Lisette Heerze & Jasper Gielkens (transcriptie)

Voice-over: Welkom bij de Leaders in Finance Compliance Podcast. Met experts, adviseurs, bestuurders en de business bespreken we risk en compliance binnen de financiële wereld en alle uitdagingen en dilemma’s die daarbij horen. Want voor het juiste en rechte pad bestaat geen navigatiesysteem.

Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door Deloitte, Rabobank, Cense en Osborne Clarke. Je host is Jeroen Broekema.

Jeroen: Welkom luisteraars bij een nieuwe aflevering van de Leaders in Finance Podcast. Hartstikke leuk dat je luistert. Vandaag gaan we het hebben over het jaaroverzicht van de FIU, oftewel de Financial Intelligence Unit. En wie kun je dan beter aan tafel hebben dan het waarnemend hoofd van de Financial Intelligence Unit?

Lisette Heerze, welkom.

Lisette: Dank je wel.

Jeroen: En daarnaast ook nog jouw collega Jasper Gielkens, coördinator Team Voorlichting en Communicatie bij diezelfde FIU. Heel fijn dat jullie er zijn.

Ik vind het ongelooflijk leuk en ook een grote eer dat wij het rapport hebben mogen lezen. Het is net uit, vers van de pers. Ik kijk nu op mijn horloge en het is vandaag 19 juni. Dus echt over twee dagen uit, goedgekeurd door de politiek. Ik ben heel erg benieuwd om er vandaag meer over te leren.

Maar voordat we dat doen, wil ik natuurlijk altijd weten: met wie zit ik eigenlijk precies aan tafel? Ik heb jullie allebei eerder een keer ontmoet, maar ik denk dat het goed is, voor mezelf en ook voor de luisteraars, om nog iets meer over jullie te leren.

Lisette, je bent relatief recent begonnen als, ja, ik noem het directeur, maar er staat waarnemend hoofd. Kun je zo misschien nog even uitleggen waarom dat waarnemend is? Je bent relatief recent begonnen bij de Financial Intelligence Unit. Zou je iets meer over jezelf willen delen?

Lisette: Ja, ik ben sinds 1 april officieel waarnemend hoofd hier. Ik heb een hele brede achtergrond: publiek, privaat, nationaal, internationaal en lokaal. Maar het belangrijkste is dat ik een groot hart voor intelligence heb.

Ik heb tien jaar bij de AIVD gewerkt in allerlei verschillende functies en ik geloof echt intens in intelligence. Daarna tien jaar bij de politie, nog drie jaar bij Shell tussendoor en nu op deze prachtige plek. Wat mij ook aan het hart gaat, is het werken aan een veilige en rechtvaardige samenleving. Nou, dat komt hier allemaal bij elkaar.

Jeroen: Had je nou, laten we zeggen tien jaar of twintig jaar geleden, gedacht: ik ben straks degene die eindverantwoordelijk is voor de Financial Intelligence Unit?

Lisette: Nee, zeker niet. Dan moet ik zeggen dat ik Hennie, mijn voorgangster, die jullie uiteraard allemaal kennen, een keer heb ontmoet tijdens een evaluatie van de FATF, lang geleden. En toen dacht ik: nou, dit is echt een fantastische plek.

Helemaal intelligence, een zelfstandig onafhankelijke organisatie. Ik geloof ook echt heel erg in het follow the money-principe. Ik had het niet gedacht, maar ik ben wel vreselijk blij om hier te zitten.

Jeroen: Wat leuk, ontzettend leuk. Nou, ik was laatst bij jullie congres in Den Haag. Er hing een ontzettend goede sfeer en je hebt daar ook meteen, denk ik, duidelijk je visitekaartje afgegeven met een presentatie.

Je hebt, zoals ik al zei, Jasper Gielkens meegenomen. Misschien voor jou ook dezelfde vraag: kun je iets meer over jezelf vertellen?

Jasper: Ja, ik werk sinds een jaar of 3,5 voor de FIU-Nederland. Mijn primaire taak is eigenlijk voorlichting geven en sinds kort coördineer ik ook het team Voorlichting en Communicatie. Wij verzorgen alle voorlichting aan meldingsplichtige instellingen, het LinkedIn-kanaal, ons jaaroverzicht, maar ook de informatieproducten. Dus echt de voorlichtingsproducten voor de instellingen.

Voor de FIU heb ik een jaar of tien voor banken gewerkt, met name in de CDD-, AML- en fraudebestrijding. De laatste was wat nu de Volksbank genoemd wordt. Ja, dat was mijn laatste werkgever voordat ik bij de FIU kwam werken.

Jeroen: Waar ik nieuwsgierig naar ben: hoe anders is de publieke sector, in jouw geval de Financial Intelligence Unit, ten opzichte van een bank?

Jasper: Ja, dat is me eigenlijk meegevallen, als ik heel eerlijk ben. Ik denk dat dat ook soms met het bedrijf te maken heeft waar je vandaan komt. Ik kom natuurlijk nu veel bij banken over de vloer en de verschillen tussen de banken zijn ook wel merkbaar op sommige plekken.

Nee, ja, het is anders. Er is soms een andere cultuur. Het leuke van mijn werk is natuurlijk dat ik nog in beide werelden sta. Ik kom veel bij banken over de vloer om voorlichting te geven en tegelijkertijd kan ik aan de FIU-kant veel doen met die informatie.

Jeroen: We zitten vandaag bij elkaar voor het jaaroverzicht. Dat komt ieder jaar uit, uiteraard, een jaaroverzicht. Ik heb ook de eer gehad om het de afgelopen jaren met jullie te mogen bespreken.

Voordat we het over het doel en natuurlijk de inhoud gaan hebben: ik zei net al in de introductie dat het twee dagen geleden door de Kamer is gegaan. Dus de laatste stap van zo’n jaaroverzicht is dat het goedgekeurd moet worden door de politiek. Begrijp ik dat goed?

Jasper: Ja, dit is ons middel om verantwoording af te leggen over het werk dat we hebben gedaan en de resultaten die we in het afgelopen jaar hebben bereikt. We bieden dat eerst aan de minister aan, omdat ons hoofd verantwoording aflegt aan de minister. Die moet het eerst aan de Tweede Kamer aanbieden voordat wij het mogen publiceren. Zo gaat dat proces.

Jeroen: Wat is nou eigenlijk het hoofddoel van zo’n jaaroverzicht? Is het puur verantwoording of is het meer?

Lisette: Het is, zoals Jasper zegt, in eerste instantie natuurlijk bedoeld als verantwoording voor wat wij het afgelopen jaar hebben gedaan en wat we hebben gezien. Tegelijkertijd biedt het ook andere mogelijkheden. Het geeft onze stakeholders, en ook het bredere publiek, de kans om te zien wat de FIU doet en ziet. Dus het helpt om onze stakeholders aan te zwengelen.

Een persoonlijke reden voor mij is ook dat – en daarom zit Jasper hier – ik natuurlijk nog niet bij de FIU zat in het jaar waar dit jaaroverzicht over gaat. Toen was ik er nog niet. Maar het is ook een manier om wat Hennie met haar team de afgelopen jaren heeft neergezet nog even goed te eren.

Wat ik ook nog wil toevoegen, is dat het mooie van dit jaaroverzicht – anders dan in andere jaren, zoals ik heb begrepen; ik heb de vorige natuurlijk gelezen – is dat het echt een product is van de hele organisatie. Dus niet alleen cijfers, want cijfers zijn altijd een ingewikkeld concept in onze business. Is het nou heel goed om heel veel VT’s te krijgen of juist niet? Zijn we lekker bezig als we er veel krijgen of niet? Verdachte transacties.

Het mooie van dit jaaroverzicht is dus dat het echt een product is waaraan alle clusters hebben meegedaan. Alle onderdelen van onze organisatie hebben eraan bijgedragen. En dat vind ik echt heel rijk.

Jeroen: Dat is ook een goede voorbereiding voor jou richting dit jaar. Want volgend jaar komt jouw jaaroverzicht uit.

Lisette: Ja, dat klopt. Dus het is mooi om te lezen. Ik vind dat het echt heel goed leest. Ik heb veel jaarverslagen gelezen en ik ben natuurlijk een klein beetje gekleurd, maar ik vind dat het leest als een trein. En het is razend interessant.

Jeroen: Het wordt bijna aangeprezen als een soort roman voor op het strand straks, in de zomervakantie. Ik weet niet of dat nou helemaal de bedoeling is, maar het is wel heel goed leesbaar, daar ben ik het helemaal mee eens.

Jasper, Lisette zegt al dat het bedoeld is voor de stakeholders. Een van die stakeholders die ik natuurlijk extra relevant vind, is de financiële sector. Heb je het idee dat het jaaroverzicht daar ook breed gelezen wordt? Of in ieder geval bekeken? Komen er bijvoorbeeld vragen over?

Jeroen: Ja zeker, er komen veel vragen over. Ook altijd natuurlijk over de cijfers, laten we daar niet omheen draaien. We beginnen het jaaroverzicht na het voorwoord van het hoofd ook altijd met een uitleg en wat nuance en duiding bij hoe die cijfers in elkaar zitten.

Daar krijg ik in mijn voorlichtingspraatjes, en mijn collega’s natuurlijk ook, altijd veel vragen over. Er wordt veel gemeld in Nederland. Dat heeft allerlei redenen en die leggen we ook elk jaar uit in het jaaroverzicht.

Ja, er komen zeker vragen over. En ik denk dat het mooiste van het overzicht dit jaar is dat we echt die onderzoeksclusters in het zonnetje kunnen zetten en hun resultaten kunnen delen. Het gaat uiteindelijk toch om de inzichten. Ons doel is natuurlijk om de meldingsplichtige instellingen te helpen bij het herkennen en bestrijden van witwassen. En hoe kun je dat beter doen dan laten zien wat wij zien op basis van de meldingen van die instellingen?

Jeroen: Ja, laten we eens naar de inhoud gaan kijken. Er staat natuurlijk ontzettend veel informatie in dit jaaroverzicht, dus je kunt alle kanten op. Laat ik eerst aan jullie vragen: wat vinden jullie nou het meest boeiende uit dit jaaroverzicht? Waarvan zeg je: dat verdient echt extra aandacht?

Lisette: Wat een belangrijke trend is, denk ik, is dat je steeds meer ziet dat criminelen gebruikmaken van kwetsbaarheden in de wet- en regelgeving. Dat zie je bij zorgfraude, IB-fraude en btw-fraude.

Je ziet dat criminelen steeds meer kijken naar die zwakke plekken en kwetsbaarheden, daar meteen op inspringen en vervolgens als een razende kunnen opschalen om daar maximaal gebruik van te maken. Ze bouwen daar een heel ecosysteem omheen, waarin iedereen een eigen rol heeft. Ze maken er eigenlijk een soort crimineel bedrijfsproces van.

Waar dat vroeger wat meer gescheiden was – je zat bijvoorbeeld in de drugs – loopt het nu allemaal door elkaar. Je moet je geld witwassen, zorgfraude speelt een rol; het loopt allemaal door elkaar. Dat vind ik echt een hele belangrijke ontwikkeling die wij zien.

En daarom vind ik de FIU ook zo’n ontzettend belangrijke, maar ook mooie organisatie. We doen dit samen met onze stakeholders. We kijken niet alleen naar de opsporing, hoe belangrijk die ook is, maar ook als heel ecosysteem naar de vraag: waar kunnen we barrières opwerpen? Waar kunnen we de wet- en regelgeving aanpassen of bedrijfsprocessen anders inrichten, zodat criminelen geen kans krijgen om misbruik te maken van het systeem, van ons legale ecosysteem?

Jeroen: Helder. Want je zegt: de kwetsbaarheden in wet- en regelgeving. Betekent dat ook dat jullie hiermee signalen afgeven aan de wetgever? Van: let hierop, want dit zijn kwetsbaarheden waar wij, omdat wij met die onderwereld te maken hebben, de gevolgen van zien.

Lisette: Ja, dat doen wij. Naast het verstrekken van verdachte transacties aan de opsporings- en inlichtingendiensten geven we ook signalen af, bijvoorbeeld via FIU Alerts. We geven voorlichting om ervoor te zorgen dat alle actoren in het systeem zelf maatregelen kunnen nemen.

Jeroen: Even een sidenote: het is bijna jaloersmakend hoe snel die criminelen kunnen opschalen en hun businessmodellen – tussen aanhalingstekens – kunnen uitrollen. Die innovatiekracht is gigantisch, of niet?

Lisette: Ja, het gaat heel snel. Met alle nieuwe technologie die er is, zoals AI, kunnen criminelen daar maximaal gebruik van maken. Ze maken zich dit soort ontwikkelingen heel snel eigen en zijn daar continu mee bezig. Wij kunnen – en dat is mooi, maar ook een handicap – veel moeilijker opschalen.

Jeroen: Ja, gelukkig maar. Een democratie is natuurlijk veel ingewikkelder als je je aan alle regels moet houden. Als je dat niet hoeft, kun je veel sneller innoveren. Dat is natuurlijk wrang. Maar wat ik bedoel, is dat die innovatiekracht wel jaloersmakend is.

Jasper, wat zeg jij? Wat vind jij persoonlijk of zakelijk echt interessant aan dit jaaroverzicht? Er komen straks nog een aantal specifieke onderwerpen waar ik je over wil bevragen, maar wat springt er voor jou uit?

Jasper: De professionaliteit waarmee sommige financiële criminelen opereren vind ik heel opvallend. We zien in de professionele witwasnetwerken dat het heel groot, professioneel en schaalbaar is wat er gebeurt.

Als je kijkt naar de witwasstructuren die we tegenkomen in de meldingen, dan zie je dat heel veel geld uit allerlei verschillende gronddelicten uiteindelijk door die witwasnetwerken heen loopt. We zien dat criminelen zich specialiseren in een bepaald onderdeel van dat witwasproces, bijvoorbeeld het maken van valse facturen of het ronselen van katvangers voor het openen van bankrekeningen via opgerichte bedrijven.

Die schaalbaarheid en wendbaarheid van die organisaties vind ik heel opvallend. Als ik met banken en andere instellingen spreek, krijg ik signalen dat criminelen heel goed weten hoe de procedures bij banken werken. Bijna alsof ze er zelf mensen hebben zitten.

Ik denk dat ze inmiddels gewoon zoveel ervaring hebben opgedaan met de antiwitwas- en fraudeprocedures van banken dat ze daar hun voordeel mee doen. Ze krijgen bijvoorbeeld een brief van een bank met vragen en weten dan: we hebben nog twee weken voordat deze rekening wordt gesloten. Dan pompen ze nog snel geld door die rekeningen, sluiten vervolgens zelf die rekening af en gaan daarna verder met de volgende bank of de volgende bankrekening.

Dat is iets wat mij de afgelopen jaren steeds duidelijker is geworden. Er wordt echt misbruik gemaakt van het feit dat het in Nederland relatief makkelijk is om een bedrijf op te richten. Onze banken en betaalinstellingen zijn natuurlijk heel efficiënte organisaties. Ook de onboardingprocessen zijn efficiënt. Daardoor kunnen criminelen soms snel gebruikmaken van die producten.

Ik zie overigens wel dat instellingen steeds beter worden in het monitoren en herkennen van dit soort transacties. Alleen is het soms helaas al te laat en is het al gebeurd.

Jeroen: Dat is best cynisch. Juist hoe opener een economie is en hoe beter het ondernemingsklimaat, hoe aantrekkelijker het ook is voor criminelen.

Jasper: Daar zitten zeker risico’s. Ik denk dat criminelen Nederland voor witwassen een aantrekkelijk land vinden omdat de economie zo open is en omdat Nederland een financiële hub is, zowel binnen de EU als wereldwijd.

Jeroen: Een vervolgvraag over het oprichten van een bedrijf. Want uiteindelijk zeg je eigenlijk dat er wat jou betreft wel iets meer controle zou mogen zijn op hoe een bedrijf wordt opgericht, wie de echte UBO is en of er geen mensen achter zitten die eigenlijk niet de uiteindelijke belanghebbenden zijn.

Jasper: Ik denk dat daar kansen liggen. We hebben in het verleden, en ook vorig jaar nog uitgebreid, gezegd dat het goed zou zijn om bijvoorbeeld de Kamer van Koophandel meer bij dit proces te betrekken en daar eventueel meer barrières op te werpen.

Jeroen: Dat willen ze wel, toch?

Jasper: Ik denk dat die wens er wel is. Ik denk alleen dat de mogelijkheden er nog niet altijd liggen. Daar zijn we ook over in gesprek.

Het is natuurlijk altijd makkelijk om vanuit onze positie te zeggen: deze wet moet aangepast worden. Tegelijkertijd besef je dat je in een keten werkt met heel veel verschillende deelnemers en belangen. Maar waar wij kwetsbaarheden zien, proberen we die natuurlijk via zo’n jaaroverzicht én in ons dagelijks werk onder de aandacht te brengen.

Jeroen: Nee, snap ik. Iedereen die zegt dat Nederland een goed ondernemingsklimaat moet hebben, zegt natuurlijk ook: richt vooral snel een bedrijf op. Als ondernemer vind ik dat geweldig. Ik heb geen plannen om criminele activiteiten te ontplooien, zeg ik er maar meteen even bij. Dan is dat alleen maar prettig voor mij. Ik vind het ook fijn dat ik goed gecontroleerd word door mijn bank, maar ik wil natuurlijk niet dat dat te lang duurt.

Ik weet niet of absolute aantallen in zo’n jaaroverzicht precies iets zeggen, maar wat mij wel opviel is dat je in 2024 ongeveer 3,5 miljoen meldingen van ongebruikelijke transacties had en afgelopen jaar ongeveer 3 miljoen. Zegt dat nou iets, of zijn dat gewoon uitschieters van bepaalde instellingen?

Jasper: Ik denk dat je dat op twee manieren kunt bekijken. Als je naar de lange termijn kijkt, zie je dat het aantal meldingen van ongebruikelijke transacties de afgelopen jaren sterk is gestegen. Dat het nu weer iets daalt, is denk ik ook een normalisering.

Je moet daarbij wel in het achterhoofd houden dat Nederland een aantal specifieke kenmerken heeft waardoor er zoveel wordt gemeld. Dat heeft onder andere te maken met onze objectieve meldindicatoren.

Jeroen: Ja, voor mensen die dat niet weten: dat zijn hele specifieke regels. Boven een bepaald bedrag of bij een bepaalde transactie móét je melden. Dat zijn niet de subjectieve indicatoren, maar gewoon harde criteria.

Jasper: Ja, eigenlijk harde thresholds waarboven je transacties altijd moet melden. Een van die voorbeelden, waar we ook veel meldingen over krijgen, is een creditcardtransactie boven de 15.000 euro. Die moet altijd gemeld worden, ongeacht of een bank of betaalinstelling denkt dat er sprake is van witwassen.

Dat zorgt natuurlijk voor veel meldingen, zeker omdat wij in Nederland een aantal hele grote betaalinstellingen hebben die wereldwijd betalingen verwerken, zoals creditcardtransacties.

Tegelijkertijd zie je verschillen tussen sectoren. Veranderingen in wetgeving kunnen leiden tot toe- of afnames van meldingen. Bij de cryptosector zagen we dat bijvoorbeeld door de MiCA-wetgeving, waardoor een aantal grote Nederlandse meldingsplichtige instellingen naar een andere jurisdictie is vertrokken. Daardoor is in die sector het aantal meldingen afgenomen.

Jeroen: Zijn er bepaalde meldgroepen die meer melden ten opzichte van voorgaande jaren, of zijn daar nog echt opvallende dingen?

Lisette: We hebben gezien dat banken meer zijn gaan melden. Dat heeft met twee dingen te maken. Enerzijds zijn er bij bepaalde banken meer klanten gekomen en hebben zij hun dienstverlening uitgebreid. Dan krijg je vanzelf meer meldingen.

Tegelijkertijd zien wij – en dat juichen wij enorm toe – dat banken fraude en oplichting steeds vaker gaan melden. Alleen melden zij fraude en oplichting vaak op transactieniveau. Ze bundelen die meldingen niet en dat betekent dus ook dat wij meer meldingen krijgen.

Jasper: Bij witwassen zie je, zeker bij banken, dat transacties vaak worden gebundeld. Het gaat dan meestal over patronen over een langere periode. Bij fraude en oplichting gaat het vaak om één transactie. Bijvoorbeeld iemand is slachtoffer geworden van fraude, of een begunstigde van fraude die klant is bij een bank ontvangt een aantal transacties. Banken melden dat voornamelijk op transactieniveau, in plaats van als samengestelde melding.

Dat zorgt er in sommige gevallen voor dat er meer meldingen zijn, zeker omdat ze dat structureler en vaker doen dan voorheen.

Wat we ook zien bij banken, is dat ze steeds vaker netwerkonderzoeken doen. Op basis van patronen of vastgestelde witwaspatronen bij klanten kijken ze vervolgens naar hun hele klantenportefeuille: waar gebeurt dit nog meer? Een aantal banken heeft daar ook echt specialistische teams voor.

We hebben dat bijvoorbeeld gezien bij cashcompensatie. Daar hebben we een aantal jaar geleden over gepubliceerd en we krijgen nog steeds best veel netwerken gemeld. Soms zijn dat tientallen of honderden meldingen over één netwerk bij zo’n instelling. Dat zorgt natuurlijk ook geleidelijk voor een groter wordend aantal meldingen bij die melder.

Voice-over: Je luistert naar de Leaders in Finance Compliance Podcast.

Jeroen: Soms hoor ik in deze sector: meld gewoon zoveel mogelijk. We hebben veel data bij de FIU. Jullie mogen die in de meeste gevallen vijf jaar bewaren. Dan kun je altijd vier jaar en elf maanden later nog eens teruggaan en met allerlei slimme zoeksystemen zoeken.

Maar ik hoor ook wel: lever juist kwalitatief hoogwaardige, subjectieve meldingen aan, zoals jij net beschreef. Eigenlijk wordt het vooronderzoek voor het Openbaar Ministerie al bijna gedaan, zo klinkt het in ieder geval voor mij.

Waar zit nou de juiste balans? Gewoon veel melden, zodat jullie veel data hebben? Of toch vooral kwalitatief melden?

Lisette: Ik zou zeggen: allebei het liefst. Maar kwalitatieve meldingen helpen ons natuurlijk enorm om ons werk goed te doen en maken het ook makkelijker. Tegelijkertijd zijn meldingen altijd goed.

Hoe beter de kwaliteit van de aangeleverde informatie, hoe makkelijker het voor ons is om die sneller te gebruiken en te analyseren. Dus allebei, denk ik. Dat is ook echt een van onze speerpunten intern bij de FIU: kijken naar onze data, naar de kwaliteit daarvan, maar ook steeds met onze stakeholders en meldingsplichtige instellingen in gesprek gaan over die kwaliteit.

Jeroen: Wat vind je van die kwaliteit op dit moment? Met name vanuit de financiële instellingen.

Lisette: De kwaliteit is relatief goed. Waar nog aandacht naartoe mag, is de structurele informatie, dus de echte harde data. Daar zien we nog steeds de meeste ruimte voor verbetering. Als die informatie goed is, kunnen wij veel makkelijker schakelen.

Daarnaast is het voor grotere instellingen vaak makkelijker om het goed te doen dan voor kleinere instellingen, die hun eigen informatie ook nog moeten omzetten naar meldingen.

Jasper: Misschien goed om daar nog iets aan toe te voegen. Je moet je altijd beseffen dat we 27 meldgroepen hebben, sectoren die heel verschillend zijn ingericht. Sommige instellingen binnen die sectoren doen misschien één of twee keer per jaar een melding.

Jeroen: Even voor mensen die dat niet weten: je hebt alles, van een notaris tot de Bijenkorf, een makelaar tot een bank.

Jasper: Precies. Er zit heel veel tussen. De professionaliteit van sommige sectoren verschilt natuurlijk ook. Een bank heeft soms honderden of zelfs duizenden mensen in dienst die antiwitwaswerkzaamheden doen en heel goed datagedreven onderzoek kunnen uitvoeren. Datzelfde kun je niet verwachten van een eenpitter die belastingadviseur is, bij wijze van spreken.

Door die grote verscheidenheid aan meldgroepen zijn er ook verschillen in de kwaliteit van de meldingen. Waar het vaak goed gaat, zeker bij de professionele melders, is het uitleggen waarom er wordt gemeld. Het duiden van de ongebruikelijkheid van een transactie. Daar zie ik op zich een goede kwaliteit.

Soms zit de uitdaging juist in de structurele informatie, waar Lisette het net ook over had.

Jeroen: Jullie hebben het er allebei over. Wat bedoelen jullie daar heel concreet mee, met structurele informatie?

Jasper: De structurele informatie in een melding bestaat eigenlijk uit de velden die daarvoor zijn ingericht. Denk bijvoorbeeld aan je achternaam, je geboortedatum of het KvK-nummer.

Jeroen: Dat die gewoon niet ingevuld zijn?

Jasper: Soms zijn ze wel ingevuld, maar niet volgens de standaard die wij graag zouden zien.

Jeroen: Dus de kwaliteit?

Jasper: Ja, de kwaliteit. We proberen natuurlijk niet dat iemand ‘kwaliteit’ met twee k’s schrijft, zo ver gaat het hopelijk niet.

Het lastige is dat in artikel 16 van de Wwft staat uitgelegd wat de minimumvereisten zijn voor het doen van een melding. In sommige gevallen is dat niet heel duidelijk geformuleerd, zou ik wel durven zeggen. Wij proberen daar als FIU-Nederland natuurlijk invulling aan te geven. Dat mogen wij ook.

Maar omdat we zo’n grote verscheidenheid aan meldgroepen hebben, is het soms best ingewikkeld om dat te standaardiseren en te uniformeren. Daarom richten wij ons er als FIU-Nederland heel sterk op om die informatie steeds verder te uniformeren en te standaardiseren.

Jeroen: En dat op die manier te verbeteren, zodat je niet zelf alles hoeft te verrijken, maar dat het gewoon allemaal op dezelfde manier binnenkomt.

Jasper: Precies. Dat stelt ons, ook gezien het aantal meldingen, in staat om steeds meer datagedreven onderzoek te doen. Maar voor datagedreven onderzoek heb je goede data nodig en daar zetten we op in.

Jeroen: Jullie hadden het eerder over die ongebruikelijke transacties. Het is typisch voor Nederland dat we heel veel ongebruikelijke transacties melden, terwijl het in veel andere landen direct verdachte transacties zijn.

Mij viel ook op dat het aantal verdachte transacties per meldingsgroep afneemt. Is daar een bepaalde verklaring voor?

Jasper: Ja, dat heeft soms een heel specifieke reden. Neem bijvoorbeeld de betaaldienstverleners. We hebben een aantal hele grote betaaldienstverleners die ook internationaal en wereldwijd betalingen verwerken. Daar zien we dat het aandeel transacties met een link naar Nederland afneemt.

Dat betekent dat het aandeel transacties zonder directe link met Nederland juist toeneemt. We zijn er in Nederland aan gewend – en dat willen we ook, want onze belangrijkste afnemers zijn de Nederlandse opsporingsdiensten – dat er een link met Nederland is. Anders is het voor hen niet altijd interessant om er direct onderzoek naar te doen.

Dat gezegd hebbende: informatie die betrekking heeft op buitenlandse partners delen we uiteraard ook met het buitenland. Maar de opsporingsonderzoeken die we in Nederland doen, gaan vaak over Nederlandse bedrijven en Nederlandse ingezetenen. Daarom verklaren we bij voorkeur transacties verdacht die betrekking hebben op Nederlanders.

Dat is dus bijvoorbeeld een verklaring binnen die sector. Daarnaast fluctueert het aantal verdachte transacties sowieso van jaar tot jaar. Er is dus niet één duidelijke trend; er spelen altijd meerdere factoren.

Jeroen: Jouw voorganger, Hennie Verbeek-Kusters, is natuurlijk vertrokken naar Frankfurt, naar de AMLA, de Anti-Money Laundering Authority. In dat licht ben ik wel nieuwsgierig: zie je richting de toekomst veranderingen voor jullie, ook door het feit dat straks de nieuwe AMLR-wet- en regelgeving daadwerkelijk wordt geïmplementeerd? Gaat dat jullie werk fundamenteel veranderen?

Lisette: Jazeker. Het zijn best spannende tijden. Er gebeurt een hoop.

Ik denk dat de oprichting van AMLA ons heel veel gaat brengen, omdat het binnen de EU allemaal veel meer geharmoniseerd en gestandaardiseerd wordt. Daardoor kunnen we veel makkelijker informatie met elkaar uitwisselen en effectiever samenwerken. We kunnen bijvoorbeeld ook eenvoudiger gezamenlijke analyses starten. Dus het biedt ons heel veel kansen.

Een van de dingen die daar ook uit voortkomen, is dat wij veel meer zullen moeten rapporteren aan AMLA. Dat is op zichzelf een goede ontwikkeling, maar het kost natuurlijk ook weer tijd.

Jeroen: Krijgen jullie daar ook extra mensen voor?

Lisette: Daar krijgen we extra mensen voor, dus dat is heel fijn. Het blijft nog best spannend. De grote lijnen zijn inmiddels duidelijk, maar AMLA is nu samen met alle stakeholders bezig om te bepalen hoe dat precies wordt ingevuld.

Daarnaast krijgen wij als FIU ook twee nieuwe bevoegdheden: de opschortingsbevoegdheid en de mogelijkheid om instellingen te attenderen op risico’s.

Jeroen: Die tweede snap ik. Wat houdt die eerste precies in?

Lisette: De opschortingsbevoegdheid houdt in dat wanneer wij iets zien waarvan we denken dat het verdacht is of mogelijk verdacht kan zijn, we financiële instellingen direct kunnen vragen een rekening te blokkeren. Er kunnen dan tijdelijk geen betalingen meer worden verricht, in afwachting van een eventueel opsporingsonderzoek.

Jeroen: Je kunt dus heel snel handelen.

Lisette: Ja, precies. Ik denk dat dat ons veel gaat brengen.

Jeroen: Dus samengevat: meer rapporteren aan Frankfurt, twee nieuwe bevoegdheden en daarnaast meer harmonisatie.

Lisette: Ja, ik denk dat dat de drie belangrijkste veranderingen zijn.

Jeroen: Binnen Europa?

Lisette: Binnen Europa, ja.

Jeroen: Ook in de manier waarop gemeld gaat worden?

Lisette: Ja, precies.

Jeroen: Dus gaan we straks geen ongebruikelijke transacties meer melden?

Lisette: Nee, die vervallen. Dat worden allemaal verdachte transacties. Dat is overigens ook deels een semantisch verschil.

Maar we gaan allemaal op dezelfde manier werken en op dezelfde manier rapporteren.

Jasper: De spelregels veranderen echt. We melden nu ongebruikelijke transacties; dat volgt uit de Nederlandse wetgeving.

Straks komt de meldplicht voort uit een Europese verordening. Dat betekent een andere definitie en een andere invulling. Waar we nu zeggen dat instellingen ongebruikelijke transacties melden, spreken we straks over verdachte transacties.

Maar het betekent ook dat die definitie verandert. Vrijwel alle Nederlandse objectieve indicatoren – we noemden net al het voorbeeld van de creditcardtransacties – verdwijnen. Daar komen wel objectieve indicatoren voor terug, maar die staan dan in de Europese verordening.

Waar we nu nog zeggen dat een melding moet worden gedaan als er aanleiding is om te vermoeden dat een transactie verband kan houden met witwassen, terrorismefinanciering en dergelijke, wordt dat straks: weten, vermoeden of redelijkerwijs kunnen vermoeden. Dat lijkt misschien op elkaar, maar de invulling daarvan zal echt anders zijn.

De grondslag voor de melding verandert dus fundamenteel. We moeten nog afwachten of dat uiteindelijk ook tot minder meldingen gaat leiden. Maar de Nederlandse objectieve indicatoren verdwijnen in ieder geval. Als je nu naar ons jaaroverzicht kijkt, betekent dat waarschijnlijk dat er uiteindelijk minder meldingen zullen binnenkomen.

Jeroen: Tot slot van deze podcast wil ik nog wat dieper het jaaroverzicht induiken. Namelijk naar zorgfraude en criminele derdengelden. Dat zijn allebei heel interessante onderwerpen.

Lisette, je noemde de zorg al even aan het begin als voorbeeld van een sector waarin criminelen mazen in de wet- en regelgeving vinden en die gebruiken om wit te wassen. Kun je iets meer vertellen over die zorgfraude? Wat zien jullie precies?

Lisette: Je ziet dat zorgfraude vroeger vaak bestond uit één individu of een paar individuen die een onjuiste declaratie indienden. Nu zie je veel meer het ecosysteem waar ik het eerder over had.

Je ziet bijvoorbeeld bedrijven die mensen aannemen in de zorg die helemaal niet over de juiste diploma’s beschikken. Die worden betaald met crimineel geld. Dat geld wordt vervolgens via valse facturen en via het cashcompensatiemodel weer witgewassen.

Je ziet dus een veel grotere vermenging dan vroeger van de onderwereld en de bovenwereld, niet alleen in de zorg maar ook in andere sectoren.

Jeroen: Is er een specifieke reden waarom juist de zorgsector hiervoor wordt gebruikt?

Jasper: Wat wij zien, is dat er simpelweg heel veel geld omgaat in de zorg. De zorg staat onder druk en er wordt veel betaald voor mensen die zorg verlenen. Zonder daarmee een hele sector te willen typeren, zien we dat daar op sommige punten kwetsbaarheden zitten waar criminelen gebruik van maken.

We zien ook dat relatief veel jonge criminelen de zorg in stappen om geld te verdienen, maar vervolgens ook betrokken raken bij witwasstructuren.

Hoe dat eruitziet? We zien nog steeds klassieke zorgfraude, waarbij zorg wordt gedeclareerd die niet, slechts gedeeltelijk of van onvoldoende kwaliteit is geleverd.

Daarnaast zien we steeds vaker zzp’ers in de zorg met een crimineel verleden of antecedenten, die via detacheerders worden ingezet. Bij die detacheerders zien we vervolgens exorbitante omzetten die bedrijfseconomisch moeilijk te verklaren zijn.

De gelden die zij ontvangen van zorgorganisaties verdwijnen vervolgens in witwasnetwerken. We vermoeden bovendien dat personeel dat via die detacheerders wordt ingezet, contant wordt uitbetaald. Dat sluit weer heel sterk aan bij het cashcompensatiemodel waar we eerder over hebben gepubliceerd. Dat contante geld is in veel gevallen afkomstig uit drugshandel of andere vormen van criminaliteit.

Is dit groot? Op basis van de onderzoeken die wij doen – de precieze cijfers staan in het jaaroverzicht – zien we dit in behoorlijk veel onderzoeken naar zorgfraude terug.

We zien dus een duidelijke vermenging van zorgcriminaliteit met professionele witwasnetwerken. Binnen die netwerken zien we bovendien taakspecialisatie. De ene groep criminelen richt zich op het werven van katvangers en het oprichten van bedrijven. Zorgfraudeurs gebruiken die witwasstructuren vervolgens om valse facturen te betalen en zo min mogelijk belasting af te dragen. Dat helpt hen natuurlijk om hun winst te maximaliseren.

Arbeidskrachten worden zwart uitbetaald, er wordt op allerlei manieren gefraudeerd binnen de zorgsector en drugscriminelen maken gebruik van die zorgstromen om contant geld uit hun criminele activiteiten wit te wassen.

Jeroen: En zoals Lisette het ook eerder verwoordde: je krijgt steeds meer vermenging van de boven- en onderwereld. Dat is uiteindelijk ontzettend zorgwekkend. Zoals het in de media vaak wordt genoemd: het is een beetje het betonrot van de democratie als dit soort dingen steeds verder worden ondermijnd.

Dat is geen vraag, Lisette, maar ik vind dat wel zorgwekkend.

Lisette: Nee, dat is natuurlijk al een tijd aan de gang. Vandaar ook de term ondermijning. Maar wat wij zien, is dat het sneller gaat. Zoals ik aan het begin al zei: zodra er een kwetsbaarheid wordt ontdekt, kunnen criminelen heel snel opschalen en heel snel zo’n ecosysteem daaromheen bouwen. Precies zo’n ecosysteem als Jasper net beschreef. En dat is echt zorgwekkend.

Jeroen: Wat is dan de tip voor compliance officers bij banken of andere financiële instellingen? Ik kijk jullie allebei aan, dus ik weet niet wie hem wil beantwoorden.

Jasper: Als je kijkt naar girale betalingen, is het belangrijk om door te durven kijken en door te durven vragen. In dit soort structuren zien we dat de bron van het geld vaak heel plausibel lijkt. Het komt bijvoorbeeld van een zorgorganisatie.

We zien ook vaak dat de zorg daadwerkelijk wordt geleverd. Mensen worden dus echt ingezet om zorg te verlenen. Dan is de vraag: is dat voldoende, of hoe worden die mensen uiteindelijk uitbetaald? Dat is belangrijk om in het achterhoofd te houden.

We beseffen ons ook dat dit ingewikkeld is. Ik denk dat de kracht van de FIU – zeker in de samenwerking met private partners, bijvoorbeeld binnen de Fintell Alliance – is dat we informatie op elkaar kunnen leggen. We kunnen die zaken gezamenlijk analyseren, waardoor er echt inzicht ontstaat in zo’n systeem.

In plaats van naar losse transacties of één klant bij een bank te kijken, probeer je het systeem als geheel te begrijpen. Daar zit volgens mij de kracht van publiek-private samenwerking.

Jeroen: Dan moet je als AML-complianceprofessional dat fenomeen dus ook goed begrijpen. Anders lijkt het, zoals jij zelf zegt, allemaal heel plausibel.

Jasper: Jazeker. Ik denk dat wij daar als FIU invulling aan proberen te geven met onze voorlichting, onze kennisproducten en door dit soort onderwerpen op te nemen in het jaaroverzicht. Ook dit soort podcasts helpen daarbij. Het blijft ingewikkeld, maar ik zie wel dat instellingen steeds beter worden in het herkennen van dit soort structuren.

Jeroen: Dat laat ook weer zien hoe belangrijk het is dat jullie voortdurend teruggeven wat jullie zien. Of dat nu via een podcast is, rapportages, informele gesprekken of de Fintell Alliance. Jullie kunnen natuurlijk veel sneller een totaalbeeld creëren dan individuele banken.

Jasper: Dat is in sommige gevallen inderdaad zo. De kracht van de FIU is natuurlijk dat we heel veel data hebben waarmee we onderzoek kunnen doen en inzichten kunnen ontwikkelen. We proberen dat steeds beter te doen en die inzichten ook steeds meer terug te geven.

Jeroen: Ja, want je moet ook snel zijn. Als jullie je dit jaar richten op de zorg, dan is het volgend jaar misschien alweer iets anders. Dat beschreef je aan het begin ook mooi.

Dat andere onderwerp waar ik op aansloeg, zijn de criminele derdengelden. Kun je eerst kort uitleggen wat dat precies is?

Jasper: Een derdengeldbetaling is eigenlijk een betaling voor een product of dienst die niet wordt gedaan door de afnemer van dat product of die dienst.

Om een voorbeeld te geven: we zien regelmatig dat Nederlandse ondernemingen worden betaald door bedrijven die uiteindelijk niet degene zijn die de bestelling hebben geplaatst.

Jeroen: Dus ik koop een auto, maar jij betaalt hem voor mij?

Jasper: Precies. En wat we zien, is dat dit een manier is geworden voor ondergronds bankiers en professionele witwassers om geld te verplaatsen, zonder dat zij daadwerkelijk geld de oceaan over hoeven te sturen of contant geld van het ene land naar het andere hoeven te smokkelen.

Het is een relatief eenvoudige manier om geld te verplaatsen. Gelukkig zien we dit tegenwoordig ook steeds vaker terug in onze meldingen en analyses, waardoor we dit soort betalingen beter kunnen herkennen.

Jeroen: Dit klinkt eigenlijk best old school. Maar blijkbaar krijgt het nu extra aandacht?

Jasper: Dat is altijd de vraag: zien we het nu pas goed, of neemt het ook daadwerkelijk toe? Maar wat we in ieder geval zien, is dat dit fenomeen heel veel voorkomt. Er zijn veel bedrijven die op deze manier geld verplaatsen.

Jeroen: Dus het werkt, het is efficiënt en je kunt ook meteen grote bedragen verplaatsen?

Jasper: Zeker. Daarbij valt opnieuw de georganiseerde aanpak op. We zien bijvoorbeeld dat één factuur wordt betaald door tien, twintig of soms nog meer bedrijven uit verschillende landen. Daarbij wordt steeds hetzelfde factuurnummer gebruikt.

De betalers zijn bijvoorbeeld dakdekkers uit Frankrijk of zonnepaneleninstallateurs uit Portugal. Dat is natuurlijk heel opvallend wanneer je als bank naar de rekening van een klant kijkt en ziet dat één factuur vanuit zulke uiteenlopende bedrijven en landen wordt betaald.

Jeroen: Ja, opletten dus.

Tot slot: is er nog iets waarvan jullie zeggen dat luisteraars echt moeten weten over het jaaroverzicht? Of hebben jullie nog een wens richting de financiële sector of richting Den Haag? Ik stel de vraag expres heel breed.

Waar zouden jullie komend jaar extra aandacht voor willen vragen? Volgend jaar is het tenslotte jouw eerste jaaroverzicht, Lisette. Hopelijk zitten we dan weer hier.

Lisette: Ons mantra op dit moment is dat we van incident naar inzicht gaan. Dat vind ik belangrijk. Er ligt nog veel nadruk op opsporingen en verdachte transacties, terwijl wij juist steeds meer structuren willen doorgronden. Dat is eigenlijk ook de rode draad door deze podcast.

Nog even aanvullend op wat Jasper net zei: de kracht van de FIU is dat wij informatie van alle poortwachters bij elkaar brengen. Daardoor krijg je veel beter zicht op het totaalbeeld en kun je samen kijken naar effectieve interventies.

Jasper: Wat ik zelf heel mooi vind, zijn de resultaten die we bereiken met publiek-private samenwerking. Op het gebied van criminele derdengeldbetalingen heeft een van onze collega’s bijvoorbeeld een project opgezet met allerlei verschillende meldingsplichtige sectoren, zoals accountants, banken en notarissen.

Samen proberen we barrières op te werpen. Hoe kunnen we met de specifieke dienstverlening binnen iedere sector het criminelen moeilijker maken om misbruik te maken van het systeem?

Daarnaast hoop ik dat we, met alle nieuwe wetgeving die eraan komt – wat voor veel luisteraars én voor ons dagelijks werk nu natuurlijk een belangrijk onderwerp is – niet uit het oog verliezen waar het uiteindelijk om draait. Niet alleen voldoen aan alle antiwitwasregels, maar daadwerkelijk witwassen bestrijden.

We moeten blijven investeren in inzichten, samenwerking, het opwerpen van barrières en uiteindelijk ook in het vervolgen van criminelen.

Jeroen: Een cruciaal punt. Wet- en regelgeving is geen doel op zich, maar een middel om een doel te bereiken. Dat klinkt misschien als een open deur, maar het is ontzettend belangrijk dat je dat benadrukt.

Jasper Gielkens, coördinator Team Voorlichting en Communicatie bij de FIU-Nederland, en Lisette Heerze, waarnemend hoofd van FIU-Nederland, ik wil jullie hartelijk bedanken voor jullie tijd.

Ik wil de luisteraars er nog even op wijzen dat we op 1 oktober de hele AML-wereld weer bij elkaar brengen, zowel publiek als privaat. Dat doen we ieder jaar. We hebben opnieuw een prachtige line-up van sprekers. Jullie zijn uiteraard van harte welkom, maar dat geldt natuurlijk ook voor alle luisteraars die dit interessant vinden.

Ik heb hier zometeen nog een klein bedankje voor jullie als dank voor jullie tijd en voor deze toelichting op het jaaroverzicht. Nogmaals, heel veel dank.

Voice-over: Dank je wel. Je luisterde naar de Leaders in Finance Compliance Podcast.

Deze podcast werd mede mogelijk gemaakt door Deloitte, Rabobank, Cense en Osborne Clarke.

Meer weten of een reactie achterlaten? Dat kan via onze LinkedIn-pagina. Als je ons daar volgt, blijf je bovendien op de hoogte van nieuwe afleveringen.

Natuurlijk zijn we je zeer dankbaar als je een review achterlaat en anderen vertelt over deze podcast. Vergeet ook niet eens te kijken naar de andere podcasts op ons kanaal. Er zit vast iets tussen dat je aanspreekt.

Bedankt voor het luisteren.

We’d love to keep you informed on the next iterations of this event. Please enter your details below, and we’ll keep you posted!