
Voice-over: Dit is Leaders in Finance. Een podcast waarin we op zoek gaan naar de mens achter het succes. We praten met leiders van nu en later over hun drijfveren, carrière en privéleven. Waarom? Omdat er meer gesproken moet worden in de financiële sector. We willen onze partners hartelijk bedanken voor hun steun. Dat zijn EY, Mogelijk Vastgoedfinancieringen en Lepaya. Je host is Jeroen Broekema.
Jeroen: Welkom luisteraars bij een nieuwe aflevering van Leaders in Finance. Vandaag een extra aflevering naar aanleiding van de Week van het Geld, want die is van 23 tot 27 maart. Dat is het moment dat we deze podcast live zetten en wordt georganiseerd door het platform Wijzer in Geldzaken. Het is een initiatief van het ministerie van Financiën en het leek mij een heel mooi moment om de directeur te spreken van Eurowijs, de partij die ongelooflijk veel lesmateriaal maakt. Maar ik hoor er straks veel meer over. Om met haar eens even te kijken naar waar we eigenlijk staan op het gebied van financiële geletterdheid, financiële gezondheid en allerlei verschillende termen die daarvoor worden gebruikt. Dus ik vind het heel erg leuk dat zij bij ons is. Nogmaals, de directeur van stichting Eurowijs, Hilde Krens, welkom.
Hilde: Dankjewel.
Jeroen: Hartstikke leuk dat je er bent. En ik zei tegen jou in het vorige gesprek: ik zou eerst even willen beginnen bij jou voordat we in de materie duiken, voordat we het over Eurowijs gaan hebben. Wie ben jij eigenlijk en wat is je achtergrond? Ik heb me een beetje verdiept en voorbereid op dit gesprek. Ik zag een carrière bij wat nu heet ASN Bank. Dus misschien kunnen we daar beginnen, maar misschien ga jij wel veel verder terug. Ik hoor het graag.
Hilde: Ja, maar dat is goed. Nou, mijn naam is Hilde Krens, directeur van stichting Eurowijs, moeder van twee volwassen zonen van 24 en 22 jaar. Ik woon in het mooie Polsbroek. En mijn carrière is inderdaad begonnen bij, ja, wat was het destijds? SNS Fundcoach. Dus dat gaat al een hele tijd terug. Dus eigenlijk de Volksbank of ASN Bank en haar voorgangers. En daar is het eigenlijk begonnen. Ik werd toen gevraagd om projectleider te zijn voor het regelen van de gastlessen die gegeven werden voor de Nederlandse Vereniging van Banken. En dat heb ik toen gedaan. Dat startte in ongeveer 2011. Toen zijn we daarmee begonnen. Toen heb ik dat opgepakt en kwam ik tot de ontdekking: er wordt wel heel veel voor de bovenbouw van het basisonderwijs georganiseerd en niet zoveel voor de lagere groepen. Dus daar ben ik een beetje ingesprongen. Dus ik ben altijd marketeer geweest. Bij SNS Fundcoach heb ik heel veel verschillende dingen gedaan, ook op de afdeling marketing gewerkt. Dus wel een marketingachtergrond.
Jeroen: Wat mooi. Had je ooit verwacht dat je deze kant op zou gaan? Want je zat wel een beetje in die hoek, maar het groeide langzamerhand volgens mij.
Hilde: Nee, dat had ik niet verwacht. Dat was echt door de vraag: wil je projectleider worden voor de Nederlandse Vereniging van Banken, of dat dan namens SNS Reaal te doen? Nee, dus ik had niet zozeer het idee dat ik deze richting op zou gaan. Maar destijds waren mijn kinderen, mijn twee zonen, ook precies in de leeftijd dat ik dingen miste bij hen op school. Dus dat is eigenlijk waarom ik erin gesprongen ben.
Jeroen: Grappig hoe dingen kunnen lopen.
Hilde: Ja, je merkt gewoon: je kinderen krijgen gewoon op school te weinig financiële educatie. Er zijn wel een aantal dingen, maar vaak voor de leeftijd 10, 11, 12 jaar. Maar ja, waarom gewoon niet beginnen in de kleuterklas?
Jeroen: Mooi. Als je nog verder teruggaat, had jij destijds het beeld: ik ga in de financiële sector werken, of lag het ook heel ergens anders? Want je had nog een klein beetje carrière daarvoor, zag ik op LinkedIn.
Hilde: Ja, nee, nee, het is eigenlijk gelopen hoe het gelopen is. Niet zozeer keuzes gemaakt om dat te doen. Mijn man was natuurlijk de oprichter van SNS Fundcoach, dus we hebben dat samen gedaan. En ja, zo ben ik er eigenlijk ingerold.
Jeroen: Grappig. En dan over naar nu. Hoe kwam het nou uiteindelijk dat je die stichting apart bent gaan runnen vanuit wat nu ASN heet?
Hilde: Dat de stap naar de stichting is gegaan? Dat is in heel goed overleg gegaan. En er waren natuurlijk wat wisselingen bij de Volksbank destijds. Er ging een CEO weg, er werd een nieuwe CEO aangesteld. En ik denk dat dat op dat moment, in 2024, gewoon het moment was om te kijken: hoe kunnen we dit nu eigenlijk? En ASN Bank wilde dat ook heel graag teruggeven aan de maatschappij, zodat we met meer partners samen konden gaan werken. En eigenlijk nog meer leerlingen konden gaan bereiken. Dus dat heb ik voorgesteld. Ik heb daar een plan voor geschreven en daar hebben ze heel positief op gereageerd. Dus 2024 was echt een overgangsjaar. En ik ben daar vanuit de Volksbank enorm bij geholpen. Ze hebben me daar alle vrijheid voor gegeven. Dat is echt op een hele goede manier gegaan. En ze zijn nog steeds grote partner van de stichting. Dus ik ben echt heel blij met hen.
Jeroen: En voor jou persoonlijk? Je ging dus ook van de loonlijst af bij ASN en je ging op de loonlijst van de stichting.
Hilde: Na 24 jaar heb ik mijn vaste baan opgezegd. Ik ben in het diepe gesprongen.
Jeroen: Ja, maar je bent eigenlijk gewoon een soort ondernemer geworden, toch?
Hilde: Ja, dat zeggen ze wel, van: nou werk je voor jezelf. Maar ik heb natuurlijk verantwoording af te leggen aan een driekoppig bestuur, dat heel kritisch is. Dus ja, het voelt wel voor mezelf. Maar ja, het is toch echt een stichtingsmodel natuurlijk.
Jeroen: Maar ik denk dat het ook anders voelt, omdat we het over financiële geletterdheid hebben, ook voor jezelf anders. Want voorheen had je toch gewoon je vaste salaris, heb je nu ook. Maar je zal toch ook moeten zorgen dat het allemaal financieel ook allemaal sane blijft.
Hilde: Ja, het voelt eigenlijk nog meer als een hele grote verantwoordelijkheid waar ik mee bezig ben. En ik had natuurlijk altijd gewoon de Volksbank achter me en nu de ASN Bank achter me staan. Dus als er iets mis zou gaan, heb je altijd een vangnet en dat heb je natuurlijk nu niet meer. Dus ik moet nu gewoon zorgen dat het lesmateriaal op orde is, dat dat geactualiseerd blijft. En dat we voorzien blijven van funding, zodat we kunnen blijven doen wat we doen.
Jeroen: Straks wil ik het met je hebben over het lesmateriaal, straks ook met je hebben over waar wij staan in Nederland op het gebied van financiële geletterdheid. Maar eerst nog even over de basis van de stichting. Je zegt: we hebben een driekoppig bestuur, jij bent de directie. Betekent dat dat je alles alleen doet of heb je nog een team? En uiteindelijk, wie bedien je allemaal?
Hilde: Ja, wij hebben inderdaad een driekoppig bestuur. Ik ben de directeur van de stichting en ik werk met externe, voornamelijk zzp’ers. Dat deed ik ook al toen Eurowijs nog van de Volksbank was. Omdat dat gemakkelijk is om mensen gewoon in te vliegen voor een aantal uur. Dus dan moet je bijvoorbeeld denken aan iemand die meedenkt over de inhoud van het lesmateriaal, iemand die de vormgeving doet, iemand die helpt met teksten schrijven. Dus daar heb ik gewoon de expertise, die huur ik in. Wat wel heel leuk is om te vermelden, is dat eigenlijk alle leveranciers van Eurowijs destijds, toen nog van de Volksbank, allemaal zijn meegegaan naar de stichting. En die hebben ook speciale uurtarieven afgesproken, omdat we nu een stichting zijn. Dus die doen op die manier ook weer een duit in het zakje door een laag uurtarief te rekenen. Of soms zelfs voor niets werkzaamheden te verrichten. Dus daar ben ik echt heel blij mee.
Jeroen: Ja, dat kan ik me voorstellen. Want wie fundt het nou allemaal? Wie financiert het nu? Want voorheen was dat dus Volksbank, ASN.
Hilde: Ja.
Jeroen: En nu?
Hilde: Ja, we zijn gestart met inderdaad ASN Bank. Die is natuurlijk gebleven als grote partner. a.s.r. Verzekeringen, daar werkten we al mee samen toen Eurowijs nog onder de vlag van de Volksbank viel. De medewerkers van a.s.r. geven ook gastlessen met het Eurowijs-lesmateriaal. Wij zijn heel blij met partner Koninklijke Van der Most. Dat is de drukker van het lesmateriaal. Die heeft gezegd: de eerste zoveel duizend euro aan drukwerk hoef je niet te betalen, die nemen wij voor onze rekening. Dus dat is heel fijn. En er zijn natuurlijk nieuwe partners aangehaakt. Van Lanschot Kempen Foundation is nu aangehaakt, Van der Lely Foundation en Nh1816 Verzekeringen. Dus wel veel partners in de financiële wereld, maar bijvoorbeeld de Van der Lely Foundation weer helemaal niet.
Jeroen: Maar ik kan me voorstellen dat je eigenlijk alle, laten we zeggen, top 20 financiële instellingen in Nederland hierbij zou willen hebben.
Hilde: Ja, dat is een hele goede vraag. Eigenlijk willen wij partners erbij hebben die financiële educatie willen ondersteunen vanuit een intrinsieke motivatie. En niet zozeer om daar zelf mee naar buiten te kunnen treden van: kijk eens hoe goed wij zijn of hoe goed wij dit doen. Ik denk dat je als partner gewoon heel goed moet beseffen wat het belang van financiële educatie is. Wat je nu ziet, is dat er heel veel jongeren in de problemen zijn. Bijna op elk gebied, online gokken… Dat je dit gewoon vanaf jongs af aan moet aanpakken, dus echt aan de preventieve kant. Dus wij willen echt met partners samenwerken die hiervoor willen gaan staan.
Jeroen: Suggereer je dan dat die top 20 waar ik het over had, geloof ik dat ik dat zei, dat die dan minder intrinsiek gemotiveerd zouden zijn?
Hilde: Dat weet ik niet, maar ze mogen me altijd bellen.
Jeroen: Maar even terug naar mijn initiële vraag. In de kern is het goed als dit gedragen wordt door heel financieel Nederland. Want uiteindelijk zijn die financiële instellingen één stakeholder, maar er zijn er veel meer. Je hebt de overheid, je hebt de scholen, je hebt de opvoeders, enzovoort, enzovoort. Maar ze zijn ook een belangrijke groep, want zij bieden producten aan waar deze mensen, die mogelijk wel in de problemen komen, ook de mensen die niet in de problemen komen, iedereen heeft te maken met zijn of haar verzekeraar, bank, enzovoort.
Hilde: Jazeker, ja.
Jeroen: Helder. Dan de mensen die je bedient, noem ik hem even. Zijn dat nou uiteindelijk de scholen, of zijn het de kinderen? Wie zie jij als jouw klanten? Laat ik het zo even in businesstermen zeggen.
Hilde: Ja, dan komen de marketingtermen weer naar voren. Kijk, onze doelgroep zijn natuurlijk de leerlingen. Wij willen de leerlingen onderwijzen en goed leren omgaan met geld. En die leerlingen bereiken wij via de leerkracht, simpel. Dus via scholen en leerkrachten. Dus het is heel belangrijk, en dat is ook wel handig met de marketingachtergrond die ik heb, dat je eerst eens even naar de doelgroep gaat kijken: wat hebben zij nou nodig? En dat hebben we gedaan. En we maken het lesmateriaal ook in samenwerking met de leerkrachten. Dat hebben we eigenlijk altijd gedaan, zodat het voor de leerkracht zo gemakkelijk mogelijk toepasbaar is in de klas, met zo min mogelijk tijd. Want zij hebben het al druk genoeg. En op die manier komen wij dus bij de kinderen in de klas. En het lesmateriaal gaat ook na de les mee naar huis. Dus we hopen ook dat het gesprek thuis op gang komt. Dus eigenlijk is onze doelgroep wel de leerling, maar we bereiken de leerling echt via scholen en leerkrachten.
Jeroen: Ik ben zo’n beetje benieuwd hoe dat dan in de praktijk gaat. Is het dan zo dat jullie een docent hebben of een directeur hebben die jullie aanschrijft? Of gaan jullie echt naar buiten toe om iedereen te bereiken? Want uiteindelijk bieden jullie het lesmateriaal, je biedt niet de leraar of lerares erbij, dat moeten ze zelf doen, toch?
Hilde: Ja, we doen het eigenlijk tweeledig. Dus wij hebben een heel groot adressenbestand met leerkrachten die al jarenlang het lesmateriaal van ons afnemen. Die houden we ook middels nieuwsbrieven op de hoogte. En zodoende blijven zij jaar in, jaar uit het lesmateriaal bestellen. En aan de andere kant geven de partners van Eurowijs ook gastlessen met het lesmateriaal. Of de medewerkers van de partners, moet ik zeggen. Dus het is in dat geval tweeledig. En het lesmateriaal wordt gewoon gratis verzonden aan de scholen. En leerkrachten kunnen dat gewoon simpelweg op de website bestellen.
Jeroen: Ja, want ze krijgen het helemaal gratis.
Hilde: Ja, en dat is ook wat we willen blijven doen.
Jeroen: En weet je dan ook dat het altijd gebruikt wordt? Of denk je dat ook soms mensen het aanvragen en niet gebruiken?
Hilde: Nou ja, ik denk, daar gaan we eigenlijk niet van uit. En je merkt ook dat heel veel leerkrachten ook het evaluatieformulier na afloop invullen, we krijgen heel veel reacties terug. Dus nee, we gaan er wel van uit dat het gewoon ingezet en gebruikt wordt.
Jeroen: En hebben we het dan over een uur bijvoorbeeld, dat ze ermee bezig zijn? Of is het echt wekenlang achter elkaar dat ze ermee bezig zijn?
Hilde: Nou, we hebben diverse mogelijkheden. Het fysieke lesmateriaal kunnen ze bestellen en één keer per jaar gebruiken in de klas. Voor de kleuterklas, groep 1-2, is dat een les van een half uurtje tot drie kwartier. En voor groep 8 gaat dat wel naar anderhalf uur. En we hebben daarnaast ook nog heel veel digitale lesmaterialen die ze in kunnen zetten. Denk aan online lessen, themalessen, maar ook rekenbladen, kleur- en doebladen. Allemaal in het thema geld. En die worden ook enorm veel gedownload. Dus het is ook wel heel fijn om te zien dat leerkrachten buiten één uurtje of anderhalf uurtje per jaar veel vaker en veelvuldig financiële educatie gaan toepassen in de klas. Want dat is waar je naartoe wil.
Jeroen: Zijn die leraren zelf een beetje educatief onderlegd op dit gebied?
Hilde: Dat heb ik nog niet uitgevraagd.
Jeroen: Maar met wie heb je wel gevoel bij? Je spreekt er veel. Als je les geeft over iets, moet je er zelf natuurlijk ook wel iets vanaf weten en gevoel bij hebben, of niet?
Hilde: Ja, je merkt wel dat leerkrachten zich heel veel zorgen maken. En wij spreken natuurlijk voornamelijk met basisschoolleerkrachten. Maar zeker in de hogere groepen van het basisonderwijs, dat ze zich echt heel veel zorgen maken over finfluencers, over buy now, pay later. Ze zien dat soort rages natuurlijk allemaal in de klas. Het gemakkelijk versturen van Tikkies. Dus leerkrachten signaleren dit wel. En ja, dan is het wel fijn dat je dus ook handvatten kunt bieden waar ze iets concreets mee kunnen in de klas.
Jeroen: Ja, want ik hoor heel veel issues vanuit het middelbaar onderwijs, vanuit de mbo’s, maar ook überhaupt middelbare scholen, maar ook studenten en ook gewoon de hele samenleving. En dan hoor je natuurlijk heel veel over schuldenproblematiek en alle dingen die je eerder in het gesprek noemt. Maar ik vind het daarom zo interessant om dit gesprek even in te zoomen op die basisschool. Want hoe groot is het probleem daar eigenlijk al, of niet?
Hilde: Nou, kijk, de problemen zitten momenteel voornamelijk op het voortgezet onderwijs en het mbo. Dus die leeftijdsgroepen, laten we zeggen, 12, 13 tot 16, soms wel 18 jaar en ouder. En wij zitten gewoon echt aan de preventieve kant en zeggen: de problemen zitten daar op die leeftijd. En dat is supergoed. En er zijn ook heel veel partijen die dat aanpakken en daar lesmaterialen voor ter beschikking stellen. Maar wij zeggen echt: pak dat nou eens echt bij het begin aan. Zorg dat een kind vanaf vier jaar al leert wat sparen is, geld herkennen, geld rekenen, zodat ze een gedegen financiële basis of financiële educatie hebben gehad voordat ze de grote boze wereld ingaan met het voortgezet onderwijs, waar allerlei verleidingen op hun afkomen en waar ze voor het eerst met een pinpas naar school gaan. En ja, dat zeg ik als moeder ook: leer je kind op jongere leeftijd al met een pinpas omgaan, zodat ze dat niet pas moeten doen als ze naar het voortgezet onderwijs gaan.
Jeroen: Ik las in mijn voorbereiding, ik denk op LinkedIn, dat jij je kinderen op hun zesde al een pinpas had gegeven en dat mensen dat toch een beetje vreemd vonden. Dat laatste vond ik vooral interessant.
Hilde: Ja, klopt. Heel veel mensen vinden dat vreemd en ik kan het ook heel goed uitleggen. Kijk, op het moment dat een kind naar de middelbare school gaat, komen er heel veel dingen op hem af. Het is een nieuwe school, er komt groepsdruk bij kijken. En op het moment dat een kind dan moet gaan leren pinnen, komen ook nog lekker wat pubergevoelens natuurlijk bij kijken. Dus wat jij als ouder zegt, dat slaan ze dan ook liever in de wind. Dus op het moment dat jij je kind op zesjarige leeftijd gewoon leert pinnen en zegt: oké, nou ja, je kan dit pinnen, en ik zeg niet dat je dan geen fysiek zakgeld meer moet geven, hou me ten goede, want dat moet een beetje naast elkaar blijven bestaan, zeker op deze jonge leeftijd van zes jaar. Maar dan kan je je kind laten zien wat er gebeurt. Ik kan me nog herinneren dat ik in Frankrijk was met mijn jongste zoon en die zei: ja, maar hoe moet ik dat dan? Had hij iets gevonden in zo’n grote supermarkt. Hoe moet ik dat dan doen? En dan kan je als ouder je kind daarin begeleiden en ook vertellen: nou kijk hier op de app, wat je nu gepind hebt, ook in de supermarkt in Frankrijk, gaat dus nu ook van je rekening af. En dan kan je je kind daarin meenemen. Je moet een kind leren de overgang te maken van het fysieke geld naar het digitale geld. En er zijn natuurlijk heel veel ouders die dat doen. Maar ja, het hele lastige is dat heel veel ouders dat ook niet doen. En daarom is het zo fijn dat we dat op school kunnen doen.
Jeroen: Dat is een briljant bruggetje, want ik wilde jou vragen: is dit niet gewoon uiteindelijk primair de taak, maar dat geldt voor heel veel dingen, de taak van de ouders om hun kinderen hierin mee te nemen? Ja, wat ik al zei, het geldt voor heel veel dingen, want heel veel van dit soort problemen komen uiteindelijk toch bij de scholen terecht om het proberen recht te zetten.
Hilde: Ja, daar ben ik me absoluut van bewust. En natuurlijk is het een taak van de ouder om je kind goed te leren omgaan met geld. Maar uit de praktijk blijkt dat niet elke ouder dit kan of dit doet. En dat kan verschillende redenen hebben. En ja, daarom is het wel heel fijn dat er op school aandacht aan gegeven wordt.
Jeroen: Best lastig voor die docenten, want ze moeten seksuele voorlichting geven, financiële voorlichting, ze moeten kinderen leren hoe ze in het verkeer moeten omgaan, hoe ze zich digitaal moeten gedragen, enzovoort, enzovoort. En dan komt dit er ook nog bij.
Hilde: Nee, dat klopt. Nee, dat ben ik ook helemaal met je eens. En dat is ook heel vervelend, maar dat is niet iets wat ik 1, 2, 3 kan oplossen, helaas. Wij hebben wel ook een website voor kinderen en daar hebben we ook wel wat tips voor ouders op staan. Dus als er ouders zijn die wat dingen willen weten, kunnen ze ook daar informatie op vinden. Maar ja, nee, ik ben het helemaal met je eens. Er wordt heel veel over de schutting, even tussen aanhalingstekens, naar de scholen gegooid. Maar ja, ik ben wel heel blij dat scholen dit oppakken en het belang ervan inzien.
Jeroen: Ik kan me voorstellen dat als je op deze leeftijd iets weet bij te brengen wat blijft hangen, dat je daar, als je dat zou doorrekenen, ook in financiële termen, maar vooral in termen van well-being, dat dat gigantisch kan uitmaken. Want als hierdoor iemand niet in de schuldproblemen, in de geldproblemen komt, in de schulden terechtkomt, ja, dat is natuurlijk ongelooflijk waardevol voor iedereen. Primair voor de persoon in kwestie, maar ook voor de hele samenleving. Absoluut. Jij hebt heel veel mooi materiaal voor je liggen. Dat kunnen luisteraars niet zien. Maar kan je eens één ding eruit pikken? Het hoeft niet letterlijk fysiek te zijn misschien, maar één ding benoemen waarvan je zegt: ja, dit is nou echt een soort les. Die slaat gewoon altijd goed aan. Die vinden mensen leuk, maar waarvan je ook het idee hebt: hier wordt ook echt iets geleerd wat blijft hangen op de langere termijn.
Hilde: Nou, dit is al echt een hele lastige vraag, Jeroen. Want de lessen zijn natuurlijk opgebouwd. Het is een doorlopende leerlijn. Dus bij de kleuters begin je eigenlijk een beetje met sparen en geld in je spaarpot doen. Maar wat ik eigenlijk van de hele doorlopende leerlijn kan zeggen, is dat het belang vooropstaat dat we kinderen willen leren wat de waarde van geld is. En dat komt in alle lessen terug. En het belang daarvan is dat geld natuurlijk een beetje abstract wordt, cijfertjes wordt. Ze zien alleen nog maar een pinpas, een telefoon of een horloge en er is betaald. Dus wat wij de kinderen willen leren, is: wat is nou de waarde van geld? En dat begint heel simpel al bij de kleuters. Maar hoe ziet dan een muntje van 1 euro eruit? En heb jij wel eens gekeken? Heb je wel eens aan de randjes gevoeld? En twee muntjes van 50 cent is hetzelfde als 1 euro. Maar eigenlijk heel basic, zo beginnen wij met kinderen de waarde van geld te leren. En naarmate ze dan wat ouder worden in de Eurowijs-les, dan gaan we de stap maken over naar digitaal geld. En dan gaan ze dus sommetjes maken van: je hebt op je bankrekening 16,70 euro. En dan leg je deze muntjes erbij, want die heb je in je spaarpot. Hoeveel heb je dan bij elkaar? Nou, en als je dan kijkt hoeveel kinderen daar enorm veel moeite mee hebben om dat bij elkaar op te tellen, dan weet je gewoon dat je goed zit.
Jeroen: Mooi voorbeeld. En ik vind het vooral mooi dat je steeds benadrukt dat je die link tussen fysiek en digitaal geld probeert te maken. Dat de waarde uiteindelijk hetzelfde is, maar het voelt natuurlijk totaal anders.
Hilde: Dat is het. En kinderen zien… Want we waren laatst ook weer ergens, toen had ik valse briefjes van 10 euro bij me. En er zat ook een kindje: oh, zo voelt geld. En dat was een kindje van zes. Dat ik denk, ja, die heeft dat… ja, oh, zo voelt geld. Dan denk ik dan ook: het is ook nog eens een vals biljet, maar whatever. Dat ik denk, ja, kinderen zien het niet meer. Kijk naar jezelf. Wanneer heb je nou nog contant geld in huis? Dus dat is ook wel het belang van financiële opvoeding. Zorg ook dat je jonge kinderen gewoon start met fysiek zakgeld. Gewoon echt muntjes en briefjes geeft.
Jeroen: Naar welke leeftijd adviseer je?
Hilde: Ja, dat is heel lastig. Nibud zegt ook vanaf een jaar of zes. Ik heb het vanaf vier gedaan, omdat mijn kinderen eraan toe waren. Dat merk je zelf wel een beetje. Maar ga dan ook, geef twee muntjes van 50 cent. De andere keer een euro of 10 muntjes van 10 cent. Dat kinderen leren dat elk muntje ook zijn waarde heeft. En daarna de overstap maken naar digitaal zakgeld. En dan ook nog 50-50. Dat is tenminste wat ik heb gedaan. Dus de helft van het zakgeld. Dus dan krijgen ze 50 cent gewoon in hun spaarpot en 50 cent op hun bankrekening. En dan laten zien in de app.
Jeroen: Oh, ik krijg allemaal tips hier voor privé. Fantastisch, dankjewel. Ik zie allemaal mogelijkheden om dit thuis te implementeren. Maar bij jou hadden ze volgens mij al een rekening voordat ze geboren waren bijna. Nee, nee, nee, dat valt wel mee.
Voice-over: Dit is Leaders in Finance met Jeroen Broekema.
Jeroen: Dan ben ik nog nieuwsgierig naar twee dingen die denk ik heel lastig zijn om te beantwoorden. Maar ik wil ze wel stellen, want ik ben heel erg benieuwd hoe jij ernaar kijkt. Eentje is: jongens, meisjes. Is daar een verschil? Stereotiep gezien kun je nooit iets zeggen per individu. Maar in algemeenheid, is er vanuit meisjes of jongens meer interesse voor geld, of op een andere manier? Dat is een heel gevaarlijk onderwerp tegenwoordig, maar ik ben er wel benieuwd naar.
Hilde: Ja, daar zou ik niet 1, 2, 3 een antwoord op weten. Je ziet wel dat ze qua spaardoelen andere interesses hebben. En als je naar social media kijkt, zullen ze ook andere dingen volgen. Maar in relatie tot geld, nee, daar durf ik geen antwoord op te geven.
Jeroen: Ook niet of jongens vaker of meer in de geldproblemen komen dan meisjes? Het speelt natuurlijk minder op de basisschool nog, hoop ik.
Hilde: Dat weet ik niet. Nee, daar durf ik geen antwoord op te geven.
Jeroen: De ander is: je zegt, we zijn vooral preventief bezig, mijn woorden hoor, maar de bulk van de problemen ontstaat later op de middelbare school, op het mbo, misschien pas op het onderwijs daarna. Zijn er ook al echt geldproblemen op de basisschool, van kinderen die bijvoorbeeld in-game aankopen doen of dat soort dingen niet doorhebben, of met hun ouders geldzaken doen?
Hilde: Er zijn natuurlijk altijd leerlingen die in armoede of op de armoedegrens opgroeien, helaas. Dus die weten echt wel wat er speelt. Of dat ouders bijvoorbeeld naar de voedselbank moeten. Dus die zijn zich daar echt wel bewust van. Er zijn natuurlijk ook kinderen die geen zakgeld krijgen. Maar dat kan allerlei redenen hebben. Dat kan omdat de portemonnee heel dun is, maar ook omdat de portemonnee heel dik is. Dan merk je ook heel vaak dat ouders zeggen: nee, ik betaal alles wel voor mijn kind. Dus ze krijgen geen zakgeld. Ik sta er nog steeds achter dat ik zeg: ja, zakgeld is leergeld. Onwijs belangrijk om kinderen dat te leren. En ook al is het maar heel weinig, probeer het wel te geven.
Jeroen: Dan over de effectiviteit. Want kijk, ik koop het meteen als ik jou hoor praten. Dan denk ik: ja, je moet kinderen vroeg betrekken bij geld, je moet ze erin meenemen. Vooral dat verhaal dat je ook deed, van wat je net voordeed, van het voelen van die munten. Dat je echt het gevoel hebt en dan combineren met digitaal geld. Hebben jullie ook dingen weleens onderzocht of het echt werkt? Of het nou ook echt werkt dat mensen, of kinderen, pubers minder in de geldproblemen komen doordat je ze vroeg Eurowijs hebt gemaakt?
Hilde: Ja, dat is heel leuk dat je dat vraagt. We hebben in samenwerking met a.s.r., een van onze partners, een onderzoek gedaan met Impact House van Grant Thornton. En die hebben onderzoek gedaan naar twee Nibud-leerdoelen. Die hebben ze onderzocht en een aantal kinderen bevraagd en leerkrachten bevraagd. En daar kwamen we echt supergoed uit. Daar ben ik ook echt heel blij mee. Dan krijg je natuurlijk ook tips wat je nog meer zou kunnen doen. En daarnaast hebben wij altijd een evaluatie met de leerkracht zelf. En daarin hebben we nu ook impactvragen toegevoegd. Dus de leerkracht krijgt nu echt de vraag: zie je verandering bij het kind? En hoeveel impact heeft dat? Zie je dat ze zich meer bewust zijn van sparen? Zijn ze zich meer bewust van het veilig omgaan met geld? En ja, die resultaten zijn ook gewoon heel goed.
Jeroen: Ik kan me voorstellen dat je eerst moet zorgen dat mensen weten, gewoon geletterdheid, dat je weet wat geld is, wat het doet, wat je ermee kan. Een van jouw taglines is geloof ik ook: financiële vrijheid begint bij kennis. Dat klinkt heel logisch. Maar uiteindelijk moet je anders doorhandelen. Want ik doe ook heel veel dingen in mijn leven waarvan ik weet: dat zou ik niet moeten doen, maar ik doe het wel. Ik denk dat iedereen dat heeft tenminste.
Hilde: Zeker.
Jeroen: Dan moet er dus ook nog een stap gemaakt worden dat je het wel weet, maar dat je dan ook daarnaar handelt.
Hilde: Ja, dat is echt gedrag en dat is die gedragsverandering. Vergeet niet, hè. Kijk naar jezelf als je zelf op Instagram zit, op social media, en je ziet alles voorbijkomen en er zit: bestel nu, want er zijn er nog maar twee op voorraad. Dat doet met ons ook van alles, maar dat doet met kinderen ook heel veel. En je benoemde net ook al de in-appaankopen in games. Kinderen weten van WhatsApp-fraude, omdat oma de pinpas heeft afgegeven. Kinderen vertellen ook heel veel verhalen in de klas. Je merkt echt dat het wel leeft. En dat is wel het leuke van de Eurowijs-les: wij werken met filmpjes en opdrachten in de klas. Dus kinderen kijken een filmpje en daarna maken ze in dat thema opdrachten. En dan kijken ze weer een filmpje, dus kinderen vinden die les geweldig. Maar we hebben dat heel bewust gedaan, omdat je na die filmpjes met de kinderen in gesprek gaat, en dan ga je eigenlijk echt de diepte in. Wat heb je nou gezien in het filmpje? En het is een boef, en die staat vals geld te maken. Boevenfilmpjes doen het trouwens heel goed in de klas.
Voice-over: Verrassend.
Hilde: Maar dan ga je met die kinderen in gesprek. En dan hoop je dus dat er een gedragsverandering plaatsvindt, dat kinderen gaan nadenken. Want weet je, er is geen goed of fout. Maar het is van belang dat kinderen gewoon gaan nadenken. Ik heb een keuze, ik kan een keuze maken en ik kan het anders doen.
Jeroen: Ik sprak laatst iemand ook rondom de schuldenproblematiek, en die zei: het is heel belangrijk dat je ook peers hebt waarmee ze praten. Dat geldt misschien iets minder op de basisschool, maar zeker daarna. Dat het niet alleen maar… Ik heb ook wel eens zo’n gastles gegeven, ook in de Week van het Geld. En toen dacht ik: ja, ik voel me wel aangesproken, want ik ben een blanke hetero man van middelbare leeftijd. Terwijl daar moet eigenlijk misschien gewoon iemand staan die iets heeft meegemaakt. Die zegt, nou ja, misschien wel een groep 8-leerling die zegt tegen een groep 6-leerling: ik heb toen iets gekocht ingame, ik had helemaal niet door… Ik ben nu gewoon vijftig euro kwijt en mijn ouders zijn boos. Werkt dat beter dan dat ik dat doe of jij?
Hilde: Ik denk het wel. Peer education is natuurlijk sowieso… dat spreekt kinderen meer aan. Je ziet dat ook echt op het voortgezet onderwijs en ook op het mbo, dat dat heel veel wordt ingezet. In het basisonderwijs wordt dat wat lastiger, want wij kunnen niet een groep 8-leerling een paar scholen langs sturen om zijn of haar verhaal te vertellen. Maar je merkt dus wel dat als je in gesprek gaat in de Eurowijs-les, na die filmpjes, dat er wel verhalen verteld worden. Wat ik net al zei, een oma met WhatsApp-fraude, of ik heb in-appaankopen gedaan en toen heb ik gewoon geld van de creditcard van mijn vader… Dat beklijft wel bij kinderen. Bij Eurowijs hebben we qua peer education wel spreekbeurtpakketten. Dus dat is ook een soort van uitleg of educatie. En daar worden ook heel veel spreekbeurtonderwerpen gedownload. Dus er worden ook heel veel spreekbeurten gegeven over geld. Dus dat is ook superleuk.
Jeroen: Hoe kijk je naar… er zijn steeds meer partijen, ook in Nederland heb je dat nu, financiële partijen die komen met apps specifiek voor kinderen. Om ze, nou ja, er zal ongetwijfeld ook een businessmodel achter zitten, maar ook om ze wat wijzer te maken. Is dat goed of is dat puur gedreven? Even terughalend naar wat je eerder in het gesprek zei: we willen alleen mensen bij ons die ook intrinsiek gemotiveerd zijn. Hoe kijk je ernaar als je deze dingen met elkaar in relatie brengt?
Hilde: Ik juich alles wat te maken heeft met financiële educatie toe. Dus als dat soort producten kinderen kunnen helpen om overzicht te houden, ja, daar kun je alleen maar blij mee zijn, ondanks dat het een commercieel product is. Maar goed, banken zijn gewoon commerciële bedrijven. Dus ik heb daar geen problemen mee.
Jeroen: En die maken ook allemaal filmpjes, wat jij zegt, allerlei filmpjes van hoe je geld kan kwijtraken, hoe het mis kan gaan, of hoe het goed kan gaan, hoe je kan sparen. Maar je zet het misschien ook wel aan tot bijvoorbeeld beleggen op jonge leeftijd, of om met je geld meer geld te maken, wat misschien weer een andere motivatie heeft.
Hilde: Ja, nou ja, kijk, over de motivatie kan ik natuurlijk niet oordelen, maar als het echt om financiële educatie gaat, juich ik het alleen maar toe. En nogmaals, zolang er maar niet te veel commercie aan vastzit. Wij willen ook geen commercie in de klas. Je wil niet dat als het lesmateriaal van Eurowijs ergens ligt, dat er allerlei logo’s van banken op staan. Dat is niet wat je wil, daarom doe je dit niet.
Jeroen: Dat lijkt me evident. Waar staan we eigenlijk in Nederland? Laten we het tot Nederland beperken. Als het gaat om de hele schuldenproblematiek, vooral die kwetsbare groep die jij beschreef, waar jij preventief werk op verricht, maar die daarna komt, in dat middelbare onderwijs, mbo enzovoorts, hoe groot of klein is het probleem?
Hilde: Ja, dat is niet iets waar ik me over uit wil spreken. Er zijn natuurlijk heel veel mensen die opgroeien in armoede. De cijfers heb ik niet paraat. Wij zitten echt aan de preventieve kant. En dit is wat wij bieden. Als je maar één kind hebt geholpen om er beter uit te komen dan waar het staat, dan zijn we eigenlijk al blij.
Jeroen: Je noemt in het gesprek gokken, buy now, pay later, influencers, Tikkies die verkeerd gestuurd worden, met of zonder opzet, I don’t know. Dat zijn een heleboel dingen. Ik neem aan dat je die dingen wel allemaal monitort in hun vorm, misschien niet zo direct, maar wel meeneemt in je lesmateriaal.
Hilde: Ja, sowieso online verleidingen komen terug in het lesmateriaal. Wat zie je? Wat doe je? Als je bijvoorbeeld twee truien ziet staan, gaat het ook een stukje over duurzaamheid natuurlijk. Dus je bent wel… En nogmaals, er zijn geen foute keuzes. Je moet gewoon even kijken: maar wat doe je? Wat kies jij als kind? Als je bijvoorbeeld even je gegevens moet invullen voor gratis AirPods of hoe die dingen voor je oren ook heten… Doe je dat? Ga je al je gegevens invullen? Je eerste pinpas, zet je daar een foto van op Instagram? Dat soort dingen, daar sturen we wel op.
Jeroen: Dan wil ik het zo richting het einde van deze podcastopname met je hebben over twee dingen: tips voor verschillende groepen en aan de andere kant ook de toekomst van Eurowijs. Daar ben ik heel erg nieuwsgierig naar. Laten we beginnen met die tips. Heb jij tips voor… laten we verschillende groepen definiëren. Laten we beginnen bij de ouders. Wat zijn nou tips voor hen op het gebied van financiële educatie?
Hilde: Sowieso zakgeld geven, heel belangrijk. Praat met je kind over geld. Praat met je kind over de verleidingen die er zijn. En heb gewoon ook een geldgesprek. Zet ook gewoon eens, als je aan de ontbijttafel zit, alle producten die er staan en vraag nou eens of ze weten wat dat kost. Kost een pak melk nou meer dan 2 euro of niet? Of een pot hazelnootpasta. Dat ze zich bewust worden. Geef ze een keer geld als je naar de supermarkt gaat en laat ze eens producten kopen. Van: joh, je mag een pak koekjes kopen, maar je krijgt maar zoveel mee. Dus gewoon budgetteren. Maar praat over geld. Praat over zakgeld. Praat over kleedgeld. Maak duidelijke afspraken. Wat moeten ze wel en niet betalen van hun zakgeld? En als ze ouder worden, bijvoorbeeld als er een iPhone kapot valt, wie gaat dat betalen? Als je daar van tevoren afspraken over maakt, dan is het achteraf altijd wat makkelijker. Want anders krijg je altijd gesprekken over geld als er bij wijze van spreken gewoon stront aan de knikker is. En dat moet je niet willen.
Jeroen: Wat een goede tip. Ze resoneren iets te goed bij mij. Ik heb het gevoel dat ik al eerder zei dat ik heel veel moet gaan doen thuis. Een aantal dingen doe ik wel goed, maar een aantal dingen moet ik echt nog verbeteren.
Hilde: We doen dat allemaal als ouder met de beste intentie. Daar moeten we gewoon van uitgaan. Maar het is altijd wel fijn om een paar tips te krijgen. Je kunt er wat mee doen of niet. Soms past dat bij je en soms niet.
Jeroen: Tips voor de financiële instellingen?
Hilde: Investeren in financiële educatie.
Jeroen: Middels? Wat voor soort dingen?
Hilde: Gewoon zorgen dat dit op elke school onderwijs hoort.
Jeroen: Tips voor de overheid?
Hilde: Hetzelfde. Investeren in financiële educatie.
Jeroen: En dan tips voor de kinderen? Jullie lesmateriaal gebruiken, maar…
Hilde: Learning by doing, denk ik ook. Geld is natuurlijk best wel een leuk onderwerp. Kinderen vinden dat heel leuk. Ze praten er graag over. Het is interessant. Ga lekker spreekbeurten geven. Ga filmpjes kijken over geld. Er zijn natuurlijk zat leuke dingen te doen. En praat ook met elkaar over geld. Ik denk dat dat ook wel belangrijk is. En dan niet zozeer over de hoogte van het zakgeld, maar wat moet je ervan betalen? En wat moet je ervan doen?
Jeroen: Tips voor de docenten?
Hilde: Het Eurowijs-lesmateriaal gratis aanvragen en geven aan de kinderen.
Jeroen: Ik weet niet of je het zit te denken: zijn er nog andere groepen die tips van jou moeten hebben?
Hilde: Ik voel me net… Dat is een mooi advies.
Jeroen: Gratis advies voor iedereen.
Hilde: We zijn lekker op weg.
Jeroen: Dat is een mooi bruggetje naar de toekomst. Hoeveel kinderen bereik je uiteindelijk? Je had het over 300.000 geloof ik?
Hilde: We hebben fysiek lesmateriaal en we hebben digitale ondersteuning. Dus vorig jaar, in 2025, hebben we meer dan een half miljoen leerlingen bereikt met het lesmateriaal. Als ik alleen naar het fysieke lesmateriaal kijk, dan zitten op ongeveer 1 op de 3 basisscholen waar Eurowijs gebruikt wordt. En wat wij zien, en waar ik heel blij mee ben, is dat wij heel veel worden ingezet op speciaal basisonderwijs en scholen in het speciaal onderwijs. Die maken heel veel gebruik van het lesmateriaal. En dat zijn natuurlijk hele kwetsbare leerlingen.
Jeroen: Is dat de reden dat ze het meer gebruiken dan de anderen?
Hilde: Dat weet ik niet. Dat is eigenlijk een beetje zo gegroeid. En we merken gewoon dat speciaal basisonderwijs hier ook heel veel baat bij heeft. Dus we hebben het eigenlijk in eerste instantie gemaakt voor het basisonderwijs. Maar we merken dus ook dat ons lesmateriaal ook gebruikt wordt in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Dus vanaf groep 5 en 6 zelfs al. Dus dat zijn lessen voor leerlingen van 8, 9 jaar die gegeven worden aan brugklassen van kinderen van 11 of 12 jaar. Dus dat zegt misschien ook wel iets over het rekenniveau. En zeker geldrekenen is niet gemakkelijk.
Jeroen: Het klinkt heel indrukwekkend voor mij, 500.000. Hoeveel bereik je niet eigenlijk? Heb je daar een beeld bij?
Hilde: Er zijn 1,3 miljoen basisschoolleerlingen. En daarvan bereiken we dus ruim 200.000 leerlingen.
Jeroen: Dat zijn een aantal scholen.
Hilde: Kijk, die 300.000 leerlingen van het fysieke lesmateriaal zijn natuurlijk verdeeld in basisonderwijs en speciaal basisonderwijs. Dus dat hebben we helemaal schematisch vastgelegd. Dus we zitten op ongeveer 16% van de basisscholen. Maar op het speciaal basisonderwijs zitten we op drie kwart van de scholen. Dus ja, het is per onderwijssoort verschillend. Maar je kunt over het algemeen zeggen: op gewone basisscholen is 1 op de 3 bekend met Eurowijs en werkt met het Eurowijs-lesmateriaal. Wat wil zeggen dat er nog werk te doen is.
Jeroen: Ja, je hebt een groot deel van de vijver al wel bediend. Maar er zit nog veel in de vijver wat nog niet bediend wordt. Want hoe kijk je naar de toekomst? Wat zijn jouw grootste uitdagingen als organisatie?
Hilde: Nou, dat we ook heel veel nieuwe lessen willen maken. Dus het lesmateriaal bekijken we jaarlijks, tweejaarlijks, en passen we aan. En we willen ook heel graag met partners themalessen maken. Dus denk aan een themales beleggen, een themales crypto. Dat is heel leuk om dat samen met een partner te doen, omdat de kennis en kunde natuurlijk ook bij de partner zit. Dan kun je daarin samen optrekken. En ja, er is eigenlijk nog veel werk te doen. We hebben heel veel leerkrachten die al meer dan tien jaar ons lesmateriaal bestellen en dat dus ook blijven doen. Dat is voor ons natuurlijk een heel groot compliment. En ja, zegt het voort. Het is gratis, dus doe er je voordeel mee.
Jeroen: Geweldig. Meestal zeg ik altijd tegen mijn kinderen: dingen die gratis zijn, daar moet je een beetje mee oppassen. Dat is toch een gevaarlijk iets. Ze zijn nooit echt gratis. Maar bij jou durf ik het zeker te zeggen. Ik vind het ongelooflijk leuk om met je gesproken te hebben. Voordat ik je daarvoor ga bedanken, stel ik je nog even de vraag: is er iets, Jeroen, nou dat had je echt moeten vragen? Of dat had ik willen vertellen, maar heb ik tot op heden niet kwijt gekund? Dan is dit het moment voordat we afsluiten.
Hilde: Dat is eigenlijk wel een goede. Dat is de vraag waarom ons lesmateriaal fysiek is. Want daar krijgen we natuurlijk nog wel eens vragen over. Waarom maak je het allemaal niet digitaal? Want dat is natuurlijk veel gemakkelijker en veel goedkoper. En dat wil ik toch wel uitleggen. Want waarom we het fysiek doen is echt een hele bewuste keuze. Ten eerste: als leerlingen schrijven, beklijft het beter in de hersenen. Ten tweede: leerkrachten, en dat is ook niet een klein beetje, 98% van de ondervraagde leerkrachten in ons evaluatieformulier geeft aan: blijf het alsjeblieft fysiek doen. Want we hebben al zoveel digitaal. We hebben natuurlijk wel een digitale ondersteuning met de filmpjes, maar het lesmateriaal is echt fysiek. En ten derde: het lesmateriaal gaat mee naar huis. En daarmee, en we hadden het al eerder over die financiële opvoeding, hoop je ook dat het gesprek thuis op gang komt. Dat een vader of moeder of een verzorger in het boekje kijkt en zegt: goh, wat leuk. En wat heb je geleerd? En we geven de kinderen ook opdrachten mee naar huis. Vragen zoals: kunnen je ouders dit briefje herkennen zonder dat er een kleur aan zit? Weten ze dan of het 10 of 20 euro is? Weten zij welk muntje groter is, dat van 50 cent of van 1 euro? Dat zijn allemaal dingen die je dan ook hoopt thuis voort te zetten.
Jeroen: Mooie toevoeging. Het blijft in ieder geval fysiek. Dat is duidelijk, kan ik me ook helemaal voorstellen trouwens. Heel veel dank. Ik sprak met Hilde Krens, de directeur van Stichting Eurowijs. Ik vond het een ongelooflijk leuk gesprek. Het mooiste vind ik, om je dat alvast terug te geven, op de band, dat je er echt in zit met je hart en met je ziel en met volle energie. En ik denk: ook al is het misschien niet altijd heel direct meetbaar wat het effect is, het effect moet gigantisch zijn. Zeker op deze leeftijd, zoals je al mooi uitlegt. Op deze leeftijd kom je nog goed binnen. En jullie motivatie is echt fantastisch. Dus keep up the good work, zou ik zeggen. En heel veel dank voor je tijd.
Hilde: Graag gedaan. Dankjewel.
Voice-over: Dit was Leaders in Finance. We hopen dat je deze aflevering met veel plezier hebt beluisterd. We stellen je feedback erg op prijs. Wat houdt je bezig en over wie wil je meer horen? Laat het ons weten via een review, op onze socialmediakanalen of gewoon direct via e-mail. We kunnen het erg waarderen als je dat doet. Tot slot danken we onze partners voor hun steun. Dat zijn EY, Mogelijk Vastgoedfinancieringen en Lepaya. Benieuwd wat we nog meer allemaal doen? Volg ons of kijk op leadersinfinance.nl. Tot de volgende Leaders in Finance, en bedankt voor het luisteren.
