Twan Huys (transcriptie)

Voice-over: Dit is Leaders in Finance. Een podcast waarin we op zoek gaan naar de mens achter het succes. We praten met leiders van nu en later over hun drijfveren, carrière en privéleven. Waarom? Omdat er meer gesproken moet worden in de financiële sector. We willen onze partners hartelijk bedanken voor hun steun. Dat zijn EY, Mogelijk Vastgoedfinancieringen, Duna en Lepaya. Je host is Jeroen Broekema.

Jeroen: Welkom luisteraars bij een nieuwe aflevering van de Leaders in Finance podcast. Hartstikke leuk dat je luistert en misschien ook wel kijkt naar deze aflevering. Vandaag is bij mij te gast Twan Huis.

Die heeft net een nieuw boek uitgegeven met de titel Het Droompad, waarover we het vandaag uitgebreid gaan hebben. Ik heb het hier bij me, Twan. Prachtig uitgegeven.

Twan: Ja.

Jeroen: En het loopt goed, hè?

Twan: Het loopt heel goed. Het staat op nummer 1 in de non-fictie Top 10 en op nummer 3 in de bestsellerlijst. Dat is een droom voor iedere schrijver natuurlijk.

Jeroen: Geweldig. Gefeliciteerd daarmee. Ik wilde eigenlijk starten met een paar vragen. Een klein lijstje met vragen waarop je feitelijk alleen maar ja of nee kunt zeggen. En dat kunnen we daarna verder uitdiepen. Het gaat als volgt. We gaan er in sneltreinvaart doorheen, want anders wordt het een beetje saai. Dit boek gaat over de heilzame werking van wandelen.

Twan: Klopt, zeker.

Jeroen: Dit boek gaat over relaties tussen generaties.

Twan: Helemaal waar.

Jeroen: Dit boek gaat over liefde voor mensen en specifiek voor je ouders en het gezin.

Twan: Ja, het gaat over die grote liefde, en toch ook bewondering en respect, die ik heb voor mijn ouders.

Jeroen: Het boek gaat over liefde voor de natuur.

Twan: Honderd procent.

Jeroen: Het gaat over verdriet en rouwverwerking.

Twan: Ook, want mijn ouders zijn overleden terwijl het boek tot stand kwam.

Jeroen: De laatste twee. Die diepen we straks uit. Het gaat ook over jouw zorgen over massatoerisme, klimaatverandering en verlies van biodiversiteit.

Twan: Dat is helemaal waar. De enige zorg die ik nu heb, is dat het, omdat het boek goed gelezen wordt, ook zo kan zijn dat het te druk wordt op het Droompad.

Jeroen: Daar gaan we het straks over hebben. En de laatste: het gaat over omgaan met de intensiteit van het dagelijks leven en de rust die wandelen uiteindelijk biedt.

Twan: Helemaal waar. Wandelen is het beste medicijn tegen een extreem druk leven. En jouw luisteraars van deze podcast zitten daar natuurlijk middenin.

Als je op de top zit van de financiële berg, dan is er heel veel stress. En dan is wandelen een goed medicijn.

Jeroen: Geldt dat voor jou ook? Is wandelen voor jou ook een manier, een uitlaatklep, om tot rust te komen?

Twan: Het is eigenlijk extremer. Want ik ben erachter gekomen, ook door dit boek, dat het voor mij de enige manier is om bijna helemaal uit te schakelen. Het lukt me niet helemaal, maar wel voor een groot deel.

Jeroen: Want heb je zo’n intens leven?

Twan: Ik zorg er altijd wel voor dat het druk is. In mijn hoofd en in mijn agenda.

Jeroen: Want in het boek komt best wel vaak terug dat je jezelf een nieuwsjunkie noemt. Dat je eigenlijk altijd wilt weten wat er gaande is.

Twan: Wat ik een ingewikkeld gevecht vind en ook moeilijk om helemaal achter te komen. Ja, ik ben verslaafd aan nieuws, dat schrijf ik ook. En dat is oprecht. Dat is een grote passie. Maar dat is ook mijn bouwmateriaal natuurlijk. En grondstof voor het werk dat ik doe. Een interview bij Buitenhof of een College Tour. Dus ik kan ook niet zonder. Ik ben ook bang om daarmee te stoppen. Omdat ik dan niet meer goed geïnformeerd ben en niet de beste vragen kan stellen. Tegelijkertijd zit daar natuurlijk een laag onder. En dat is universeel. Dat geldt voor iedereen. Waarom doe je wat je doet? Ben je bang dat je irrelevant wordt? Dat je niet meer meedoet? Dat het leven niet meer telt als jij niets doet? Dat geldt voor mensen natuurlijk die op het punt staan om met pensioen te gaan. Of die ergens uit vliegen. En dan is het grote zwarte gat natuurlijk het cliché. En hoe moet je daarmee omgaan? Want wandelen is ontzettend mooi in die zin. Omdat het alles vertraagt. Het gaat gewoon niet snel. Je zit niet op een fiets of in een auto. En dat vertraagt ook je denken. En dat is heel goed. Want het klinkt alsof je dan sloom wordt. En niet scherp. Maar het omgekeerde is het geval. Doordat je jezelf tijd gunt, word je juist scherper.

Jeroen: Dat is wel mooi, wat je vertelt over die intensiteit van het leven. En wat je zelf eigenlijk nu ook al zegt.

Dat hebben mijn CEO’s, degenen die ik altijd mag interviewen, ook. Aan de ene kant die intensiteit van het leven. Het is eigenlijk te veel.

Je hebt het er ook vaak in het boek over. Dat je aan het piekeren bent. Dit en hoe zullen we het aanpakken. En aan de andere kant.

Zegt ook iedereen, wat jij met zoveel woorden ook weer zegt: ja, maar anders was ik nooit zo ver gekomen.

Jij bent natuurlijk aan de top van jouw discipline. En die CEO’s zitten aan de top van hun discipline. Dus het is heel lastig.

Aan de ene kant kun je dus niet zonder. Maar aan de andere kant wil je eigenlijk wat minder.

Twan: Ja, en dat is een gordiaanse knoop. Het is heel moeilijk om daaruit te komen. En als je, zoals wij gedaan hebben.

Mijn zoon Jack en ik. Een langeafstandswandeling maakt. Van een week of twee weken.

Of het Droompad duurt officieel, alles bij elkaar genomen, 32 dagen.

Met rustdagen erbij 33 misschien. En dat is voor heel veel mensen.

Zeker met een topbaan, natuurlijk niet mogelijk. Om er zo lang tussenuit te stappen.

Maar ik ben er wel achter gekomen, want we hebben het in drie etappes gedaan. Zelfs al doe je het een week.

Is het louterend. En wandelen heeft natuurlijk heel lang de connotatie gehad.

Van suffe ANWB-duo’s. Allebei met dezelfde schoenen.

En wandelstokken. En blauwe jassen. En dat is het allang niet meer.

In Nederland is het heel populair. Het is de grootste sport, als je het een sport mag noemen.

Die er bestaat. Meer dan een miljoen mensen doen dit. Maar in het buitenland.

Met name Oostenrijk, Duitsland en Italië, waar wij doorheen gewandeld zijn, zie je dat heel veel jongeren ermee bezig zijn.

En die hebben allang door dat stressvolle bestaan waar ze in terecht zijn gekomen, deels een andere kant nodig heeft.

Als je het hebt over yin en yang. Dan is dit hem.

Jeroen: Even praktisch. Het Droompad is de naam van de wandeling die jullie gelopen hebben. Van München naar Venetië.

Twan: Ja. 550 kilometer. En de wandeling is uitgevonden door een Duitser. Ludwig Graßler heet hij. Het was een man die heel erg van wandelen hield. En die had een bijna obsessie. Want hij wilde heel graag een route vinden. Van München naar Venetië. Over de Alpen en de Dolomieten. Dat vond hij een mooi idee. Ook van de Marienplatz, zo heet het centrale plein in München, naar het San Marcoplein. Maar waar het hem om te doen was: een route vinden waarin je afgesneden wordt van alle afleidingen die je in het dagelijks bestaan hebt. Maar ook van alle geluiden. Geen auto’s. Geen vliegtuigen. Geen treinen. En die route heeft hij echt gevonden. Want wij hebben hem gelopen. We zijn in 2023 begonnen. 2024 was dus eigenlijk een jubileumjaar. Daar heeft niemand het over. Maar toen bestond die route 50 jaar. Hij heeft het in 1974 volbracht. En onze ervaring was ook dat het er muisstil is. Je hoort het ruisen van de wind. Of wat blaadjes. En verder hoor je niets. Tenzij het gaat regenen of hagelen. En dat is een magische gewaarwording, als je dat dagen achter elkaar doet.

Jeroen: Hoe kreeg jij jouw puberzoon Jack, Jack komt veel in het boek voor, zo ver om met jou mee te gaan? Of was het eigenlijk heel makkelijk?

Twan: Nee, het was niet makkelijk. En hij wees het ook af in eerste instantie. En de leukste dialoog die ik ooit met hem gevoerd heb, die gaat als volgt. Jack, ik heb een heel mooi avontuur.

Ja.

Ik wil met jou een wandeling maken. Die heet het Droompad. En die gaat van München naar Venetië.

Ja.

En dat is de mooiste wandeling van Europa.

Hoe lang duurt dat?

Iets meer dan 30 dagen, als we een beetje doorlopen.

Wat? Hoeveel kilometer is dat dan?

Op deze leeftijd moet je afstand nemen van je vader. En geen intensieve projecten met hem aangaan. Dus het antwoord was nee. Zeker toen ik zei: en ik wil er ook een boek over schrijven.

Nou, een boek, dat al helemaal niet. En ik begreep hem volkomen. Want ik had hetzelfde gezegd tegen mijn vader als hij zo’n voorstel had gedaan. Maar goed, ik ben ook iemand van: don’t take no for an answer. Zo is het mijn hele leven geweest. Ik probeer het dan toch altijd nog een keer. En een week later heb ik het nog een keer geprobeerd. En toen zei hij: ik wil het misschien doen in etappes. En dat vond ik een heel goed idee. En zo hebben we het ook opgezet. Althans, zo hebben we het voorbereid. En dan nog denk ik: het is namelijk uitzonderlijk. Ik heb een hele leuke, lieve zoon. Dat hij dit gedaan heeft.

Jeroen: Ja, bizar. Maar wat ik mooi vind in het boek: gedurende het boek zie je hem steeds meer opschuiven. In het begin heeft hij nog zoiets van: nou, wat doe ik hier eigenlijk? Even mijn woorden hoor. Maar langzamerhand, in jaar twee of tijdens de tweede etappe. En dan de derde etappe. Uiteindelijk heeft hij echt wel de smaak te pakken gekregen. En dan gaat hij zelfs zelf nu, begrijp ik.

Twan: Ja, klopt. En dat is wel een wonder eigenlijk. In juli gaat hij met drie vrienden tien dagen van het Droompad lopen. En de reden daarvoor is, en dat was eigenlijk het allerleukste: hij vertelde mij dat zijn vrienden nu ook een langeafstandswandeling willen maken. Want die hebben mijn verhalen gehoord. En toen zei ik: heb je daar dan heel enthousiast over verteld? Over wat wij de afgelopen jaren hebben gedaan?

Ja, kennelijk. Want ze willen het nu ook. En zij zeggen: jij hebt ervaring. Dan moet jij ons voordoen hoe het moet.

En toen was ik echt verbijsterd. Want ik had niet in de gaten dat hij, terwijl hij tegen mij een beetje stoer deed en soms wat kortaf was, tegen zijn vrienden verhalen aan het vertellen was over hoe indrukwekkend die ervaring ook voor hem was. Dus in juli gaan ze ergens halverwege de route beginnen. En lopen dan tien dagen richting Venetië. En daarna gaan ze aan het strand liggen, volgens mij. Maar ik zie dat ook wel. Het wandelvirus heb ik gekregen van mijn ouders. En zij hebben het via mij op mijn zoon overgeplant. Mooier kan niet.

Jeroen: Dat is heel mooi. Want in het boek verweef jij ook hele andere verhaallijnen. De verhaallijnen van jouw familie. Van de jeugd van je ouders tot aan het overlijden van je beide ouders. Tot aan het overlijden van een vriend. Maar ook delen waarin je het over jouw privéleven hebt. Tijdens covid bijvoorbeeld. Hoe jij lange tijd op Tiengemeten zit, het eiland. Heb je altijd vanaf het begin gedacht: ik ga al deze dingen verweven? Of was het initieel gewoon een boek over die wandeling?

Twan: Het begon als een wandeling. Het begon met het Droompad. De route. Maar ik dacht wel meteen: alleen een wandelboek schrijven, van toen en toen en toen. Dat zou ik zelf niet willen lezen. Dus het moest meer worden. Alleen het probleem was: ik heb nooit in mijn hele journalistieke carrière een boek over mezelf geschreven. Want in de journalistiek leer je dat je het niet over jezelf moet hebben. Je moet niet tussen het verhaal in gaan staan. En de kijker of de luisteraar of de lezer. En voor het eerst heb ik nu besloten: dan ga ik ook met de billen bloot. En dan vertel ik veel meer over mijn familieachtergrond. Maar ook over de dingen waarvan ik zelf denk, terugkijkend: het is niet per se fout. Maar het had wel beter gekund. Of mijn ongeduld. Dus de karaktertrekken die ik heb, waar ik zelf moeite mee heb. Daar komt het op neer. En dat zit nu allemaal in het boek. Maar ook inderdaad, waar best veel mensen op reageren. Ik heb ook de bevalling van mijn vrouw beschreven. Jack was ons eerste kind. En hoe ingewikkeld en spannend dat allemaal was. En de doodsangst die daarbij ook om de hoek kwam kijken. Dat is niet iets wat ik makkelijk doe. Maar wel waarvan ik vind dat, als je zo’n boek schrijft, dat er ook in moet zitten. Waar ik ver weg van wilde blijven: heel veel van dit soort boeken zijn een heldenepos. Waarin de auteur zichzelf op een voetstuk zet. Het was verschrikkelijk, maar ik heb de top bereikt. Dat wilde ik niet. Dat stond wel vast.

Jeroen: Wat jij noemt: met de billen bloot. Dat was het meest opvallende voor mij. Hoe kwetsbaar je jezelf durft op te stellen in dit boek. Echt heel kwetsbaar. Wat je zegt over de bevalling. Maar ook wat je zegt over je drang tot controle. Maar ook de intensiteit van je werk. En de stress die je daarbij ervaart. Er zijn legio voorbeelden. Was het toch nog lastig om het nu echt een keer zo zwart-op-wit te zetten? Iedereen kan het lezen. Er staan ook heel persoonlijke stukken in.

Twan: Ik vond het vreemd genoeg niet moeilijk. En dat komt ook omdat ik vind: als je zo’n boek schrijft dat persoonlijk is, dan moet je oprecht en eerlijk zijn. Ik ben ervan overtuigd dat lezers het doorhebben als je zit te ouwehoeren en niet authentiek bent. Dat het niet verteld wordt zoals het is. Maar het is wel zo dat een aantal meelezers me, niet ten onrechte trouwens, voor een aantal passages in het boek gewaarschuwd hebben. Waarvan ze zeiden: dit is wel heel persoonlijk. En dat ging dan met name als het over iemand anders ging. Dus bijvoorbeeld als iemand overlijdt. En dat is helaas twee keer gebeurd in mijn leven. Hoewel mijn ouders heel oud zijn geworden. Ze hebben ons heel veel gegeven. Maar de laatste fase is, daar ben ik wel achter gekomen, heel erg. En soms ook trekt het alles uit iemands persoonlijkheid waar je zo op gesteld was. Mijn vader is in dementieland terechtgekomen en mijn moeder is lichamelijk heel erg verzwakt. En een van de meelezers zei: de laatste uren, de laatste minuten, zijn heel erg heftig. Tenminste, dat kan. Je hoeft niet alles daarover te vertellen. Hou ook zaken voor jezelf die alleen voor de dierbaren belangrijk zijn. En dat vond ik ook weer een wijs advies. Dus een paar hele kleine passages zijn eruit gegaan. Met name passages die betrekking hadden op andere mensen dan op mezelf.

Jeroen: Want heel concreet: jouw zoon, jouw dochter en jouw vrouw worden allemaal met naam genoemd. Ook je zus. Hebben zij nog gezegd: dit gaat ons iets te ver? Wat je over jezelf wil zeggen prima, maar voor ons hoeft dit niet. Is dat wat je net beschreef?

Twan: Wat ik heel erg leuk vond, is dat degenen die het dichtst bij mij staan en die in het boek voorkomen, mijn vrouw Cheryl en mijn zoon Jack zijn. Tegen Jack heb ik gezegd: alles wat jou niet bevalt, kan eruit. Want het is jouw leven. En jij bent…

Jeroen: Heeft hij ook gedaan of niet?

Twan: Hij heeft het gelezen toen het manuscript in zijn tweede of derde versie was. Heb ik hem het manuscript gegeven. Natuurlijk met het idee: hopelijk haalt hij er niet te veel uit. Want dat is natuurlijk de ramp voor iedere schrijver. En hij leest weinig boeken, dus het duurde voor mijn gevoel heel lang voordat hij het uit had. Maar dat was maar drie dagen. Op dag drie vroeg ik aan hem: hoe ver ben je? Ik heb het bijna uit. En die avond kwam hij de trap af lopen met een grote glimlach. En toen zei hij alleen maar: ik vind het een geweldig verhaal. Het is echt heel mooi opgeschreven. Hartstikke leuk. Toen liet ik een stilte vallen, omdat ik dacht: nu komt het. En toen kwam er niks. Wat moet eruit? Moet er iets uit? Nee, er hoeft niks uit. Dus dat was een heel groot cadeau. Alles wat erin staat, is zoals ik het opgeschreven heb. En dat vond hij allemaal prima. Mijn vrouw heeft het ook gelezen. En daar hoefde ook niks uit. Helemaal niet. Maar zij liet een traan toen het boek uit was. En dat vond ik heel erg mooi. En het enige wat ze zei over de bevalling, was: heb je het nou wat aangedikt, of was het zo heftig? Nee, het was voor mij wel zo heftig. Want zij is natuurlijk een tijdje weg geweest tijdens die bevalling. In die zin dat ze een keizersnede heeft gekregen. Een operatie. En dat zij ook even van de wereld is geweest.

Jeroen: Dus zelfs zij las eigenlijk nog iets nieuws. Jouw beleving daarin.

Twan: Na de bevalling hebben we het erover gehad hoe het voor haar was en hoe het voor mij was. Maar het is natuurlijk iets wat inmiddels bijna twintig jaar geleden gebeurd is. De bevalling van Jack. En als je het dan opschrijft. En ik heb daar een heel goed geheugen voor. Heel veel dingen vergeet ik, maar dit zal ik nooit vergeten. Omdat het zo indringend was. Een ziekenhuis in New York. De geboorte van je eerste kind. En dan dreigt het op het laatste moment allemaal in de soep te lopen. Omdat mensen niet goed aan het opletten zijn. Of omdat de omstandigheden niet helemaal gelukkig zijn. Dus het was een beetje kantje boord. En dat is dan toch in een vreemd land. Als je dat voor het eerst meemaakt, is dat heel erg spannend. Later dacht ik: dit zijn de beelden die je ziet in ER. Of in The Pitt, een hele goede serie die ik net gezien heb. Maar het is gelukkig allemaal goed gekomen. Sterker nog, we hebben er een mooie wandeling aan overgehouden. Aan deze geboorte.

Jeroen: We hebben het er al even kort over gehad. Maar de rust die wandelen biedt, waar zit dat nou precies in? Wandelen leidt tot helderheid. Tot rust. Tot in jezelf keren.

Twan: Allereerst. Wat ik heel erg mooi vind: ik vertelde net dat er heel veel jongeren op deze route zitten. Er zitten twee groepen mensen op die dit in één keer kunnen doen. Dat zijn studenten en pensionado’s. Want die hebben veel tijd. Maar de afgelopen jaren, omdat het thema wandelen mij zo mateloos boeit, het is mijn tweede wandelboek, heb ik heel veel gesprekken met mensen gevoerd over wandelen. En met mensen die die boeken hebben gelezen. Wat mij opvalt, is dat heel veel mensen uit het bedrijfsleven van alles doen. Bosdagen. Retraites. Maar er is nu ook een categorie mensen, en ik weet niet wie of wat dat organiseert, die de wildernis ingaan. Dus de bergen in gaan. Of naar Namibië. Om zich onder te dompelen in de natuur. En niet in hele luxueuze hotels. Wat wij ook niet gedaan hebben. We hebben in berghutten geslapen. Maar er zijn mensen uit de financiële wereld die nu in de jungle slapen. En ’s avonds rond het kampvuur zitten om het te hebben over hun gevoelens. Dat is natuurlijk een heel nieuw aspect. Je kunt je niet voorstellen dat een bestuurder vroeger zoiets zou doen. Dat was natuurlijk een generatie die in een herenclub zat met een glas whisky erbij en een dikke sigaar. En ik vind het heel interessant om te zien dat er een nieuwe generatie leiders is die begrijpt dat verbinding met de familie en verbinding met de natuur ontzettend belangrijk zijn. En dat het een niet zonder het ander kan. Dat je niet de hele dag naar beurskoersen kunt kijken en naar hoe het met het bedrijf gaat. Maar dat dit erbij moet komen. Dat is precies waar dit boek over gaat. Het verbinding zoeken met familie en met de natuur. En dat laatste zijn we natuurlijk voor een groot deel kwijtgeraakt.

Jeroen: Hoe werkt dat mechanisme nou uiteindelijk? Dat die rust tot je komt als je wandelt?

Twan: Het begint eigenlijk met iets wat heel veel mensen vergeten zijn. Wij zijn gebouwd om te wandelen. Jij loopt marathons. Je bent een hele snelle wandelaar. En dat is ook prima. Maar wij zijn primair gebouwd om hele lange afstanden te wandelen. Vroeger was dat natuurlijk ook zo. Voordat auto’s, treinen en paarden hun intrede deden, wandelden mensen van Utrecht naar Amsterdam. Of van Maastricht naar Nijmegen. Dat was hartstikke normaal. En we waren er goed in. Dat zijn we vergeten. Dat onderdeel van ons leven. Omdat alles heel erg snel is geworden. Maar de vertraging van je geest is ontzettend ingewikkeld om in het dagelijkse leven voor elkaar te krijgen. Laat ik voor mezelf spreken: ik kan het bijna niet. Ik ben toch altijd bezig met het volgende. Welke afspraak? Wat ga ik daar zeggen? Voorbereiden op dit interview. Daar begin ik gisteravond al mee. Wat gaat Jeroen vragen? Dus je bent altijd bezig met het volgende. En het voordeel van zo’n wandeling, zeker als het meerdere dagen duurt, is dat je in een bubbel terechtkomt. Waarin het enige wat van belang is, is om van A naar B te komen. En niet weg te regenen. Of erger: te grazen genomen te worden door onweer of bliksem. Dat zie je ook op de route. Er staan af en toe, zeker in Oostenrijk, van die crucifixen en Jezusbeelden. Met waarschuwingen daarboven: o Heer, bescherm ons tegen onweer en blikseminslag. Dat was vroeger natuurlijk veel belangrijker voor mensen. De invloed van het weer. En als je op die route zit, ben je met de meest basale, primaire zaken bezig. Van A naar B komen. Heb ik ergens iets te eten? Doen mijn benen het nog? Struikel ik niet? Ik moet oppassen bij die rotsblokken waar ik overheen moet klimmen. Dat ik niet onderuit ga. Want dan is het best moeilijk om hulp te krijgen. Natuurlijk zijn er alarmnummers. Maar dat duurt even. En dat kan ook slecht aflopen. Dus dat is het voordeel. Dat je met één ding bezig bent.

Jeroen: Je wordt gedwongen. Je kunt eigenlijk gewoon niks anders.

Twan: En het is ook nog de vermoeidheid die op een gegeven moment gaat opspelen. Zeker op dag twee, drie en vier. Dan denk je natuurlijk: waar ben ik aan begonnen? Ik noem dat wandelwoede in mijn boek. Dan begin je ook echt te vloeken. Waarom doe ik dit? Maar daar komt iedereen doorheen. Tenzij je een pechvogel bent en je barst van de blaren. Maar de meeste mensen komen erdoorheen. En dan is het fantastisch.

Jack heeft het heel goed samengevat. Ik vroeg aan hem: wat vond je nou van het wandelen? In mijn top vier van dingen die ik heel leuk vind aan deze reis, dit avontuur dat we gemaakt hebben, staat op één eten en drinken. Dat vind ik het allerleukste. Dan twee: gesprekken met jou. En drie is hopelijk in een goede hut overnachten. En op vier staat pas wandelen.

Dat vond ik eigenlijk teleurstellend dat hij dat zei. Waarom staat dat niet op één? En later begreep ik: ja, je hebt natuurlijk helemaal gelijk. Want het wandelen is een inspanning. En je kan genieten van de natuur, maar het is ook zwaar. Eigenlijk is de beloning van het wandelen dat je ’s avonds in een hut zit met een goede maaltijd. Zo proeft het, zo smaakt het. Het is geen sterrenrestaurant, maar omdat je zo uitgeput en hongerig bent, is het ontzettend lekker.

Voice-over: Je luistert naar Leaders in Finance. Met Jeroen Broekema.

Jeroen: Initieel vond je het ook nog heel erg lastig om toch niet bezig te zijn met het controleren. Met het volgende. Want je noemde het net al even. Diverse invloeden hebben jullie ook constant parten gespeeld. Dan had je weer dreiging van onweer. En je beschrijft ook in het boek: er komen een serieuze hoeveelheid mensen ieder jaar om in de Alpen. Zeker mensen uit de stad die niet precies weten wat ze daar doen in de bergen. Jullie wisten het een beetje, denk ik. Maar ook geen gevorderde alpinisten. Dus je vindt het lastig om het los te laten. En dan beschrijf je ook heel mooi in het boek hoe je langzaam toch een handje helpt door je eraan over te geven.

Twan: Ja, dat moet. Want je kunt niet, wat ik de eerste etappes heb gedaan, en waar Jack mij ook terecht op aangesproken heeft, steeds nadenken over: we gaan die en die hut niet bereiken. Want het verpest het hele plezier van het wandelen.

Jij vertelde net dat er serieuze ongelukken gebeuren. De Italiaanse reddingsdienst heeft vorig jaar augustus bekendgemaakt dat in de maand juli 80 mensen zijn overleden in de Alpen en de Dolomieten. Ik schrok daarvan. Een enorm aantal. Bijna drie per dag.

Twee weken geleden heb ik een bijeenkomst gehad voor het boek van de NKBV. Dat is de Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging, waar ik lid van ben. Een supergoede vereniging. Ik heb geen aandelen. Maar zij onderhouden ook, samen met al die verenigingen in Europa, die paden.

Daar kreeg ik te horen dat heel veel van die mensen die in de problemen komen, of waarbij het een dramatische afloop heeft, juist zeer geoefende wandelaars en klimmers zijn. Die juist door routine in de valkuil vallen. En daardoor iets doen wat dramatische consequenties heeft. Dat is één categorie die vaak in de problemen komt.

En de andere categorie zijn de influencers. Of de mensen die op social media een filmpje zien van vijftien seconden van iemand die de berg op rent in gympen en een T-shirt. En boven op de top staat te gillen. En dan gaan andere mensen dat nadoen. Maar ze vergeten dat daartussen vijftien kilometer zitten en tweeduizend hoogtemeters. En dat er dus een sneeuwbui kan losbarsten. Of erger.

Jeroen: En toch beschrijf je in het boek ook dat jullie aan stalen kabels hangen. Langs enorme afgronden lopen. Over rivieren heen moeten. Rivieren zijn ook een plek waar het vaak misgaat. Mijn ervaring is altijd: rivieren. En na het behalen van de summit het afdalen. Want dan ben je ontspannen. Juist bij het afdalen gebeuren natuurlijk heel veel ongelukken. Maar was het nou op een schaal van heel gevaarlijk tot helemaal niet gevaarlijk? Waar zat het dan op dat continuüm?

Twan: Er zijn twee of drie etappes geweest waarin zo’n stuk zat. Het oversteken van een snelstromende bergrivier bijvoorbeeld. Dat is heel eng als je ervoor staat. Donderend geraas. En je ziet dat als je uitglijdt, je een enorme smak maakt die je waarschijnlijk niet overleeft.

Maar tegelijkertijd, en dat heb ik ook meegemaakt in oorlogsgebieden, staat alles op scherp in je lichaam. Dus de adrenaline knalt eruit. En dan was er in ons geval ook nog een trailrunner die die rivier net had overgestoken. Die probeerde aan de andere kant van de rivier uit te leggen hoe we dat moesten doen. Dus die gaf aanwijzingen: je stokken omhoog. En houd je rechterhand vrij om je vast te houden aan rotsblokken. En maak snelheid. Speed is your friend.

Ik was er binnen vijftien seconden overheen. Er gebeurde niks. Vervolgens ging Jack. En dat heb ik gefilmd. Maar na drie of vier seconden ben ik gestopt. Omdat ik dacht: als het misgaat, film ik hier de val van mijn zoon. Dat moeten we niet hebben.

Maar zo waren er een aantal momenten die ver boven ons kunnen lagen. Niet boven ons kunnen, maar boven onze comfortzone. En die we allebei heel eng vonden. En toen het klaar was, dachten we: het viel eigenlijk wel mee. En als je oplet, dan lukt het wel.

Maar het is iets wat wij nooit eerder gedaan hadden. Een alpinist lacht zich natuurlijk suf over wat ik opschrijf. Maar voor ons was het wel spannend.

Jeroen: Wat ik al zei: het boek is ook verweven met het overlijden van je vader, je moeder en Dirk Sauer. We moeten niet alles weggeven. Mensen moeten gewoon het boek lezen, wat mij betreft. Maar waar ik vooral heel benieuwd naar ben: wat heeft het jou nou gebracht? Geleerd als het gaat om rouw verwerken. Hele trieste momenten in jouw leven. Wat heb jij daarvan geleerd? Niet alleen tijdens het wandelen of in je gesprekken met Jack. Maar vooral de combinatie van wandelen en het grote verlies.

Twan: Mijn ouders hebben mijn zus en mij, in het kort, echt een geweldige opvoeding gegeven. Dus niet dwingend. Geen taboes. Ze moesten vroeger wel naar de kerk. De katholieke kerk die tegenover ons huis lag. Maar op het moment dat wij zelfstandigheid bereikten, zo rond ons twaalfde, dertiende, veertiende, vijftiende jaar, lieten ze het aan ons.

En ze hebben eigenlijk al onze avonturen gedeeld. Dus toen ik het correspondentschap deed en samen met mijn vrouw daar naartoe ging, zijn ze ieder jaar langsgekomen. In een notendop: hele leuke en lieve mensen.

Waarvan ik heel naïef dacht, ze waren al ver in de tachtig, die gaan nooit dood. Althans, ik had geen trek om erover na te denken.

En toen dat bij mijn vader gebeurde, in 2024. Die kreeg een hartaanval. En die was binnen een uur overleden. In de keuken van ons huis. Toen zaten wij in de bergen.

En ik heb dat toen niet goed verwerkt. In die zin niet goed verwerkt. Omdat we praktisch gezien heel snel naar huis moesten. Vervolgens het afscheid regelen. Het is een leven herdacht dat heel leuk was. En heel goed voor ons. Maar door het wandelen in de etappes daarna, het jaar later, kwam dat veel heftiger terug. Tussen Jack en mij.

Niet dat we ontzettend bedroefd waren. Maar het was wel bittersweet. Het was een afscheid dat mooi was. En tegelijkertijd misten we hem. Maar dat wandelen maakte het veel zachter. Dat was zo mooi om te merken. Wat voor steun dat dan geeft.

En mijn moeder is in december vorig jaar overleden. Dat was veel heftiger. Omdat het proces moeilijker was. En het eindigde in een hospice. Heel verdrietig allemaal.

Maar ook bij haar afscheid. Bij beide keren dat we afscheid hebben genomen, had ik de rol van ceremoniemeester. Ook achteraf niet bewust gedaan. Maar onbewust deed ik dat om afstand te creëren tot het verdriet dat er was.

Door het schrijven van het boek viel eigenlijk alles op zijn plek. En nu ben ik ervan overtuigd dat mijn ouders een heel groot geschenk hebben achtergelaten aan mijn familie. Aan mij, aan Jack, aan mijn vrouw, aan mijn dochter.

En dat is dit boek.

Want zonder hen was dit hele boek nooit tot stand gekomen. Hun erfenis zit erin. Veel van wat ze voor ons betekend hebben. Aan liefde. Aan een mooie opvoeding. En vooral het wandelen hebben ze doorgegeven. En dat is opgevolgd.

Dus dat is hun erfenis. Het boek is een soort erfenis.

Jeroen: Wel jammer dat ze het niet hebben kunnen lezen.

Twan: Dat is waar. Maar we hebben wel heel veel gesprekken gehad. En dat zit ook in het boek. Ik vertel ook veel over mijn ouders. Ook over hun geschiedenis. En dat waren gesprekken die we allemaal al gevoerd hadden. Maar natuurlijk. Zij waren heel erg betrokken bij mijn werk.

We zitten nu op het Mediapark in Hilversum. Wat ik by far de lelijkste plek van Nederland vind. En de minst inspirerende plek. Ik zou hier eigenlijk geen minuut willen zijn. Maar het moest voor mijn werk. Want ik heb heel lang Nova en Nieuwsuur gepresenteerd. Ik kan de studio hier vandaan bijna zien.

En om het leed te verzachten dat ik hier vaak naartoe moest. Werk fantastisch, maar de plek lelijk. We kijken uit op een crematorium. Dat is het hoofdgebouw van de NPO. Nou, tot zover mijn rant.

Jeroen: Hier bij de Radiofabriek is het wel mooi toch?

Twan: Ja, de Radiofabriek is heel mooi. Maar op de verkeerde locatie.

Als ik hier vandaan terugreed, want de omgeving is heel mooi. Het is een wandelomgeving. We zitten hier midden op de hei. Dan belde ik altijd na elf uur naar mijn ouders. En dan hadden we een gesprek. Dat duurde ongeveer 25 minuten. De reis van Hilversum naar Amsterdam, waar ik woon.

En dat was ontzettend leuk. Zij wisten alles. Van de media, van het nieuws. Dus ik kon overal altijd met hen over spreken. En normaal gesproken zou ik hen bellen na iets wat heel leuk was. En dat doe ik nu. Dat gaat natuurlijk niet meer.

Dus dat mis ik heel erg. Maar tegelijkertijd: er was geen onvertogen woord. En ze hebben zoveel verteld. En ik heb zoveel kunnen vragen. En dat heeft zijn weerslag gevonden in dit boek. Dus daar ben ik ontzettend blij mee.

Je mag dat niet zeggen over je eigen boek. Maar het is het mooiste boek dat ik heb geschreven. Als schrijver. En wat andere mensen ervan vinden. Er komen heel veel reacties op. Dat vind ik heel mooi om te horen. Maar voor mij was het een heel groot genoegen om een soort in memoriam en een eerbetoon aan hen te maken.

Jeroen: Dat kan ik me voorstellen. Je hebt in je boek ook over massatoerisme, klimaatverandering en verlies van biodiversiteit. Soms wat indirect. Soms heel direct. Maar je merkt het wel steeds even op. Vaak geef je er ook geen mening over. Maar dan zeg je met zoveel woorden wel degelijk dat je het verschrikkelijk vindt. Dat daar Instagrammensen, zo noem jij het geloof ik ook, even naar boven racen. Wat je net ook zei. Dan foto’s maken en weer weg zijn. En niet echt de stilte en de schoonheid van de natuur tot zich nemen.

Wat doe je daar nou zelf uiteindelijk mee? Want je ziet dat massatoerisme, klimaatverandering en verlies van biodiversiteit. Allemaal verschrikkelijke dingen. Je noteert het allemaal. Maar wat kun je daar nou zelf mee als je daar loopt? En waar denk je dan aan?

Twan: Nou, dat is hartstikke moeilijk. Ik wilde niet een pamflet schrijven dat ons verbiedt om nog te vliegen. Of wat dan ook te doen. Ik wilde de schoonheid van de natuur vieren.

Maar het is natuurlijk onvermijdelijk dat wij ook te maken hebben gekregen met de gevolgen van klimaatopwarming. Al was het maar dat we in juli, wat we de afgelopen dagen ook gemerkt hebben, in een hittegolf liepen. En soms is het dan ondraaglijk als je in het dal bent.

Het voordeel van de bergen is dat je vaak op duizend meter plus hoogte zit. Dus daar staat de airconditioning aan. Maar dat neemt niet weg dat je heel vaak overvallen wordt door extreem weer. Door onweer en regenbuien. En hagel.

Dat vertellen mensen ook in de bergen. Want het is echt heel heftig geworden. En je moet daar goed rekening mee houden.

Dat geldt natuurlijk ook voor de gletsjers in de Alpen. Waar ik vroeger naar de Grossglockner ging. Als kind met mijn ouders. Om te kijken naar de gletsjers. Die is bijna weg.

Dus ik vind dat hartstikke bedreigend. En heel eng. En toch denk ik: ik heb het in deze vorm opgeschreven. Het Droompad. Het vieren van de natuur.

Ik heb voor de goede lezer, en jij bent er een, aangegeven hoe spannend het is. En op welk breukvlak we zitten. Maar misschien is dit boek ook een pleidooi. De minst vervuilende manier van toerisme is natuurlijk wandelen.

Jeroen: Bij je vorige boek schijnen de paden platgelopen te zijn. Wandellust heette dat. Ik ben ook een klein beetje bezorgd. Ik denk dat het heel goed is voor die uitbaters op die route. Maar dat er nu opeens tienduizenden Nederlanders zeggen: laat ik dat ook maar eens gaan lopen. Of in mijn geval gaan trailrunnen.

Twan: Dat is echt waar. Mijn vorige wandelboek speelde zich helemaal af in Nederland. Daarin heb ik ook beschreven dat het mooiste deel van Nederland het Gerendal is. Dat ligt tegen Schin op Geul aan. Ik kan het eigenlijk niet meer zeggen, maar het heeft geen nut meer.

Onder andere door het boek. In het Gerendal liggen twee huizen van Buitenleven. De club van Staatsbosbeheer die boswachterswoningen verhuurt als vakantiehuizen. En die huurden we altijd met mijn familie.

Na uitkomst van het boek, na publicatie, was het gewoon een jaar volgeboekt. Dus ik had me voorgenomen zoiets niet meer te doen. Maar het is onvermijdelijk.

Het enige voordeel van het Droompad is dit: die hutten hebben beperkte capaciteit. En ik maak mezelf nu wijs dat het nooit heel erg druk kan worden. Deels is dat trouwens ook waar. Omdat de meeste hutten ergens tussen de twintig en vijftig, laat het zestig zijn, slaapplekken hebben.

Dus als je deze route maakt, dan is mijn advies: boek vroeg. Begin in februari al. Dan heb je nog een plek in de slaapzaal. En soms heb je de mazzel dat je een tweepersoonskamer hebt. Wat toch wel heel erg leuk is op zo’n lange reis.

Anders gaat het niet. Dus ik denk dat het nooit extreem druk kan worden op het hele Droompad.

Jeroen: Los van het feit dat je toch ook fysiek behoorlijk sterk moet zijn. Dus dat houdt ook nog wel een deel tegen natuurlijk. En je hoeft ook niet eens een eigen tentje mee te nemen.

Twan: Ja, dat kan ook. Je kunt natuurlijk een eigen tentje meenemen. Ik geloof niet dat het overal mag. Maar goed, zo moet het dan maar. En er zijn ook genoeg mensen die dat doen. En dat is natuurlijk ook hartstikke leuk. Dat je helemaal los bent van iedereen en alles.

Jeroen: Een beetje richting het einde van deze aflevering. Als je nou even in de huid kruipt van al die CEO’s. Of van al die mensen in de financiële sector. Meer dan 100.000 luisteraars per jaar. En iedereen weet hoe ongelooflijk moeilijk het is om afstand te nemen van je werk. Om die balans tussen je werk en andere dingen in evenwicht te houden.

Je hebt het zelf ook aangegeven. Voor jou blijft dat ook constant een uitdaging. Maar wat zijn nou jouw tips? Voor mij, voor andere mensen in de financiële sector. Of waar dan ook. Voor mensen met drukke levens. Hoe zorg je nou dat je die balans houdt? Misschien ben jij wel de slechtste om het aan te vragen. Want je bent natuurlijk ook vrij mateloos in je werk, stiekem.

Twan: Ja, maar ik ben geen alcoholist als het gaat om alleen maar werken. En ik kan ook heel goed lui zijn. Maar mijn advies zou als volgt zijn.

En ik weet dat jullie dat ook net gedaan hebben. Met de familie naar Nieuw-Zeeland. Jij en je vrouw werken hard. Maar jullie hebben een hele mooie trip gehad van drie maanden in Nieuw-Zeeland. En daar heel veel natuurreizen gemaakt.

Kijk, iedere CEO, iedereen in een bedrijf, denkt misschien: ik kan niet gemist worden. Daar begint het verhaal mee. Dat is allemaal flauwekul. Voor jou zijn er andere mensen geweest. En na jou zullen er andere mensen zijn. Die konden het ook.

Met die realisatie kun je natuurlijk prima weg. En daar zou ik echt een groot ambassadeur van willen zijn.

Als je kinderen hebt in de leeftijd van, pak ‘m beet, 15 tot 25 of 40. Maakt niet uit. Het is een voorrecht om zo’n reis te maken. En het klinkt heel ingewikkeld. Maar dat is het helemaal niet.

Dus ik zou een pleidooi willen houden voor iets wat heel veel mensen niet doen. Ga met je kind, als je kinderen hebt. Of met je partner, als je dat leuk vindt. Zo’n reis maken.

En ga niet in een hotel zitten van vier sterren. Maar kies simpele overnachtingsplekken. Neem een rugzak mee met niet meer dan tien kilo aan spullen. Liefst acht kilo. En probeer het gewoon een keer uit.

Natuurlijk zul je dagen hebben dat je denkt: ik vind dit verschrikkelijk. Maar als je daar doorheen gaat, is het een van de mooiste belevenissen in je leven.

En het is uiteindelijk stressvrij. Zeker als je wat langer gaat. Omdat je maar één doel hebt. En dat is ’s avonds aankomen. Of met je tentje ergens staan. Maar liefst zou ik zeggen: ik zit persoonlijk in een hut. En dat is goed voor iedereen om in balans te blijven.

Jeroen: Voordat ik nog even in detail uitleg waarom ik het een heel erg leuk boek vond, een heel goed boek vond. Heb jij nog iets waarvan je zegt: nou Jeroen, dat hadden we echt moeten bespreken? Of dat heb je niet genoemd, maar hadden we wel echt moeten noemen rondom dit boek?

Het staat trouwens helemaal vol met aantekeningen. Ik heb overal bij gekrabbeld. Dus misschien vind jij dat wel vloeken in de kerk.

Twan: Nee, want ik vind het allerleukste, dat vertelde je me net voordat deze podcast begon, dat je je hele leven lang al ieder boek een recensie geeft. Achterin in de vorm van een cijfer. En ik heb het gezien. Je hoefde het niet te zeggen. Maar dat was natuurlijk heel erg leuk om te lezen.

Nee, kijk. Wandelen, natuur. Al deze thema’s. Dat wist ik niet van tevoren. Maar ook afscheid nemen van mensen waar je van houdt in je leven. Wat iedereen gaat gebeuren. Dat resoneert heel sterk.

En het mooiste aan een boek is als mensen niet alleen in persoon in de winkel zeggen, want ik doe nu heel veel boeklezingen in boekhandels, van: wat een mooi boek.

Maar ik krijg ook heel veel reacties via e-mail, WhatsApp en LinkedIn. En dat vind ik eigenlijk het grootste feest van zo’n boek.

Dat mensen zich in een onderdeel van mijn verhaal herkennen. En daarop gaan reageren. En hun eigen belevenissen naar mij toesturen. Die soms heel intiem zijn. En bijzonder.

Dat is het leukste wat mij kan overkomen.

Jeroen: Mooi. Je hebt best wel wat dingen genoemd die ik ga aanhalen in mijn laatste eigen bespiegeling.

Zoals ik al zei, en dat hebben mensen denk ik ook gehoord in dit gesprek, ik vond het ongelooflijk leuk om te lezen.

Ik heb het in één keer uitgelezen op Schiermonnikoog, waar ik was. Ik vond het fantastisch. Deels op het strand. Deels in het huisje.

En jij zei ook al dat ik mijn boeken altijd cijfers geef. Dat heb ik al vanaf mijn twaalfde van mijn moeder geleerd. Schrijf maar gewoon je naam voorin. En het cijfer.

Nou, ik ga het dan toch maar zeggen. Jammer dat je het al genoemd hebt. Het is een 9+.

Ik geef ook geregeld boeken een 3 of lager. Of slechter. Maar ik vond het echt heel erg mooi.

Eigenlijk om een aantal redenen.

In de eerste plaats: iedereen kan zich eraan relateren. Ik dan toevallig heel veel. Want het gaat over verlies. Daar heb ik veel mee te maken gehad.

Over wandelen. Wat ik al mijn hele leven doe. Ook als kind. En nu ook weer met de kinderen.

Maar ook over die belangrijke onderwerpen. Hoe manage je nou je privéleven en je werkleven. En alles daaromheen.

Dat heb je ongelooflijk mooi beschreven.

Je haalt mooie quotes aan. Je hebt nog een aantal leuke researchstukken erin zitten. Waar je de eerste wandelaar van het Droompad hebt geïnterviewd. Tenminste, niet de allereerste, die is er niet meer. Maar wel iemand die er vroeg bij was.

Er zitten hele mooie quotes in.

Het mooiste vind ik toch ook wel dat het een boek over liefde is. Liefde voor jouw gezin. Voor je ouders. Voor je zoon.

Het is echt wel een boek over liefde. Ook over de liefde voor de natuur.

Al die onderwerpen komen erin terug.

En als laatste: het leest als een trein. Er zitten ook wel plaatjes in natuurlijk. Je hebt het boek zo uit. Omdat je het in één keer doorleest.

Maar misschien heeft dat ook te maken met het feit dat ik het gewoon heel leuk vond.

Twan Huis, heel veel dank voor je tijd.

Ik houd het nu omhoog: Het Droompad, geschreven door Twan Huis.

Ik denk dat je met deze aflevering een mooi beeld hebt gekregen. Maar lang niet alles. Er zit nog heel veel moois in.

Ik zou zeggen: koop het boek en geniet ervan.

Dank je wel, Twan Huis.

Twan: Hartstikke bedankt, Jeroen.

Voice-over: Dit was Leaders in Finance. We hopen dat je deze aflevering met veel plezier hebt beluisterd. We stellen je feedback erg op prijs.

Wat houdt je bezig? En over wie wil je meer horen? Laat het ons weten via een review, op onze socialmediakanalen of gewoon direct via een e-mail. We kunnen het erg waarderen als je dat doet.

Tot slot danken we onze partners voor hun steun. Dat zijn EY, Mogelijk Vastgoedfinancieringen, Duna en Lepaya.

Benieuwd wat we nog meer allemaal doen? Volg ons of kijk op leadersinfinance.nl.

Tot de volgende Leaders in Finance. Bedankt voor het kijken.

We’d love to keep you informed on the next iterations of this event. Please enter your details below, and we’ll keep you posted!