Voice-over: Dit is Leaders in Finance. Een podcast waarin we op zoek gaan naar de mens achter het succes. We praten met leiders van nu en later over hun drijfveren, carrière en privéleven. Waarom? Omdat er meer gesproken moet worden in de financiële sector. We willen onze partners hartelijk bedanken voor hun steun. Dat zijn EY, Mogelijk Vastgoedfinancieringen en Lepaya. Je host is Jeroen Broekema.
Jeroen: Welkom luisteraars bij een nieuwe aflevering van Leaders in Finance. Een extra aflevering over de financiële educatie in Nederland en de staat van die financiële educatie in ons land. En dat allemaal naar aanleiding van de Week van het Geld. Want als wij dit uitzenden, is het de Week van het Geld. Van 23 tot en met 27 maart 2026 hebben wij, via Wijzer in Geldzaken, de Week van het Geld georganiseerd. Het is alweer de 15e editie en ik vind het heel leuk dat wij vanuit Leaders in Finance daar ook wat extra aandacht aan kunnen geven.
Het is dus een jubileumeditie van deze landelijke themaweek. En er gaan vele tienduizenden leerlingen en studenten uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo aan de slag met financiële educatie. Partijen uit de financiële sector, partners van Wijzer in Geldzaken en gemeenten organiseren gastlessen en andere activiteiten om kinderen en jongeren op een speelse manier financieel bewust te maken. Het thema van dit jaar is: Geldsprookjes, te mooi om waar te zijn? Ik heb bij mij aan tafel, aan mijn digitale tafel, vier hele interessante sprekers, en ook vier sprekers vanuit verschillende invalshoeken. Dus ik ben daar heel erg blij mee. Ik zal ze aan jullie voorstellen.
Allereerst Christian Meijer, hoofd platform Wijzer in Geldzaken. Welkom Christian, fijn dat je er bent. Willem van den Berg, lid van de Management Board van ASR, portefeuille Leven en Uitvaart, Pensioenen en TKP. Renée Audier-Oranje, coördinator burgerschapsonderwijs en docent aan het Albeda College in Rotterdam. En last but not least, Önder Baytimur, docent economische vakken, eveneens aan het Albeda College in Rotterdam.
Aan jullie allemaal nogmaals van harte welkom bij Leaders in Finance. Leuk dat jullie er zijn.
Ik zou eigenlijk willen beginnen bij jou, Christian, om ons even mee te nemen in de vraag: waar staan we nou eigenlijk als het gaat om financial health, financiële gezondheid en geletterdheid in Nederland? Zou je een beeld willen schetsen van de staat van het land op dit gebied?
Christian: Zeker, dank je wel. Daar kun je op verschillende manieren naar kijken. Er zijn een aantal signalen waaruit je kunt afleiden dat we er best goed voor staan. Maar er zijn ook zeker waarnemingen waardoor je daar toch wel zorgen over moet hebben.
Allereerst: als Nederland doen we mee aan reguliere, internationaal vergelijkende onderzoeken. En daar komen we in de top van de wereld uit. Dus daar scoren we goed. Dat gaat dan over vijftienjarigen. Daar testen we de financiële geletterdheid van, dus wat weten ze over omgaan met geld. En dan scoren we in de top drie ter wereld. We scoren boven gemiddeld in vergelijking met andere landen.
Maar daar staat tegenover dat bijna een vijfde van diezelfde leerlingen het basisniveau niet haalt. Dus gemiddeld is het oké, maar het lijkt ook wel een soort achterstandsgroep te zijn, zou je kunnen zeggen.
Meer dan de helft van de leerlingen heeft ooit op school een les of een cursus gehad die ging over omgaan met geld. En we zien ook wel in onze peilingen dat best veel jongeren zich bewust zijn van de risico’s. Dus ze begrijpen bijvoorbeeld dat crypto’s best risicovolle producten zijn, en dat achteraf betalen je in de problemen kan brengen. Maar tegelijkertijd zie je ook de worsteling met allerlei van dat soort verleidelijke producten en zaken die soms wel heel erg mooi lijken. Of waarbij het lijkt alsof je heel snel geld kunt verdienen.
Zo laat bijvoorbeeld twee derde van de jongeren die influencers volgt, zijn of haar financiële gedrag daardoor beïnvloeden. Er zijn natuurlijk veel mensen online die vertellen dat je bijvoorbeeld snel geld kunt verdienen met dropshipping. Of dat er een cryptomunt is die je echt zou moeten hebben. Ja, twee derde van de jongeren laat zich daardoor beïnvloeden.
Eén op de vijf jongeren wordt slachtoffer van een nepwebshop. Dus die hebben niet door dat wanneer ze ergens sneakers zien tegen een hele scherpe prijs, terwijl die overal uitverkocht zijn, dat dat dus geen echte webshop is, maar dat je geld dan terechtkomt bij criminelen.
En wat ik zelf altijd een hele grappige vind: we deden vorig jaar onderzoek naar hoe jongeren omgaan met contant geld en digitaal geld, en hoe ze dat ervaren. En bijna de helft van de jongeren ervaart een aankoop met contant geld regelmatig of vaak als gratis, omdat hun banksaldo dan gelijk blijft. Dus ze geven contant geld uit en hebben dan het gevoel: ja, dat is eigenlijk niet echt geld. Want als ik in mijn bankapp kijk, dan gebeurt daar niks.
Dit zijn allemaal signalen waardoor we concluderen dat het tegenwoordig niet zo makkelijk is voor jongeren om met geld om te gaan. Omdat je geld gewoon heel makkelijk kunt uitgeven. Met een paar bewegingen op je smartphone is het weg. Soms kun je ook geld uitgeven dat je niet eens hebt, met achteraf betalen. En er zijn gewoon ontzettend veel verleidingen.
Dus waar je vroeger in een tijdschrift een mooie advertentie zag, maar dan nog even op de fiets moest stappen en geld uit je spaarpot moest halen om die aankoop te doen, kun je dat nu vanaf de bank regelen, zonder dat je vooraf van plan was om je geld uit te geven.
Dus we vinden het heel belangrijk om daar aandacht aan te besteden. Supermooi dat daar tijdens de Week van het Geld hartstikke veel mensen zich voor inzetten. Dat gaat inderdaad via gastlessen. Maar er zijn ook duizenden leerkrachten en docenten die pakketten en materialen bestellen om daarmee aan de slag te gaan.
Omdat we merken dat we tegenwoordig niet zo veel meer hoeven te doen aan het verkopen van het verhaal dat dit gewoon een belangrijk onderwerp is. We strijden hier al vijftien jaar voor en we hebben echt wel gezien dat we eerst nog heel erg moesten uitleggen waarom dit een belangrijk onderwerp is. Maar inmiddels is iedereen wel bekend met, trouwens als volwassenen merken we dat zelf ook natuurlijk, de uitdagingen en verleidingen die ik noemde. Daar hebben we zelf ook al mee te maken. En als je daarmee opgroeit als jongere, is dat gewoon een zoektocht.
Jeroen: Want het leidt uiteindelijk tot stress, hè, als je daar constant mee bezig bent. Dat je niet weet: heb ik voldoende geld, geef ik het te snel uit, komt er te weinig binnen, enzovoort.
Christian: Ja precies, je ziet inderdaad dat jongeren zich ook niet goed voorbereid voelen om later hun geldzaken te regelen. Dus vanaf je achttiende wordt natuurlijk van je verwacht dat je dat allemaal zelf kan. Dat gaat dan bijvoorbeeld over toeslagen aanvragen, verzekeringen afsluiten, belastingaangifte doen. Dan komt er ineens best wel veel op je af.
Dus als je daar niet klaar voor bent, als je niet weet wat je dan aan het doen bent, dan kun je gewoon heel snel in de problemen raken. Dat leidt tot stress, geldstress. En we weten dat dat ook allerlei gezondheidsklachten kan veroorzaken. Dus geldstress, mentale stress, beïnvloedt gewoon je hele welzijn.
Jeroen: Om daar een getal op te plakken, Christian, in een van de rapporten die je mij stuurde ter voorbereiding stond dat 80% van de jongeren tussen 12 en 29 stress ervaart rondom geldproblemen. Dat is een gigantisch getal.
Christian: Ja, klopt. Die doelgroep is van 12 tot 29 jaar. Dus ik kan me voorstellen dat naarmate de leeftijd vordert, dus als je voor het eerst echt op eigen benen moet staan, je dat vaker ervaart. En ik hoop dat de meeste kinderen van 12 of 13 nog kunnen leunen op hun ouders.
Maar inderdaad, in alle onderzoeken die we doen, vinden we ook lichtpuntjes. Er zijn heus jongeren die zich bewust zijn van de risico’s, die weten hoe ze daarmee om moeten gaan. Maar iedereen heeft zijn uitdagingen. En er is ook zeker een groep die in de problemen raakt, die het heel erg lastig heeft.
Jeroen: Ik vond het interessant wat je zei: we hoeven het niet echt meer te agenderen. Het is wel bekend. Wat bedoel je dan precies? Bedoel je dan in Den Haag? Bedoel je dan bij de financiële instellingen? Bedoel je dan bij de scholen? Bedoel je dan bij de ouders, bij de kinderen zelf? Waar heb je het dan over?
Christian: Nou, overal wel een beetje, moet ik zeggen. Om te beginnen met Den Haag: het is een heel belangrijke ontwikkeling dat financiële educatie onderdeel wordt van het curriculum voor het funderend onderwijs. Dus dat betekent dat financiële educatie in het basisonderwijs en in de onderbouw van het middelbaar onderwijs een verplicht kerndoel wordt. Dat betekent dus dat scholen daar iets aan moeten gaan doen. En dat was tot nu toe niet het geval.
Gelukkig zagen we al dat steeds meer scholen hiermee aan de slag willen. Dat verklaart ook waarom we ieder jaar zoveel mensen bereiken tijdens de Week van het Geld. Als we kijken naar hoeveel scholen er meedoen, dan bereiken we honderdduizenden leerlingen. En die scholen doen dat omdat ze zien waar kinderen en jongeren mee te maken hebben en hoe ingewikkeld dat allemaal is.
Dus dit is een belangrijke stap. Maar bijvoorbeeld ook de Europese Commissie is in september vorig jaar met een strategie gekomen op financiële geletterdheid. Dus dat betekent ook dat het op het allerhoogste niveau aan de orde komt. Zelfs in de G20 dit jaar, waar de VS op dit moment voorzitter van is, is dit een van de workstreams, zoals ze dat noemen. Dus een van de onderwerpen waar aan gewerkt wordt.
Dus ik heb het gevoel dat we daarin echt in een nieuwe fase zijn beland. En dat we het nu veel vaker hebben, niet over de vraag óf we hier aandacht aan moeten geven, maar meer over de vraag: hoe doen we dat? Dus op welke manier en welke onderwerpen moeten we dan bespreken? Zorgen we ervoor dat we jongeren leren omgaan met geld? Dat ze kritische consumenten worden? En dat ze ook klaar zijn voor wat er nog op ons af gaat komen? Ik noemde net al even crypto, achteraf betalen en dropshipping. Maar je kunt erop wachten dat er weer een nieuwe trend aankomt die verleidelijk is, die jongeren het gevoel geeft dat het allemaal vooruitgang is en dat het allemaal prachtig is. Hoe geven we jongeren de juiste mindset om daar kritisch naar te kijken en weerbaar te zijn tegen wat er nog gaat komen?
Jeroen: En even een gewetensvraag, Christian. Hoeveel van het werk dat jullie onder andere hebben verzet, samen met alle andere partijen, is de reden dat er nu zoveel aandacht voor is? Of is er ook zoveel aandacht omdat het probleem gewoon heel erg groot is en het zelfs op de G20 besproken wordt? Dat laatste is waarschijnlijk ook omdat het een gigantisch globaal probleem is.
Christian: Ja, ik zou heel graag willen antwoorden dat dat het eerste is. Ik denk dat we er zeker aan hebben bijgedragen. Maar ik denk dat de hele versnelling van onze geldwereld, de digitalisering van onze geldwereld, daarin ook een heel belangrijke factor is geweest. Dat merken we als ouders, als volwassenen merken we daar de gevolgen van. Dat we ook zelf worden verleid om aan van alles geld uit te geven en dat dat allemaal heel snel gaat. Ik denk dat dat wel een agenderende factor is geweest. En ook het feit dat we in onderzoeken gewoon zien dat jongeren hier moeite mee hebben. En dat het echt een uitdaging is als een hele generatie opgroeit zonder een goede manier te vinden om daarmee om te gaan.
Jeroen: Voordat ik overga naar het perspectief van de financiële instellingen, van Willem van den Berg, nog een laatste vraag aan jou. Wat voor cijfer geef je de staat van het land, zoals ik het in de introductie noemde, als het gaat om wijzer met geldzaken, onze financiële educatie en financiële gezondheid? Tussen de 1 en de 10, welk rapportcijfer geef jij ons land?
Christian: Oeh, dat is een moeilijke vraag om zo samen te vatten. Laat ik zeggen dat als ik kijk naar wat we doen als land, dat echt heel erg veel is. Dus alleen al het gezelschap dat we vandaag bij elkaar hebben, weerspiegelt wel dat er zowel vanuit de overheid, als vanuit de financiële sector, als vanuit het onderwijs heel veel energie is om hier iets aan te doen. Ik denk ook dat ons onderwijssysteem in Nederland er überhaupt erg goed voor staat. En dat onze welvaart natuurlijk vrij hoog is in vergelijking met andere landen. Dus ik zou zeggen dat we een voldoende scoren, maar dat er ook echt nog heel veel te verbeteren valt. Een aantal van die cijfers die we net noemden, inderdaad: het aantal jongeren met geldstress, het aantal jongeren dat in de problemen komt en op 18-jarige leeftijd niet klaar is om op eigen benen te staan. Ja, er moet toch even een cijfer voor worden genoemd. Dan zou ik er een 6,5 van maken. Dat is altijd zo’n cijfer.
Jeroen: Ik zal straks de anderen vragen of zij misschien nog een iets hoger cijfer willen uitdelen. Of misschien wel lager, I don’t know. Zoals ik al zei, Willem, ook heel erg leuk dat jij er bent, vanuit de raad van bestuur van een van de grootste financiële instellingen in Nederland, a.s.r. Waarom is dit onderwerp belangrijk voor jullie?
Willem: Nou ja, zoals Christian net aanhaalde, lopen jongeren steeds vroeger financiële risico’s. En wij proberen ons echt in te zetten om preventie via educatie aan te bieden en zien dat ook echt als noodzaak. En ik denk dat het heel goed bij een financiële instelling als a.s.r. past. Wij vinden dat we een belangrijke maatschappelijke rol hebben. En bijdragen aan een financieel redzame samenleving is dan een mooi doel. Ik voel ook echt de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een samenleving waarin mensen weloverwogen financiële keuzes kunnen maken. Kijk, wij zien als verzekeraar van dichtbij wat er kan gebeuren als risico’s niet goed worden begrepen of helemaal niet zijn afgedekt. En daar zet ik me dan graag voor in, met preventie via scholen. En dat begint op de lagere school, middelbare school, maar ook op het mbo. En daar hoop ik dan dadelijk van Renée en Önder meer over te horen: hoe dat precies in de praktijk werkt. Maar wat wij zien, is dat mensen op jonge leeftijd eigenlijk al kwetsbaar zijn. En dat dat vervolgens doorwerkt in de rest van hun leven.
Jeroen: Ik zou meteen aan jullie willen vragen wat jullie dan precies allemaal doen, of je daar wat voorbeelden van hebt. Maar misschien eerst nog even een ander vraagje. Je noemt die maatschappelijke kant die jullie belangrijk vinden, en dat het ook echt past bij a.s.r. Zo ken ik a.s.r. ook: dat jullie naast gewoon een commercieel bedrijf die maatschappelijke kant hoog in het vaandel hebben. Maar is het niet eigenlijk voor elke financiële instelling, zelfs als je niet maatschappelijk betrokken bent, niet gewoon uit eigen belang heel belangrijk om hier veel aandacht aan te geven? Want uiteindelijk, ja, mensen die financieel kwetsbaar zijn, puur uit eigen belang, dat is ook gewoon heel slecht voor jullie portemonnee, toch? Want die betalen niet, die komen in achterstand. Er moet heel veel servicecontact zijn om die mensen weer in het geheel te krijgen.
Willem: Ja, ik denk dat het vooral gaat over de maatschappelijke kosten. Dus het voorkomen van schulden is heel erg belangrijk, omdat schuldhulpverlening heel duur is. De maatschappelijke kosten van verminderde arbeidsproductiviteit omdat iemand in de problemen zit, nou ja, dat kun je allemaal optellen.
En dan vind ik eigenlijk dat het onderdeel dat mensen hun verzekering misschien tijdelijk niet betalen, daar maar een klein onderdeel van is. Dus onze drive hierachter is echt niet omdat wij denken dat onze klantportefeuille daar beter van wordt. Dit is omdat we gezamenlijk, met de overheid, met onderwijsinstellingen, met andere financiële instellingen, zoals andere verzekeraars en banken, proberen hier een maatschappelijk probleem te adresseren.
Jeroen: Helder. En wat ik al zei: wat zijn dan de zaken die jullie doen om hier ook aan bij te dragen, los van aandacht vragen?
Willem: Wij hebben een programma en dat noemen we Doenkracht. Daarbij mobiliseren we onze medewerkers om les te geven, dus financiële educatielessen op lagere scholen en middelbare scholen. We werken samen met andere instellingen.
Wat we ook proberen, en dat gaan we volgende week in de Week van het Geld ook weer doen, is vanuit een wetenschappelijk perspectief te kijken naar hoe je nou echt impact kunt maken. Want er zijn heel veel verschillende initiatieven en methoden om financiële educatie te geven. En wat wij proberen, is om niet meer te doen, maar om het gezamenlijk, door samenwerking, beter te doen.
Ik denk dat wat Christian aangaf ook zeker waar is. We hebben hier al heel lang aandacht voor in de afgelopen vijftien jaar. Dat heeft ervoor gezorgd dat al die maatschappelijke stakeholders zich bewust zijn van wat hun rol hierin kan zijn. Dus die aandacht is er zeker. En nu moeten we proberen het nog een stapje beter te doen.
Jeroen: Merk je dat er bij jullie in de organisatie veel enthousiasme voor is om die gastlessen te geven, om daaraan bij te dragen?
Willem: Ja, er is heel veel enthousiasme voor. Het is ook heel leuk om dat te doen, om voor de klas te staan en met kinderen dat gesprek aan te gaan. Ik moet wel zeggen: op de lagere school is het nog vrij makkelijk. Onderbouw van de middelbare school ook nog wel. Daarna wordt het uitdagender. Ik weet dat jij vorig jaar ook een gastles hebt gedaan, Jeroen, in de klas van je eigen zoon. Ik weet niet of je daar iets over kan zeggen.
Jeroen: Ik vond het wel pittig, moet je nagaan. Ze zijn behoorlijk bij de hand. Ze zijn behoorlijk wijs al.
Willem: Ze zijn behoorlijk wijs.
Jeroen: Heb je het zelf ook gedaan?
Willem: Ja, ik heb het zelf gedaan bij mijn neefje en nichtje in de klas op de lagere school. Dat was heel erg leuk. En de afgelopen jaren, sinds ik bij a.s.r. werk, doe ik het ook in mbo-klassen. Renée en Önder hebben daar meer ervaring mee, maar dat is soms wel pittig. Het begint al met de houding van: moet dit? Waarom is het belangrijk? En ik snap het ook wel. Als je 15, 16 of 17 bent, dan heb je heel vaak veel meer interesse in de korte termijn dan in de lange termijn. Je ziet nog niet zo goed wat de resultaten zijn, of de consequenties van je acties, of van het niet nemen van actie. Dus het is best wel lastig om dat dan onder het voetlicht te brengen. En nou ja, zoals we al eerder constateerden: de verleidingen zijn groot. En dan is dit toch een beetje een saai onderwerp.
Jeroen: Heb je het dan ook over verzekeringen specifiek gehad in die klas?
Willem: Ja, ik heb het ook wel specifiek over verzekeringen. Ik werk bij een verzekeraar, dus dan moet je daar natuurlijk ook aandacht aan geven. En ik probeer het dan ook wel heel concreet te maken door voorbeelden te geven. Een van die voorbeelden is natuurlijk een heel triest voorbeeld. Dat is van de explosie aan de Tarwekamp in Den Haag in 2024. Daar is onderzoek naar gedaan en het bleek dat honderden mensen daar in de buurt niet verzekerd waren voor brandschade, waterschade en dergelijke, en wat daar de consequenties van zijn.
Dus als je dan geen verzekeringen hebt en je moet tijdelijk je huis uit, dan is er geen verzekeraar die jouw tijdelijke huisvesting vergoedt. Nou ja, dat soort voorbeelden maken wel indruk. Want de eerste reactie die je vaak krijgt als het gaat over wie weet wat een brandverzekering is, is: ja, daar moet je je hele leven voor betalen en dan krijg je niks als je huis niet afbrandt. Ja, maar dat is ook juist wat er zo mooi is aan die verzekering. Die kost niet zo heel veel, maar we delen het risico. Dus het hele idee van risicodeling moet je vaak nog wel uitleggen. Dus ik besteed zeker ook aandacht aan het concept van verzekeren en waarom het belangrijk is. Maar ook hier geldt: vaak is een abonnement op een streamingdienst aantrekkelijker dan het hebben van een inboedelverzekering.
Jeroen: Aan jou ook het rapportcijfer en de gewetensvraag. Een gewetensvraag aan jou is: heb jij zelf ook weleens een financiële beslissing genomen waarvan je zegt, nou, daar wist ik eigenlijk te weinig van af, gewoon omdat ik druk ben met mijn zware baan?
Willem: Nou, ik vind dat inderdaad wel een gewetensvraag. Maar goed, we mochten alles zeggen in deze podcast. In het begin, toen crypto opkwam, hoorde ik op de radio dat er zoiets bestond als de bitcoin. Die ging door de 10 dollar heen en toen dacht ik: wat een onzin, dat is niks. Achteraf denk je natuurlijk: had ik maar. Toen heb ik wel een paar jaar later, tijdens een regenachtige tweede kerstdag bij mijn schoonouders, de iPad erbij gepakt om een e-wallet te openen en te kijken: hoe werkt dat nou precies met crypto? Toen heb ik dogecoins gekocht, of doge coins, of hoe je het wilt noemen. Die gingen vervolgens door het dak, alleen ik was al die codes kwijt, dus ik heb ze niet op het juiste moment kunnen verkopen. Dus dit is ook een mooi voorbeeld om aan kinderen te geven: crypto lijkt zo mooi, maar je kan het ook zomaar kwijtraken. Dus ja, ik heb ook wel mijn eigen lessen daarin geleerd.
Jeroen: Leuk dat je dit wilde delen, dat maakt het ook heel menselijk. En het rapportcijfer voor de staat van onze financiële geletterdheid en gezondheid in Nederland?
Willem: Nou, ik ga toch even Christian overtroeven. Ik ga voor een 7. Ruimte voor verbetering, maar niet slecht.
Voice-over: Dit is Leaders in Finance met Jeroen Broekema.
Jeroen: Renée, ook heel erg leuk dat jij er bent. Echt vanuit de praktijk, daar in het klaslokaal, dat ken je goed. Hoe zie jij, even een algemene vraag, het belang van financiële educatie op school bij jullie?
Renée: Ja, als heel hoog. Dat is ook waarom ik me er de afgelopen jaren steeds drukker om maak, eigenlijk. En dus ook meedoe aan de Week van het Geld. Wat ik als mentor bijvoorbeeld in mijn klas zie bij mijn studenten, is dat er heel vaak grote financiële problemen zijn. En dat dat ook heel veel effect heeft op de mentale gezondheid. Dus dat het niet alleen gaat over: hoe ga je nou slim met je geld om? Maar ook gewoon: wat doet het met jou als persoon als jij continu onder druk staat, omdat er ofwel thuis bij je ouders geen geld is, ofwel omdat je slachtoffer bent van de toeslagenaffaire, ofwel omdat je zelf gewoon echt geen idee hebt hoe je slim met je geld om moet gaan? En er dan dus al die verleidingen zijn van alle kanten. En het gewoon een heel dure tijd is om te leven als student.
Jeroen: En als je kijkt naar die, zoals je zegt, grote problemen, kun je iets zeggen over, overigens natuurlijk heel moeilijk om te generaliseren, want het zijn allemaal aparte casussen, mensen die dat issue hebben, maar kun je iets zeggen over of er een gemene deler is waarvan je zegt: daardoor komt het toch wel vaak, dat is de achterliggende driver waardoor jouw studenten in de problemen komen met geld?
Renée: Ja, dat is heel moeilijk om dat echt algemeen te pakken. Wij hebben studenten die hier binnenkomen, soms zijn ze 15 en soms zijn ze 32. Dus dat maakt het een heel waardevolle doelgroep, omdat je allerlei stukjes van de maatschappij voor je hebt. Maar ja, daardoor verschilt het dus ook heel erg. Kijk, studenten van 15 of 16 zijn soms bijvoorbeeld gevlucht. Dan heeft het dus te maken met de situatie waar ze op dat moment in zitten: dat ouders hier nog eigenlijk hun leven aan het opbouwen zijn en zij zelf ook nog maar amper. Dus dan heeft het daar bijvoorbeeld mee te maken. En dan gaat het eigenlijk ook over hele basale dingen, zoals: heb je eigenlijk ergens recht op, zijn alle toeslagen voor jou al aangevraagd? Als je je boeken niet kunt betalen, weet je dan waar je terecht kunt? En dan moeten we de studenten helpen om bij het juiste adres aan te kloppen.
Heb je het over studenten die ik hier ook heb, niveau 4, marketing en communicatie, die het eigenlijk thuis prima hebben, goed natje en droogje, fijne woning, dak boven het hoofd, dan ga je meer zitten in de invloed van influencers en eigenlijk de online en social media-verleidingen die op ze afkomen. O ja, ik wil ook Balenciaga-schoenen en ik moet ook zo’n groot huis. En dat was er in onze tijd natuurlijk ook wel, dan zag je dat op tv. Maar nu zijn dat mensen die eigenlijk jouw vrienden lijken, omdat je ze volgt op social media, en die vertellen jou allerlei dingen en laten van alles zien, waardoor het eigenlijk lijkt alsof dat voor jou ook haalbaar moet zijn.
Dus daar komt een hele grote onrust en onvrede vandaan, waardoor veel studenten ofwel foute keuzes maken, en dat betekent dat zij toch op een manier geld gaan verdienen die niet helemaal goed is voor ze, dus bijvoorbeeld zwart gaan bijverdienen, ofwel meer geld gaan uitgeven dan ze eigenlijk zouden moeten doen.
Jeroen: Maar je hebt dus eigenlijk, dat is wel mooi hoe jij dat beschrijft, totaal verschillende groepen die allebei in de geldproblemen komen, maar op een totaal verschillende manier. Hoe zorg je er dan toch voor dat je die educatie aan die hele groep kunt geven? Want voor de een is dus iets anders veel belangrijker dan voor de ander. Met andere woorden: hoe doen jullie dat op school?
Renée: Ja, nou, dat is een hele goede vraag. En daar ben ik eerlijk gezegd zelf ook zoekende in. Ik doe nu sinds een paar jaar mee met de Week van het Geld, omdat dat het voor mij een beetje kanaliseert. Wat ik daar heel fijn aan vind, is dat het één platform is waarin allerlei verschillende keuzes gemaakt kunnen worden in: op welk gebied wil jij nou geïnformeerd worden met je klas?
Dus dat betekent dat ik voor de wat oudere klas bijvoorbeeld kan zeggen: oké, ik ga het FNV uitnodigen. En voor een andere klas, die wat jonger is, een lesje over ondermijning bijvoorbeeld, of over geldezels. Dus dat vind ik er fijn aan.
Verder zijn wij bij Albeda eigenlijk ook nog niet heel erg lang bezig met het uit- en opzetten van financiële educatie. En zijn wij dus bezig met het creëren van een nieuwe manier van burgerschapsonderwijs geven. En daarin wil ik financiële educatie echt een vaste plek geven in het volledige onderwijs.
Waardoor je bijvoorbeeld zegt: in jaar 1 besteden we aandacht aan het feit dat je 18 wordt, en bijvoorbeeld ook aan de risico’s die er voor wat jongere studenten op je afkomen. En in jaar 2 ga je dan wat meer focussen op de oudere studenten.
En we hebben gelukkig ook andere vormen van financiële educatie die we toepassen. Bijvoorbeeld Albeda at Night. Dat is een concept waarbij in de avonduren studenten uitgenodigd worden om onder begeleiding van professionals hulp te krijgen. Dat kan allerlei soorten hulp zijn. Het zijn bijvoorbeeld studenten die vanuit de Cariben hier zijn gekomen en eigenlijk nog niet precies weten hoe alles werkt hier in Nederland. Maar dat is ook financiële educatie door mensen uit het maatschappelijk veld.
En we hebben ook studentcoaches. Dat zijn studenten van de opleiding hbo Social Work. En die lopen hier eigenlijk op ieder college, bij iedere opleiding, rond. En die begeleiden studenten individueel die dus tegen verschillende problemen aanlopen.
Jeroen: En studenten doen dat ook? Studenten zijn ook bereid om daaraan mee te werken, zeg maar? Maar je moet het wel zelf willen, je moet wel openheid geven natuurlijk.
Renée: Ja, zeker. En daarom moest ik ook in mezelf even een klein beetje grinniken. Want jullie zijn natuurlijk zelf ook voor die klas gaan staan, bij die studenten, bij die leerlingen. En dat is fantastisch. Dat jullie dat doen is geweldig.
Maar wat ik eigenlijk merk, is dat peer-to-peer coaching, dus jongeren laten vertellen waar zij tegenaan lopen en op welke manier zij dat oplossen, daar ben ik heel erg voor. Dus ik vind het fantastisch dat experts zich inzetten voor het onderwijs. Maar als je ziet, en ik moet het ook eerlijk toegeven, want ik ben ook alweer wat ouder: als ik jongere studenten uitnodig in mijn lessen om gastlessen te geven, dan slaat dat zo veel harder aan dan wanneer ik daarover praat. Of anderen die eigenlijk al zeggen: ja, jullie moeten het op deze manier aanpakken, maar niet echt in dezelfde belevingswereld zitten als die studenten.
Jeroen: Heel goed punt. Ik kan me honderd procent voorstellen dat dat zo is. Nog één vraag aan jou, voordat ik het rapportcijfer vraag: de rol van de ouders. Want uiteindelijk, is dat niet de echte kern? Als ouders hier meer mee bezig zijn, hun financiën zelf op orde hebben en het goede voorbeeld geven, zou de school dan eigenlijk veel minder te doen moeten hebben op dit gebied?
Renée: Nou, in een ideale wereld ben ik het volledig met je eens. Ik denk ook echt wel dat heel veel van omgaan met geld te maken heeft met ouders. Maar ik denk dat je ook hier een klein beetje tegen de age gap, of de generatiekloof, aanloopt.
Heel veel ouders weten eigenlijk helemaal niet met wat voor problemen jongeren te maken hebben als het om financiën gaat. Die komen toch ook weer uit een andere wereld. En die zien die TikTokkers niet. En die zien die hele socialmediawereld niet die op studenten afkomt.
Dus ja, in heel veel gevallen ligt het ook zeker bij de ouders. Maar ik denk dat het een samenwerking is tussen het bedrijfsleven, tussen school en een stukje opvoeding. Je moet die alle drie meenemen.
Jeroen: Nee, klopt, want ik wist helemaal niet wat ingame aankopen waren totdat mijn zoon daarmee bezig was. Dat heb ik dus door hem geleerd. Dus nee, dat snap ik heel goed.
Aan jou ook de vraag: het rapportcijfer voor de staat van het land. Dat is natuurlijk zwaar beïnvloed door jouw dagelijkse ervaring op school.
Renée: Ja, als ik kijk naar mijn klassen, dan zeg ik: een 4.
Jeroen: Zo, nou, dat is in ieder geval heel duidelijk. Önder, heel leuk dat jij er ook bent. Het is natuurlijk risicovol om als laatste spreker in deze eerste ronde aan bod te komen, met zoveel gras dat al voor je voeten is weggemaaid. Maar ik wilde jou ook een vergelijkbare vraag stellen als aan Renée. Namelijk: wat voor uitdagingen spelen er nou allemaal? Wat zie je allemaal in de praktijk met de jongeren waarmee je werkt?
Önder: Nou ja, als rekendocent valt er behoorlijk wat op. Ik zie dat geld voor de meeste jongeren nog steeds een onderwerp voor later is, terwijl het nu al speelt via bijbanen, stagevergoedingen, abonnementen, online aankopen, zorgverzekeringen en soms ook via geldstress thuis.
Veel jongeren zijn ook niet dom met geld. Ze weten heel goed wat geld is, maar negen van de tien keer zijn ze vrij onvoorbereid. Ze groeien op in een wereld waarin geld uitgeven heel makkelijk is geworden, terwijl overzicht houden juist veel lastiger is geworden.
En ik zie ook dat problemen meestal niet beginnen met één grote fout, maar vaak klein beginnen. Geld uitgeven voordat het binnen is. Achteraf betalen alsof het geen echte schuld is. De invloed van social media is al meerdere malen aangekaart. En ook iets wat nog heel vaak taboe is: schaamte op het moment dat zij in diepe schulden zijn geraakt.
Over geldstress praten jongeren vaak veel minder makkelijk dan over wat ze hebben gekocht. Want dat is natuurlijk veel aantrekkelijker, het showen van de spullen die ze hebben gekocht. En daarom geloof ik echt dat er sterk in financiële educatie moet blijven worden geïnvesteerd.
Maar dat moet niet alleen hangen in theorie of in een eenmalig lesje. Ik merk ook dat het pas echt werkt als studenten voelen: dit gaat echt over mijn leven. Over mijn loonstrook, mijn telefoonabonnement, mijn zorgverzekering, mijn eerste salaris. Maar ook over studiekosten natuurlijk, en de keuzes die daarbij horen.
Bij Albeda proberen we dat heel praktisch in elkaar te zetten. Dus niet alleen praten over geld, maar jongeren ook echt laten oefenen, ervaren en vragen laten stellen. Dat doen we inmiddels met een aantal projecten die we hier al hebben gedaan en nog gaan doen.
Denk bijvoorbeeld aan Bank voor de Klas. Met Bank voor de Klas brengen we financiële partijen letterlijk het onderwijs in. Studenten horen dan niet alleen van docenten hoe geldzaken werken, maar ook van professionals die daar dagelijks mee werken.
Laatst hebben zij bijvoorbeeld het onderwerp geldezel behandeld, waarin makkelijk geld verdienen eigenlijk helemaal niet makkelijk geld verdienen is. Want meestal worden negen van de tien keer de rekeningnummers, de IBAN-nummers, gebruikt voor criminele activiteiten, zonder dat de student daar iets van af weet.
Op deze manier proberen we dus de koppeling tussen onderwijs en praktijk sterker te maken. Studenten zien echt hoe beroepen werken en hoe afwegingen worden gemaakt. Op deze manier worden financiële thema’s concreter en minder stoffig.
Dat is daar een voorbeeld van, maar we hebben ook bijvoorbeeld de workshop Eén uur in de schulden, waarbij studenten aan de slag gaan met een real-lifecasus. Dus een casus waarbij schuldenproblematiek tastbaar wordt gemaakt voor studenten. Ze voelen ook de urgentie ervan op het moment dat het echt een real-lifecasus is. En op die manier zorgen we er ook voor dat het niet alleen cognitief binnenkomt, maar ook emotioneel.
Ik kan nog heel veel voorbeelden noemen. Deloitte is laatst nog geweest bij onze studenten. We hebben onze studenten in gesprek laten gaan met verschillende partijen. Een stukje LEF is daar ook bij gekomen, de gemeente. Op die manier maken we financiële educatie wel sterker in Nederland, omdat studenten inzien dat geld niet alleen iets van school is, maar van de echte wereld.
Jeroen: Zie je ook meteen, Önder, de link tussen geldproblemen bij jouw studenten en hoe het dan slechter gaat met hun onderwijs? Zie je dat ook echt aan hun lijven, of is dat meer een iets vagere link?
Önder: Ja, zeker wel. We hebben vorig jaar nog een student gehad die een scooterongeluk had gehad, maar zijn scooter was niet verzekerd. En die moest op een gegeven moment echt een paar duizend euro gaan betalen aan de tegenpartij.
Dus die is lessen gaan skippen. Hij kwam niet meer opdagen, omdat hij moest werken om zijn schulden te kunnen betalen. Dus ja, als er een schuld is, dan moet die betaald worden. En dan kiezen ze er eerder voor om naar hun werk te gaan en hun schulden af te betalen dan aanwezig te zijn in de lessen.
Jeroen: Ja, mooi voorbeeld. En ik vind het interessant wat jij net mooi beschreef over de taboekant: dat het dus lastig is om erover te praten als je in die problemen zit. Naar wie gaat uiteindelijk die jongere, die student van jullie, dan als eerste toe als die in de problemen zit? Gaat die dat met vrienden bespreken, met zijn ouders, met school of op een andere manier? Heb je daar een beeld bij?
Önder: Wij weten nog niet in hoeverre zo’n student dit zichtbaar maakt. Maar op het moment dat een student met regelmaat afwezig is omdat hij een bepaald probleem heeft, en dat kunnen dus geldproblemen zijn, verwijzen wij zo’n student meestal door naar een SMW’er, een schoolmaatschappelijk werker. Daar beginnen de meeste problemen echt aan het licht te komen. Maar ja, het is echt heel lastig om dat goed in kaart te brengen.
Jeroen: Ja, cijfer voor de staat van het land op dit gebied?
Önder: We hebben een 6,5, een 7 en een 4. Als ik echt kritisch moet zijn, dan zou ik eerder voor een 5 gaan. Want het kan vele malen beter.
Jeroen: Mooi. Ik vroeg net Renée al even naar die verantwoordelijkheidsvraag. Die open ik nu naar jullie allemaal. Dus wie het woord wil nemen, neem het. Maar waar ligt die verantwoordelijkheid nou eigenlijk? Want het antwoord ligt natuurlijk altijd overal. Maar ja, dat is natuurlijk vaag. Moet er uiteindelijk niet gewoon ergens een primaire verantwoordelijkheid liggen voor dit hele probleem dat we in Nederland en in de wereld hebben? Wie wil daarop reageren?
Önder: Nou ja, op het moment dat je iedereen verantwoordelijk gaat stellen, voelt uiteindelijk ook niemand zich echt verantwoordelijk. Daarom vind ik dat we eerlijk moeten zijn. Je kunt niet alleen tegen jongeren zeggen: je moet betere keuzes maken, als ze zelf al opgroeien in een omgeving waarin geld uitgeven extreem makkelijk is gemaakt en de gevolgen pas later zichtbaar worden.
Dus je moet eigenlijk aan meerdere knoppen draaien. Er moet meer ruimte zijn om over geld te praten. Op school moet je er structureel aandacht aan geven. Ook de overheid moet ervoor zorgen dat er duidelijke regels zijn en financiële partijen moeten producten begrijpelijker en verantwoordelijker aanbieden.
Dus ja, de verantwoordelijkheid ligt breed, maar dat mag geen excuus zijn om niets te doen. Je moet het ook concreter gaan organiseren.
Jeroen: Ja, want uiteindelijk zorgt die educatie, en dan kijk ik met name eerst Renée en Önder aan, zorgt die educatie vanuit de overheid, vanuit Christian, vanuit de financiële instellingen, in gezamenlijkheid met alle verschillende organisaties die hieraan bijdragen, helpt dat nou echt? Zorgt het nou echt voor… het is misschien een leuke les die iemand geeft, of jullie vertellen ergens iets over, maar gaan mensen ook echt anders handelen daardoor? Met andere woorden: leidt al die informatievoorziening echt tot ander handelen in jullie klassen?
Önder: Nou ja, ik merk wel dat financiële educatie echt werkt, maar niet in de simpele vorm waarin het soms wordt aangeboden. Een losse gastles of een projectmiddag is prima als start, maar dat is niet genoeg om gedrag te beïnvloeden, want jongeren veranderen niet blijvend door één keer te horen wat verstandig is.
Het werkt pas echt als het terugkomt, als het praktisch is en als jongeren ermee oefenen in situaties die voor hen herkenbaar zijn. Dus niet alleen theorie over rente of budgetteren, maar ook werken met loonstroken, abonnementen, achteraf betalen, belastingen en verzekeringen.
Om een voorbeeld te geven met belastingen: onze studenten gaan deze week en volgende week belastingaangiftes invullen voor lokale bewoners, in samenwerking met de bibliotheek en een organisatie, Mentes, onder begeleiding daarvan.
Nou ja, verzekeringen zijn daar ook een onderdeel van. Wij gaan eind maart ook verzekeraar a.s.r. bezoeken om studenten echt kennis te laten maken met verzekeringen. Wat komt er allemaal bij kijken? En natuurlijk ook een stukje online verleiding. Dan wordt het iets wat bij hen past.
En ik denk ook dat we financieel onderwijs niet alleen moeten meten op kennis. Natuurlijk is het mooi als studenten begrippen kennen, maar uiteindelijk gaat het erom: zien we het terug in hun keuzes? Weten ze eerder wanneer iets riskant is? Durven ze sneller hulp te vragen? En worden ze kritischer op wat ze online zien? En als dat gebeurt, ja, dan werkt het ook.
Jeroen: Helder. Renée, wil je daar ook nog kort op reageren?
Renée: Ja, ik denk dat wij vanuit de overheid kaders nodig hebben. En dat wij eigenlijk de opdracht moeten krijgen binnen het onderwijs: oké, in het primair onderwijs behandel je dit, in het middelbaar onderwijs krijgen studenten dit voorgeschoteld, en in het vervolgonderwijs hou je ze nog steeds in de gaten, want ze worden ouder, dus zorg je dat dit in het onderwijs blijft zitten.
En ik denk dat je dat ook meetbaar kunt maken. Of een school aan die doelen is gekomen. Dat zou mij ook heel erg helpen. Dat zie je nu ook rondom burgerschap: er komt een examen, dat heeft de overheid bepaald. Mooi, dan wordt het ook ineens heel erg belangrijk. Want als een student zijn examen niet haalt, dan haalt hij de opleiding niet.
Want een school is ook gewoon een organisatie. Die heeft dan ook een extra reden om financiële educatie heel belangrijk te maken. Dus ik denk dat het daar wel start, bij een goede verdeling: welke rol heeft het onderwijs, welke rol heeft het bedrijfsleven? Ik bedoel, het feit dat heel veel bedrijven al heel veel aandacht besteden aan een stukje maatschappelijke betrokkenheid, dat is hartstikke fijn. En ik denk dat je daar misschien nog wel iets duidelijker in mag worden: oké, welke rol heeft dan het bedrijfsleven daarin? Maar dus ook wel echt: welke rol speelt het onderwijs concreet?
Jeroen: Ja, want hebben jullie het gevoel, meer vanuit de directie natuurlijk van Wijzer in Geldzaken, maar ook vanuit de financiële instelling, a.s.r. in dit geval, dat het echt werkt? Of is het toch ook een beetje van: kijk, net als ik, ik ga naar mijn gastles, ik kan tegen iedereen zeggen dat ik een gastles heb gedaan, ik voel mezelf vooral heel goed. Maar wat Renée heel terecht zegt, denk ik: ja leuk, één zo’n gastles van een blanke, hoogopgeleide man van middelbare leeftijd die daar even gaat staan. Maar werkt het echt? Hebben jullie ook echt het gevoel dat het concreet iets bijdraagt, dat mensen anders gaan handelen? Christian, Willem, ik weet niet wie…
Willem: Ik denk dat het een combinatie is, Jeroen. Want kijk, wat wij proberen is om, en daarin ben ik het helemaal eens met Renée en Önder, vanaf jongs af aan een bestendige lijn te krijgen in het onderwijs. Doordat het niet incidenteel is, maar dat je op gezette momenten kijkt naar: wat heeft die jongere op dat moment nodig? Wat zijn de leerdoelen op dat moment?
En dat is wat we proberen met de programma’s die wij ondersteunen: ervoor zorgen dat het niet eenmalig is, maar dat we ondersteuning bieden op de momenten dat het ertoe doet. En dat kun je natuurlijk nooit alleen.
Dus ik ben het ook erg eens met de oproep richting de overheid om kaders te stellen. En dat gaat dan niet alleen over leerdoelen, maar ook over, en gelukkig is die maatschappelijke discussie er ook: vinden we het logisch dat overal reclame is voor online gokken? Of vinden we het logisch dat jongeren al koop-nu-betaal-later-mogelijkheden hebben?
Dat zijn ook zaken waar de overheid aandacht aan moet besteden en die ervoor zorgen dat jongeren, maar misschien ook ouderen, minder financieel kwetsbaar worden. Want dat is uiteindelijk het doel.
Jeroen: Ja, want jij bent natuurlijk een beetje de representant van de financiële sector. Dat is een beetje tricky, want je vertegenwoordigt één grote instelling en niet het geheel. Maar zijn er niet ook plekken in de financiële sector waarvan je je kunt afvragen of die niet ook gewoon geld verdienen aan het feit dat mensen het financieel lastig hebben?
Willem: Nou, die zijn er natuurlijk wel, maar ik denk dat je niet iedereen over één kam moet scheren. En ik denk dat met name de instellingen die deze programma’s ondersteunen echt hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. En bij a.s.r. is dat zeker zo. We zijn intrinsiek gemotiveerd om bij te dragen aan het oplossen van een maatschappelijk probleem.
En ik wil misschien ook nog even van de gelegenheid gebruikmaken, voordat Christian hierop reageert, om uit te leggen waar mijn 7 straks vandaan kwam. Want ik hoor heel duidelijk de 4 en de 5 van Önder en Renée. Er zijn natuurlijk ook mensen die prima zelfredzaam zijn. Dus het is niet alleen maar kommer en kwel.
Maar het is wel heel erg belangrijk om met name jongeren die tegen schulden aanlopen, en dat is dan toch, ik geloof dat onderzoek uitwijst, iets van een kwart van de mbo-studenten, daar gewoon veel en blijvend aandacht aan te geven. Dus ik probeer het wel een klein beetje te nuanceren.
Jeroen: Dank voor de nuance. En Christian, ik ga jou niet vragen om als directeur van de club te zeggen: werkt dit? Maar misschien kun je wel zeggen of er bepaalde onderdelen zijn van wat jullie allemaal doen, waarvan je zegt: ja, dat is nou echt iets waarvan we zeggen, daar hebben we iets te pakken, dat werkt eigenlijk het beste, of is een van de beste dingen die we kunnen doen.
Christian: Ja, nou, het is in ieder geval goed om te realiseren dat de Week van het Geld natuurlijk één moment in het jaar is, maar dat we ook de andere 51 weken van het jaar hiermee bezig zijn. Dus dit is echt een moment om de schijnwerpers te zetten op het belang van financiële educatie, maar de rest van het jaar zijn we hier ook mee bezig.
Dus ik ben het eigenlijk eens met alles wat Önder en Renée hierover zeggen, namelijk dat één gastles het verschil niet gaat maken. Wij hopen wel dat het een aanleiding is voor veel leerkrachten en docenten om te bedenken: dit doet iets bij kinderen en jongeren.
Want wat ik merk als ik in de klas ben, is dat jongeren dit best interessant vinden. Geld vinden ze superinteressant. Het is ook moeilijk om erover te praten, zeker als het thuis een meer negatieve connotatie heeft. Maar we hopen dat het aanslaat en dat het belang ook in de rest van het jaar wordt gezien. Daar bieden we ook allerlei materialen voor aan.
Dus wat werkt, is eigenlijk wat Önder al eerder zei, denk ik: dat het een doorlopende leerlijn is, dat je het structureel doet en dat je het zo veel mogelijk vanuit de beleving van de student haalt. Dus een ervaringsdeskundige, dat kan heel goed werken.
Renée: Ik kan dat trouwens als docent ook heel erg onderschrijven. Ik vind het lespakket dat jullie aanbieden echt heel goed. Wat zij doen, is standaard LessonUp aanbieden, dat is een platform. Daar bieden jullie je lessen op aan. Een docent hoeft eigenlijk alleen maar de les aan te zetten. Ik kan daar een korte omschrijving bij zien. Het is ontzettend ontzorgend en het werkt heel erg fijn.
En daarin zijn jullie wel een van de weinige partijen, moet ik zeggen, die op zo’n ontzorgende manier zo’n lespakket aanbieden. En dat helpt natuurlijk wel enorm. Want als de drempel heel laag is en het heel praktisch is… Ik merk ook, ik ben nu de lessen voor komende Week van het Geld aan het voorbereiden en aan het draaien in mijn klassen, en het zijn wel echt goed ontworpen lessen die aansluiten bij de studenten. Dus dat is ook de reden waarom ik er zo enthousiast over ben.
Jeroen: Nou, Christian.
Renée: Als het aan mij ligt, ga ik dit inderdaad breder oppakken of met de juiste mensen om tafel om dit verder te brengen. Want ik ben er wel enthousiast over.
Jeroen: Steek die maar in je zak, Christian. Het is mooi om te horen. Volgende week, als deze podcast live gaat, is het al de Week van het Geld. Zoals je al terecht zei, Christian, is dat die ene week waarin het in de schijnwerpers staat. Dat hebben we ook gedaan tijdens deze podcast.
Voordat ik afrond: zijn er nog nabranders van een van jullie, of van jullie allemaal, waarvan je zegt: ja, dat is zo belangrijk, dat moeten we nog even toevoegen aan deze podcast voordat ik hem echt afsluit?
Christian: Ja, ik wil nog toevoegen dat ik geloof in financiële educatie in de klas, maar ook in financiële educatie buiten de klas. Het is best wel moeilijk om op een druilerige dinsdagochtend, als een jongere in de klas zit en niet op het moment zit van geld uitgeven of een geldbeslissing nemen, echt door te dringen tot zo’n situatie.
Maar wat als we ervoor kunnen zorgen dat we dat brokje financiële educatie precies op het juiste moment geven? Dus op het moment dat ze bij het afrekenen zijn bijvoorbeeld. Of op het moment dat ze een financieel product kiezen of besluiten of ze dat wel of niet gaan afnemen.
We zijn nu aan het onderzoeken of we daar meerdere experimenten mee kunnen draaien. En dan is er dus ook echt een rol voor financiële instellingen, of misschien zelfs voor andere partijen, om hun klanten mee te geven: je bent nu een keuze aan het maken. Je gaat misschien wel iets kopen, of je gaat een lening aan, of wat voor product het dan ook is. Denk nog even heel goed na. Hier leer je nog eventjes waarom dit wel of geen goed idee is.
Omdat je dan het leermoment brengt naar het moment waarop iemand voor een geldbeslissing staat. Want het is gewoon heel moeilijk om dat moment uit te lichten als je in de klas zit, op school zit en met je gedachten heel ergens anders bent.
Dus dat is wat mij betreft iets wat we zouden moeten toevoegen en waar we dus ook zeker op in gaan zetten. Als een soort toekomst van financiële educatie.
Jeroen: Helder. Andere nabranders?
Önder: Ik denk nogmaals: het werkt niet als een los hoofdstuk in het boek. Studenten moeten echt voelen: dit gaat vandaag of morgen over mijn eigen leven. En dat is de belangrijkste boodschap die studenten moeten onthouden. En dat moeten we zelf ook goed kunnen overdragen, vind ik.
Jeroen: Helder statement. Renée, Willem?
Renée: Ja, ik haak daar even op in, en dan door peer-to-peer coaching in te zetten. Dus dat zou ik echt willen adviseren. Laat bijvoorbeeld studenten van de Erasmus Universiteit hier in Rotterdam, of van universiteiten en hogescholen in het algemeen, dit als bijbaan doen.
En dan nog een kritisch punt richting de gemeente. Er worden heel veel subsidies verstrekt, maar er is ook een soort wildgroei. Waardoor je als onderwijsinstelling eigenlijk heel veel verschillende partijen op je af krijgt die zeggen: ik kan ook wel wat doen. Een beetje meer overzicht en stroomlijning in het aanbod van wat er nou allemaal te doen is, dat zou ook heel fijn zijn. Want soms zie je door de bomen het bos niet meer.
Jeroen: Stuur de podcast door naar de gemeente en zoom vooral in op jouw laatste punt.
Renée: Ik tag ze. Dat gaat ook op LinkedIn, toch?
Jeroen: Zeker. Willem, jij nog een laatste gedachte die je wilt delen?
Willem: Ja, dit sluit aan bij wat Renée net zegt. Ik denk dat we als partijen die deze programma’s ondersteunen nog wel beter de samenwerking kunnen zoeken. Ook om ervoor te zorgen dat we echt inzetten op methodes die impact hebben.
En dat kan het onderwijs alleen maar helpen om geconcentreerd en gericht hun werk te doen en daarmee zo veel mogelijk jongeren te helpen. Want dat is uiteindelijk het doel.
En ik hoop dat deze podcast daar ook weer aan bijdraagt. En ik kijk natuurlijk uit, ondanks dat ik misschien geen peer ben, toch kijk ik uit naar mijn gastles volgende week.
Jeroen: Heel goed. Heel erg veel dank aan jullie allemaal voor de tijd die jullie hebben willen steken om deze podcast tot stand te brengen, allemaal in het kader van de Week van het Geld. Ik vond het ontzettend leuk. Heel leerzaam. Leuk ook om die verschillende perspectieven te horen. Dat vond ik vooral heel erg boeiend.
Dus veel dank aan Christian Meijer, hoofd platform Wijzer in Geldzaken. Willem van den Berg, lid van de Management Board van a.s.r. Renée Audier-Oranje van het Albeda College. En hetzelfde geldt voor Önder Baytimur, ook van het Albeda College. Heel veel dank voor jullie tijd.
Omdat dit digitaal was, sturen wij jullie nog een boek op van Leaders in Finance, als blijk van dank voor alle tijd die jullie erin hebben gestoken. En luisteraars, heel veel dank voor het luisteren naar Leaders in Finance. Dank jullie wel.
Voice-over: Dit was Leaders in Finance. We hopen dat je deze aflevering met veel plezier hebt beluisterd. We stellen je feedback erg op prijs.
Wat houdt je bezig en over wie wil je meer horen? Laat het ons weten via een review, op onze socialmediakanalen of gewoon direct via een e-mail. We waarderen het enorm als je dat doet.
Tot slot danken we onze partners voor hun steun. Dat zijn EY, Mogelijk Vastgoedfinancieringen en Lepaya. Benieuwd wat we nog meer allemaal doen?
Volg ons of kijk op leadersinfinance.nl. Tot de volgende Leaders in Finance en bedankt voor het luisteren.
