Jeroen Broekema: Welkom bij een nieuwe aflevering van Leaders in Finance. Hartstikke leuk dat je luistert. Deze week hebben we niet één, maar twee gasten.
Dat is uitzonderlijk. Sterker nog, dat is een noviteit. Dat hebben we nog nooit eerder gedaan bij een CEO-interview.
Jeroen ter Huurne en Stan ter Huurne, welkom beiden bij de podcast. Hartstikke leuk dat jullie er zijn.
Jeroen ter Huurne: Dankjewel, dankjewel.
Jeroen Broekema: Jeroen ter Huurne is de oprichter en algemeen directeur van Collin Crowdfund, een van de grootste crowdfinanceplatformen van Nederland. Stan ter Huurne is operationeel directeur, ook van Collin Crowdfund.
Voordat we beginnen dank ik hartelijk mijn partners voor hun voortdurende steun in Groot-Nederland. Dat zijn EY, Mogelijk Vastgoedfinancieringen, Lepaya en Duna. Veel dank voor jullie steun.
Zoals ik altijd geneigd ben om te doen, en wat inmiddels een traditie is geworden binnen Leaders in Finance, spel ik de namen van de gasten bij mij aan tafel. Dat is Jeroen – nou, dat is toevallig ook een naam die mij vrij bekend voorkomt – maar J-E-R-O-E-N. En ter Huurne is T-E-R, Huurne is H-U-U-R-N-E.
En Stan, S-T-A-N, met dezelfde achternaam. Verder ter introductie het volgende. Jeroen en Stan vertegenwoordigen samen twee generaties ondernemerschap binnen Collin Crowdfund, een van de grootste crowdfinanceplatformen van Nederland.
Jeroen begon zijn carrière bij Rabobank, waar hij uiteindelijk bijna dertig jaar werkzaam was, waarvan 22 jaar in directiefuncties. Op 29-jarige leeftijd werd hij de jongste Rabobank-directeur van Zuid-Nederland.
Na de financiële crisis zag hij dat traditionele banken steeds terughoudender werden in de financiering van het mkb. Vanuit die observatie richtte hij in 2014 Collin Crowdfund op, aanvankelijk vanuit het tuinhuis van zijn woning. Daar gaan we straks zeker nog naar vragen.
Sindsdien groeide Collin Crowdfund uit tot een van de belangrijkste spelers in non-bancaire financiering, met inmiddels meer dan anderhalf miljard euro aan bemiddelde financieringen en ruim 50.000 actieve investeerders.
Stan is sinds december 2024 operationeel directeur van Collin Crowdfund. Daarvoor vervulde hij binnen de organisatie onder meer de functies van businesscontroller en bestuurssecretaris.
Stan promoveerde in de technische natuurkunde aan de Eindhoven University of Technology.
Tot slot, heren. Jeroen is 66 jaar, woont samen met zijn vrouw in Udenhout en is vader van drie zoons.
Stan is 31 jaar, woont samen met zijn vrouw en twee kinderen, ook in Udenhout. Dit ter introductie voor de luisteraars. Nogmaals, heel bijzonder om twee mensen aan tafel te hebben.
Heel erg leuk. En ik wil eigenlijk bij jou beginnen, Jeroen. Voor mensen die Collin Crowdfund niet kennen: een hele gevaarlijke vraag, want dat kan er zomaar toe leiden dat jij heel lang aan het woord bent. Maar kun jij hoog over, kort, aan mij en aan de luisteraars uitleggen wat Collin Crowdfund precies doet en waarom jullie doen wat jullie doen?
Jeroen ter Huurne: Ja, dat doe ik graag, Jeroen. Wij bevinden ons op het terrein van zowel geldleners als investeerders. Wij bemiddelen dus in de financiering.
Wij brengen die twee partijen bij elkaar. Eigenlijk is het bijna hetzelfde als traditioneel bankieren, met één groot verschil: onze investeerders sparen niet, maar tekenen in op een lening. Daarbij lopen zij ook risico en kunnen zij daarmee een hoger rendement behalen. Dat is tenminste wat we beogen, dan wanneer ze dat op een andere manier zouden doen.
En dat doen we inderdaad met een hele club in Oisterwijk, maar daarover straks denk ik wel meer.
Jeroen Broekema: Ja, nog even die waarom-vraag. Waarom doen jullie dit?
Jeroen ter Huurne: Ik heb in mijn Rabobank-tijd gezien dat de banken toch wat verder afstand namen. Ze gingen veel meer digitaal werken ten opzichte van het mkb met een kredietbehoefte. Daarin onderscheiden wij ons door heel persoonlijk en heel snel in contact te kunnen komen, veelal ook via financieel tussenpersonen.
En ja, dat bemiddelen in financieringen: daar blijkt echt een behoefte aan te zijn. Je hebt het net gezegd: inmiddels anderhalf miljard euro dat we hebben mogen bemiddelen in de afgelopen jaren.
Jeroen Broekema: En ik begreep dat jullie sinds kort, of misschien al een tijdje, naast Nederland ook actief zijn in Duitsland.
Jeroen ter Huurne: Ja, wij zijn inderdaad ruim een jaar geleden gestart in Duitsland. Ik kan niet anders zeggen dan dat we daar flink op de trom weten te blazen. We hebben daar inmiddels meer dan honderd miljoen euro aan financieringen uitgezet.
En we hebben daar volop goede ambities en mogelijkheden.
Jeroen Broekema: En Stan, kan jij ons meenemen in hoe de organisatie is georganiseerd? Allereerst: hoeveel mensen werken er eigenlijk bij Collin ongeveer?
Stan ter Huurne: Bij Collin hebben wij ongeveer vijftig mensen in loondienst. Grotendeels in Oisterwijk en sinds kort ook in Düsseldorf, waar wij een kantoor hebben met vijf Duitse medewerkers die bij de Nederlandse entiteit in loondienst zijn. Daarnaast hebben wij nog ongeveer dertig mensen die op zzp-basis, verspreid over het land, in meer of mindere mate aan Collin verbonden zijn.
Jeroen Broekema: Ja, mooi. En als je een beetje kijkt naar, nou ja, niet elke persoon natuurlijk, maar naar de grootste groepen: waar werken de meeste mensen? Wat voor soort rollen zijn dat?
Stan ter Huurne: Veruit de meeste mensen bij ons zitten in wat wij de financieringsstraat noemen. Dat zijn de mensen die actief bezig zijn met het spreken van de tussenpersonen, het schrijven van de documentatie voor de leningen en het hele fiatteringsproces daaronder. Dus veruit het grootste gedeelte is bezig met de leningnemers bij ons.
Jeroen Broekema: Ja, helder. En als je kijkt naar jullie klanten, dan heb je, zoals Jeroen het al beschreef, eigenlijk twee soorten klanten. Je hebt aan de ene kant de investeerders, die voor de funding zorgen, en aan de andere kant de leningnemers, die geld willen ophalen voor hun bedrijven.
Wat voor soort mensen zijn dat nou eigenlijk, hoog over gezegd, zowel aan de bedrijfskant als aan de investeerderskant?
Stan ter Huurne: Aan de bedrijfskant zijn het vaak mkb-ondernemers of vastgoedondernemers. Dus mensen die een goedlopend mkb-bedrijf hebben en een financiering zoeken voor het aankopen van een pand of voor uitbreiding van hun werkkapaciteit.
De investeerders zijn vaak ook ondernemers of oud-ondernemers die geld over hebben, op zoek zijn naar rendement en vinden dat het Nederlandse mkb daarvoor een heel mooie mogelijkheid biedt.
Jeroen ter Huurne: Ik zou op die funding, als dat mag Jeroen, nog wel even wat willen aanvullen over de verschillende partijen die eigenlijk voor de funding bij Collin zorgen.
Ik zou daarin willen onderscheiden wat echt bij het woord crowdfunding past: de relatief kleinere investeerders, die met een bedrag van bijvoorbeeld 1.000 of 5.000 euro per lening intekenen. Dan hebben we onze, wat wij noemen, informals, die echt met grote bedragen meedoen, ook met tonnen per keer.
Wij hebben ook een institutionele belegger die bij Collin actief is. En een heel belangrijke fundingbron is tegenwoordig ons fonds, waar wij sinds anderhalf jaar mee werken, waarin mensen met een bedrag van minimaal 100.000 euro per fonds kunnen deelnemen. Dat fonds neemt vervolgens deel in al onze leningen.
Dus we onderscheiden eigenlijk vier bronnen van funding.
Jeroen Broekema: Helder. Dus zo zorg je ook voor wat diversiteit aan funding. Want even voor de helderheid: jullie werken dus eigenlijk niet met een balans. Je hebt natuurlijk een balans van je bedrijf, maar het is feitelijk het matchen van funding met de fundingvraag.
Stan ter Huurne: Ja, zeker. Wij zijn eigenlijk puur een bemiddelaar. Dus wij doen de kredietbeoordeling en daarna is het aan de investeerders om de keuze te maken om daarin mee te doen.
En daarbij is het ook voor rekening en risico van de investeerder. Het staat dus inderdaad niet op onze balans.
Jeroen Broekema: En wat betekent dat? Want die vraag – sommige luisteraars weten dat, ik heb zelf ook in deze wereld, iets anders dan jullie, maar in deze wereld geopereerd – die ik altijd kreeg, die ik nu lekker aan jou kan stellen, is: hoe zorg je er nou voor dat jij ook aligned bent met die investeerders?
Want gaat het mis met dat bedrijf, dan kunnen investeerders hun geld kwijtraken. Hoe zorg je dat jullie aligned zijn met die funders?
Stan ter Huurne: Ja, dat is een hele goede vraag. Het is heel belangrijk om ervoor te zorgen dat je als bemiddelaar aligned bent met zowel de leningnemers als de investeerders.
Hoe wij dat doen, is dat wij heel kritisch zijn in wat wij accepteren. Wij willen alleen maar leningen waarbij wij ervan uitgaan dat die kunnen worden terugbetaald. En als dat onverhoopt niet zou lukken, dan zijn er zekerheden waardoor de investeerders in ieder geval het grootste gedeelte van hun inleg terug kunnen krijgen.
Zoals je al zei: het is voor risico van de investeerders. Maar wij hebben wel onze diepgaande beoordeling, waarbij wij onze eigen verdiensten ook zo hebben gestructureerd dat het voor Collin ook het meest opportuun is wanneer gedurende de gehele looptijd alles gewoon wordt terugbetaald. Dat doen wij met een administratievergoeding en een beheervergoeding.
Daarnaast hebben wij ook een Stichting Zekerhedenagent, waarin wij de zekerheden namens de investeerders onderbrengen. En wij doen ook het hele beheerproces namens de investeerders om zo veel mogelijk van het uitgeleende bedrag terug te kunnen krijgen.
Vertrouwen is heel belangrijk in de financiële wereld. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Als je het vertrouwen van je investeerders verliest, dan gaat ook je fundingvermogen naar beneden. En dat is op de lange termijn ook heel slecht voor Collin zelf.
Jeroen Broekema: Wauw, wat een heldere uitleg.
Jeroen ter Huurne: Ja, en dan zou ik toch nog twee dingen willen toevoegen, als het mag.
Ons eigen verdienmodel is heel sterk gekoppeld aan het volledig terugbetalen van de lening. Dus Collin heeft zelf ook pas financieel de hoogste verdiensten als een lening volledig is terugbetaald. Op hetzelfde moment waarop de investeerder alles terug heeft gekregen, hebben wij dus ook pas onze maximale verdiensten.
Daarnaast hebben wij ons model zo ingericht dat een deel van onze crowdfundcoaches – dat zijn de mensen die contact hebben met de kredietvrager – op zzp-basis aan Collin verbonden is. Zij worden betaald op basis van de door hen aangebrachte business, maar zijn ook verplicht om met eigen middelen in een leningaanvraag mee te investeren.
En omdat wij dat van onze mensen vragen, hebben wij binnen de directie afgesproken dat altijd een van de directieleden in iedere lening investeert. Zo zit ik zelf in vrijwel elke lening. Soms mis ik er eentje in een vakantieperiode, maar in principe neem ik aan elke lening deel.
Jeroen Broekema: Doe je dat dan met 100 euro?
Jeroen ter Huurne: Nee, want ons minimale investeringsbedrag ligt sowieso hoger. En ik doe dat echt met noemenswaardige bedragen.
Jeroen Broekema: Dat is wel mooi. Dus de CEO en oprichter van het bedrijf zit in alle leningen zelf. Dat is wel een mooie alignment of interests.
Jeroen ter Huurne: Daarom kom ik er ook graag even in, want het is echt zo.
Jeroen Broekema: En heeft het je wat opgeleverd?
Jeroen ter Huurne: Ik haal een best mooi rendement. En een van de mooie dingen als je bij Collin werkt, is dat je geen investeerdersvergoeding hoeft te betalen. Daardoor ligt mijn rendement iets boven het gemiddelde van al onze investeerders samen.
Maar omdat ik aan vrijwel alles meedoe, ligt het uiteindelijk wel rond het gemiddelde.
Jeroen Broekema: In dit geval is het mooi als de CEO veel verdient op dit punt, want dat zorgt ervoor dat jullie investeerders ook veel verdienen.
Als je kijkt naar toezicht, Jeroen, hoe zijn jullie eigenlijk gereguleerd?
Jeroen ter Huurne: Wij vallen onder toezicht van zowel de AFM als DNB. Wij hebben een crowdfundingvergunning. Dat is officiële Europese wetgeving waaraan wij moeten voldoen.
Die toetsing is noemenswaardig. Wij leggen jaarlijks ook verantwoording af middels rapportages en dergelijke. En ik vind dat voor de sector een heel goede zaak.
Jeroen Broekema: Zijn jullie veel tijd kwijt met die regulatory kant? Ik weet niet wie ik aankijk, maar allebei tegelijk.
Stan ter Huurne: Het belangrijkste is dat je alles goed hebt ingericht, zodat je de vergunning krijgt. Als je dat hebt, dan kun je daarna wel organiseren dat het redelijk behapbaar is.
Ze vragen wel veel informatie, maar als je daar het hele jaar door aan voldoet, dan is dat goed te doen.
Jeroen Broekema: Ik neem aan dat de banken nog steeds de grootste financiers zijn van het Nederlandse midden- en kleinbedrijf. Waarom doen die banken eigenlijk niet alles? Waarom pakken partijen zoals jullie toch ook nog een best groot deel?
Misschien in het geheel niet eens zo groot, maar toch: dit soort bedragen die we eerder bespraken zijn natuurlijk heel serieus. Waarom doen zij dat niet?
Jeroen ter Huurne: In ieder geval pakken wij een steeds groter marktaandeel. Wij werken overigens ook graag met de banken samen. Wij zien de banken als een partij die voor een klant heel belangrijk is.
Al onze klanten die wij hebben gefinancierd, hebben ook een bancaire relatie. Het is dus belangrijk om die relatie gewoon in stand te houden.
Het is wel zo dat de aandacht van de banken voor dit type ondernemer verschuift. Dat kan bijvoorbeeld met sectorbeleid te maken hebben. Het kan ook met de balanspositie van de bank te maken hebben, waarbij de bank eigen vermogen moet aanhouden, wat het duurder maakt om grotere financieringen te verstrekken.
Toen ik de bank verliet, lag het aandeel van de banken in het totale financieringslandschap nog boven de 90 procent. Dat is inmiddels echt spectaculair gedaald. En ik denk ook dat er eigenlijk maar één trend is, en dat is dat dit – gelukkig heel geleidelijk, want anders kan de non-bancaire sector het niet eens aan – verder zal dalen. Ik denk dat het inmiddels onder de 80 procent ligt.
Jeroen Broekema: Wat is nou de nummer één verklaring?
Jeroen ter Huurne: Wat mij betreft – en dat klinkt misschien wat uitdagend richting de banken – is dat toch onze snelheid en creativiteit in het handelen.
Jeroen Broekema: Zien de banken jullie als concurrent, denk je? Er zijn veel bancaire luisteraars, dus dat is wel interessant om te horen.
Jeroen ter Huurne: Ja, inmiddels naar mijn idee zeker wel. Toen wij net met Collin startten, spraken ze vanuit de bank altijd over dat wij de startertjes deden, met altijd het verkleinwoord erbij. Starters is overigens een markt waar wij ons in beginsel bijna niet op richten.
Waar onze gemiddelde leensom bij de start van Collin rond de anderhalve ton lag, ligt die inmiddels in Nederland op iets boven de één miljoen euro. En in Duitsland zelfs inmiddels boven de twee miljoen euro. Dus het zijn geen leningetjes, het zijn serieuze mkb-ondernemers, van klein tot groot. Ons maximum is vijf miljoen euro, wat volgens de wetgeving mag. En dat soort leningen komen met regelmaat voor.
Jeroen Broekema: Ja, want als de banken zich echt kwaad zouden maken, zouden ze dan makkelijk dat marktaandeel weer kunnen terugpakken?
Jeroen ter Huurne: Ik vind het heel gezond dat er sprake is van een bepaalde vorm van concurrentie. En ik denk dat het goed is dat zowel de banken als de non-bancaire sector elkaar maar lekker scherp houden.
Jeroen Broekema: En Stan, als je kijkt naar die twee kanten waar ik het eerder over had, de investeerderskant en de leningnemerskant, wat is nou het meest ingewikkeld voor jullie? Is het veel investeerders vinden of juist veel mensen vinden die een lening willen aanvragen, waarvan je een grote kans acht dat die ook terugbetaald wordt?
Stan ter Huurne: Ja, dat is dus een heel leuk spel om die balans goed te houden. Want als je heel veel leningnemers hebt, maar weinig investeerders, dan krijg je wat je plaatst niet gefund. En als je heel veel investeerders hebt en weinig leningnemers, dan zit alles meteen vol en zou je eigenlijk meer business willen doen, omdat je investeerders, als ze niets kunnen plaatsen, rond gaan kijken.
Wat op dit moment voor ons het meest uitdagend is, is om genoeg leningaanvragen te krijgen voor de gigantische fundingcapaciteit die wij op dit moment hebben.
Jeroen Broekema: Ja, dus eigenlijk is er op dit moment meer geld in de markt dan dat jullie zouden kunnen wegzetten.
Jeroen ter Huurne: Ja, waarbij ik wel graag opmerk dat dat voelt als, en ook echt een luxepositie is, die bepaald niet representatief is voor het gemiddelde van de crowdfinancesector en misschien zelfs niet voor de non-bancaire sector in zijn algemeenheid.
Ik beschouw dat echt als een verdienste van ons, dat we dat vertrouwen vanuit investeerders in de afgelopen twaalf jaar hebben weten op te bouwen. En inderdaad werken wij er hard aan om die positie te behouden, want het is een luxepositie van waaruit wij opereren.
Jeroen Broekema: Want mkb-financiering staat er toch om bekend dat het allerlastigste eraan is dat je, of je nou een bank bent of Collin Crowdfund of een andere partij, in een hoogconjunctuur te veel verstrekt en in een laagconjunctuur te weinig. Kunnen jullie daar iets over zeggen? Klopt dat wat ik zeg of is dat niet waar?
Jeroen ter Huurne: Wat mij betreft is het een zaak om altijd kritisch te blijven, op alle momenten. Ook in een hoog- of laagconjunctuur heb je bijvoorbeeld sectoren die het minder of juist beter doen, waardoor er juist kansen liggen.
We hebben nu bijvoorbeeld een uitdaging bij bedrijven die te maken hebben met de hoge energieprijzen en dergelijke. Natuurlijk moet je daar dan rekening mee houden.
Ik kijk vooral naar het langetermijneffect. Onze investeerders halen een netto rendement, na kosten, voorzieningen en afboekingen, van gemiddeld tussen de 6 en 7 procent. Dat is een heel mooi netto rendement. Dus daar doen we op de een of andere manier iets heel goed in, zeg ik niet zonder enige trots.
Jeroen Broekema: Mag ik iets toevoegen, Stan?
Stan ter Huurne: Ik heb niets toe te voegen.
Jeroen Broekema: Helder.
Jullie zitten hier samen en dat is toch wel bijzonder, zoals ik in de introductie al zei. Jeroen, deze vraag is echt voor jou. Jij bent de CEO, dat is een feit. Je bent de oprichter en jouw zoon zit nu naast jou. Dus hij wordt straks de nieuwe CEO?
Jeroen ter Huurne: Ik heb inderdaad mijn jongste zoon hier naast mij zitten. Misschien is het ook wel leuk om te vertellen dat onze oudste zoon, een van de drie kinderen, bij de start van Collin al betrokken is geweest. Hij heeft uiteindelijk twaalf en een half jaar bij Collin gewerkt.
Hij heeft altijd gezegd dat hij niet in de directie zou willen, en dat heeft hij dus ook waargemaakt. Hij is wel in het management gekomen. Hij was eindverantwoordelijk voor onze IT, voor de grotere investeerders en voor innovatie. Dat heeft hij echt heel goed gedaan.
Vrij onverwacht is inmiddels, tweeënhalf jaar geleden, Stan bij Collin binnengekomen en iets korter geleden ook toegetreden tot de directie. Hij zit nu in een hele mooie rol waarin hij heel veel leert. Binnenkort gaat hij ook een iets andere rol binnen het directieteam vervullen.
Maar wij zijn op dit moment niet bezig met de opvolging. Er is geen vacature voor een CEO op dit moment. Dat is eigenlijk het antwoord.
Jeroen Broekema: Maar het feit dat je je kinderen… Want je andere zoon is dus weg uit het bedrijf?
Jeroen ter Huurne: Ja, die heeft het bedrijf verlaten.
Jeroen Broekema: Waarom is hij weggegaan?
Jeroen ter Huurne: Omdat hij al twaalf en een half jaar beloofd had om na een aantal jaren te vertrekken en iets anders te gaan doen. Uiteindelijk heeft hij die periode nog iets uitgesteld.
Toen heeft hij letterlijk gezegd: “Hé, wat leuk, mijn jongste broer komt in het bedrijf. Ik blijf nog iets langer, namelijk net zo lang totdat hij goed in het zadel zit.”
Ongeveer anderhalf jaar daarna is hij vertrokken en is hij iets heel anders gaan doen. En dat vind ik ook heel mooi. Kinderen moeten hun eigen keuze maken.
Stan is ook niet door mij gevraagd om bij Collin binnen te komen. En Bram – dat is de andere zoon – is niet gevraagd om Collin te verlaten.
Jeroen Broekema: Er is nog een derde zoon. Die heeft gedacht: Collin is leuk, maar daar ga ik nooit iets mee doen.
Jeroen ter Huurne: Nou, het is wel grappig dat je dat vraagt. Die heeft de Hotelschool gedaan. Hij heeft een eigen cateringbedrijfje en Collin is zijn allergrootste klant. Dus hij staat niet bij Collin op de loonlijst, maar hij stuurt ons wel iedere maand een mooie factuur voor het verzorgen van de lunch voor al onze medewerkers.
Dan moet ik het verhaal wel compleet maken: mijn echtgenote werkt nog anderhalve dag per week bij Collin, op de achtergrond.
Het is altijd mooi om de definitie van een familiebedrijf erbij te halen, want ik krijg die vraag natuurlijk vaak. De officiële definitie, voor zover ik weet, is dat het kapitaal in de familie zit en dat de familie een meerderheidsbelang heeft. Dat is bij ons ook zo.
Maar ik vind het allerbelangrijkste dat onze medewerkers en de hele cultuur bij Collin voelen als een familiebedrijf. Wij hebben het bij onze mensen over dat je een Collinaar bent. Dat is voor mij de definitie van een familiebedrijf.
Dat de aandelen ook in de familie zitten, brengt allerlei voordelen met zich mee. We hebben altijd een heel langetermijnperspectief gehad en dat houden we ook richting de toekomst vast. Dat komt wat mij betreft de dienstverlening, de werkwijze en ook de innovatie ten goede.
Jeroen Broekema: Hoe is het dan om je kinderen, en in dit geval ook je vrouw, in het bedrijf te hebben? Je hebt dan eigenlijk twee petten op. Je bent CEO, maar ook vader en echtgenoot.
Jeroen ter Huurne: Hoe dat voor een zoon voelt, die vraag komt niet bij mij terecht. Ik heb tot nu toe twee heel mooie ervaringen gehad met het samenwerken met een zoon.
Dat was met de oudste zoon, waarvan ik al zei dat het twaalf en een half jaar heel mooi is verlopen. Ik ga niet zeggen dat er theoretisch nooit nadelen aan kunnen zitten, maar die hebben zich tot nu toe eigenlijk nauwelijks voorgedaan.
Af en toe zeg ik ’s avonds weleens tegen mijn vrouw: “Joh, even wat anders. We hebben het er overdag al genoeg over gehad.” Maar ik kan niet anders zeggen dan dat ik daar een positieve ervaring mee heb.
Jeroen Broekema: Krijg je dan ook situaties waarin je eigenlijk feedback wilt geven, maar denkt: ja, hoe moet ik dat nou doen? Want het is ook mijn zoon. Hoe voorkom je dat dat in de privésfeer terugkomt?
Jeroen ter Huurne: Ik denk eigenlijk, als ik heel eerlijk ben – maar ik ben benieuwd naar het antwoord van Stan straks – dat de manier waarop wij elkaar feedback geven nog wat steviger is dan wanneer hij geen familielid zou zijn.
Wij zijn daarin heel eerlijk. Ik heb ook met mijn directiecollega bij de start van Stan heel goede afspraken gemaakt.
Stan kreeg wekelijks, aansluitend aan het managementoverleg, een coachingsgesprek met mijn collega-directeur en mij. En daar is hij, naar mijn idee, heel goed mee omgegaan.
Jeroen Broekema: En andersom? Is de feedback naar jou ook steviger van je eigen kinderen dan van je collega’s?
Jeroen ter Huurne: Ja, hij gebruikt tegen mij ook taal die een gemiddelde medewerker niet tegen mij zou gebruiken.
Jeroen Broekema: En stel nou dat een van je zoons vanuit bedrijfsperspectief echt de verkeerde kant op gaat. Uiteindelijk ben jij bestuurder van een bedrijf. Volgens de wet moet je het belang van dat bedrijf en van de andere stakeholders vooropstellen.
Dan kun je in de situatie komen dat je je eigen zoon moet ontslaan.
Jeroen ter Huurne: Ja, dat zou theoretisch kunnen. Ik heb bijvoorbeeld ook op mijn oudste zoon nooit druk uitgeoefend om een stap naar de directie te maken. Naar mijn idee had hij dat gekund, maar het was zijn wens niet.
En als het nodig zou zijn om hard op te treden richting mijn huidige zoon, dan zou ik dat ook doen. Natuurlijk doe je dat dan met pijn in het hart, misschien zelfs met extra pijn, maar ik zou het wel doen.
Jeroen Broekema: Nog één laatste vraag en dan ga ik echt naar Stan. In het begin, toen je in dat tuinhuis zat – daar komen we straks bij het oprichtingsverhaal ook nog op terug – en je bezig was met het ontwikkelen van dit concept en het uiteindelijk in de markt zetten: heb je toen ook weleens gedacht: ik moet geen familie in de zaak hebben? Of heb je altijd gedacht: dat lijkt me juist fantastisch, dat wil ik juist?
Jeroen ter Huurne: Eigenlijk was bij de start de oudste zoon al direct betrokken. Hij studeerde in Amsterdam en ik was bezig mijn businessplan voor de AFM op te leveren. Ik heb hem gevraagd om mij daarbij te ondersteunen, waarbij het overigens helemaal niet meteen de intentie was dat hij later ook bij Collin in dienst zou treden. Dus het is eigenlijk zo ontstaan.
Voor mijn echtgenote geldt hetzelfde. Zij heeft een heel andere achtergrond; zij is van oorsprong diëtist. In ons huis, inderdaad in de achtertuin, werden klanten ontvangen en zaten medewerkers. Zij deed de voordeur open om klanten binnen te laten en naar het verderop in de tuin gelegen tuinkantoor te begeleiden. En de lunch voor alle medewerkers werd bij ons thuis verzorgd. Dus het is eigenlijk heel natuurlijk ontstaan.
Jeroen Broekema: Stan, wat zijn momenten waarop het leuk is dat je vader de directeur van het bedrijf is? En wat zijn momenten waarop het niet leuk is?
Stan ter Huurne: Allereerst gaat het heel goed tussen mijn vader en mij in onze directiefuncties, veel beter dan ik van tevoren had verwacht.
Wanneer is het extra leuk? Dat is bij de hoogtepunten. Die kun je dan samen vieren, zowel zakelijk als privé.
Als er dieptepunten zijn of je bent het echt met elkaar oneens, dan raakt dat wel harder dan bij een andere medewerker. Het is niet dat ik op zaterdag niet langsga omdat ik boos ben, maar het zit dan toch wel iets anders. Gelukkig komt dat niet veel voor.
Jeroen Broekema: Maar je verjaardagscadeau wordt niet groter of kleiner als je wel of niet goed presteert op de zaak?
Stan ter Huurne: Dat heb ik nog niet gemerkt, nee.
Jeroen Broekema: Nee, want het lijkt me toch best ingewikkeld. Aan de ene kant heel leuk, omdat je elkaar daardoor ook veel ziet. Jullie wonen ook nog dicht bij elkaar, dus het is best hecht. Maar het lijkt me ook lastig, want je wilt misschien niet harder zijn dan je tegen een ‘gewone’ CEO zou doen.
Stan ter Huurne: Nee, dat klopt. Wel grappig: ik heb altijd redelijk dichtbij gewoond. Toen ik nog op de universiteit werkte, zag ik mijn ouders maar één keer in de paar maanden, ook al woonde ik heel dichtbij. Totdat ik mijn dochter kreeg.
Toen werd dat opeens veel vaker. En nu, bij Collin, zie ik ze natuurlijk elke dag, maar in het weekend ook nog regelmatig, omdat ik met mijn kinderen ook naar opa en oma wil. Dus wat dat betreft zie ik ze vaak en dat gaat echt heel goed.
Daarnaast gebruiken we soms wel wat stevigere bewoordingen naar elkaar dan ik naar een andere directeur zou gebruiken. Maar daar zit ook iets achter: je kunt gewoon eerlijk naar elkaar zijn. Dat is heel fijn en het heeft verder geen invloed op onze privérelatie. Volgens mij houden we dat heel goed gescheiden.
Jeroen Broekema: En omdat je ook direct access hebt… Het is een relatief kleine organisatie. Iedereen zal volgens mij in staat zijn om dingen tegen jou te zeggen als ze dat willen, jou een beetje kennende.
Maar doordat jij misschien nog wat directer kunt zijn, of wat harder, zoals jullie het noemen, gebruik je dat ook om Collin een bepaalde richting op te sturen? Stel, jij wilt heel graag dat we X of Y gaan doen – even een fictief voorbeeld – jij wilt graag naar Duitsland en Jeroen denkt: dat moeten we niet doen. Gebruik je dan die relatie om Jeroen beter te overtuigen?
Stan ter Huurne: Allereerst zitten wij midden op de verdieping, midden op de vloer in een kantoortuin. Dus wij zijn hartstikke benaderbaar.
Daarnaast kan Jeroen heel goed luisteren. Dus als je een goed idee hebt, dan is het goed om dat bij Jeroen te pitchen. Hij zal je echt serieus nemen.
Ik denk dat het feit dat ik mededirecteur ben, meer invloed heeft dan dat ik zijn zoon ben als ik een bepaalde kant op wil met Collin.
En als het weloverwogen keuzes zijn, dan telt mijn mening net zo zwaar als die van ieder ander.
Jeroen Broekema: Mooi diplomatiek antwoord.
Jeroen ter Huurne: Het klopt wel. Ik zat ook even heel goed te luisteren naar welk antwoord er zou komen.
Maar wij sturen elkaar bij. Dat geldt directiebreed. Wie denkt het het beste te weten, die mag het ook het hardst roepen. Daarbij hoef je het zakelijk niet altijd met elkaar eens te zijn. Dat zijn wij ook niet altijd.
Stan heeft een heel sterke analytische achtergrond, ik heb meer ervaring. Dat zijn allemaal dingen die elkaar juist aanvullen. Dat is hartstikke mooi.
Jeroen Broekema: Als jullie allebei één tip mogen geven – echt maar één – voor mensen die luisteren en een familiebedrijf hebben, in de zin dat familieleden in het bedrijf werken of misschien opvolgers zijn of worden: wat zou jullie nummer één tip zijn?
Jeroen ter Huurne: Mijn tip is: niets moet. Met andere woorden: geen van de kinderen móét in het bedrijf komen. Het moet ontstaan en ze moeten het allebei graag willen. Anders moet je het beslist niet doen.
Jeroen Broekema: En ervan uitgaande dat Stan dat wil: is het dan niet ook heel leuk dat je je zoon als opvolger hebt? Er komt een moment dat jij misschien met pensioen gaat. Misschien word je een soort Warren Buffett en ga je door tot je honderdste, maar stel dat je je op enig moment wat meer terugtrekt. Is het dan niet mooi als een familielid het bedrijf overneemt, ervan uitgaande – met jouw belangrijke voorwaarde – dat hij dat ook wil?
Jeroen ter Huurne: Laat ik daarmee beginnen. Ten eerste moet iemand het willen. Ten tweede moet iemand ook de capaciteiten hebben. Dat zijn we aan het ontdekken, dus daar staan we heel open in.
Ik ga voorlopig nog lekker door. Ik vind het werk echt hartstikke leuk en ik werk met veel plezier. Ik heb wel een leeftijd waarop ik me geleidelijk wat meer uit de operatie wil terugtrekken. Dat ben ik ook aan het doen.
Ik heb daarvoor een mooie formule gevonden. Ik heb het woord vocation omarmd en dat recent ook toegepast. Dat vraagt echt om meer en dat gaat dus zeker gebeuren.
Maar het is niet zo dat de opvolger per definitie al bekend is. Stan vervult een heel belangrijke rol binnen de directie. Het zou ook heel goed kunnen dat dat zo blijft. Dat hoeft niet per se op de nummer één positie te zijn.
Je luistert naar Leaders in Finance met Jeroen Broekema.
Jeroen Broekema: Dan wil ik graag 66 jaar en respectievelijk 31 jaar teruggaan. Waar stond jouw wieg, Jeroen?
Jeroen ter Huurne: Mijn wieg stond in Nijmegen. Ik kom uit een middenstandsgezin en ik heb het gevoel dat dat nog steeds dagelijks aan mij te merken is. Ik heb het ondernemerschap van mijn ouders meegekregen, van mijn vader in het bijzonder. Daar ben ik nog steeds heel trots op.
Jeroen Broekema: Wat deden ze?
Jeroen ter Huurne: We hadden een grote kapsalon met vrij veel personeel. Ongeveer veertien mensen, wat voor een kapsalon heel veel is.
Jeroen Broekema: Heb je ook leren knippen?
Jeroen ter Huurne: Zover ben ik niet gekomen, helaas.
Jeroen Broekema: En hoe typeer jij verder jouw jeugd? Hoe zag dat er een beetje uit bij jullie thuis in Nijmegen?
Jeroen ter Huurne: Wij leefden echt in en om de zaak. Het woonhuis en de kapsalon vormden aanvankelijk eigenlijk één geheel.
Rond de drukke dagen, bijvoorbeeld met Kerst of op zaterdagen, zaten bij ons in de keuken klanten te wachten of stond er een extra kap waar het haar werd gedroogd. Pas later zijn we verhuisd en zijn we los van de zaak gaan wonen.
Ik ben echt in een middenstandsgezin opgegroeid, waar veel werd meegeholpen. Niet met knippen, maar alle andere klusjes mocht ik vanaf heel jonge leeftijd doen. En dat heb ik ook veel gedaan.
Jeroen Broekema: Met hoeveel kinderen waren jullie thuis?
Jeroen ter Huurne: Wij waren met z’n vieren. Ik heb één oudere broer en twee jongere zusjes.
Jeroen Broekema: Zijn zij ook ondernemer geworden?
Jeroen ter Huurne: Nee, zij zijn geen ondernemer geworden. Ik vind ze wel alle drie ondernemend.
Jeroen Broekema: En verder over jouw jeugd. Wat was nog meer belangrijk? Ik noem maar wat: sport, religie, veel met elkaar doen of juist niet, veel op vakantie of juist niet?
Jeroen ter Huurne: Ook hier komt dat ondernemende wel weer terug.
Op de eerste plaats vind ik het belangrijk dat ik ben opgegroeid in een stad. Dat stedelijke heb ik echt meegekregen.
Jeroen Broekema: Niet eens in Brabant. Ik dacht dat je echt een Brabander was. Maar Nijmegen ligt natuurlijk in Gelderland.
Jeroen ter Huurne: Nee, het is echt Gelderland. Nijmegen ligt wel onder de grote rivieren, dus carnaval en dergelijke waren wel bekend, maar het is Gelderland.
Later, in de zesde klas van de lagere school, zijn we naar een dorp verhuisd. Dat vond ik ook heel mooi. Dat is toch een heel andere omgeving om in op te groeien.
Ik zou zeggen: een gegroeide middenstand. We gingen voor die tijd ook al vaak op vakantie naar het buitenland. We hebben echt veel beleefd. Ik ben vrij opgevoed. Mijn ouders werkten allebei veel.
We hadden een kindermeisje, dat kan ik me nog herinneren uit mijn jeugd. En wij werden wel, in de goede zin van het woord, voor de leeuwen gegooid.
Jeroen Broekema: Kan je je herinneren of je ouders ook veel met een bank van doen hadden? Kwam de bank weleens langs?
Jeroen ter Huurne: Mijn ouders hadden een verschrikkelijke hekel aan verzekeringen, aan de bank en aan belastingen.
Jeroen Broekema: Licht dat eens nader toe. Wat bedoel je daarmee?
Jeroen ter Huurne: Nou ja, een echte middenstander die hard werkt en wat minder opheeft met, noem het maar, bureaucratie en formaliteiten.
Ik weet dat de boekhouding van ons thuis, daar was mijn vader altijd heel trots op, van alle jaren in één schriftje stond. En dat voor een redelijk groot middenstandsbedrijf in die tijd.
Ik had ook nooit de verwachting dat ik aan het begin van mijn werkzame leven bij een bank terecht zou komen, in de financiële wereld. Maar ik kan niets anders zeggen dan dat ik een hele mooie bancaire tijd en een nog mooiere non-bancaire tijd heb beleefd. En het leuke daaraan vind ik vooral dat je bij heel veel bedrijven in de keuken mag kijken.
Jeroen Broekema: Was Rabobank jullie huisbank, weet je dat nog, met de kapsalon van je ouders?
Jeroen ter Huurne: Wat mij bijstaat, is dat mijn vader eigenlijk alleen iets bij de Postbank had.
Jeroen Broekema: Wat vonden je ouders ervan dat jij veel later bij Rabobank ging werken?
Jeroen ter Huurne: Ik denk dat ze daar, net als heel veel ouders, wel heel trots op waren. Ze zagen een bank toch ook als iets met een bepaalde status.
Jeroen Broekema: O, dus ze hadden er een hekel aan, maar het gaf ook status.
Jeroen ter Huurne: Ja, ik denk het wel. Ja, leuke combinatie.
Jeroen Broekema: Dat is wel grappig. Heb je ooit overwogen om direct ondernemer te worden?
Jeroen ter Huurne: Ik heb altijd gezegd dat ik ergens in mijn leven de stap naar het ondernemerschap zou maken. Ik gebruikte daarbij weleens het negatieve woord ‘loonslaaf’ – en zo bedoel ik het niet hoor.
Ik ben inderdaad bij Rabobank in directieposities terechtgekomen en later ook bij Interpolis, toen dat nog de honderd procent verzekeringsdochter van Rabobank was.
Maar het echte ondernemerschap, zoals ik dat vanaf 2013 en 2014 heb beleefd, is toch nog een hele stap verder. Dat is echt een andere dimensie dan directeur zijn bij een groot bedrijf.
Jeroen Broekema: Nog even over jouw jeugd. Ik noemde eerder religie en sport. Is daar nog iets over te zeggen?
Jeroen ter Huurne: Ja, ik heb heel veel verschillende sporten gedaan, maar was nergens een uitblinker in. Misschien dat ik daarom ook zo vaak wisselde.
Ik heb gewielrend en gevoetbald, maar daar ligt niet echt mijn carrière.
En we zijn katholiek opgevoed. Verplicht op zondag naar de kerk, totdat we daar zo tegen protesteerden dat het niet meer zinvol was om dat te blijven verplichten.
Jeroen Broekema: Op welke leeftijd ben je gaan werken?
Jeroen ter Huurne: Na mijn HEAO, commerciële economie in Arnhem, ben ik eerst in militaire dienst gegaan. Toen was ik, denk ik, een jaar of 22.
Jeroen Broekema: Want je was, zoals ik in de introductie voorlas, al heel snel een behoorlijk zware manager. Op jonge leeftijd.
Jeroen ter Huurne: Ja.
Jeroen Broekema: Hoe kwam dat?
Jeroen ter Huurne: Zowel manager als later ook directeur ben ik inderdaad op jonge leeftijd geworden.
Ik weet nog goed dat ik tijdens mijn eerste sollicitatie bij Rabobank, waar ik in Pijnacker ben gaan werken, in een van de sollicitatiegesprekken de vraag kreeg: “Wat wil je later worden bij Rabobank?”
Daar hoefde ik helemaal niet over na te denken. Dat was directeur.
Jeroen Broekema: Waarom was dat onverstandig? Want uiteindelijk kwam het wel uit.
Jeroen ter Huurne: Ja, dat kwam uit. En ook nog redelijk snel.
Maar ik weet niet of het verstandig is om tijdens je eerste sollicitatie, voor een functie als accountmanager waar nog een paar tussenstappen tussen zitten, dat al zo uit te spreken.
Maar ik had inderdaad wel die ambitie. Als ik er dan toch ging werken, wilde ik ook directeur worden.
Jeroen Broekema: Put your money where your mouth is. Weet je de reactie nog?
Jeroen ter Huurne: Hij moest wel lachen. En we hebben vervolgens vijf jaar lang een prima relatie gehad.
Jeroen Broekema: Dan viel dat onverstandige eigenlijk wel mee.
Kun je je nog herinneren hoe het was om voor het eerst leiding te geven? Toch wel, als ik het even ongemanierd mag zeggen, als jong pikkie.
Jeroen ter Huurne: Jazeker.
Ik volgde destijds de toenmalige manager Bedrijven op bij een andere Rabobank dan waar ik begonnen was. Die was ruim dertig jaar ouder dan ik.
Ik was een van de jongste medewerkers op een afdeling waar ik vervolgens leiding aan ging geven. Dat is best bijzonder.
Ja, dan moet je extra hard werken en jezelf bewijzen.
Ik weet ook nog dat ik op mijn 29e, toen ik eenmaal directeur was, klanten in de directiekamer ontving. Dan werden ze door de secretaresse binnengelaten en keken ze eerst even rond met de blik: “Komt die directeur ook nog?” Want ze konden zich nauwelijks voorstellen dat die jonge knul tegenover hen de directeur was.
Jeroen Broekema: Wat is dan je belangrijkste les voor iemand die nu op het punt staat om voor het eerst leiding te geven?
Jeroen ter Huurne: Gewoon doen. Gewoon beleven en je best doen.
Op een gegeven moment wordt er niet meer, of in ieder geval veel minder, naar je leeftijd gekeken. Je weet dat je daar in het begin even op wordt aangekeken.
Jeroen Broekema: Was je een hele harde werker?
Jeroen ter Huurne: Ja.
Jeroen Broekema: Wat betekent dat?
Jeroen ter Huurne: Ik vind het altijd moeilijk om het aantal uren dat je werkt te tellen.
Ik begin ’s morgens vroeg al met het Financieele Dagblad.
Jeroen Broekema: Heb je het over nu of toen?
Jeroen ter Huurne: Toen ook al. En nu nog steeds.
Ik maak nog altijd veel uren, maar ik werk met heel veel plezier. Daardoor voelt het voor mij niet altijd als werk.
Dat vind ik wel het allerbelangrijkste. Zolang het je niet schaadt, je goed slaapt en ook tijd houdt voor ontspanning. En daar heb ik, ook op mijn leeftijd, nog steeds wel iets in te leren.
Jeroen Broekema: Je bent inmiddels al meer dan veertig jaar actief, zeg ik dat goed?
Jeroen ter Huurne: Ja, dat klopt.
Jeroen Broekema: Wat is het belangrijkste dat je in die beginfase hebt moeten leren?
Jeroen ter Huurne: Oeh, dat is een mooie.
Natuurlijk heb ik heel veel moeten leren. Maar misschien wel het belangrijkste: anderen laten scoren.
Anderen in hun kracht zetten in plaats van het zelf proberen te doen.
Jeroen Broekema: Mooi.
Stan, heb jij veel gehoord in jouw jeugd over hoe jouw vader is opgegroeid?
Stan ter Huurne: Het meeste hiervan was mij eigenlijk wel bekend.
Jeroen Broekema: Nee, maar meer in zijn algemeenheid. Hoorden jullie thuis veel verhalen over hoe jullie ouders waren opgegroeid? Of was dat niet echt een onderwerp?
Stan ter Huurne: Volgens mij kwam dat niet heel uitgebreid aan bod.
Natuurlijk wel verhalen over hoe ze zijn opgegroeid. Dat mijn vader vroeger boven een kapsalon woonde en later niet meer.
Maar niet heel gedetailleerd van: vroeger deden we dit of dat. Het waren gewoon opa en oma.
Jeroen Broekema: Wat zijn dingen waarvan jij het gevoel hebt dat ze zijn doorgegeven? Zijn jullie bijvoorbeeld ook katholiek opgevoed?
Stan ter Huurne: Wij zijn niet heel katholiek opgevoed.
Ik ben wel gedoopt en ik moest met Kerst en Pasen naar de kerk. Dat is op een gegeven moment opgehouden, toen ik ongeveer een jaar of twaalf was. Toen hoefde het gelukkig niet meer.
Verder herken ik vooral het vrije opvoeden. Mijn ouders gaven veel eigen verantwoordelijkheid.
Op de middelbare school kon ik eigenlijk best wel vrij doen en laten wat ik wilde, zolang mijn cijfers goed waren en ik niet in de problemen kwam. Dan vonden ze het eigenlijk allemaal prima.
En als ik hulp nodig had, waren ze er natuurlijk wel. Maar niet onnodig helikopteren.
Jeroen Broekema: Had je het idee dat ze altijd aan het werk waren?
Stan ter Huurne: Mijn vader wel, ja.
Die kwam thuis en had dan weer een stapel werk mee. Dat doet hij trouwens nog steeds.
Als hij naar huis gaat, heeft hij gewoon een hele map bij zich met: dit moet vanavond ook nog. Ik kan je vertellen dat ik denk dat die map aan het einde van de avond altijd leeg is.
Jeroen Broekema: Heb jij die werkwijze overgenomen? Of heb je je daar juist tegen afgezet?
Stan ter Huurne: Nee, ik denk dat ik een gezondere werk-privébalans heb dan Jeroen.
Ik neem ook weleens werk mee naar huis en werk ook in het weekend als dat nodig is. Maar in de basis probeer ik het wel redelijk gescheiden te houden.
Ik heb ook twee jonge kinderen. Dan is het allemaal al moeilijk genoeg om te schipperen.
Op het juiste moment níét werken is ook heel belangrijk.
Jeroen ter Huurne: Het is zuur dat kinderen soms veel wijzer kunnen worden dan hun ouders.
Jeroen Broekema: Hoe typeer jij jouw jeugd?
Stan ter Huurne: Vooral veel vrijheid.
Jeroen Broekema: Vrijheid is wel een kernwoord.
Stan ter Huurne: Vrijheid om jezelf te ontwikkelen. Met veel steun om je eigen pad te kiezen.
Jeroen Broekema: En wat koos jij? Want je had de middelbare school. Hoe ging het daarna verder?
Stan ter Huurne: Ik ben naar dezelfde middelbare school gegaan als mijn oudere broer. Dat was toen makkelijk. Daarna heb ik gekozen voor technische natuurkunde.
Ik stond het hoogste voor natuurkunde en scheikunde, dus ik ben daar maar eens gaan kijken. Toen kregen wij de heel vriendelijke mededeling dat je je alsjeblieft niet moest aanmelden als je geen 9 stond voor natuurkunde en wiskunde, omdat je de universiteit alleen maar geld kostte.
De manier waarop de universiteit geld krijgt, is namelijk pas nadat je je bachelor hebt afgerond. Iedereen die uitvalt kost de universiteit dus geld dat niet besteed kan worden aan de studenten die het wel halen.
Ik stond een mooie 7, dus ik dacht: we gaan het gewoon proberen en dan zien we het wel.
Daar ben ik eigenlijk heel makkelijk doorheen gerold. Mijn cijfers werden elk jaar beter, omdat ik het elk jaar leuker en interessanter vond.
Bachelor, master, een stage gedaan. Ik heb een paar maanden in Denemarken gewoond. En toen ik afstudeerde zei mijn toenmalige begeleider: “Wil je niet blijven voor een PhD?” Dus toen ben ik gaan promoveren in dezelfde vakgroep waar ik ook mijn master heb gedaan.
Jeroen Broekema: Jij promoveerde op welk onderwerp?
Stan ter Huurne: De interactie tussen licht en materie.
Jeroen Broekema: Even voor een niet-bèta: wat betekent dat?
Stan ter Huurne: Dat betekent dat wanneer je ergens met licht op schijnt, er een reactie plaatsvindt. Als je die reactie kunt beïnvloeden door het materiaal te veranderen of er iets anders mee te doen, kun je onderzoeken hoe die reactie verandert en wat je daaruit kunt halen.
Dat is bijvoorbeeld heel interessant voor telecommunicatie, leds en dat soort toepassingen.
Jeroen Broekema: Wauw. Wat vind je zo mooi aan natuurkunde?
Stan ter Huurne: Het is heel logisch.
Ik ben natuurlijk gevormd door de natuurkunde. Ik heb er elf jaar aan de universiteit gestudeerd en gewerkt.
Het mooie idee is dat je in theorie de hele wereld zou kunnen begrijpen als je alle natuurkunde en de omliggende vakgebieden volledig zou kennen. Dat is natuurlijk nooit realistisch, maar het is wel een mooi uitgangspunt.
Jeroen Broekema: Hoe vond je zo’n promotietraject? Is dat makkelijk of juist taai?
Stan ter Huurne: Nee, het is wel heel taai.
Het is heel individueel. Je hebt je eigen onderzoek. Je promotor begeleidt je wel, maar begeleidt ook heel veel andere mensen en heeft allerlei andere verplichtingen. Dus echt intensieve individuele begeleiding is er vaak niet.
Op een gegeven moment was een van mijn collega’s gepromoveerd. Met hem werkte ik het meeste samen. Toen zat ik opeens alleen in het lab, alleen mijn publicaties te schrijven. Dat werd wel heel eenzaam.
Dat heeft ongeveer tweeënhalf jaar geduurd. Juist daarom was de overstap naar Collin zo groot: niet meer alles alleen doen, maar juist samen met anderen.
Jeroen Broekema: Hoe vaak heb je tijdens dat PhD-traject gedacht: ik bekijk het maar, ik stop ermee?
Niet?
Dus je vond het wel taai, maar je dacht wel: ik ga het afmaken.
Stan ter Huurne: Ja. Uiteindelijk werk je voor een titel. Die wil je graag halen.
Als je stopt met een PhD, dan heb je vier jaar gewerkt zonder die titel te behalen. Die wilde ik heel graag.
Alleen de laatste paar maanden zat ik wel echt op mijn tandvlees.
Jeroen Broekema: Dat snap ik.
Hoe ging het daarna verder? Want je bent er niet in doorgegaan.
Stan ter Huurne: Eerst heb ik ongeveer vijfeneenhalf jaar gestudeerd en daarna vijfeneenhalf jaar gewerkt.
Jeroen Broekema: O, dat samen maakte die elf jaar. Ik dacht dat je daarna nog een tijd aan de universiteit was gebleven.
Dus na je promotie dacht je: nu stop ik ermee.
Stan ter Huurne: Ja. Tegen het einde van mijn promotietraject ben ik echt goed gaan nadenken: wat wil ik nu eigenlijk?
Ik had technische natuurkunde ooit gekozen omdat ik dacht: daar ben ik het beste in, dus dat zal ik wel leuk vinden.
Aan het einde van mijn promotie dacht ik: ik ben nu ongeveer 28. Wat wil ik nou echt gaan doen?
Heel veel oud-collega’s van mij werken bij ASML. Prachtig bedrijf, daar was ik ongetwijfeld ook gelukkig geworden. Of bij een van de andere mooie bedrijven in Eindhoven.
Maar toen ik mezelf afvroeg wat ik écht wilde, dacht ik: misschien moet ik eerst een tussenjaar nemen.
Toen heb ik een gesprek met Jeroen gehad. Misschien kon ik bij Collin een project doen terwijl ik rustig zou nadenken over mijn volgende stap.
Dat gesprek is iets anders verlopen dan ik had verwacht. Er volgden een paar heel serieuze gesprekken met zowel Jeroen als zijn toenmalige directiecollega en het managementteam. En zo ben ik uiteindelijk dit traject ingegaan.
Jeroen Broekema: Maar dit is natuurlijk totaal anders dan promotieonderzoek doen. Je bent met een heel ander onderwerp bezig. Veel praktischer waarschijnlijk.
Hoewel jouw onderzoek natuurlijk ook praktische toepassingen had. Maar de dynamiek is totaal anders.
Stan ter Huurne: Zeker.
Mijn analytische vaardigheden kon ik heel goed inzetten. Ik deed experimentele natuurkunde, dus ik werkte ook echt praktisch.
Waar ik vooral veel in heb moeten leren, waren de soft skills en alles daaromheen. De financiële dienstverlening zelf.
De cijfers kan ik vrij makkelijk begrijpen. Maar wat zeggen die cijfers eigenlijk over een bedrijf? Wat betekenen ze? Dat soort zaken zijn natuurlijk minstens zo belangrijk.
Jeroen Broekema: Ze zeggen altijd dat financieren niet alleen een science is, maar ook een art. Heb jij dat ook zo ervaren? Of zeg je: nee, je kunt dit eigenlijk heel modelmatig aanpakken?
Stan ter Huurne: Met een model leg je de basis. Maar uiteindelijk is economie gewoon een gedragswetenschap.
Het is geen exacte wetenschap. Dus ja, dat herken ik zeker.
Jeroen Broekema: Waren er mensen om je heen die zeiden: doe dat nou niet, ga gewoon verder in de natuurkunde? Of: ga nou niet bij je familie werken?
Stan ter Huurne: Niet heel concreet.
Ik denk dat veel mensen juist dachten: ik snap wel dat hij die stap wil maken. Collin was toen al een mooi bedrijf. Ik vind dat het nu een nog mooier bedrijf is, maar ook toen was het gewoon een mooie organisatie om voor te werken.
Jeroen Broekema: En dan kom je bij een bedrijf waar je al heel veel over hebt gehoord. Maar zodra je er echt werkt, leer je natuurlijk pas hoe het werkelijk in elkaar zit.
Je ontdekt ook dat, zoals bij ieder bedrijf ter wereld, aan de achterkant dingen toch altijd nét iets minder strak georganiseerd zijn dan de buitenwereld denkt.
Had je toen meteen één of twee dingen waarvan je dacht: dit ga ik veranderen? Hier kan ik echt iets bijdragen om het verder te professionaliseren.
Stan ter Huurne: Allereerst kende ik Collin natuurlijk al wel een beetje voordat ik er ging werken.
Ik heb eerst een week meegelopen en met mensen gesproken. Gewoon op de werkvloer, om te kijken hoe het zou zijn als ik er echt zou gaan werken.
Daarnaast hadden mijn broers en ik regelmatig serieuze gesprekken met Jeroen, een soort aandeelhoudersvergaderingen. Dan ging het over hoe het met Collin ging, waar we mee bezig waren en hoe de markt eruitzag.
De eerste keer waren we best verrast dat het echt zo’n serieus gesprek was. Maar juist daardoor ben ik Collin als een heel mooi bedrijf gaan zien.
Ik ben bovendien investeerder van het eerste uur.
Jeroen Broekema: In de leningen.
Stan ter Huurne: In de leningen, ja.
Dus ik heb eigenlijk altijd wel iets van Collin meegekregen.
Als je vervolgens binnenkomt en merkt dat bepaalde dingen toch anders zijn dan je had verwacht, of dat je denkt dat iets beter kan, dan pak je dat ook gewoon op.
Ik kan een heel klein beetje programmeren. Dus in een van mijn eerste weken heb ik meteen een tooltje gebouwd waarmee bepaalde stappen konden worden overgeslagen, waardoor processen veel sneller gingen.
Daar heb ik vooral in het begin veel aan bijgedragen. Inmiddels houd ik me daar meer op strategisch niveau mee bezig.
Jeroen Broekema: Mooi.
We hebben altijd een rubriek bij Leaders in Finance: de vijf ongewone vragen.
Ik ga ze niet allemaal aan jullie allebei stellen. Maar deze heb ik van tevoren wel met je gedeeld. Zoals luisteraars weten, deel ik eigenlijk geen vragen vooraf, behalve deze en de boekenvraag.
De eerste vraag is: is er een bekend persoon die je bewondert of als grote inspiratie ziet?
Stan ter Huurne: Ik vind het verhaal van J. Robert Oppenheimer heel bijzonder.
Jeroen Broekema: Toch nog even een natuurkundige erbij halen. Of was hij een wiskundige?
Stan ter Huurne: Hij was natuurkundige.
Een van de grondleggers van de kwantummechanica. Uiteindelijk besloot hij mee te werken aan het Manhattan Project.
Er is ook een hele goede film over gemaakt, die ik eerlijk gezegd nog helemaal moet afkijken.
Maar juist de keuze, de ethiek en de achtergrond van zo’n project vind ik heel interessant. Want de gevolgen daarvan kennen we natuurlijk allemaal.
Jeroen Broekema: Even voor de mensen die het niet weten.
Stan ter Huurne: Het Manhattan Project was het project waarin tijdens de Tweede Wereldoorlog de atoombom werd ontwikkeld.
Oppenheimer was de leidend natuurkundige van dat project.
Jeroen Broekema: Wat heb jij daar ethisch van geleerd?
Stan ter Huurne: Dat je zo goed mogelijk alle afwegingen moet maken.
Uiteindelijk moet je doen wat op dat moment goed voelt. Want wat écht goed was, weet je vaak pas achteraf.
En te veel terugkijken helpt uiteindelijk ook niet.
Jeroen Broekema: Het zet in ieder geval aan tot nadenken.
Dit is natuurlijk een voorbeeld waarbij het voor veel mensen bijna onmogelijk is om zo’n beslissing te nemen. Al zullen anderen het misschien juist heel eenvoudig vinden.
En je moet het ook echt plaatsen in de tijd en de context waarin het gebeurde.
Nog één laatste vraag over natuurkunde, nu je Oppenheimer noemt.
Mis je de echte natuurkunde nog weleens?
Stan ter Huurne: Ik merk dat als ik nog eens met oud-collega’s samen zit, we het nog weleens over natuurkunde hebben. En over bepaalde gesprekken tijdens mijn promotietraject. Dat vind ik dan heel leuk. Maar ik denk dan niet: had ik dit maar veertig, vijftig of zestig uur per week kunnen blijven doen. Het is mooi geweest.
Jeroen Broekema: Een andere ongewone vraag wil ik aan Jeroen stellen. Heb je een enigszins of volledig ongewone hobby? Of iets bijzonders dat je in je vrije tijd doet?
Jeroen ter Huurne: Ja. Een van de jaarlijkse hoogtepunten – en ik probeer er eigenlijk altijd wel meer dan één van te maken – zijn toch wel onze vakanties.
Wij maken zowel met het gezin als inmiddels met mijn echtgenote samen bijzondere reizen. Al op jonge leeftijd, toen dat nog helemaal niet zo gebruikelijk was, ben ik bijvoorbeeld in China geweest. Eerst tijdens mijn MBA Summer School, maar daarna meteen nog een keer met het gezin en later nogmaals. Heel recent hebben wij een prachtige reis naar de Zuidpool gemaakt.
Jeroen Broekema: Dat was de workation?
Jeroen ter Huurne: Nee, dat was niet de workation.
Achteraf was het wel bijzonder dat het expeditieschip waarop wij toen enkele weken hebben gevaren, momenteel volop in het nieuws is. Dat was namelijk de Hondius, waar de passagiers nu met een virusuitbraak te maken hebben. We hebben dat nieuws dus heel nadrukkelijk gevolgd. Dan zie je dat schip weer voor je, onze eigen hut en alles wat daarbij hoort.
Maar goed, vooral die reis naar de Zuidpool was een heel bijzondere belevenis.
Jeroen Broekema: Ja, wat betreft dat virus en dat schip: dat is echt wrong timing, wrong place, wrong time.
Hoe vond je het eigenlijk om op de Zuidpool te zijn in het licht van klimaatverandering?
Jeroen ter Huurne: Dat is juist het mooie van zo’n expeditie. We kregen daar iedere dag lezingen. Daar zaten ook lezingen bij over het klimaat, maar ook over het effect van zo’n reis zelf.
Want eerlijk is eerlijk: je betaalt veel geld om daarheen te gaan en je bent natuurlijk eerst wel naar de andere kant van de wereld gevlogen. Ondanks dat zo’n schip aan allerlei strenge regels voldoet, een schonere brandstof gebruikt en zorgvuldig met afval omgaat, lever je daarmee toch ook een negatieve bijdrage.
Wat ik mooi vond, is dat de beleving daar, hoe puur en indrukwekkend de Zuidpool is, en alle verhalen die daarbij horen, ervoor zorgen dat je dat weer met heel veel mensen deelt. We hebben er veel over verteld en foto’s en films laten zien.
Ik vind natuur en milieu heel belangrijk. Ik denk dat ik daar, nog meer dan daarvoor, een soort ambassadeur voor ben geworden. Op die manier praat ik het voor mezelf misschien een beetje goed, maar ik denk ook dat dat echt zo is.
Jeroen Broekema: Dat is een mooie aflaat. Maar zoals je het brengt, komt het ook oprecht over. Ik snap heel goed wat je bedoelt.
Gebruik je dat ook binnen Collin? Dat je zegt: bepaalde financieringen doen we bijvoorbeeld niet omdat ze te vervuilend zijn?
Jeroen ter Huurne: We hebben binnen Collin een duidelijk beleid dat we volgen. Daarin staat milieu niet direct op nummer één.
Wel geldt dat wanneer een financiering juist een positieve bijdrage levert, wij dat graag extra benadrukken. We kijken dan ook of we bijvoorbeeld iets met de rente kunnen doen, zeker wanneer investeerders dat aanspreekt en daardoor juist graag willen deelnemen.
Jeroen Broekema: De derde ongewone vraag. Dank trouwens voor je mooie antwoord.
Wat is voor jullie allebei het engste moment in je leven geweest?
Ik weet niet wie de microfoon als eerste pakt. Stan?
Stan ter Huurne: Ik heb één keer in een vliegtuig gezeten toen we terugvlogen van vakantie. Het was midden in de nacht.
Opeens sloeg de bliksem in, alle lichten vielen uit en het vliegtuig maakte een vrije val van misschien een seconde of drie. Of misschien was het uiteindelijk maar een halve seconde.
Jeroen Broekema: Het voelde waarschijnlijk veel langer.
Stan ter Huurne: Ja, dat was echt bizar. Die paar seconden waren behoorlijk eng.
Jeroen Broekema: En iedereen zat gewoon in de gordel?
Stan ter Huurne: Ja, gelukkig wel. Ik denk ook niet dat veel mensen echt uit hun stoel zijn gekomen.
Jeroen Broekema: Dacht je echt: dit overleef ik misschien niet?
Stan ter Huurne: Nee, daarvoor duurde het uiteindelijk te kort. Het waren maar een paar seconden. Voordat iedereen echt doorhad wat er gebeurde, was het alweer voorbij.
Achteraf dacht ik eigenlijk vooral: dit was best heel bijzonder. Als ik van tevoren had geweten dat het zou gebeuren, was het misschien zelfs heel cool geweest.
Jeroen Broekema: En natuurkundig gezien: had het echt mis kunnen gaan, denk je?
Stan ter Huurne: Als een vliegtuig een stall krijgt en je hebt niet genoeg hoogte, dan kan dat natuurlijk.
Maar we zaten gewoon op kruishoogte. Dan zou je normaal gesproken voldoende tijd moeten hebben om het vliegtuig weer onder controle te krijgen. Maar goed, ik heb geen lucht- en ruimtevaarttechniek gestudeerd.
Jeroen Broekema: Sympathiek.
Jeroen ter Huurne: Ik kom straks in mijn antwoord ook nog bij een vliegtuig uit.
Maar ik begin ermee dat ik eigenlijk niet zo snel iets eng vind. En eerlijk gezegd vind ik dat helemaal niet zo verstandig van mezelf. Ik ben iemand die veel dingen gewoon durft en beleeft.
Mijn sport is mountainbiken, mede omdat het lekker snel gaat. In de Loonse en Drunense Duinen zijn de routes ook behoorlijk technisch. Ik rijd bijvoorbeeld geen motor. Dat zou ik fantastisch vinden, maar ik weet ook dat dat voor mij heel onverstandig zou zijn. Daarom heb ik dus bewust geen motorrijbewijs.
Over spannende dingen gesproken: toen twee van onze kinderen tegelijk eindexamen deden, hebben ze van ons allebei een parachutesprong cadeau gekregen, uiteraard onder begeleiding. Ik heb toen zelf ook een tandemsprong gemaakt.
Maar toen ik de volgende dag – want er moest een dag tussen zitten – zag dat ik na alle theorie nog steeds vond dat het een goed idee was om voor het eerst van mijn leven uit een vliegtuig te springen, heb ik vervolgens ook nog eens twee van mijn kinderen uit dat vliegtuig zien springen.
Op zo’n moment denk je toch wel even: waarom vind ik dit eigenlijk zo leuk? Maar ik vond het wel leuk.
Jeroen Broekema: Vond je het heel eng?
Jeroen ter Huurne: Nee, niet heel eng. Maar je bent toch wel blij als die parachute open gaat.
Jeroen Broekema: Vooral voor de kinderen dan, denk ik?
Jeroen ter Huurne: Ja, eerder nog dan voor mijn eigen tandemsprong. Daar had ik gewoon volledig vertrouwen in degene aan wiens buik ik hing. Bovendien kun je zelf toch niets doen.
En hij had ook nog een reserveparachute. Meestal gaat het goed.
Jeroen Broekema: Stel, Jeroen, je krijgt vandaag 200 miljoen euro op je privérekening gestort. En je moet dat binnen korte tijd uitgeven. Laten we zeggen: binnen twee weken.
Jeroen ter Huurne: Ik heb eigenlijk een heel voorspelbaar en ook wel makkelijk antwoord. Ik ben zelf een vrij grote strategische investeerder bij Collin, zoals ik dat altijd noem. Daarmee proberen we onze business ook weer een verdere boost te geven.
Inmiddels is Collin zo groot geworden dat, ondanks dat het om best aardige bedragen gaat, mijn euro’s minder zwaar meetellen. Maar met 200 miljoen zouden we echt een extra stap kunnen zetten.
Jeroen Broekema: Jullie hebben al genoeg funding, toch?
Jeroen ter Huurne: Ja, we hebben genoeg funding. Maar dan zouden we bijvoorbeeld tegen een lager renteniveau kunnen financieren, of juist de meer risicovolle financieringen kunnen oppakken. Op één van die twee vlakken, of verdeeld over allebei, zouden we echt een extra stap kunnen maken.
Jeroen Broekema: Gaat daar de volle 200 miljoen naartoe?
Jeroen ter Huurne: Ja. Het klinkt misschien wat flauw, maar inmiddels werk ik al zo lang en heb ik zulke mooie banen gehad, zowel vroeger als nu, dat ik privé, als ik iets graag wil, dat financieel meestal wel kan realiseren.
Het liefste wat ik zou kopen is tijd. En daarvoor moet je volgens mij iets heel anders doen. Daar moet je geen geld in stoppen, dat moet je op een andere manier creëren.
Jeroen Broekema: Ik dacht zelf nog aan een suggestie: een deel misschien naar een goed doel. Iets voor Antarctica, of voor mensen die het moeilijker hebben, of iets anders maatschappelijks.
Jeroen ter Huurne: Ja, ik heb altijd veel gedaan in toezichthoudende functies in de zorg en dat heb ik heel mooi gevonden. Dus aan de maatschappelijke kant liggen zeker ook mijn roots.
Als ik het specifiek over Collin heb, dan zou ik niet zomaar ergens geld aan geven, maar juist kennis en kunde beschikbaar stellen om bijvoorbeeld in ontwikkelingslanden crowdfunding voor relatief kleine bedragen mogelijk te maken aan de onderkant van de maatschappij. Volgens mij zorg je dan voor een wonderbaarlijke vermenigvuldiging, omdat je niet alleen geld brengt, maar ook kennis en ervaring.
Jeroen Broekema: En voor jou, Stan? Tweehonderd miljoen vandaag op je rekening, twee weken om het uit te geven. Gaat het ook naar Collin? Dan hebben jullie straks vierhonderd miljoen, dat gaat hard.
Stan ter Huurne: Dat gaat inderdaad hard. Dan kunnen we nog mooiere dingen realiseren.
Nou ja, ik zit nu midden in een verbouwing, maar die heb ik al uitgerekend, dus dat komt goed. Ik denk dat ik die 200 miljoen ook zou investeren. Ofwel in Collin, ofwel in iets maatschappelijks.
Jeroen Broekema: Wat zou dat maatschappelijke dan kunnen zijn?
Stan ter Huurne: Ik vind wat Jeroen net noemde mooi: investeren met crowdfunding in landen die ontwikkelingshulp goed kunnen gebruiken. Of de cultuursector ondersteunen, of artiesten helpen.
Jeroen Broekema: Waar komt dat vandaan?
Stan ter Huurne: Mijn vrouw is heel creatief. Zij heeft al het creatieve van ons gezin.
Jeroen Broekema: Wat doet zij?
Stan ter Huurne: Mijn vrouw is opgeleid als verpleegkundige en verloskundige op hbo-niveau. Daarna is ze tatoeëerder geworden.
Jeroen Broekema: O, tatoeëerder. Heb je zelf ook tatoeages?
Stan ter Huurne: Ja.
Jeroen Broekema: Van haar? Heeft zij die gezet?
Stan ter Huurne: Ja, onder andere.
Jeroen Broekema: Wauw. Dat is wel gaaf. Tenminste, vooral mooi dat zij zo in die artistieke hoek zit.
Stan ter Huurne: Ja, zij is altijd bezig met een of ander creatief project.
Jeroen Broekema: Heel leuk.
De laatste ongewone vraag wilde ik bij jou neerleggen, Stan. Als je één beslissing uit het verleden zou mogen terugdraaien, welke zou dat dan zijn?
Stan ter Huurne: Het is niet dat ik spijt heb van mijn studie natuurkunde of van mijn promotie. Dat was echt een mooie tijd.
Alleen, als ik van tevoren had geweten dat ik uiteindelijk directeur zou worden, dan had ik in plaats van die elf jaar waarschijnlijk een andere studie gekozen.
Jeroen Broekema: Welke studie zou dat dan zijn geweest?
Stan ter Huurne: Ik denk iets economisch, met management, leiderschap en fiscaliteit.
Jeroen Broekema: Had je dat net zo leuk gevonden? Ik vraag het omdat je vaak hoort dat mensen iets studeren, terwijl ze uiteindelijk helemaal niet in dat vakgebied gaan werken.
Stan ter Huurne: Maar natuurkunde was wel heel leuk om te studeren. Het is een prachtige studie met veel uitdaging.
En als het om lange cijferreeksen gaat en logisch nadenken, dan kan ik daar mijn ei prima in kwijt.
Jeroen Broekema: Dank je wel.
Bij Leaders in Finance hebben we natuurlijk ook altijd de rubriek over boeken. Dat heb ik jullie vooraf ook gevraagd.
Jeroen, misschien eerst bij jou. Heb jij een boek dat jou heeft geïnspireerd, dat je nu leest of dat je vaak cadeau hebt gegeven?
Jeroen ter Huurne: Ik heb eigenlijk drie boeken.
Het eerste boek dat mij echt heeft geïnspireerd en dat ik standaard gaf aan nieuwe leidinggevenden is Kung Fu. Dat gaat eigenlijk over de manier waarop je naar werk en leidinggeven kunt kijken.
Verder lees ik vooral tijdens vakanties. Kort na mijn laatste vakantie heb ik nog twee boeken uitgelezen. Van allebei heb ik me niet voorbereid om ook de auteursnaam uit mijn hoofd te leren, want dat vond ik wat te gemaakt.
Het ene boek ging over Rutte, en met name over degene die Rutte coacht. Dat heet De kapitein en de buitenboordmotor. De naam van de auteur weet ik zo niet meer, maar ik vond het een heel mooi boek.
Het andere boek was wat pittiger. Dat ging over de geschiedenis van Europa, over vele eeuwen. Wat mij daarin vooral heeft verwonderd, is hoe de geschiedenis zich vaak herhaalt en hoe je het heden kunt verklaren vanuit het verleden. Dat vond ik heel mooi. Volgens mij is het van een Engelse schrijver, maar dat weet ik niet helemaal zeker.
Jeroen Broekema: Dank je wel. We nemen de titels op in de shownotes en zoeken de auteurs erbij. Ik had jullie deze vraag ook maar heel kort van tevoren gesteld, dus ik snap dat je dat niet helemaal hebt uitgezocht.
Stan?
Stan ter Huurne: Ik luister veel boeken via Storytel. Vooral fantasy en sciencefiction, juist om tot rust te komen en even een andere wereld te leren kennen.
Vaak zit daar ook weer iets in wat vanuit het verleden of juist de toekomst verklaard wordt en hoe dat de wereld heeft beïnvloed.
Jeroen Broekema: Heb je een boek waarvan je zegt: dat vond ik echt heel mooi?
Stan ter Huurne: Ja, ik vond Monsters and Legends van Ivan Kal heel gaaf.
Jeroen Broekema: Wat vond je daar zo bijzonder aan?
Stan ter Huurne: De manier waarop de hoofdpersoon is geschreven. Hij past zich heel sterk aan de wereld aan waarin hij opeens terechtkomt.
Jeroen Broekema: Als we naar de toekomst kijken, waar moeten we dan aan denken? Zowel zakelijk als privé. Wat komt er bij jullie op?
Jeroen ter Huurne: Voor mij persoonlijk, en via die route ook zakelijk, ben ik op zoek naar hoe ik wat meer afstand kan nemen van mijn werk, zonder dat dat verkeerd voelt.
Ik vertelde net al over mijn eerste workation. Ik heb drie weken gewerkt vanuit Spanje, waar mijn oudste zoon de helft van het jaar woont en werkt. Toen hij er niet was, heb ik daar mogen verblijven. Dat ga ik gegarandeerd nog veel vaker doen. Dat heb ik ook met mijn echtgenote besproken.
Jeroen Broekema: Was dat meer work of meer vacation?
Jeroen ter Huurne: ’s Ochtends was het work en de middagen en avonden waren echt vrij.
Jeroen Broekema: En kon je het ook echt loslaten? Je komt in dit gesprek namelijk heel betrokken over.
Jeroen ter Huurne: Ja. In het buitenland ben ik door de andere omgeving en het andere klimaat veel beter in staat om dat te doen dan thuis. Thuis lukt mij dat niet. Maar afgelopen keer is het drie weken lang in Spanje heel goed gelukt. Dat smaakt echt naar meer.
Jeroen Broekema: En bevalt dat ook voor de organisatie? Als de kat van huis is, dansen de muizen?
Stan ter Huurne: Als Jeroen op workation is, maar nog wel werkt, is dat eigenlijk heel goed voor de organisatie.
Jeroen levert nog steeds een heel nuttige bijdrage als bestuurder en algemeen directeur. Alleen zijn er ook veel dingen die hij eigenlijk niet meer zelf zou moeten oppakken. Die horen in de organisatie te liggen. Dit soort workations helpen daar juist bij.
Jeroen Broekema: En jij? Dezelfde vraag over de toekomst.
Stan ter Huurne: Het verbaast me eigenlijk dat Jeroen het nog niet gezegd heeft, maar hij zegt altijd: “Collin staat nog maar aan het begin. We hebben nog ontzettend veel groeimogelijkheden.”
Hoe we de organisatie sterk genoeg maken om al die volgende stappen te zetten, dat is voor de komende jaren een prachtige uitdaging.
Jeroen ter Huurne: Ik zeg overigens nooit “in de kinderschoenen”. Ik zeg altijd: “We zijn net aan het warmlopen.”
Daar bedoel ik ongeveer hetzelfde mee, maar ik vind wel dat wij inmiddels een volwassen bedrijf zijn. Alleen qua ambities staan we nog steeds aan het begin.
Jeroen Broekema: We hebben dus de eerste kilometer van de marathon gehad.
Voordat ik jullie ga bedanken wil ik nog twee dingen vragen.
Allereerst: ik vind het best stoer dat jullie hier samen zijn gekomen. Het lijkt me toch bijzonder om als vader en zoon samen een interview te doen. Was dat raar of juist heel ontspannen?
Jeroen ter Huurne: Ik ben hier heel ontspannen naartoe gereden en volgens mij gaan we ook ontspannen terug.
We hebben onderweg ook helemaal geen afspraken gemaakt over wat we wel of niet zouden zeggen. Dat ging eigenlijk vanzelf.
Ik heb in ieder geval niets gehoord of gezegd waarvan ik achteraf denk: jammer dat Stan dat gezegd heeft. Ik vond het juist mooi en leuk.
Stan ter Huurne: Ik sluit me daar helemaal bij aan.
Jeroen en ik voeren namens Collin al heel veel gesprekken met allerlei stakeholders. In die zin was dit er één van. Ik vond het vooral heel leuk.
Jeroen Broekema: Dan mijn laatste vraag. Is er nog iets waarvan jullie zeggen: dat had ik eigenlijk nog graag willen benoemen? We hebben veel onderwerpen geraakt, maar misschien is er nog iets wat belangrijk is om over jullie of over Collin te weten.
Jeroen ter Huurne: Ja, ik had er nog één.
Ik had verwacht dat je misschien zou vragen naar managementtips.
Ik houd zelf heel erg van de vier D’s: denken, dromen, durven en doen. Vooral die laatste ontbreekt bij veel mensen. Denken, dromen en durven zijn belangrijk, maar uiteindelijk moet je het ook gewoon dóén. Dat wilde ik nog graag meegeven.
Jeroen Broekema: Dus dat is iets wat altijd in je hoofd zit als je aan het werk bent?
Jeroen ter Huurne: Ja.
Mijn grootste werkplezier zit echt in het moment waarop we aan het innoveren zijn. Wanneer ik weer iets nieuws mag bedenken en het management mij, ondanks alle drukte en de noodzaak om de organisatie goed onder controle te houden, toch de ruimte geeft om te vernieuwen.
Dan zit ik echt in mijn element.
Jeroen Broekema: Heel veel dank.
Ik zei het net al: ik vind het ontzettend leuk dat jullie dit samen hebben willen doen. Ook voor ons was het bijzonder om voor het eerst een CEO-interview met twee gasten op te nemen.
Ik ben blij dat ik vandaag heb gesproken met de CEO én misschien wel de toekomstige CEO. Misschien ook niet; de tijd zal het leren.
Stan, je moet me in ieder geval beloven dat als je ooit CEO wordt, je nog een keer terugkomt om daarover te vertellen.
Heel veel dank, Jeroen en Stan.
Jeroen ter Huurne: Dank je wel.
Jeroen Broekema: Tot de volgende Leaders in Finance en bedankt voor het luisteren.
