
LIF – Jeroen Broekema V8 (1)
Twan: Welkom luisteraars en kijkers via YouTube en Spotify bij een nieuwe aflevering van de Leaders in Finance Podcast. Heel erg leuk dat je luistert naar deze – al zeg ik het zelf – enigszins bijzondere aflevering. Ik ben namelijk te gast en Twan Huys is vandaag de interviewer.
Zoals altijd ben ik mijn partners ontzettend dankbaar voor hun steun. Dat zijn EY, Mogelijk Vastgoedfinancieringenen Lepaya. En dan nu over naar Twan Huys. Enjoy deze aflevering.
Twan: Dit is de Leaders in Finance Podcast, en voor het eerst gepresenteerd én geïnterviewd door Twan Huys. Ik mag dat doen omdat dit de 199e aflevering is van deze podcastserie, waar veel naar geluisterd wordt en waar vrijwel alle prominente leiders uit de Nederlandse financiële sector al te gast zijn geweest. Eén gast mag nu voor de tweede keer aanschuiven. Dat is de oprichter van de podcast: Jeroen Broekema. Hallo Jeroen.
Jeroen: Hoi Twan.
Twan: Dit is nummer 199. Nummer 99 deed je met Jort Kelder.
Jeroen: Klopt.
Twan: En ik doe nu 199. Jij hebt altijd een traditioneel begin van deze podcast, met vaste vragen. Daar wijk ik meteen vanaf, want ik volg mijn eigen lijn.
Dat is namelijk de College Tour-openingsvraag. We gaan je beter leren kennen, dat is het doel. En die openingsvraag is altijd: wat was Jeroen Broekema voor studentje in Leiden, waar je gestudeerd hebt, op het gebied van seks, drugs en rock-’n-roll?
Jeroen: Dan moet ik het denk ik splitsen tussen vier jaar Leiden, één jaar Texas en één jaar Londen.
De meest saaie versie is Londen. Daar was ik een hele harde werker. Dat was non-stop focus op die master halen.
Twan: London School of Economics.
Jeroen: Ja, daar heb ik een master gedaan.
Het jaar daarvoor was Texas, en dat was het feestjaar. Zoals een Belgische vriend daar ooit over mij zei: ik stond op de tafels te dansen. Hij noemde mij een tafeldanser. Nou, dat kan ik denk ik ook wel over mezelf zeggen.
Vlak bij Mexico, heel veel feest, heel veel lol. Ook inderdaad veel vrouwen, veel alcohol, veel uitgaan.
En dan de vier jaar daarvoor in Leiden: dat was een beetje een mix. Ik was een serieuze student, maar ook helemaal niet. Ik was lid van een studentenvereniging en tegelijkertijd voorzitter van een studievereniging. Dat was ook een soort studeren, maar ook veel lol.
Ik kon aan de ene kant tot heel laat opblijven, maar om acht uur ’s ochtends alweer keihard aan het werk zijn. Jij kent mij inmiddels een beetje: ik ben echt een ochtendmens. Dus dan zat ik toch weer vroeg in de boeken. Maar ik had ook heel veel plezier.
Dus samengevat: Londen was keihard werken, Texas extreem veel lol, en Leiden zat daar tussenin.
Twan: Tussen middelbare school en universiteit heb je een jaar rondgereisd door Europa. Gebackpackt. Denk je daar nog wel eens aan terug?
Jeroen: Zeker. Ik heb ook vaak dagboeken bijgehouden. Nu doe ik dat nog steeds, maar veel gestructureerder. Toen deed ik het af en toe. Dus ik lees daar ook wel eens in terug en denk dan: wow, hoe schreef ik er toen over?
Ik weet ook nog precies hoe ik het toen ervaren heb, omdat ik het meteen opschreef.
Twan: En dat heb je nog, dat dagboek?
Jeroen: Zeker, ja. Stapels.
Twan: Hoe oud was je toen je begon met schrijven?
Jeroen: Ik denk dat ik rond mijn zeventiende of achttiende begon. En de afgelopen zes jaar heb ik iedere dag geschreven. Altijd.
Twan: Doe je dat echt met pen en papier?
Jeroen: Ja, met een pen. Ik heb inmiddels veertien dikke notitieboeken volgeschreven. Ik heb ze laatst voor het eerst allemaal gefotografeerd. Ik dacht: met AI wordt dat misschien nog interessant. Misschien kan AI straks zelfs mijn handschrift lezen, want ik heb een verschrikkelijk handschrift.
Niemand kan het lezen, inclusief ikzelf vaak niet.
Twan: Kan AI jouw handschrift lezen?
Jeroen: Ik weet het niet, ik heb het nog niet getest. Maar ik dacht: ik fotografeer het gewoon, dan heb ik die data in ieder geval.
Twan: Dan even drugs.
Jeroen: Nul.
Twan: Nooit gedaan? Nooit een lijntje coke gesnoven?
Jeroen: Nee, zeker niet.
Twan: Alcohol dan?
Jeroen: Jawel, maar drugs niet. Bij ons thuis was het altijd heel duidelijk: dat doe je niet. Je moet je gezondheid niet zoveel geweld aandoen. Dus dat heb ik nooit gedaan.
Twan: Zeiden je ouders dat?
Jeroen: Ja. En daar was ik het eigenlijk ook gewoon mee eens.
Twan: Maar goed, als je achttien bent, komt er rebellie natuurlijk.
Jeroen: Bij mij niet echt. Ik heb weinig gerebelleerd.
Twan: Je hebt je nooit afgezet tegen je ouders?
Jeroen: Vast op allerlei manieren wel, maar niet op de manier waarop jij nu suggereert.
Twan: Beschrijf je ouders eens. Wat zijn dat voor mensen?
Jeroen: Mijn vader en moeder hebben drie zoons. Mijn moeder is vanuit vrijwilligerswerk doorgestroomd naar werk als lokale ambtenaar, alles op het gebied van natuur en milieu, vooral educatie voor kinderen. Mijn vader was ziekenhuisapotheker, specialist in de farmacie.
Twan: Dus eigenlijk niets te maken met ondernemen of het bedrijfsleven?
Jeroen: Nee, zeker niet. Maar wel allebei mensen die altijd zeiden: werk ergens onder een paraplu, maar zorg dat je veel vrijheid hebt om zelf te opereren. Dat vrijheidselement zat er sterk in. Grappig genoeg zijn mijn ene broer en ik ondernemer geworden, en de derde niet.
Twan: Wat doet die derde?
Jeroen: Die werkt in de wetenschap in Leiden.
Twan: Aan de Universiteit Leiden?
Jeroen: Ja, als universitair docent.
Twan: Welke richting?
Jeroen: Bestuurskunde.
Twan: En je andere broer is het bedrijfsleven ingegaan, heeft een succesvolle carrière gemaakt en een bedrijf verkocht.
Jeroen: Klopt. Vorig jaar verkocht. Heel knap gedaan. Echt een grote inspiratie voor mij. Overigens zijn beide broers dat, maar ieder op hun eigen manier. Hij is van nul naar honderden medewerkers gegaan. Geweldig. En ook nog maatschappelijk relevant, want het gaat om energiebesparing voor bedrijven. Als we iets nodig hebben, is het dat.
Twan: Dus een groen bedrijf, en goed verkocht.Is hij financieel onafhankelijk?
Jeroen: Dat weet ik niet, dat zou je hem moeten vragen. Maar hij is er zeker niet armer van geworden.
Twan: Weet je het echt niet?
Jeroen: Ik denk dat ik het wel weet, ja. Maar dat is niet iets voor deze podcast.
Twan: Hoe lopen jullie leeftijden? Waar sta jij?
Jeroen: Ik ben de oudste. Dan twee jaar later Wout, en drie jaar daarna Pieter.
Twan: Pieter is de zakenman?
Jeroen: Pieter is de ondernemer. Wout de wetenschapper. En ik nu ook ondernemer.
Twan: Hadden jullie competitie toen je jong was?
Jeroen: Zeker. Nog steeds wel een beetje.
Twan: Nog steeds? Waar uit zich dat in?
Jeroen: Nu vooral op een leuke manier. Elkaar uitdagen. Vroeger was alles competitie. Van pingpong tot wie de meeste aandacht van mama of papa kreeg. Alles.
Twan: Is dat voor de oudste – jij dus – moeilijker of juist makkelijker?
Jeroen: Beide kanten op, denk ik. Mijn broers zouden misschien zeggen dat ik redelijk dictatoriaal was. Aan de andere kant loop je als oudste natuurlijk op alles voor. Maar er komt ook weer een omslagpunt. En zij werkten vaak samen tegen mij.
Twan: Bondjes tegen jou?
Jeroen: Zeker.
Twan: Wat vinden ze van jou?
Jeroen: Sowieso vinden ze het heel leuk wat ik doe. Ze vinden het leuk dat ik een familiemens ben. Dat ik leuk ben met onze kinderen en met hun kinderen. En ik denk ook dat ze altijd vinden: Jeroen is altijd bezig. Altijd met zaken, activiteiten, veel actie.
Twan: Driftig, ambitieus.
Jeroen: Driftig weet ik.
Twan: Maar niet boos driftig. Meer energiek driftig.
Jeroen: Exact. Altijd bezig iets op te zetten.
Twan: Heb je geduld met mensen die langzamer gaan dan jij?
Jeroen: Moeilijk. Heel moeilijk. Ik probeer daar bewust mee bezig te zijn, maar dat vind ik ingewikkeld.
Twan: Jij rent ook letterlijk hard. Je loopt lange afstanden. Wat is je beste marathontijd?
Jeroen: 3 uur 16. Voor een marathon niet uitzonderlijk snel. Waar ik trotser op ben is 17 minuten 34 op de vijf kilometer.
Twan: Dat is wel goed.
Jeroen: Misschien. Maar er zijn natuurlijk altijd veel mensen sneller.
Twan: Kunnen je broers je bijhouden met hardlopen?
Jeroen: De ene zeker, de andere niet.
Twan: Kan die harder dan jij?
Jeroen: Dat weet ik niet. Dat zou je hem moeten vragen. Maar onze tijden liggen dicht bij elkaar. Hij is wel heel sterk.
Twan: Rock-’n-roll dan. Van welke muziek houd je?
Jeroen: Dat vind ik moeilijk. Ik luister heel graag naar van alles, maar ik heb niet echt één stijl. Muziek speelt ook niet per se een enorme rol in mijn leven, dus ik zou niet één ding kunnen noemen.
Twan: Luister je in de auto naar muziek of niet?
Jeroen: Als ik bijvoorbeeld je Spotify Wrapped krijgt aan het einde van het jaar, wat daar dan bovenaan staat is vaak juist heel repetitieve muziek. Muziek die constant hetzelfde blijft. Dat vind ik echt fantastisch.
Twan: Zoals? Einaudi?
Jeroen: Ja, bijvoorbeeld. Of meer dat soort dingen. Hoe heet dat ook alweer het Don Kozakkenkoor. Dat soort muziek stond bij mij op nummer één. Maar ik vind het ook heerlijk om naar Carl Orff te luisteren. Dat vind ik ook fantastisch. Tegelijkertijd kan ik ook genieten van Slam FM of gewoon een harde beat. Dus juist die mix vind ik heerlijk.
Twan: Je luistert dus graag naar muziek die niet afleidt. Bijna monotoon.
Jeroen: Dat vind ik heerlijk.
Twan: Muziek waar je misschien een beetje op kunt mediteren of tot rust kunt komen. Om de hectiek in je leven terug te draaien.
Jeroen: Ja, ik denk dat je gelijk hebt. Herhalende muziek geeft veel rust. En ik vind het ook heerlijk als ik aan het werk ben, even zonder gesprek met iemand, om dat op te zetten. Vooral ’s ochtends vroeg.
Twan: Hoe hebben jullie ouders jou en je broers opgevoed? Waren er taboes? Waren er dingen die echt niet mochten? Ging het er hard aan toe of juist heel harmonieus?
Jeroen: Eigenlijk allebei niet. Er waren geen echte taboes. Niet per se heel harmonieus, maar wel heel liefdevol. Er lag wel veel nadruk op cognitieve vaardigheden. We waren thuis altijd met natuur en milieu bezig. We gingen vaak de natuur in, maar dan was het ook: hoe heet die vlinder? Hoe heet die vogel? En als je dan wist hoe die vogel heette, of hoe die vlinder heette, dan werd dat gewaardeerd. Wij kenden daardoor vroeger bijna alle soorten die er waren. Dat zou ik nu niet meer allemaal kunnen reproduceren.
Twan: Dus zij vonden het belangrijk dat jullie in de natuur waren én dat je wist wat een wielewaal was. Of een atalanta-vlinder.
Jeroen: Ja, precies. Dat werd gewaardeerd. Je kreeg een soort beloning – tussen aanhalingstekens – als je wist wat het was. Zo stimuleer je dat natuurlijk wel. Dus wij waren heel veel in de natuur.
Twan: Vond je dat verschrikkelijk?
Jeroen: Nee, ik vond het geweldig. Nog steeds.
Twan: De vacature van directeur van Natuurmonumenten directeur is vrij op dit moment. Je wordt gebeld. Jeroen, we kennen je inmiddels. We hebben die podcast gehoord met Twan Huys. Liefde voor de natuur zit bij jou ingebakken. Vegetariër ben je ook. Je hebt verstand van geld, je runt een eigen bedrijf, je houdt van vernieuwing. Onze organisatie heeft dat nodig. We willen jou. Wat zeg je?
Jeroen: Nee. Maar als je interesse hebt om mij als commissaris of toezichthouder te hebben: graag.
Twan: Nee, dat willen we niet. We willen iemand van jouw leeftijd. Waarom doe je het niet?
Jeroen: Om twee redenen. Eén: wat ik nu doe vind ik echt veel te fantastisch. Simpel. Tweede reden: het lijkt me een heel interessante functie, maar ik denk niet dat ik er heel goed in ben. Het is uiteindelijk toch veel vergaderen, veel polderen, veel mensen bij elkaar brengen. Daar zijn duizenden mensen beter in dan ik. Ik heb echt die ruimte nodig om snel te kunnen handelen en door te gaan.
Twan: Je hebt niet het geduld om zo’n grote organisatie te leiden.
Jeroen: Ik ben overigens wel zes jaar toezichthouder geweest bij Wakker Dier. Dus vanuit die positie bijdragen lijkt me juist super interessant. Met de dingen die je net noemde: geweldig.
Twan: Leaders in Finance. Er zijn hier heel veel bankdirecteuren te gast geweest. Lange tijd waren dat misschien wel de mensen die het meest gehaat werden door de Nederlandse bevolking, zeker na de bankencrisis. En daar probeer jij dan een mooi gesprek mee te maken. Ze zijn natuurlijk risk averse. Ze hebben geen zin om gekke dingen te zeggen, want dat gaat ten koste van het aandeel. Waarom ben je eigenlijk geïnteresseerd in mensen uit de financiële industrie op die posities, terwijl ze eigenlijk niets mogen zeggen in een podcast die jij maakt?
Jeroen: Nou, allereerst: uiteindelijk zeggen ze juist heel veel. Opvallend veel. Dat had ik nooit verwacht.En hoe doen ze dat? Op twee manieren.
Eén: omdat je heel lang met iemand in gesprek gaat. Jij weet ook: als je lang genoeg met iemand spreekt, kom je uiteindelijk altijd ergens.
Twee: tussen de regels door. Als je lang met iemand praat, krijgt iedereen gevoel bij die persoon. Iedereen denkt dan: wat je nu zegt is politiek correct, wat je nu zegt meen je echt, en dit zit ertussenin. Dus ook als er veel regels zijn vanuit de PR-afdeling, ook als het een beursgenoteerd bedrijf is: je krijgt toch iets te zien. En helemaal op het persoonlijke deel. We hebben een zakelijk deel – dat vind ik professioneel interessant, gewoon horen hoe zij ergens naar kijken, hoe iets werkt, daar leer je veel van. Maar het persoonlijke deel is nog boeiender. Dat is ook de tagline van de podcast: de mens achter het succes. Daar leer je de echte mens kennen. Dan zit er ineens iemand tegenover je te huilen. Of iemand wordt heel emotioneel over iets.
We hadden een van de meest vermogende mensen van Nederland te gast, Johann Kaemingk. En op een bepaald moment, tijdens een lang interview, werd hij heel emotioneel over zijn geloof. Dat zijn bijzondere momenten. En natuurlijk: voor het feit dat hij nog steeds toezichthouder of commissaris is bij Optiver moet hij oppassen wat hij zakelijk zegt. Maar op het persoonlijke deel helemaal niet.
Twan: Waarom kun jij het zelf niet? Je carrière start bij ABN AMRO. Daar ben je weggerend omdat de bank natuurlijk veel te saai was voor jou. Voor iemand met die drive en dat ongeduld. Is het jouw nachtmerrie om in het management te zitten van een van de grootbanken van Nederland?
Jeroen: Nee, integendeel. En ik ben ook helemaal niet weggerend. Sterker nog: het was gewoon het plan om carrière te maken binnen de financiële sector. Ik ben puur toevallig deze kant op gegaan.
Twan: Dus je had daar nog kunnen werken?
Jeroen: Zeker. Ik werkte zeven jaar voor ABN AMRO met heel veel plezier. Ik heb het management traineeship gedaan, meerdere rollen gehad. Aan het einde werkte ik bij Bijzonder Beheer.
Twan: Weet je dat ik daar niets van geloof? Ik zie jou niet teruggaan naar een bank. Volgens mij is dat veel te saai voor je.
Jeroen: Wacht even, dat is een ander verhaal. Of ik nu terug zou gaan, dat is iets anders. Nee, waarschijnlijk niet.
Twan: Natuurmonumenten doe je niet. Je wordt opgebeld door een van de drie grootbanken.
Jeroen, CEO ben je nog iets te jong voor. Daar hebben we serieuze grote mensen voor nodig met een lange staat van dienst. Maar we zien jou wel als een nieuwe generatie leider bij de bank. We beginnen wat lager in de hiërarchie. Kom erbij. Wat zeg je?
Jeroen: Nee.
Twan: Waarom?
Jeroen: Omdat als ik zoiets zou doen, ik ook CEO zou willen zijn. En ik ben het met je eens: dat is misschien wat extreem. Overigens, toen ik bijna 44 was, was ik bijna CEO geworden van een kleinere financiële instelling. Later nog van een andere. Ik kan niet zeggen welke. Dat is bijna gebeurd. Maar toen dacht ik al: nee, ik ga verder met wat toen nog alleen de podcast was. Ik zag toen al de mogelijkheden om het uit te bouwen tot een grotere organisatie. Dus nee.
Kijk, als ik gebeld word door een heel groene bank, of een bank die echt compleet anders wil opereren, en je wil daar CEO worden, dan zou ik het overwegen. Als ik niet zou doen wat ik nu doe – stel dat ik dat even wegstreep – dan lijkt me dat geweldig.
Een hele groene, zwaar digitale bank. Een beetje een combinatie van Revolut en Triodos Bank. Daar CEO van worden, of in de raad van commissarissen komen: super interessant.
Twan: Hoe heet de chef van Revolut ook alweer? Nikolay Storonsky. Die belt. Jeroen, het valt op wat je doet. Die podcast versta ik geen woord van, maar mensen die ernaar luisteren zeggen dat het goed is. Wij groeien als kool en we maken je landenmanager. Wat zeg je?
Jeroen: Nee, dat zou ik niet doen.
Twan: Waarvoor kunnen ze jou wél wakker bellen? En je mag niet zeggen: voor niets, want ik doe al wat ik altijd wilde. Wie mag jou waarvoor wakker bellen?
Jeroen: Ik denk voor eindbaas worden van een groene, zwaar moderne bank. Super interessant. Of toezicht houden bij dat soort clubs. Dat lijkt me ook heel boeiend.
Twan: Is zo’n bank er al?
Jeroen: Ik weet het niet. Kijk, die groene kant: ze zeggen het allemaal wel, maar echt groen zijn er natuurlijk maar weinig.
Twan: Triodos Bank kwam ermee naar buiten: wij zijn een beetje soft geworden.
Jeroen: Nou ja, ik weet niet of het soft is geworden. Wat ik Triodos Bank zou gunnen is dat ze nog veel meer inzetten op opschalen.
Impact maak je natuurlijk door voor je principes te staan. Maar impact maak je nog veel meer als je die principes behoudt én heel groot wilt worden.
Twan: Zou je het zelf willen opzetten? Zou je het kunnen?
Jeroen: Of ik het kan weet ik niet. Maar als je veel geld hebt, kun je veel goede mensen aan je binden.
Zou ik het interessant vinden? Ja. Nu niet, want dit vind ik veel te leuk. Maar als er een moment komt dat ik dit niet meer leuk vind: een hardcore digitale moderne bank, met een aantal duidelijke principes – vooral rondom groen – super interessant. Daar heb ik vaak over nagedacht.
Twan: Wie zijn wereldwijd jouw top drie leaders in finance waarvan je zegt: dat is echt inspirerend, die zou ik willen spreken?
Jeroen: Wie ik heel graag zou willen interviewen: een van de CEO’s van de grote Chinese banken. En Jamie Dimon vind ik super interessant.
Twan: JPMorgan Chase. Waarom?
Jeroen: Dat is een zestiger met enorme invloed. Donald Trump luistert bij wijze van spreken naar hem. Alleen die invloed al vind ik interessant. Maar ook hoe hij dingen verwoordt. Ontzettend knap.
Twan: Hoeveel mensen zijn er gesneuveld, denk je, op weg naar zijn toppositie? Hoeveel mensen heeft hij aan de kant moeten duwen?
Jeroen: Geen idee.
Twan: Wat denk jij?
Jeroen: Heel veel.
Twan: Ik denk dat je een shark moet zijn om op Wall Street op die plek te overleven. Kun jij dat? Ben jij meedogenloos als het nodig is?
Jeroen: Nee, denk ik niet. Niet genoeg voor zoiets in ieder geval.Maar wat me altijd opvalt: ik ontmoet veel CEO’s. Soms denk je vooraf: dit wordt misschien een heel lieve of zachte persoonlijkheid, heel gechargeerd gezegd. Maar het is altijd duidelijk waarom die mensen op die positie zitten. Je moet natuurlijk gehaaid en competitief zijn om in een organisatie boven te komen.
Twan: Maar ook de CEO van ABN AMRO. Hoe heet ze? Die Franse dame. Marguerite Bérard. Die vind jij goed?
Jeroen: Dat weet ik niet. Ik sta aan de zijlijn. Ik werk daar niet meer. Ik vind het sowieso heel interessant. En ik merk dat veel mensen positief over haar praten. Maar je kunt mensen op allerlei niveaus beoordelen: hoe ze hun baan doen, hoe ze dat doen in een bepaalde context, hoe ze persoonlijk met mensen omgaan. I don’t know.
Maar vanaf de zijlijn heb ik wel het idee dat daar dingen veranderen.
Twan: In het programma dat wij maakten – zes afleveringen lang vanuit De Nederlandsche Bank, College Leaders in Finance – zat Christine Lagarde, president van de European Central Bank. En jou viel meteen op: wie stond er na afloop op het podium om contact te maken met Christine Lagarde? Dat was de CEO van ABN AMRO. Dat zei jij tegen mij, want ik moest nog ingelicht worden. Klopt. Wat dacht je toen je haar daar het podium op zag gaan?
Jeroen: Om het helemaal precies te maken: ik sprak Marguerite Bérard kort daarvoor. Ik had haar nog nooit ontmoet. We maakten kennis. Zij zei: ik ken Christine Lagarde en ik vind het een beetje gênant om nu het podium op te stormen. Toen zei ik: laten we gewoon samen het podium opstormen. En dat hebben we gedaan.
Twan: Slim van jou. Want je maakt niet alleen contact, je legt ook verbinding met haar.
Jeroen: Is dat een vraag? Moet ik antwoorden dat dat slim van mij was?
Twan: Je bent toch een netwerker?
Jeroen: Ja, maar ik denk dat dit een mooi voorbeeld is waarbij ik iemand help, en tegelijk denk: leuk dat we daardoor een band opbouwen. Dus ja.
Twan: Want dan kan zij de volgende gast in de podcast zijn.
Jeroen: Ja, dat ook.
Twan: Ben je transactioneel?
Jeroen: Ja en nee. Dit is eigenlijk het perfecte voorbeeld. Ik help heel graag mensen. Ik zit constant mensen te helpen, maar ik denk ook altijd: wat is mijn belang? Dus er zit een transactionele component in, maar ook een sociale component. Het is een mix.
Twan: Dat is natuurlijk een spannende vraag, omdat we nu – even heel groot gedacht – een regering en een president in Amerika hebben die alleen maar transactioneel denken. De vredestichters van hem, Jared Kushner en Steve Witkoff, zijn vastgoedjongens. Die stuurt hij op pad: doe voor mij goede dingen, maak vrede in Oekraïne en met Iran, en dan krijgen jullie een piece of the pie. Letterlijk: een stukje real estate. Amerika is helemaal transactioneel geworden. Is de wereld waarin jij opereert ook transactioneel?
Jeroen: Nee, zeker niet in die mate. Wat jij nu beschrijft is vaak regelrechte corruptie, fraude, vriendjespolitiek. Als je transactioneel handelt zonder enige vorm van integriteit en principes: ver van mij, ver van waar ik voor wil staan.
Maar natuurlijk: als ondernemer moet je ook denken aan hoe je je bedrijf vooruitbrengt en hoe je dingen voor elkaar krijgt. Wij zijn een netwerkbedrijf. We houden mooie verhalen over Leaders in Finance, maar uiteindelijk valt het samen in twee woorden: kennis en kennissen. Kennisoverdracht en mensen die we kennen. Zo simpel is het. Dus het netwerk is een belangrijk onderdeel daarvan.
Is de financiële wereld in Nederland zo transactioneel als in Amerika? Verre van. Maar ik denk dat er overal – of het nou overheid, bedrijfsleven, politiek of journalistiek is – altijd een mate van transactionaliteit is. Je moet soms transactioneel handelen om dingen voor elkaar te krijgen. Maar ik zie hier veel meer integriteit en principes dan in de VS.
Twan: Ja, ik denk dat het overal speelt. We zitten op het Mediapark in Hilversum en ik kijk tegen het gebouw van de NPO aan. Achter me zitten NPR, NTR, BNNVARA en VPRO. De wereld die ik goed ken, is ook gebaseerd op transacties. Veel mensen zitten hier niet zozeer omdat ze het doel van de publieke omroep dienen, maar omdat ze zichzelf dienen. Ik denk dat dat overal zo is.
Jeroen: Ja. Je moet altijd zoeken: waar zitten de incentives voor iemand? En valt dat samen met een groter algemeen belang? Als je die twee kunt laten samenvallen, dan heb je bingo.
Twan: Wie is daar goed in? Van de mensen die jij hebt ontmoet of gezien binnen- en buitenland: wie is goed voor zaken, snapt hoe hij of zij een tent moet leiden, maar doet dat ook nog op een manier die jij verantwoord vindt?
Jeroen: Er komen veel mensen boven, maar de eerste aan wie ik denk is Maarten Edixhoven, de CEO van Van Lanschot Kempen. Zeer sociaal, zeer begaan met de wereld, maar ook slim met de business. Hij laat de business ook enorm groeien.
Ik moet ook denken aan Karin van Baardwijk, de CEO van Robeco. Precies hetzelfde verhaal: zeer begaan met de wereld, maar ook gewoon een goede bestuurder.
Er komen heel veel mensen bij mij boven. Dan moet ik eigenlijk het lijstje van die tweehonderd namen erbij pakken. Ik gooi overigens altijd alles door elkaar van wat mensen gezegd hebben, omdat ik zoveel van die interviews heb gedaan. Dat zal je bekend voorkomen.
Jeroen: Voordat je verdergaat: jij had het over Christine Lagarde. Hoe heb je dat interview zelf ervaren? Daar ben ik benieuwd naar.
Twan: Ik vind haar waanzinnig interessant. Iemand met lef, en ook iemand die op een slimme, sluwe manier langs allerlei barrières heen is gegaan. Ze heeft ook een paar keer aan de rand van de afgrond gehangen, aan haar nagels. Ze heeft ook geluk gehad. Ze kreeg de positie bij het IMF omdat haar voorganger zich had vergrepen aan een kamermeisje in New York. Dat moet je af en toe ook hebben.
Jeroen: Nomineert je kans?
Twan: Ja. Haar carrière is uitgestippeld via goede timing, geluk en een niet-aflatende inzet om zo ver te komen. Wat ik interessant aan haar vind, is dat zij op belangrijke momenten af en toe lef laat zien dat andere leiders niet laten zien. Bijvoorbeeld in Davos dit jaar. Ze is opgestapt bij een toespraak van Lutnick, de minister van Economische Zaken van Trump. Hij zei zoveel belachelijke dingen over Europa dat zij als enige leider in de zaal opstond en wegliep.
Dat valt op als de president van de ECB dat doet. De meeste mensen durven dat niet. Sterker nog: 99,9 procent van de mensheid durft dat niet. Zij durft dat wel. Dus ze is sluw, slim, maar ook met een snufje wijsheid. Dat is zeldzaam als je dat tegenkomt.
Jeroen: En ongekend charmant toch? Mijn woorden, maar dat is ook een vraag aan jou.
Twan: Ja, zeker. Innemend. Maar ze is ook slim. Ze kijkt eerst: wat heb ik in het vat?
Jeroen: Transactioneel.
Twan: Absoluut. Ik denk dat de meeste mensen op topposities ubertransactioneel zijn. Die doen niets voor niets. Die checken iedere journalist en iedere collega: wat heb ik aan jou? Als het antwoord twijfelachtig is, of niets, dan ga je niet door naar de volgende ronde. Anders waren ze niet zo ver gekomen.
En dan is er nog iets: je kunt je ontzettend vergissen in mensen. Daar moet ik aan denken omdat er nu een onderzoek is gestart door de stichting van Bill Gates naar Bill Gates, die een zeer schimmige, donkere relatie had met de pedoseksueel Jeffrey Epstein.
Dan kom je bij een tweede component, en dat is de vraag aan jou: macht corrumpeert. Absoluut. Dat weet je. Dan gaan mensen hele rare dingen doen. Heb jij dat in jouw carrière gezien?
Jeroen: Zeer beperkt. Mijn eerste fase van mijn carrière was natuurlijk relatief ver van de absolute macht af. Behalve bij het laatste bedrijf, waar ik wel dicht op de raad van bestuur zat.
Twan: Je hebt bijna tweehonderd interviews gedaan met leiders.
Jeroen: Ja, maar ik zie die mensen natuurlijk niet in de dagelijkse praktijk. Ik krijg vooral te zien wat zij mij vertellen op dat ene moment.
Twan: Snap ik. Maar dat geldt ook voor mij. Ik heb Bill Gates geïnterviewd. Natuurlijk vertelde hij in dat interview niet dat hij in de omgeving van Jeffrey Epstein op de foto ging met jonge meiden, waarvan we tot nu toe niet weten wat hij daarmee heeft uitgespookt. Maar ik vrees het ergste voor hem.
Ben je ooit teleurgesteld geraakt in iemand die je geïnterviewd hebt? Iemand van wie je dacht: echt goed, die persoon. En dat je achteraf, met alles wat je meer te weten kreeg, moest zeggen: er klopt eigenlijk geen donder van.
Jeroen: Niet alleen in interviews. Ik heb het heel vaak. Ik ga alleen geen namen noemen, want dat vind ik echt ingewikkeld. Maar ik heb het heel vaak.
Mijn absolute overtuiging is dat macht corrumpeert. Je moet overal en altijd mensen begrenzen, ook jezelf. Recent heb ik er bijvoorbeeld in onze organisatie voor gezorgd dat mijn partner in het bedrijf honderd procent dezelfde voting heeft als ik. Ook om mezelf te bedwingen. Ik wil het altijd eerst bij mezelf zoeken.
Uiteindelijk ben ik ervan overtuigd dat je mensen niet te lang op één positie moet laten zitten met te veel vrijheid. Waar dan ook. Van gezinsniveau tot het leiden van grote organisaties. Mensen hebben gewoon die tendens.
Er zijn misschien enkele extreme mensen, de Gandhi-Mandela-league, zeg maar. En zelfs daar kun je je afvragen of ze wijs genoeg waren om daarmee om te gaan.
Twan: Heb je jezelf er weleens op betrapt?
Jeroen: Niet, maar wel dat ik denk: ik loop hier wel heel makkelijk mijn zin door te drammen. Of dat dan macht corrumpeert is, weet ik niet. Maar als je eigenaar bent van een kleine organisatie, is het makkelijk om gewoon te zeggen: we gaan dit doen, punt. Dan betrap ik mezelf en denk ik: nee, we gaan eerst vragen wat anderen ervan vinden. Ik kan nog steeds een andere beslissing nemen, dat wel. Uiteindelijk is er één iemand die leidt. Maar blijven vragen, horen en wederhoren toepassen op alles wat je doet, is denk ik heel gezond.
Twan: Wie is je belangrijkste kompas?
Jeroen: Dat is een interessante vraag. Ik denk niet dat ik één kompas heb, maar wel de normen en waarden die ik vanuit mijn jeugd heb meegekregen.
Daar zitten een paar dingen in. Eén is wat een van mijn gasten ooit noemde – en dat vind ik een mooie manier van verwoorden – een zwak voor de zwakkere. Dus altijd blijven nadenken: iemand anders heeft het minder dan jij, daarvoor moet je opkomen.
Twee: nooit denken dat je je succes alleen aan jezelf te danken hebt. Dat vind ik echt verschrikkelijk, als mensen hun succes altijd naar zichzelf toe praten. Ik ben de laatste die dat bij mezelf zal doen.
Waar je wieg heeft gestaan is zo bloody important. Hoeveel grijze massa je hebt meegekregen is zo belangrijk. En dan zeggen mensen nog: ja, ik heb zo hard gewerkt, daarom ben ik nu CEO. Dan denk ik: je bent opgegroeid daar en daar, met geld, in Nederland, met hersenen, met goede contacten. En dan nog beweren dat je het aan jezelf te danken hebt.
Twan: Is dit een ode aan je ouders? Dat zij het goed hebben gedaan in de opvoeding? Hebben we het daar nu over?
Jeroen: Ja, dit zijn dingen die ik heb meegekregen. Daarmee probeer ik antwoord te geven op de vraag: wat is mijn kompas?
Twan: Oké, maar dat is de basis. Het fundament waarop je leven gebaseerd is. Wie heeft er de afgelopen maand tegen jou gezegd: Jeroen, even kalm aan. Of: niet zo’n grote bek. Of: niet zo ongeduldig.
Jeroen: Als je het op dat niveau bekijkt, zijn er een paar mensen cruciaal. Wieke, mijn vrouw, nummer één. Ernst Beskers, mijn compagnon in het bedrijf, nummer twee. En indirect natuurlijk je kinderen. Wij hebben vier kinderen en die zeggen wel wat ze denken. Die steken dus de noodzakelijke middelvinger naar je op als ze het niet met je eens zijn.
Twan: Hoe oud zijn ze?
Jeroen: Ze zijn nu elf, negen, acht en vijf.
Twan: Wanneer kreeg je voor het laatst van wie de middelvinger?
Jeroen: Altijd om hetzelfde: papa, mama, je zit te veel op je telefoon.
Twan: En wie zegt dat van de vier?
Jeroen: Allemaal. Dat hebben ze ook wel van elkaar geleerd. Ze weten ook dat ze ons daarmee kunnen raken, want wij willen dat natuurlijk eigenlijk niet.
Twan: Hebben zij allemaal een telefoon?
Jeroen: Niemand nog.
Twan: Ook de oudste niet?
Jeroen: Nee. We hebben altijd gezegd: als je naar de middelbare school gaat – en dat gebeurt deze zomer – dan krijg je er een.
Twan: Steken ze dan de middelvinger op omdat ze zeggen: jullie geven ons iets niet waar je zelf niet vanaf kunt blijven?
Jeroen: Allereerst: middelvinger wordt niet getolereerd. Laat ik dat duidelijk stellen.
Twan: Nee, maar het gebeurt wel.
Jeroen: Ik wil het wel gezegd hebben, zodat je niet denkt dat ik dat accepteer. Maar het gebeurt.
Met name omdat ze weten dat dat de manier is om aandacht te krijgen. Dat zou mijn psychologische analyse zijn. Ze weten heel goed dat Wieke en ik vinden dat we niet op onze telefoon moeten zitten als de kinderen erbij zijn.
Twan: Als ze protesteren, is dat dan een moment dat jij en Wieke allebei tegelijk te lang op jullie telefoon zitten te kijken? Dat je helemaal opgeslorpt wordt? Want dat doen we natuurlijk: dat laten we gebeuren door die telefoon. Is dat het beeld thuis?
Jeroen: Nee, maar het kan ook allebei zijn. Of een van ons.
Twan: Ja, dat bedoel ik.
Jeroen: Het is natuurlijk altijd iets wat we proberen te voorkomen.
Twan: Wie is het ergste van jullie twee? Jij of je vrouw?
Jeroen: Ik denk 50-50. Het hangt van het moment af. Mijn vrouw is ook ongelooflijk actief in haar loopbaan, dus die is net zo hard met haar werk bezig.
Tegelijkertijd hebben we altijd gezegd: je hebt misschien weleens gehoord van de Five Regrets of the Dying. Een van die vijf regrets is: was ik maar meer bij mijn geliefde geweest, bij mijn kinderen. Daarvan hebben wij altijd gezegd: dat gaat ons niet gebeuren.
Hoe hard we ook carrière maken, hoe hard we ook werken aan wat dan ook buiten het gezinsleven, we gaan een paar dingen keihard vastleggen. Vooral om onszelf in bedwang te houden. Weer dat idee: macht corrumpeert, of jezelf begrenzen.
Onze stelling is: outsource everything but love.
Ik ben op woensdag altijd met de kinderen. Mensen die afspraken met mij proberen te maken op woensdag weten: dat lukt gewoon niet. Vrijdag is weekenddag. En in het weekend ook. ’s Ochtends breng ik de kinderen altijd. Wieke haalt ze.
Al die cruciale momenten houden we vast. Daartussenin hebben we natuurlijk veel hulp. Dat is de outsource everything but love. Anders kunnen we dit leven niet leiden.
Maar wij willen niet op het punt komen dat we ooit zeggen: was ik maar meer met mijn kinderen geweest. En dat hoor ik overigens bij heel veel CEO’s die ik interview. Random getal, maar ergens tussen de 70 en 100 procent heeft daar spijt van. Dat gaat ons niet gebeuren.
Twan: Hoe vaak ben je in je gezin, bij je kinderen, maar toch afgeleid?
Jeroen: Vaak. Want je hebt natuurlijk ook afleiding die gewoon in je hoofd zit.
Als ik een boek aan het voorlezen ben in het bed van mijn dochter – we hebben twee jongens en twee meisjes – dan betrap ik mezelf er weleens op dat ik denk: straks moet ik Twan Huys bellen, omdat we voor College Tour iets moeten organiseren. Dan denk ik: nee, nu even niet aan Twan denken. Dat is op zich goed natuurlijk, maar nu moet ik vol in het verhaal zitten bij mijn dochter.
Dat gebeurt dus wel. Ik vind het ook zo leuk wat ik doe. Zo intrinsiek leuk. Dat is bijzonder. De CHRO van een van de grote banken in Nederland zei laatst tegen mij: zestien procent van de mensen vindt zijn werk echt intrinsiek leuk. Dan ben ik heel dankbaar dat ik bij die zestien procent hoor.
Dus het is aan de ene kant enthousiasme, maar je moet wel oppassen. Je wilt wel echt daar zijn bij iemand.
Twan: Wieke klimt binnen de wetenschappelijke wereld. Jouw vrouw is associate professor aan de Universiteit Wageningen. Wat is precies haar deskundigheid?
Jeroen: Zij zit ook in de bestuurskunde. Dat heb ik overigens ook gestudeerd. Mijn broer ook en mijn schoonzus ook. Mijn broer, mijn schoonzus en Wieke zijn alle drie gepromoveerd in de bestuurskunde. Ik heb alleen bestuurskunde gestudeerd.
Zij is universitair hoofddocent en associate professor. Daarnaast zit ze in de Wetenschappelijke Klimaatraad, met tien professoren in Nederland, om de regering en het parlement gevraagd en ongevraagd van advies te voorzien.
Twan: Op welk terrein zit ze?
Jeroen: Bestuurskunde en water.
Twan: En zij is op weg om hoogleraar te worden. Ik denk dat dat ook een droom is.
Jeroen: Ik denk dat ze dat heel gaaf zou vinden, ja.
Twan: Jullie zijn door haar werk onlangs een aantal maanden uitgezonden – zoals vroeger missionarissen naar Nieuw-Zeeland gingen. Je bent met het hele gezin, met je vier kinderen en met Wieke, door haar baan verhuisd naar Nieuw-Zeeland.
Heeft die tocht en dat verblijf daar tot nieuwe inzichten geleid voor jullie twee persoonlijk? Of voor jou?
Jeroen: Een beetje. Het was sowieso een van de mooiste maanden van mijn leven. Het was echt fantastisch om dit met het gezin te kunnen doen.
Echt nieuwe inzichten? Dat valt mee. Misschien één: even afstand nemen na zes jaar lang gas geven op Leaders in Finance. Dat was heel gezond, letterlijk voor mijn gezondheid, maar ook om nieuwe ideeën te krijgen. Om er weer vanuit helikopterview naar te kijken.
Verder niet per se heel nieuwe inzichten. Ik heb zelf al een aantal jaar in het buitenland gewoond, dus het internationale was niet helemaal nieuw. Maar het was gewoon heel gaaf.
Twan: Als je zegt: het was een van de mooiste tijden van mijn leven, definieer dan eens waardoor dat kwam.
Jeroen: Eén van de mooiste maanden van mijn leven. Dat kwam doordat alle andere ruis opeens wegvalt. Ook leuke ruis, maar alle dingen die je normaal sociaal doet: alle sporten die we doen, alle familieverjaardagen, kennissen bezoeken, vrienden bezoeken. Dat is hartstikke mooi en belangrijk, maar het een keer niet hebben betekent dat je alleen maar met het gezin bent.
Daardoor ontstaat er een onvoorstelbare groei in de relaties tussen de gezinsleden. Eindelijk is het gezin in die zin echt bij elkaar. Je deelt alles, bent 24/7 intiem samen.
Twan: En jullie gingen ook nog de natuur in.
Jeroen: Ja. De natuur is voor ons allemaal – zeker voor Wieke en mij, en ondertussen denk ik ook voor de kinderen – extreem belangrijk.
Twan: Hoe vonden de kinderen het?
Jeroen: Drie van de vier vonden het vrij snel fantastisch op school. Maar kijk: ik spreek geen Chinees. Als je mij nu dropt in een Chinese school en zegt: succes ermee, dan is dat heftig. Dat is eigenlijk wat we deden. Dat realiseerden we ons ook. We hebben het ook met de kinderen besproken, maar dan nog is het heftig.
De jongste had wel echt moeite. Die sprak letterlijk nul woorden Engels. Nu spreekt ze allerlei woorden, dus dat is mooi. Maar zij had het in het begin wel zwaar. Het is echt wel blijven hangen.
Twan: Het is een soort Ik vertrek, maar ik kom toch terug.
Wat ik interessant vind, is dat je zegt: het was de mooiste tijd van mijn leven, maar ik heb er niet echt een nieuw inzicht door gekregen. Terwijl je volgens mij net je nieuwe inzicht hebt verteld. Namelijk: dat hectische leven dat jullie leiden – allebei op de telefoon, ’s avonds met de kinderen – en in die drie maanden zijn jullie dichter bij elkaar gekomen dan ooit.
Jeroen: Voor mij was het vooral bevestiging van inzichten. Ik weet dat ons gezin al heel hecht is. We zijn al heel veel samen. Daar nog meer. Maar dat wil niet zeggen dat ik altijd zo wil leven. Ik vind wat we hier doen ook fantastisch.
Iedereen vraagt als ik terug ben: hoe heb je het gehad? Dan zeg ik: het was een van de mooiste maanden van mijn leven. Dan zeggen mensen: dan zal het hier wel zwaar vallen. Maar geen moment.
Ik kwam vrijdagavond thuis, zaterdag hadden we de Driebergenloop, een fantastische hardloopwedstrijd in Driebergen. Zondag opruimen, maandag weer beginnen. En hier is het ook weer ongelooflijk leuk. De kinderen vonden het ook weer leuk om hun vrienden te zien.
Twan: Je bent moeiteloos teruggegaan in het leven.
Jeroen: Ja, heel makkelijk. We waren ook nooit van plan om daar te blijven. Iedereen zei: we zien jullie nooit meer terug. We hebben ook familie in Nieuw-Zeeland. Allerlei mensen zeiden: jullie blijven daar. Maar ik zei: dat zijn we niet van plan. Dat gaan we ook niet doen. Dat is ook niet gebeurd. Dat willen we ook helemaal niet. Het was een geweldige ervaring, maar hier woon ik een heel mooi leven. Ik ben gewoon heel dankbaar dat beide mooi is. Dat het allebei kan.
Twan: Trek de helikopter eens wat omhoog. Nieuw-Zeeland hebben we gehad.
Je hebt heel veel CEO’s geïnterviewd. En het merendeel daarvan – of je zegt in ieder geval: er zijn eigenlijk maar heel weinig mensen echt gelukkig in hun baan. Zestien procent, dat noemde je net.
Dat hoor ik ook. Hoe hoger mensen stijgen in de hiërarchie, hoe meer gezeik ze hebben met hun tweede vrouw, de tweede leg, hun boot die ze niet meer kunnen betalen. Armoede onder de rijken.
Jij moet in deze podcast veel treurige voorbeelden hebben gezien. In de afgelopen 198 afleveringen: heb jij mensen gezien – misschien heb je er niet naar gevraagd – die helemaal geen leuk leven leiden, behalve dat ze op een hoge positie zitten? That’s it.
Jeroen: Twee denkpaden.
Twan: Die zestien procent: is dat waar? Klopt dat wat ik nu bespreek?
Jeroen: Ja, ik denk het wel. Ik denk alleen dat ze het zelf vaak niet doorhebben.
Twan: Nee, maar ik vroeg naar jou. Had jij het door bij die mensen?
Jeroen: Ja, heel vaak. Maar sowieso bij veel mensen die ik ontmoet. Het heeft niet per se te maken met waar ze zitten of hoe hoog ze in de organisatie zitten. Ik denk dat het voor iedereen geldt.
Twan: Denk je niet dat het een grote rol speelt als je hoog in een organisatie zit, grote verantwoordelijkheden hebt voor de aandeelhouder en voor je personeel? Dat de kans groter is dat je zo afgeleid raakt van de zaken waar het echt om draait – die jij net beschreef – dat je daar niet gelukkig van wordt?
Jeroen: Ja, maar ik denk niet dat je gelukkiger wordt in een junior analistenpositie dan in een CEO-rol.
Twan: Nee?
Jeroen: Nee.
Jeroen: Ik denk alleen wel dat je constant bevestigd wordt als je hogerop komt. Overigens heb ik ook ministers gehad, bankpresidenten en ondernemers. Die volgen natuurlijk weer net andere paden.
Maar ik denk wel dat je in een positie kunt komen waarin je denkt dat je heel blij bent, dat je heel trots bent, dat je het heel erg aan jezelf te danken hebt, dat het gaaf is om zoveel geld te hebben. Maar diep inside, als je echt even je best zou doen, heb je toch ook een knagend gevoel dat er voor een paar dingen totaal geen tijd meer is.
The Five Regrets of the Dying: onder andere het zien van vrienden en familie. Of kinderen. Want zoals ik al zei: het overgrote deel van deze mensen, die wat verder zijn, heeft spijt van het feit dat ze weinig met hun kinderen waren. Maar vaak zijn ze daarom ook heel goed geworden: omdat ze bijna monomaan met hun werk bezig waren.
Twan: Is het te combineren om de allerbeste te zijn in het vak dat je beoefent en tegelijkertijd een hele leuke vader te zijn?
Jeroen: Ik denk dat het heel lastig is. Als je ergens goed in wilt zijn — die 10.000-urenregel zie je keer op keer — dan hebben deze mensen vooral in het begin van hun carrière allemaal snoeihard gewerkt.
Twan: Heb jij in je jonge jaren, als je naar je ouders keek, wel eens gedacht: hele leuke mensen, maar niet heel ambitieus misschien?
Jeroen: Ja, in die zin: wel ambitieus in hun werk, maar ze wilden daar niet zoveel uren in stoppen als bijvoorbeeld Wieke en ik doen. Of mijn broer.
Maar tegelijkertijd kun je je ook afvragen: wat is the better life?
Twan: Ik stel die vraag omdat ik dat een tijdlang over mijn vader heb gedacht. Hij was leraar Engels aan een vmbo, dat toen nog lts heette.
Jeroen: Die is relatief recent overleden, hè?
Twan: Twee jaar geleden, ja. Ik dacht een tijdlang dat hij niet zo ambitieus was in zijn vak. Ik denk dat ik hem dat ook weleens verweten heb. En naarmate ik ouder werd, dacht ik: wat verstandig van je. Toen hij de baan aangeboden kreeg om directeur te worden van de school waar hij lesgaf, koos hij ervoor om het juist niet te doen. Hij koos voor vakanties met zijn familie en stak daar heel veel tijd in.
Jeroen: Dus hij was niet minder ambitieus, maar…
Twan: Hij was ambitieus als het ging om de relatie met zijn familie. En nu denk ik al heel lang: kijk, dat is wijsheid.
Jeroen: Ja, daar kan ik me alleen maar bij aansluiten.
Twan: Waarom ren jij dan toch zo hard voor het bedrijf dat je hebt?
Jeroen: Omdat ik denk dat ik het nu kan combineren. Dat kan heel naïef zijn.
Twan: Wees eens heel eerlijk.
Jeroen: Ik denk dat het nu een goede balans is.
Twan: Je hebt veel ballen in de lucht, hè?
Jeroen: Ja, heel veel. Maar ik denk wel dat het goed gaat. Kijk, als ik bijvoorbeeld de woensdag waar ik eerder aan refereerde zou opgeven om te gaan werken, dan zou dat voor mij een teken zijn: het gaat niet de goede kant op.
Twan: Ik zeg nu even heel bot tegen jou: is het niet armoede om maar één dag in de week vrij te houden voor je gezin?
Jeroen: Nee, dat vind ik niet. In combinatie met de ochtenden, de avonden en de weekenden vind ik dat niet.
Ik vind het ook heel belangrijk dat je niet alleen vader of moeder bent. Je bent ook actief in de buitenwereld. Dat zien je kinderen ook. Ik was zelf ook supertrots op wat mijn ouders deden. Nog steeds. Supertrots op wat zij gedaan hebben: zowel in de milieueducatiewereld als in de farmacie, met het helpen van patiënten met medicijnen.
Dat is ook een deel van waarom ik trots ben op mijn ouders. Ik ben ook trots op het feit dat ze tijd voor ons hadden.
Maar tijden veranderen ook. De tijd waarin jouw ouders of mijn ouders opgroeiden, is weer een heel andere tijd dan waarin wij nu zitten.
Veel CEO’s vertellen dat ook. Ze zeggen: ik ben pas na een tijd gaan zien dat ik mijn privéleven mee mag nemen naar mijn werk, en mijn werkleven naar mijn privé. Daarvoor was het strikt gescheiden. Bij mijn generatie kun je niet meer zeggen dat het strikt gescheiden is.
Twan: Je hebt natuurlijk mensen die een toppositie hebben vanuit een Excel-sheet. Hoe hoger de positie, hoe meer anderen voor je bepalen waar je op welk moment met wie spreekt. Dat heb jij nog niet, hè?
Jeroen: Totaal niet. Ik word gillend gek van het idee.
Twan: Wat is het hoogtepunt uit deze podcastserie? Van welk gesprek dacht je: geweldig?
Jeroen: Ik heb niet één gesprek. Maar er zijn gesprekken — en het is altijd hetzelfde — waar ik echt energie van krijg: als mensen kwetsbaarheid durven te tonen.
Er is bijvoorbeeld een moment waarop een raad van bestuurslid vertelt over de aardbevingen. Pinar Abay, raad van bestuur van ING, vertelt over de aardbevingen in Turkije, waar collega’s zijn omgekomen. Dat wordt een heel emotioneel moment.
Het gaat niet om dat emotionele moment zelf, maar om het feit dat iemand zich kwetsbaar opstelt. Dan zie je ineens de tagline van de podcast: de mens achter het succes. Ik wil die mens zien.
Twan: Wat zou je vragen als jij nu de interviewer was en ik Christine Lagarde was? Zij zit tegenover je. Wat zou je aan mij vragen?
Jeroen: Een vraag die gaat over: wat is uiteindelijk jouw echte drijfveer in dit alles? Dat vind ik heel boeiend.
Hoe je dat precies moet vragen, kan ik beter aan jou stellen, want jij bent natuurlijk zeer succesvol in mensen op dat punt krijgen. Maar een vraag die gaat over: wat is nou echt je diepe drijfveer? Dat intrigeert mij constant bij al die 200 gesprekken.
Als je daar heel diep op doorgaat en je zou echt de antwoorden krijgen, dan zijn het vaak hele basale dingen. Bijvoorbeeld wat jij net vroeg over competitie met broers. Of de vader die niet zo enthousiast was over wat iemand deed. Of de moeder die dit was.
Er zitten vaak heel basale drijfveren achter.
Twan: Ik las in een boek van een politiek journalist, presentator van Newsnight, die een boek heeft geschreven over politici, dat de meeste Britse premiers een vader hebben die op jonge leeftijd is overleden. En wat doen die? Die willen aan hun niet meer levende vader laten zien dat ze een geweldige zoon zijn. Wat een onmogelijk gevecht is.
Jeroen: Voilà. Ik zie het keer op keer. Mensen vragen mij vaak: wat zijn nou de dingen die echt opvallen bij al die 200 gasten? Daar heb ik ook vaak praatjes over gehouden. En dit is er één van.
Er is altijd een drijfveer. Ik ben gepest op school. Vaak de vader — zelden de moeder — waarvoor men zich heeft moeten bewijzen. Of: ik was heel onzeker vroeger. Of: ik stotterde. You name it.
Het is altijd hetzelfde. Als je op dat punt komt — soms red je dat niet in een interview, maar vaak wel — komt er altijd zoiets uit. Of: ik ben een emigrant en ik moest me bewijzen in dit land. Het kan van alles zijn. Maar diep daaronder zit een enorme motor van energie.
Twan: Wat is jouw drijfveer?
Jeroen: Het allerbelangrijkste voor mij is dat ik superveel energie krijg van wat ik doe. Dat merk ik gewoon. Ik haak echt af bij vergaderingen of dat soort dingen. Een grote drijfveer is altijd geweest: als het kon — en gelukkig is het me gegund — om een groot gezin te hebben. Die familie vind ik helemaal fantastisch. Dat is een hele grote drijfveer. En ik denk: vrijheid, onafhankelijkheid.
Twan: Maar je beschrijft nu het resultaat, niet waar het vandaan komt.
Jeroen: Vrijheid is wel echt een drijfveer hoor.
Twan: Wat is de bron van dat streven naar vrijheid, dat grote gezin en ook succes in je werk? Dus nu gaan we terug naar de oertijd van Jeroen Broekema.
Jeroen: Ik denk dat we de competitie al besproken hebben. Dat is een heel belangrijke. Die zit er altijd in bij mij.
Twan: Dus je twee broers hebben jou ook opgestuwd.
Jeroen: Ja. En mijn ouders beloonden — in mijn woorden — echt wel dat je dingen wist. Het cognitieve.
Twan: Hoe beloonden ze jou?
Jeroen: Dat je te horen kreeg: wat goed dat je dat weet.
Twan: Geef eens een voorbeeld.
Jeroen: Met die vlinders bijvoorbeeld. Dat je de naam van die vlinder wist. Dan wil je dus al die vlinders uit je hoofd leren. Niet zozeer: je moet de beste zijn. Maar wel: goed dat je cognitief dingen weet. Later ben ik daar veel meer gevoel aan gaan toevoegen. En ben ik ook gaan zien dat er een goede balans moet zijn. Bij ons zat veel in ons hoofd.
Twan: Wat deed je op de middelbare school? Atheneum, gymnasium?
Jeroen: Vwo-atheneum.
Twan: Stel dat je dat niet had gehaald en op de mavo terecht was gekomen. Wat hadden je ouders gezegd?
Jeroen: Daar waren ze superpositief over geweest. Vooral mijn moeder zei altijd: het gaat mij erom dat je dat wat je doet, goed doet.
Ze zei dat ook altijd als we ergens waren, bijvoorbeeld in een hotel. Als iemand de kamer had schoongemaakt en dat met liefde en aandacht had gedaan, vond ze dat fantastisch.
Twan: En je vader?
Jeroen: Die ging daarin denk ik mee. Ik denk niet dat hij daar een heel stellige mening over had. Maar uiteindelijk ging het om dat benadrukken: dat wat je doet, goed doen. Dat is het allerbelangrijkste.
Twan: Vind je het belangrijk dat jullie kinderen op de middelbare school ook richting atheneum gaan, met de mogelijkheid om naar de universiteit te kunnen?
Jeroen: Nee, totaal niet.
Wat ik wel erg zou vinden, is als mijn kinderen niet blij zijn. Als je merkt dat ze gepest worden of geen vrienden kunnen maken. Het sociale zou ik heel ingewikkeld vinden. Als ik zie dat ze daar niet goed op gaan.
Of mijn zoon of dochter nou mavo doet of vwo — waarschijnlijk krijgen we alle rangen, ik weet het niet, ik kan het helemaal niet inschatten — maar echt: whatever.
Twan: Heb je van die 198 interviews met leiders uit de financiële wereld geleerd dat een drijfveer vaak een negatieve connotatie heeft?
Jeroen: Dat is een heel interessante vraag. Heel lastig.
De vraag is: wat is negatief? Is bijvoorbeeld in mijn geval de competitie met mijn broers — wat volgens mij zeker een drijfveer bij mij is, ik heb het niet helemaal uitgeanalyseerd, maar het zou me niet verbazen — is dat negatief of positief? Ik weet het niet. Je kunt dat heel negatief uitleggen, of heel positief.
In the end of the day: ben je in het reine met jezelf? Dat is nogal een open deur, maar ben je in het reine met jezelf en met je eigen normen en waarden? Dat voel je heel snel bij mensen.
Mijn moeder zei altijd, met een quote van Dag Hammarskjöld: de langste weg is de weg naar binnen. Dat vind ik heel sterk. Bij alles.
Ook als mensen carrière-advies vragen, gaan ze altijd naar externe dingen kijken: zou dat bij me passen? Daar gaat het niet over. Ga eerst naar jezelf kijken.
Twan: Maar terug naar de vraag: denk je dat een driver voor ambitie en topposities vaak een negatieve aanleiding heeft?
Jeroen: Wat ik eerder zei: dat soort negatieve drijfveren zijn immense blokken energie. Immens. Het is een motor die altijd blijft doordraaien. Die stop je nooit. Het is een immens vuur dat aangestoken is.
Twan: Kan daar een positieve drijfveer tegenop?
Jeroen: Moeilijk, denk ik. Het is vaak zo motiverend. Als je eenmaal armoede hebt gekend en de rest van je leven nooit meer armoede wilt, zit dat zo diep. Dat gaat je gewoon niet meer gebeuren. Zet daar maar eens een positieve drijfveer tegenover. Ik denk dat het een immens energieblok is.
Twan: Zou jij het willen uitzoeken bij jezelf? Ben je ooit in analyse geweest?
Jeroen: Nee.
Twan: Ooit naar een psycholoog of psychiater?
Jeroen: Nee. Raad je me dat aan?
Twan: Ik begin me een beetje zorgen te maken.
Jeroen: Ik ben dit nu aan het doen.
Twan: Zou je het eng vinden om met iemand te spreken over wie je bent?
Jeroen: Nee, heel leuk zelfs. Ik heb vaak gedacht dat ik dat zou moeten doen.
Twan: Dit gaat naar buiten. Je kunt hier niet alles zeggen wat je denkt en voelt. Dat snap ik heel goed. Maar in de beslotenheid van een kamer, met iemand die dat goed kan, mag je ineens alles zeggen.
Jeroen: Het lijkt me geweldig. Heel leuk. En wat jij zei over familieopstellingen: dat lijkt me ook superinteressant om te doen.
Het zijn van die dingen: je moet even afstand nemen, tijd nemen en het doen. Maar het lijkt me super. Ik ben ook altijd bezig met analyseren. Bij mezelf en bij anderen. Hoe zitten dingen nou echt precies in elkaar? Relaties vind ik superboeiend.
Twan: Wie wil je heel graag nog op deze stoel hebben in de podcast? Ik interview jou nu, maar stiekem denk ik dat jij Christine Lagarde heel graag zou willen interviewen.
Jeroen: Zeker. Ik ben ook een extreem groot fan van haar. Los van alles wat ze bereikt heeft: het voorbeeld voor vrouwen is immens. Gigantisch. Dat op een van de allerzwaarste posities in Europa zo’n sterke, krachtige vrouw zit, vind ik echt prachtig.
Dus ja. Al denk ik wel dat het lastig is om, nadat jij haar twee keer hebt geïnterviewd en een paar andere mensen ook, daar nog echt iets nieuws uit te krijgen. Dat lijkt me onwaarschijnlijk.
Twan: Nou ja, stel dat ze haar kandidatuur bekendmaakt voor het presidentschap van Frankrijk.
Jeroen: Dan zeker.
Koningin Máxima, met al haar werk rondom microfinance, lijkt me ook superinteressant. Kijk, daar kun je natuurlijk ook niet tot deze diepte komen. Dat weet je van tevoren met honderd procent zekerheid. Maar dat is leuk.
Het irriteert mij dat ik eigenlijk zo’n beetje alle CEO’s in Nederland heb gehad, behalve Steven van Rijswijk, de CEO van ING. Dat zou ook echt graag moeten gebeuren.
Jamie Dimon vind ik heel interessant. Zo zijn er nog wel meer. Je komt ook elke keer weer mensen tegen van wie je denkt: hé, dat wist ik helemaal niet.
Laatst heb ik bijvoorbeeld Saul van Beurden geïnterviewd. Heb je daar ooit van gehoord?
Twan: Nee.
Jeroen: Hij stuurt meer dan 90.000 mensen aan in de financiële sector. Een Nederlander, in Amerika, voor Wells Fargo. Nooit van gehoord. Superboeiend figuur. Hele leuke, interessante podcast.
Twan: Heb je hem al gebeld?
Jeroen: Nee, ik heb hem al geïnterviewd. Hij kwam toevallig op mijn pad.
Net als de 200e aflevering, die al is opgenomen maar nog niet is uitgezonden, met de CEO van de grootste bank in Oekraïne. Die kwam ook op mijn pad. Het bleek een Zweedse meneer te zijn, die tijdens de oorlog daar op de grond CEO is geworden. Een bijzonder verhaal natuurlijk.
Twan: Wat is het volgende station in de carrière, de loopbaan van Jeroen Broekema? Je hebt nu de podcast, je hebt Leaders in Finance, je organiseert financiële evenementen. Wat wil je nog meer?
Jeroen: Ik heb het praktische antwoord en het langetermijnbeeld.
Twan: Het grootste. Het meest ambitieuze project dat je nauwelijks durft uit te spreken.
Jeroen: Is het gênant dat ik dat eigenlijk gewoon meteen uitspreek?
Wat ik wil, is wat ik noem een mini-World Economic Forum, maar dan met twee grote afslagen. Eén: niet alle sectoren, maar de financiële sector. Want ik denk dat de financiële sector een veel grotere rol zou kunnen spelen voor het maatschappelijk belang. Het typisch financiële woord is leverage, hefboom. Die zou de financiële sector veel meer kunnen inzetten for the common good.
De andere grote afslag: niet de hele wereld, maar Europa. Dus een World Economic Forum voor de financiële sector in Europa zou ik heel graag opzetten.
Twan: Alleen voor Europeanen?
Jeroen: Nee, voor iedereen. Maar wel met duidelijke wortels in Europa. Ik ben een enorme European. Ik ben een van de weinige mensen die de Europese vlag buiten hangt op 9 mei.
Twan: Waar gebeurt dit Jeroen Broekema World Economic Forum? Is Amsterdam de standplaats?
Jeroen: Ja.
Twan: Welk gebouw is goed? Heb je al gedroomd: daar zou het kunnen? En dit is de eerste editie, deze mensen moeten komen?
Jeroen: Ik zou beginnen met iets van vijftig CEO’s bij elkaar brengen. Waar fysiek weet ik niet. Jij bent Amsterdammer, ik woon daar niet. Of ben je Limburger? Ik weet het eigenlijk niet.
Twan: Ik ben alles. Ik ben wereldburger.
Jeroen: Oké.
Twan: Maar alleen CEO’s?
Jeroen: Dat zou de basis zijn. Maar daaromheen zou ik veel bouwen.
Om terug te komen op de vraag: wat is het volgende station? Ik wil uiteindelijk — ik vind het zelf heel leuk om een bedrijf te bouwen, daar heb ik heel veel lol in. Dat opbouwen vind ik heel leuk. Gewoon het bouwen van iets, dat is gaaf.
Maar uiteindelijk wil ik ook meer impact hebben op de maatschappelijke agenda en op de bredere agenda van de financiële sector. Ook voor henzelf, maar ook voor de maatschappij.
Ik heb al gezegd: het moet over drie thema’s gaan. Geopolitics, tech en society.
Twan: Maar dan zegt de organisatie van het World Economic Forum tegen jou: ja maar Jeroen, dat is er al. Dat doen wij al heel lang.
Jeroen: Nee, maar ik ga helemaal niet met hen… Ik organiseer dat zelf. Leaders in Finance.
Twan: Je gaat niet samenwerken. Maar wat voeg je toe aan dat wat er al is? Wat is er anders aan jouw plan?
Jeroen: Ken jij dit? Een World Economic Forum gefocust op de financiële sector?
Twan: Mini. Dat is dan het enige verschil.
Jeroen: Dat woord gaat er zeker af. Dat is een heel slecht woord natuurlijk. Het is voor nu, omdat het in de draftfase zit. Maar het gaat zeker niet mini worden.
Twan: Nee, maar ik denk dat je nu zou kunnen zeggen: dat World Economic Forum is oude hap. Dat is corrupt. De Amerikanen hebben daar greep op gekregen. Het oorspronkelijke idee is helemaal verwaterd. Er moet iets nieuws komen, beter. En ik kan dat.
Jeroen: Misschien denk ik dan niet groot genoeg. Volgens heel veel mensen denk ik juist veel te groot. Ik denk dat het ertussenin zit.
Ik heb geen zin om het World Economic Forum op te volgen met een nieuwe organisatie.
Twan: Opblazen moet je het.
Jeroen: Er zijn veel redenen om het op te blazen, maar ook veel redenen om het niet op te blazen.
Waar het mij om gaat: ik heb de afgelopen zes jaar gemerkt waarom ik dit zo leuk vind en waarom het best goed gaat. Ik zit in een sector die ik ken, met een netwerk dat ik ken. Die kennis en kennissen, over alle onderwerpen in de financiële sector.
Ik ben nergens specialist in, maar er is niets waarmee iemand mij totaal zou overvallen op financieel gebied. Daar zou ik het vanuit willen beginnen. Zou het ooit groter kunnen worden? Wie weet. Who knows?
Twan: Je hebt vier kinderen die af en toe streng voor jullie zijn, en dat hoort ook zo. Drie van de vier vonden het heel leuk in Nieuw-Zeeland. Uiteindelijk de vierde ook?
Jeroen: Het duurde langer, ja. Begrijpelijk ook natuurlijk, als je niemand kunt begrijpen.
Twan: Wat is het beste advies dat je hebt voor de mensen die naar deze podcast luisteren? Misschien indachtig je kinderen. Wat is het beste advies?
Jeroen: Aan het einde van de podcast vraag ik iedereen om tips. Die verzamelen we altijd. Ik heb er best wat.
De eerste heb ik al genoemd: de langste weg is de weg naar binnen. Dus ga niet altijd extern zoeken. Ga vooral eerst bij jezelf te rade. Met welk onderwerp dan ook, waar je ook over twijfelt: ga eerst bij jezelf te rade.
De beste manier om dat te doen, wat mij betreft, is je ouders vragen, als die nog leven: wat was ik voor kind?
Mijn ouders hebben voor ons allemaal een boek gemaakt. Dat kregen we op ons achttiende of eenentwintigste. Daar staat een heel verhaal in over jou als kind. Ik heb daar de kernwoorden uitgehaald. En alles wat ik nu doe, zat er al in.
Ik was altijd geïnteresseerd in de rol van geld. Nou, in die wereld zit ik nu.
Twee: ik was altijd bezig met overal mensen leren kennen. We kwamen aan op een camping en ik kende meteen iedereen. Dus dat netwerk zit zwaar in mijn huidige leven.
En drie: geen baas boven me.
Precies die drie dingen. Dat is even een voorbeeld aan de hand van mezelf. Maar dat moet je volgens mij doen als je de langste weg naar binnen wilt afleggen: vraag je ouders, vraag je broers en zussen hoe zij jou typeren. Dan weet je vaak heel snel welke carrièrekeuze je moet maken, of wat je moet gaan doen.
Laat het dan niet afhangen van de baan die je wordt aangeboden, of iemand die zegt: kom hierheen. Of van geld, status en dat soort bijredenen.
Een tweede tip: die heeft Jort Kelder laatst ook gezegd, maar voor mij geldt die al heel lang en hij heeft die weer bevestigd. Ga nooit werken voor iemand van wie je niet echt energie krijgt en die niet positief over je is. Echt wegwezen. Better sooner than later.
Verder valt mij altijd op: iedereen die advies geeft, doet dat vanuit zijn eigen ervaring. Zelden luistert iemand echt naar hoe die ander erin zit en adviseert dan pas. Als je iemand om advies vraagt, krijg je meestal iemands eigen ervaring terug. Die is vaak helemaal niet relevant voor jou.
Dus pas op met mensen die jou adviseren. Denk altijd: is dit toepasbaar op mij? Dat betekent niet dat je niet veel mensen moet vragen, maar denk wel na over welke bril zij op hebben.
Nog een tip — zolang je mij niet onderbreekt, ga ik gewoon door.
Twan: Ik vind het fascinerend dat je dit hebt opgeschreven. Waarom heb je dit opgeschreven? Je wist dus dat je dit graag wilde vertellen.
Jeroen: Ja, ik vind het leuk. En ik merk dat mijn gasten dat overigens ook vinden: om te delen wat jij zou adviseren, wat je ervaringen zijn, wat je hebt gelezen en gehoord. Dat vind ik mooi.
Twan: Ja, dat is ook zo. En het is ook belangrijk. Maar ik onderbreek je toch.
Schrijf jij voor jouw kinderen ook zo’n boek, zoals jullie ouders dat hebben gedaan?
Jeroen: We zijn het wel van plan. We maken zelf veel aantekeningen. Mijn eigen dagboeken staan natuurlijk helemaal vol met observaties over mijn kinderen, whether they like it or not — als ze dit ooit horen. Maar dat zijn we zeker van plan.
Twan: Heb je een universeel advies aan je vier kinderen? Iets wat in dat boek terechtkomt?
Jeroen: Ja, dat is weer die eerste. Zorg dat je echt naar binnen keert en er zelf achter komt wie jij bent. Dat je — het zijn van die abstracte uitspraken — maar dat je kunt worden wie je bent.
Twan: En tot slot: waarom vonden jouw ouders — want jij noemde dat als nummer één — dat jij goed kon omgaan met geld, of dat je daarin geïnteresseerd was? Waar bleek dat uit bij de jonge Jeroen Broekema? Wat deed hij dan met geld?
Jeroen: Weinig. Het ging ook niet om het accumuleren daarvan. Daar zat het helemaal niet in.
Het zat puur in dat ik heel geïnteresseerd was in hoe die wereld werkte. Op jonge leeftijd, ik geloof elf of twaalf, kocht ik via de Postbank-orderlijn mijn eerste aandelen in een fonds. Ik vond het gewoon interessant hoe dat werkte.
Dat is grappig: daar denk je nooit meer aan, en uiteindelijk word je gefascineerd om bij een bank te gaan werken. Mijn ouders begrepen dat eerst ook helemaal niet. Later, toen ze dat boek gingen lezen, dachten ze: oh ja, dat is eigenlijk wel heel logisch.
Daarom vind ik ook: als je jezelf beter wilt leren kennen, ga terug naar je jeugd. Daar wordt de basis gelegd voor waar je misschien op aarde voor bent, of waardoor je gegrepen wordt.
Twan: Dank je wel, Jeroen Broekema.
Jeroen: Ik wil toch nog heel even het woord nemen, Twan. Ik wil jou heel erg bedanken, om meerdere redenen.
Eén: dat je dit hebt willen doen. Ongelooflijk leuk. Heel bijzonder voor mij ook om te doen, en dat jij daar de tijd voor neemt.
Ik ken een deel van jouw activiteiten. Dat zijn een heleboel dingen: Buitenhof presenteren, je bent vaak nog op televisie, je hebt je eigen column in De Limburger, je eigen boek komt uit rond de tijd dat deze podcast live komt — dat schrijf je er ook nog even bij. Vervolgens ben je moderator op allerlei plekken, zit je nog in allerlei clubs en heb je ook een actief privéleven. Dit is wat ik ervan zie. Waarschijnlijk is er nog veel meer. En toch neem je de tijd om zoiets te doen. Dus heel veel dank daarvoor. Heel leuk.
Het tweede is: jij bent een van de mensen die mij echt inspireert. Zeker hoe je dat met Buitenhof doet. Ik denk keer op keer: oh ja, hij doet het zo. Hij doet het zo.
Er zit zo’n brok ervaring aan tafel, met zoveel ervaring en zoveel charme. Wat ik bij Lagarde ook zie, zie ik bij jou ook. Voor mij is het heel leerzaam. Ik vind het heel leuk om mensen om me heen te hebben — en dan het voorrecht om jou om me heen te hebben — van wie ik zoveel kan leren. Dat vind ik echt prachtig.
En de laatste reden is dat je altijd gewoon hele leuke vragen stelt. Die zetten je altijd weer aan het denken. Dat is ook wat mijn gasten altijd zeggen: wat ze er leuk aan vonden, is dat het hen tot denken heeft aangezet. Dat heb je bij mij ook weer gedaan.
Twan: Dank je wel voor de mooie recensie. Vond je dit een ingewikkeld gesprek?
Jeroen: Nee, maar heel leuk.
Twan: Top.
Jeroen: Ik heb nog één ding. Een cadeautje voor jou. We hebben Hester, mijn collega — die jij net ook een hand hebt geschud — dit voor jou laten maken. Mag je even openmaken.
Twan: Ik zie het al zonder het open te maken.
Jeroen: Maar dit is radio, dus dan moet je het ook horen.
Twan: Er zitten ook camera’s bij, dan laat ik het zien. Als deze camera het kan zien.
Dat is mooi. Het Droompad. Dat is de titel van mijn boek. En dat zouden dan Jack en ik kunnen zijn.
Jeroen: Jack, jouw zoon?
Twan: Ja. Jack en ik hebben een wandeltocht gemaakt. Die heet Het Droompad. Die gaat van München naar Venetië. 555 kilometer, 20.000 hoogtemeters. Dat is de aanleiding geweest om mijn nieuwe boek te schrijven. Over twee weken wordt het gepubliceerd.
Jeroen: Ik ben heel erg benieuwd naar het boek.
Twan: Dank je wel, heel leuk.
Jeroen: Graag gedaan. En jij bedankt.
Twan: Graag gedaan.
Jeroen: Dit was Leaders in Finance. We hopen dat je deze aflevering met veel plezier hebt beluisterd. We stellen je feedback erg op prijs. Wat houdt je bezig? En over wie wil je meer horen? Laat het ons weten via een review, op onze socialmediakanalen of gewoon direct via een e-mail. We kunnen het erg waarderen als je dat doet.
Tot slot danken we onze partners voor hun steun. Dat zijn EY, Mogelijk Vastgoedfinancieringen en Lepaya.
Benieuwd wat we nog meer allemaal doen? Volg ons of kijk op leadersinfinance.nl. Tot de volgende Leaders in Finance. En bedankt voor het luisteren.
