of kijk op leadersinfinance.nl. Tot de volgende Leaders in Finance en bedankt voor het luisteren.
